40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken betreffende luchtdiensten | BWBV0005043 | verdrag | geldend | 1959-05-19 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0005043 | Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken betreffende luchtdiensten |
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken betreffende luchtdiensten
Artikel 1
(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht, de in de Bijlage I bij deze Overeenkomst omschreven luchtdiensten (hierna te noemen de „overeengekomen diensten”) te exploiteren.
(2). De Regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken wijst de Algemene Afdeling van de Burgerluchtvloot onder de Raad van Ministers van de U.S.S.R. (hierna te noemen „Aeroflot”), en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden wijst de Koninklijke Nederlandse Luchtvaart Maatschappij K.L.M. (hierna te noemen „K.L.M.”) aan om de overeengekomen diensten te exploiteren.
(3). Bij de exploitatie van de overeengekomen diensten zijn de aangewezen luchtvaartmaatschappijen gerechtigd om op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht uit te oefenen tot overvliegen (en tot landen voor andere dan verkeersdoeleinden) overeenkomstig de routes van de overeengekomen diensten in Bijlage I, alsook het recht tot commerciële binnenkomst en vertrek voor internationaal verkeer van passagiers, vracht en post op die overeengekomen diensten.
(4). De routes welke door de luchtvaartuigen die op de overeengekomen diensten vliegen binnen het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij moeten worden gevolgd, zullen door de luchtvaartautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij worden vastgesteld. Indien een van beide Overeenkomstsluitende Partijen geen genoegen neemt met de aldus door de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij vastgestelde routes, zal zij het recht hebben om de exploitatie van de overeengekomen diensten op te schorten.
Artikel 2
Voor de veilige exploitatie van de overeengekomen diensten zullen overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage II regelingen worden getroffen. De bepalingen van Bijlage II kunnen van tijd tot tijd door schriftelijke overeenstemming tussen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen worden gewijzigd.
Artikel 3
(1). De commerciële, technische en operationele aspecten van de overeengekomen diensten zullen onderwerp uitmaken van een overeenkomst tussen de K.L.M. en Aeroflot.
(2). Zodanige overeenkomst zal onder andere omvatten aangelegenheden betreffende commerciële samenwerking, hieronder begrepen de vaststelling van de dienstregelingen en frequenties, het technische onderhoud van luchtvaartuigen op de grond, financiële en verrekeningsregelingen, tarieven, verkeersafhandeling en regelingen inzake de verkoop van passagiersplaatsen en vrachtruimte in luchtvaartuigen.
Artikel 4
(1).
Vrijstelling van douanerechten, inspectiekosten en soortgelijke nationale of plaatselijke rechten en heffingen zal verleend worden voor het volgende:
(a) (a) motorbrandstof, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingsstukken en voorraden, welke in het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij worden ingevoerd, of welke binnen dat grondgebied aan boord worden genomen door de luchtvaartmaatschappij aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij en welke uitsluitend bestemd zijn voor het gebruik door of in de luchtvaartuigen van die luchtvaartmaatschappij bij de exploitatie van de overeengekomen diensten; (b) (b) luchtvaartuigen gebezigd op de overeengekomen diensten; (c) (c) motorbrandstof, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingsstukken en voorraden, welke aan boord zijn van elk zodanig luchtvaartuig van de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij bij aankomst in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en welke aan boord blijven bij vertrek uit het grondgebied van die Partij of welke verbruikt worden gedurende vluchten over dat grondgebied op overeengekomen diensten;
(2). Aldus vrijgestelde goederen mogen slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Deze goederen, welke weer uitgevoerd moeten worden, zullen tot wederuitvoer onder douanetoezicht blijven.
Artikel 5
(1). De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen gebezigd in de internationale luchtvaart, of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zodanige luchtvaartuigen gedurende het verblijf binnen haar grondgebied zullen van toepassing zijn op de luchtvaartuigen gebezigd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zullen door zodanige luchtvaartuigen bij binnenkomst in of vertrek uit of gedurende verblijf binnen het grondgebied van eerstgenoemde Partij worden nagekomen.
(2). De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij zullen het recht hebben de exploitatie van de overeengekomen diensten door de luchtvaartmaatschappij aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij op te schorten, of zulke voorwaarden als zij noodzakelijk achten te stellen ten aanzien van de exploitatie door die luchtvaartmaatschappij, in elk geval waarin die luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten en voorschriften van de eerste Overeenkomstsluitende Partij na te komen of waarin die luchtvaartmaatschappij of de Overeenkomstsluitende Partij welke haar aanwijst, in gebreke blijft de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden na te komen; met dien verstande dat dit recht, tenzij onmiddellijke opschorting of het stellen van voorwaarden noodzakelijk is teneinde verdere overtreding van de wetten en voorschriften te voorkomen, slechts zal worden uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
(3). De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij inzake de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning of vracht van luchtvaartuigen, zoals voorschriften inzake binnenkomst, immigratie, paspoorten, douane, deviezen en quarantaine zullen door of vanwege de passagiers, bemanning en vracht van luchtvaartuigen, welke door de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden gebruikt, worden nagekomen gedurende het verblijf binnen het grondgebied van de eerstgenoemde Partij.
Artikel 6
(1).
Elk luchtvaartuig gebezigd op de overeengekomen diensten zal
(a) (a) voorzien zijn van de geëigende nationaliteits- en registratiekentekenen, en (b) (b) de volgende documenten aan boord hebben:
(i)
zijn bewijs van inschrijving;
(ii)
zijn bewijs van luchtwaardigheid;
(iii)
de passende bewijzen van bevoegdheid voor elk bemanningslid;
(iv)
de vergunning voor de radioinstallatie van het luchtvaartuig;
(v)
indien het vracht vervoert, een manifest en gespecificeerde omschrijving van de vracht.
(i) (i) zijn bewijs van inschrijving; (ii) (ii) zijn bewijs van luchtwaardigheid; (iii) (iii) de passende bewijzen van bevoegdheid voor elk bemanningslid; (iv) (iv) de vergunning voor de radioinstallatie van het luchtvaartuig; (v) (v) indien het vracht vervoert, een manifest en gespecificeerde omschrijving van de vracht.
(2). Bewijzen van luchtwaardigheid en bewijzen van bevoegdheid welke zijn uitgereikt of geldig verklaard door een Overeenkomstsluitende Partij zullen door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig worden erkend.
Artikel 7
(1). In geval van een noodlanding of ander ongeval van een luchtvaartuig van de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij zullen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied het voorval heeft plaats gehad, onverwijld de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij in kennis stellen van de bijzonderheden en omstandigheden van het voorval en alle noodzakelijke bijstand verlenen aan de bemanning en de passagiers.
(2).
Indien een noodlanding of ander ongeval de dood of zware verwonding van enig persoon ten gevolge heeft of aanzienlijke beschadiging van een luchtvaartuig, zullen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied het voorval heeft plaats gehad bovendien:
(a) (a) de bescherming van bewijsmateriaal verzekeren en de veilige bewaking van het luchtvaartuig en alles wat aan boord is, daaronder begrepen de post, bagage en vracht; (b) (b) onmiddellijk toegang verlenen tot het luchtvaartuig aan gevolmachtigde vertegenwoordigers van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij en aan gevolmachtigde vertegenwoordigers van de luchtvaartmaatschappij wier luchtvaartuig bij het voorval is betrokken; (c) (c) een onderzoek instellen naar de omstandigheden van het voorval; (d) (d) de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij volledige faciliteiten verlenen om bij het onderzoek vertegenwoordigd te zijn; (e) (e) indien daartoe verzocht door de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, het luchtvaartuig en alles wat aan boord is (voorzover zulks redelijk mogelijk is) onaangeroerd laten in afwachting van de inspectie daarvan door een vertegenwoordiger van deze autoriteiten; (f) (f) het luchtvaartuig en alles wat aan boord is vrijgeven zodra het onderzoek dit toelaat; (g) (g) aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij een verslag van het onderzoek sturen zodra dit beschikbaar is.
Artikel 8
Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij het recht om binnen het grondgebied van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij het aantal technische, operationele en commerciële employés te hebben, dat de maatschappij in verband met de exploitatie van de overeengekomen diensten nodig heeft, en zij zal alle maatregelen en faciliteiten toestaan, welke deze employés voor de doeltreffende uitvoering van hun werk (zoals kantoren, huisvesting, auto's en bussen, rijbewijzen, telefoon, water, elektriciteit en gas), nodig hebben.
Artikel 9
Elke Overeenkomstsluitende Partij zal de voorziening tegen een redelijke prijs verzekeren, of de invoer in haar grondgebied vergemakkelijken, van vliegtuigbenzine van de waarde, kwaliteit en specificatie zoals verlangd door de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 10
De luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zullen samenwerken ten aanzien van alles wat noodzakelijk is om een veilige en doeltreffende exploitatie van de overeengekomen diensten te verzekeren, en zullen gezamenlijk overleg plegen in geval zich enige moeilijkheid voordoet bij de exploitatie daarvan.
Artikel 11
1. Wijzigingen op of veranderingen in deze Overeenkomst overeengekomen door de Overeenkomstsluitende Partijen treden in werking op een in een diplomatieke notawisseling te bepalen datum en zijn afhankelijk van de voltooiing van de nationaal vereiste wettelijke procedures.
2. Wijzigingen op of veranderingen in Bijlage I bij de Overeenkomst, alsook de verdere mogelijke verhoging van frequenties, dan wel de voorwaarden voor de exploitatie van de diensten, kunnen tot stand komen middels rechtstreekse overeenstemming tussen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 12
Indien een der aangewezen luchtvaartmaatschappijen zich in de onmogelijkheid bevindt om een overeengekomen dienst naar het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te exploiteren tengevolge van de weigering of intrekking van de noodzakelijke rechten door een derde staat, kan van de andere aangewezen luchtvaartmaatschappij worden verlangd, dat zij haar diensten naar het grondgebied van de eerste Overeenkomstsluitende Partij opschort of niet opent voor de duur van zodanige weigering of intrekking.
Artikel 13
Aanvullende en niet-geregelde vluchten met luchtvaartuigen welke toebehoren aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen, kunnen worden uitgevoerd na rechtstreeks verzoek van de luchtvaartmaatschappij aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Zodanige verzoeken zullen tenminste 24 uren voor het vertrek van het luchtvaartuig worden ingediend.
Artikel 14
Deze Overeenkomst zal voorlopig in werking treden op de datum van haar ondertekening; zij zal definitief in werking treden op een datum, vast te leggen bij een notawisseling waarin wordt vermeld, dat de krachtens de nationale wetgeving van de Overeenkomstsluitende Partijen vereiste formaliteiten zijn vervuld. Zij zal van kracht blijven tot zes maanden na de ontvangst door een Overeenkomstsluitende Partij van een mededeling waarin het voornemen wordt uitgedrukt om haar te beëindigen, afgegeven door de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden zal de Overeenkomst slechts van toepassing zijn op het grondgebied in Europa.