40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake het kleine grensverkeer | BWBV0004991 | verdrag | geldend | 1961-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0004991 | Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake het kleine grensverkeer |
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake het kleine grensverkeer
Hoofdstuk I. Het kleine grensverkeer buiten de officiële doorlaatposten om
Artikel 1
Aan bewoners van het grensgebied, die er op grond van plaatselijke omstandigheden een redelijk belang bij hebben, de gemeenschappelijke grens regelmatig buiten de officiële doorlaatposten om te overschrijden, kan hiertoe, alsmede tot verblijf in het andere deel van het grensgebied, toestemming worden verleend, zulks behoudens intrekking en volgens de bepalingen van deze overeenkomst.
Artikel 2
Het grensgebied wordt bij notawisseling vastgesteld. Het kan bij notawisseling worden gewijzigd.
Artikel 3
(1). Als document voor de grensoverschrijding en voor het verblijf in het andere deel van het grensgebied geldt een vergunning volgens het model van bijlage 1, welke aan Nederlanders wordt verstrekt, indien zij in het bezit zijn van een geldig of een niet langer dan vijf jaar verlopen nationaal paspoort en aan Duitsers, indien zij in het bezit zijn van een geldig nationaal paspoort, een Kinderausweis of een Personalausweis van de Bondsrepubliek Duitsland.
(2). Aan Nederlanders, die in het Nederlandse deel van het grensgebied woonachtig zijn en die op het tijdstip van de aanvrage geen nationaal paspoort bezitten, kan als document een grenskaart volgens het model van bijlage 2 worden verstrekt.
(3). Voor bewoners van het grensgebied, die Nederlander noch Duitser zijn, geldt als document een vergunning volgens het model van bijlage 1, welke wordt verstrekt, indien zij in het bezit zijn van een reisdocument geldig voor het overschrijden van de gemeenschappelijke grens. Deze vergunning mag, tenzij door de wederzijdse bevoegde autoriteiten in een bepaald geval anders is overeengekomen, slechts dan worden verstrekt, indien de aanvrager zes maanden in het grensgebied woonachtig is.
(4). Kinderen beneden de leeftijd van 16 jaar kunnen op verzoek in de vergunning (lid 1 en 3) of in de grenskaart (lid 2) van hun wettelijke vertegenwoordiger worden bijgeschreven; indien hun een eigen vergunning of een eigen grenskaart wordt verstrekt, moet het adres van de wettelijke vertegenwoordiger daarin worden vermeld.
Artikel 4
(1). De geldigheidsduur van de vergunningen (artikel 3, lid 1 en 3) is hoogstens gelijk aan de tijdsduur gedurende welke de reisdocumenten op grond waarvan zij zijn afgegeven, het overschrijden van de gemeenschappelijke grens mogelijk maken.
(2). De geldigheidsduur van de grenskaarten (artikel 3, lid 2) bedraagt ten hoogste vijf jaar; zij kunnen voor ten hoogste vijf jaar worden verlengd.
Artikel 5
(1). Verzoeken om afgifte van een vergunning of een grenskaart moeten op formulieren worden ingediend, die in het vereiste aantal moeten worden gesteld.
(2). Indien gunstig op de aanvrage is beslist, wordt de bevoegde grensbewakingsautoriteit van de andere Partij daarvan onmiddellijk op de hoogte gesteld door toezending van een exemplaar van het aanvraagformulier. Indien een van de aanvraag afwijkende beslissing is genomen, worden de afwijkingen daarbij vermeld.
Artikel 6
Indien de bevoegde autoriteit van de ene Partij aan de bevoegde autoriteit van de andere Partij mededeelt, dat zij aan een bewoner van het andere deel van het grensgebied geen toestemming zal verlenen tot overschrijding van de grens buiten de officiële doorlaatposten om, zal de bevoegde autoriteit van de andere Partij de vergunning weigeren of intrekken. Hetzelfde geldt in de gevallen bedoeld in artikel 3, lid 2.
Artikel 7
Van de intrekking van een vergunning of een grenskaart wordt onverwijld mededeling gedaan aan de bevoegde autoriteit van de andere Partij.
Artikel 8
In geval van misbruik kunnen de ambtenaren, belast met het grenstoezicht, van de ene Partij een vergunning of een grenskaart van de andere Partij voorlopig inhouden; deze wordt onder vermelding van de reden van inhouding onverwijld toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de andere Partij.
Artikel 9
Op de plaatsen, vermeld in de vergunningen of de grenskaarten (artikel 3), mag de grens tussen 6 en 23 uur worden overschreden. Indien de wederzijdse bevoegde grensbewakingsautoriteiten andere tijden hebben vastgesteld, moet dit door de autoriteit van afgifte op het document worden vermeld.
Artikel 10
De Partijen zullen elkander langs diplomatieke weg gedetailleerd ervan in kennis stellen, wie de bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 3, lid 3, tweede volzin en de artikelen 6, 7 en 8 zijn.
Artikel 11
(1). De bevoegde grensbewakingsautoriteiten, bedoeld in artikel 5, lid 2 en in artikel 9 zijn: in het Koninkrijk der Nederlanden, de bevoegde autoriteiten der Koninklijke Marechaussee, in de Bondsrepubliek Duitsland, de bevoegde douaneautoriteiten.
(2).
Ambtenaren, belast met het grenstoezicht, bedoeld in de artikelen 8 en 14 zijn:
in het Koninkrijk der Nederlanden, de ambtenaren der invoerrechten en accijnzen en der Koninklijke Marechaussee;
in de Bondsrepubliek Duitsland, de ambtenaren der douane.
Hoofdstuk II. Het kleine grensverkeer langs de officiële doorlaatposten
Artikel 12
Houders van grenskaarten (artikel 3, lid 2) mogen de grens langs alle officiële doorlaatposten overschrijden.
Artikel 13
(1). Aan bewoners van het grensgebied, die niet in het bezit zijn van een geldig grensoverschrijdingsdocument, kan een doorlaatbewijs volgens het model van bijlage 3 worden verstrekt, indien de autoriteit van afgifte verklaart, dat de op het doorlaatbewijs vermelde personen hem bekend zijn, zulks teneinde hen in staat te stellen de grens groepsgewijs te overschrijden en ten hoogste twee dagen in het andere deel van het grensgebied te verblijven.
(2). In een doorlaatbewijs worden ten minste vijf en ten hoogste vijftig personen opgenomen. De namen moeten in alfabetische volgorde worden vermeld. De reisleider, wiens naam boven aan de lijst dient te worden geplaatst, moet in het bezit zijn van een van de in artikel 3, lid 1 of 2, genoemde documenten.
(3). De grensoverschrijding is slechts toegestaan langs de op het doorlaatbewijs vermelde officiële doorlaatposten.
Artikel 14
Politieambtenaren en ambtenaren, belast met het grenstoezicht, die hun standplaats in het grensgebied hebben, kunnen voor geoorloofde dienstreizen met hun ambtelijk identiteitsbewijs de grens langs de officiële doorlaatposten overschrijden en in het andere deel van het grensgebied verblijven.
Hoofdstuk III. Algemene bepalingen
Artikel 15
Deze overeenkomst laat onverlet de voorschriften van beide Partijen betreffende
a) a) de in-, uit- en doorvoer van goederen en vervoermiddelen, in het bijzonder de douane- en deviezenbepalingen, b) b) het verblijf van en het verrichten van arbeid door vreemdelingen in het gebied van elk der beide Partijen.
Artikel 16
Elk der beide Partijen behoudt zich het recht voor, de toegang tot en het verblijf op haar grondgebied te weigeren aan personen die zij als ongewenst beschouwt.
Artikel 17
Beide Partijen zullen te allen tijde zonder formaliteiten de terugkeer tot hun grondgebied toestaan aan personen die krachtens de faciliteiten van deze overeenkomst op het gebied van de andere Partij verblijven.
Artikel 18
Elk der beide Partijen kan op gronden van openbare orde of veiligheid de toepassing van deze overeenkomst tijdelijk opschorten. De opschorting wordt aan de andere Partij onverwijld langs diplomatieke weg medegedeeld. Hetzelfde geldt, wanneer deze maatregel wordt opgeheven.
Hoofdstuk IV. Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 19
(1). Het tijdstip van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt bij notawisseling vastgesteld.
(2). De overeenkomst kan door beide Partijen te allen tijde met een termijn van zes maanden vóór afloop van een kalenderjaar worden opgezegd.
Artikel 20
(1). Met ingang van de datum waarop deze overeenkomst in werking treedt, vervalt de bestaande regeling inzake de afgifte van passen voor grensverkeer.
(2). Passen voor grensverkeer afgegeven vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst, blijven geldig, totdat de termijn, waarvoor deze zijn afgegeven, verstreken is; de geldigheidsduur ervan mag niet verlengd worden.