40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overeenkomst tussen de Regeringen van de Beneluxstaten (het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg) en de Regering van de Republiek Bulgarije betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen (Overnameovereenkomst) | BWBV0001539 | verdrag | geldend | 2005-02-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0001539 | Overeenkomst tussen de Regeringen van de Beneluxstaten (het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg) en de Regering van de Republiek Bulgarije betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen (Overnameovereenkomst) |
Overeenkomst tussen de Regeringen van de Beneluxstaten (het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg) en de Regering van de Republiek Bulgarije betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen (Overnameovereenkomst)
Artikel 1
1.
In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder grondgebied van:
(1) (1) de Benelux: het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, van het Koninkrijk der Nederlanden en van het Groothertogdom Luxemburg; (2) (2) de Republiek Bulgarije: het grondgebied van de Republiek Bulgarije;
2.
In deze Overeenkomst dient te worden verstaan:
(1) (1) onder „derde Staten”: elke Staat die geen Beneluxstaat en niet de Republiek Bulgarije is; (2) (2) onder „onderdaan van een derde Staat”: eenieder die geen onderdaan van één der Beneluxstaten of van de Republiek Bulgarije is; (3) (3) onder „buitengrenzen”:
a)
de eerst overschreden grens die niet een gemeenschappelijke grens van de Overeenkomstsluitende Partijen is;
b)
iedere binnen een Beneluxstaat of op het grondgebied van de Republiek Bulgarije gelegen lucht- of zeehaven, waar personenverkeer van of naar een derde Staat plaatsvindt.
a) a) de eerst overschreden grens die niet een gemeenschappelijke grens van de Overeenkomstsluitende Partijen is; b) b) iedere binnen een Beneluxstaat of op het grondgebied van de Republiek Bulgarije gelegen lucht- of zeehaven, waar personenverkeer van of naar een derde Staat plaatsvindt.
Artikel 2
1. Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten de persoon over die niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft. Hetzelfde geldt voor personen die na binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ontnomen is en die niet ten minste een naturalisatietoezegging van de kant van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij hebben ontvangen.
2. De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekt op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij en overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, onverwijld de voor de teruggeleiding van de over te nemen persoon noodzakelijke reisdocumenten.
3. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden terug, indien uit een later onderzoek blijkt dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet de nationaliteit van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij had. Dit geldt niet wanneer de verplichting tot overname volgt uit het feit dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij deze persoon na binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de eigen nationaliteit heeft ontnomen, zonder ten minste een naturalisatietoezegging van de kant van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij te hebben ontvangen.
Artikel 3
1. Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zonder formaliteiten de onderdanen van een derde Staat over die niet of niet meer voldoen aan de op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat deze onderdanen van een derde Staat het grondgebied van de Staat van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij zijn doorgereisd of aldaar hebben verbleven.
2. De verplichting tot overname zoals bedoeld in lid 1 geldt niet ten aanzien van een onderdaan van een derde Staat die bij zijn binnenkomst op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij in het bezit was van een geldige verblijfstitel van deze Overeenkomstsluitende Partij, of na zijn binnenkomst in het bezit is gesteld van een door deze Overeenkomstsluitende Partij afgegeven verblijfstitel.
3. De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om onderdanen van de aangrenzende Staat met voorrang naar hun Staat van herkomst terug te leiden.
4. De bepalingen van bovenstaand lid 1 zijn evenwel niet van toepassing wanneer de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij een regeling van visumvrije binnenkomst toepast ten aanzien van de derde Staat waarvan de betrokkene onderdaan is.
Artikel 4
1. Indien een op het grondgebied van de Staat van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij aangekomen persoon niet voldoet aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, en in het bezit is van een geldig visum, of van een geldige verblijfstitel door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij afgegeven, neemt die Overeenkomstsluitende Partij op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten, deze persoon over.
2. Indien beide Overeenkomstsluitende Partijen een visum of een verblijfstitel hebben afgegeven, is de Overeenkomstsluitende Partij van wie het visum of de verblijfstitel het laatst vervalt, verantwoordelijk.
3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op de afgifte van een transitvisum.
Artikel 5
Onder verblijfstitels als bedoeld in artikel 3, lid 2 en artikel 4, wordt verstaan een door een Overeenkomstsluitende Partij afgegeven vergunning, ongeacht van welke aard, die recht geeft op verblijf op het grondgebied van die Partij.
Onder deze omschrijving valt niet de tijdelijke toelating tot verblijf op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij met het oog op de behandeling van een asielverzoek.
Artikel 6
1.
De identiteit en de nationaliteit van een over te nemen persoon overeenkomstig de in lid 1 van artikel 2 en de artikelen 3 en 4 opgenomen procedures, kunnen worden aangetoond door middel van de volgende documenten:
– – een geldig nationaal identiteitsbewijs; – – een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer); – – een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder.
2.
De identiteit en de nationaliteit kunnen aannemelijk worden gemaakt aan de hand van de volgende documenten:
– – een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname; – – een officieel document anders dan beschreven in het vorige lid, aan de hand waarvan de identiteit van de betrokkene kan worden vastgesteld (rijbewijs e.d.); – – een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand.
3.
Het vermoeden van identiteit en nationaliteit kan tevens worden ondersteund door middel van één van de volgende elementen:
– – een betrouwbare getuigenverklaring, opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij; – – andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt; – – afschriften van bovengenoemde documenten; – – de verklaring van de betrokkene zelf, behoorlijk opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij; – – de taal waarin de betrokkene zich uitdrukt.
Artikel 7
1.
Een verzoek om overname vindt schriftelijk plaats en omvat:
a) a) de personalia van de betrokkene (naam, voornamen, eventueel vroegere naam, bijnaam en pseudoniem, alias, geboortedatum en -plaats, geslacht en laatste verblijfplaats); b) b) de beschrijving van het paspoort of het paspoortvervangend reisdocument (onder meer volgnummer, plaats en datum van afgifte, geldigheidsduur, afgevende autoriteit) en/of enig ander bewijs waaruit de nationaliteit van de betrokkene blijkt of door middel waarvan zijn nationaliteit kan worden vermoed; c) c) twee pasfoto's.
2. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij kan elke andere voor de overnameprocedure dienstige inlichting aan de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekken.
3. Het verzoek om overname wordt bij de bevoegde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ingediend en omvat de in het verzoek om overname opgesomde documenten. Er wordt een verslag van indiening/ontvangst van het verzoek en van de bij het verzoek gevoegde stukken opgesteld.
Artikel 8
1. De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij beantwoordt onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van vijf dagen, de tot haar gerichte verzoeken om overname.
2. De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij neemt de persoon wiens overname werd aanvaard onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van een maand, over. Deze termijn kan op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij worden verlengd voor de tijd dat er nog juridische of praktische belemmeringen zijn.
Artikel 9
1. Het verzoek om overname van een onderdaan van de Staat van één der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde worden ingediend.
2. Het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat dient uiterlijk binnen één jaar na vaststelling door de Overeenkomstsluitende Partij van de binnenkomst en de aanwezigheid van bedoelde onderdaan van een derde Staat op zijn grondgebied te worden ingediend.
Artikel 10
1. Onverminderd artikel 14 staan de Overeenkomstsluitende Partijen de doorgeleiding van onderdanen van derde Staten over het grondgebied van hun Staat toe, indien een andere Overeenkomstsluitende Partij daarom verzoekt en de doorreis door eventuele derde Staten en de toelating tot de Staat van bestemming verzekerd zijn.
2. Het is niet absoluut noodzakelijk dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij een transitvisum afgeeft.
3. Ondanks verleende toestemming kunnen voor doorgeleiding overgenomen personen aan de andere Overeenkomstsluitende Partij worden teruggeven, indien zich later omstandigheden als bedoeld in artikel 14 voordoen of bekend worden, die doorgeleiding in de weg staan, of indien de verdere reis of de overname door de Staat van bestemming niet meer verzekerd is.
4. De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om doorgeleidingen, zoals beschreven in lid 1 hierboven, te beperken tot onderdanen van derde Staten voor wie de rechtstreekse teruggeleiding naar de Staat van herkomst niet mogelijk is.
Artikel 11
Voor zover voor de uitvoering van deze overeenkomst persoonsgegevens moeten worden verstrekt, mogen de betrokken inlichtingen uitsluitend betrekking hebben op:
-
- De personalia van de over te dragen personen en in voorkomend geval van hun naaste verwanten (naam, voornamen, eventueel vroegere namen, bijnamen en pseudoniemen, aliassen, geboortedatum en -plaats, geslacht, huidige en, in voorkomend geval, vorige nationaliteit);
-
- Paspoort, identiteitsbewijs, andere identiteitspapieren of reisdocumenten en laissez-passer (nummer, geldigheidsduur, datum van afgifte, afgevende autoriteit, plaats van afgifte, enz.);
-
- Andere voor identificatie van de over te dragen personen dienstige gegevens;
-
- Verblijfplaatsen en reisroutes;
-
- Verblijfsvergunningen of door één van de Overeenkomstsluitende Partijen afgegeven visa.
Artikel 12
1. De kosten verbonden aan het overbrengen van personen die volgens de artikelen 2, 3 en 4 worden overgenomen komen tot aan de grens van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij.
2. De kosten verbonden aan de doorgeleiding tot aan de grens van de Staat van bestemming, alsmede de eventueel uit de teruggeleiding voortvloeiende kosten, komen overeenkomstig artikel 10 ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 13
1.
De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar onderling hulp bij de toepassing en de uitlegging van deze Overeenkomst. Daartoe stellen zij een Comité van deskundigen in dat:
a) a) de toepassing van deze Overeenkomst volgt; b) b) voorstellen doet om vraagstukken in verband met de toepassing van deze Overeenkomst op te lossen; c) c) wijzigingen van en aanvullingen op deze Overeenkomst voorstelt; d) d) passende maatregelen ter bestrijding van illegale immigratie uitwerkt en aanbeveelt.
2. De Overeenkomstsluitende Partijen behouden zich het recht voor om de voorgestelde maatregelen al dan niet goed te keuren.
3. Het Comité bestaat uit drie vertegenwoordigers voor de Benelux en één vertegenwoordiger voor de Republiek Bulgarije. De Overeenkomstsluitende Partijen wijzen daarin de voorzitter en zijn plaatsvervangers aan; tegelijkertijd worden plaatsvervangende leden benoemd. Bij het overleg kunnen nog andere deskundigen worden betrokken.
4. Het Comité komt op voorstel van één der Overeenkomstsluitende Partijen ten minste eenmaal per jaar bijeen.
Artikel 14
De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit:
-
- Het verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, zoals gewijzigd bij het Protocol van 31 januari 1967;
-
- Verdragen inzake uitlevering en doorgeleiding;
-
- Het Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
-
- Het Europees gemeenschapsrecht voor het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
-
- Het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen en de op 19 juni 1990 gesloten Overeenkomst ter uitvoering van genoemd Akkoord van Schengen;
-
- Internationale asielovereenkomsten, met name de Overeenkomst van Dublin van 15 juni 1990 betreffende de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij één van de lidstaten van de Europese Unie wordt ingediend;
-
- Internationale conventies en overeenkomsten betreffende de overname van vreemde onderdanen.
Artikel 15
Alle nodige praktische bepalingen voor de uitvoering van deze Overeenkomst worden in het Uitvoeringsprotocol vastgelegd.
Artikel 16
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze Overeenkomst tot de Nederlandse Antillen en Aruba worden uitgebreid door een kennisgeving aan de Regering van het Koninkrijk België, depositaris van deze Overeenkomst, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt.
Artikel 17
1. Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst van de nota waarbij de laatste van de Overeenkomstsluitende Partijen de Regering van het Koninkrijk België kennis heeft gegeven de voor de inwerkingtreding vereiste interne formaliteiten te hebben nageleefd.
2. De Regering van het Koninkrijk België stelt ieder der Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de in lid 1 bedoelde notificaties en van de datum van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
Artikel 18
1. Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
2. De Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg gezamenlijk en de Regering van de Republiek Bulgarije kunnen deze Overeenkomst, na kennisgeving aan de Regering van het Koninkrijk België, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen, met name in verband met de bescherming van de staatsveiligheid, de openbare orde of de volksgezondheid, schorsen. Wat betreft de intrekking van een dergelijke maatregel, brengen de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar onverwijld via diplomatieke weg op de hoogte.
3. De Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg gezamenlijk en de Regering van de Republiek Bulgarije kunnen deze Overeenkomst, na mededeling aan de Regering van het Koninkrijk België, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen opzeggen.
4. De schorsing of opzegging van deze Overeenkomst wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de kennisgeving bedoeld in respectievelijk lid 2 en lid 3 door de Regering van het Koninkrijk België is ontvangen.
Artikel 19
De Regering van het Koninkrijk België is depositaris van deze Overeenkomst.