40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake de uitvoering van het Verdrag inzake het open luchtruim | BWBV0006806 | verdrag | geldend | 2002-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0006806 | Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake de uitvoering van het Verdrag inzake het open luchtruim |
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg inzake de uitvoering van het Verdrag inzake het open luchtruim
Artikel 1
1. De drie Staten-Partijen werken samen in aangelegenheden aangaande het Verdrag. Daartoe wijzen zij elk een coördinator aan ter uitvoering van de bepalingen van het Verdrag waarin de drie Staten-Partijen worden beschouwd als één Staat-Partij. De coördinatoren zijn vertegenwoordigers van de Ministeries van Defensie.
2. De coördinatoren komen zo vaak als nodig is bijeen, doch ten minste twee maal per jaar. De coördinatoren, indien nodig bijgestaan door deskundigen, plegen overleg en bereiken overeenstemming over aangelegenheden betreffende passieve en actieve vluchten, d.w.z. vluchten boven Benelux-grondgebied en door de Benelux uitgevoerde vluchten. Het voorzitterschap rouleert onder de drie coördinatoren op dezelfde wijze als het voorzitterschap van de algemene samenwerking ingevolge het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie. De voorzitter neemt het initiatief tot het beleggen van een bijeenkomst. De twee andere Staten-Partijen kunnen te allen tijde om een bijeenkomst verzoeken.
3. De voorzitter onderneemt de nodige stappen na ontvangst van een verzoek om een „open luchtruim”-observatievlucht of -transitvlucht boven Benelux-grondgebied.
4. Nederland draagt zorg voor de noodzakelijke kennisgeving en verslaglegging ingevolge deze Overeenkomst. Kennisgevingen worden slechts met instemming van de andere Staten-Partijen verzonden. Het CVSE-communicatienetwerk zal in de regel voor het verzenden van „open luchtruim”-kennisgevingen worden gebruikt. Het gebruik van andere schriftelijke communicatiemiddelen is echter niet uitgesloten.
5. Kennisgevingen met betrekking tot de artikelen X, XIII, XIV, XV of XVI worden verzonden door de drie Staten-Partijen afzonderlijk. Er wordt evenwel naar gestreefd om de aanwijzing van personeel, als bedoeld in artikel XIII, te coördineren.
Artikel 2
De Staten-Partijen komen overeen dat de kosten van „open luchtruim”- activiteiten zullen worden gedeeld. De van toepassing zijnde financiële beginselen en procedures zijn vastgelegd in de Bijlage bij deze Overeenkomst.
Artikel 3
De Staten-Partijen zijn het erover eens dat ernaar dient te worden gestreefd om technische middelen gezamenlijk te gebruiken met andere belanghebbende Staten-Partijen bij het Verdrag. België is bereid in het kader van de Benelux-samenwerking een C130 Hercules beschikbaar te stellen als „open luchtruim”-observatie- en -transportvliegtuig, tenzij er andere, goedkopere mogelijkheden om het Verdrag uit te voeren beschikbaar zijn. Dit aanbod verplicht België geenszins tot enige constructieverandering met betrekking tot de C130 Hercules.
Artikel 4
1.
De Staten-Partijen aanvaarden het beginsel van gemengde „open luchtruim”-teams, bestaande uit onderdanen van de drie Staten-Partijen. Wanneer een Belgische C130 Hercules voor een „open luchtruim”- vlucht wordt gebruikt, bestaat de vliegtuigbemanning uit personeel van de Belgische Luchtmacht.
De noodzakelijke opleiding van „open luchtruim”-specialisten wordt gezamenlijk ter hand genomen.
2. De coördinatoren benoemen voor elke „open luchtruim”-vlucht een teamleider, als hoofdvluchtwaarnemer of anderszins, alsook het overige personeel, met uitzondering van de vliegtuigbemanning. De benoemde teamleider is hoofd van het „open luchtruim”-team, stelt het missieplan op en verricht andere taken, te zamen en in overleg met de Benelux-coördinatoren.
Artikel 5
Nederland neemt de verantwoordelijkheid voor het verwerken van de door de sensoren verzamelde gegevens op zich. De verwerkte gegevens staan alle drie Staten-Partijen ter beschikking. Op verzoek van andere Staten-Partijen bij het Verdrag stelt Nederland kopieën van de verwerkte gegevens beschikbaar aan die Staten-Partijen, zulks in overeenstemming met artikel IX van het Verdrag. Nederland organiseert de noodzakelijke Benelux-bijeenkomsten ter vergelijking van de nationale analyses van de verwerkte gegevens.
Artikel 6
1. „Open luchtruim”-vluchten boven de Benelux worden geleid als algemeen luchtverkeer. De desbetreffende met de luchtverkeersleiding belaste instanties begeleiden „open luchtruim”-vluchten in overeenstemming met de vereisten van het Verdrag.
2. België heeft nummers van diplomatieke toestemmingen en identificatiecodes voor het luchtverkeer verstrekt en zal deze blijven verstrekken.
Artikel 7
Het vliegveld Zaventem/Melsbroek is het punt van binnenkomst/ vertrek voor de Benelux. Er wordt geen ander „open luchtruim”- vliegveld aangewezen. In uitzonderlijke gevallen kunnen andere vliegvelden, in het bijzonder vliegbasis Eindhoven, als uitwijkvliegveld worden gebruikt, rekening houdend met hun beperkingen als uiteengezet in de desbetreffende naslagwerken van de ICAO.
Artikel 8
1. Staten-Partijen bij het Verdrag die voornemens zijn een observatievlucht uit te voeren boven de Benelux hebben het recht het observatievliegtuig van hun keuze te gebruiken.
2. Indien een passieve vlucht slechts het Benelux-gebied in Europa betreft, benoemen de coördinatoren een Belgische teamleider. Deze teamleider kiest in overleg met de Benelux-coördinatoren een gemengd team en bereidt dit voor op zijn taken.
3. In geval van een passieve vlucht boven de Benelux wijzen de betrokken Staten-Partijen een luchtverkeersleider aan. Eén van hen staat de teamleider bij bij de evaluatie van het missieplan voor die vlucht.
4. Indien een passieve vlucht deel uitmaakt van een langere vlucht boven het grondgebied van de Westeuropese Unie, beslissen de coördinatoren over de inbreng van de Benelux in de te verrichten taken.
Artikel 9
Voor „open luchtruim”-activiteiten in het kader van deze Overeenkomst wordt de aansprakelijkheidsclausule als vervat in artikel XII van het Verdrag als volgt toegepast:
-
- Elk van de drie Staten-Partijen ziet af van alle vorderingen jegens de andere twee Staten-Partijen met betrekking tot schade die wordt toegebracht aan zijn functionarissen of zijn goederen door functionarissen van die andere Staat-Partij en die voortvloeit uit of verband houdt met de uitvoering van deze Overeenkomst.
-
- De drie Staten-Partijen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor schade die wordt toegebracht aan een derde Staat of aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon of diens goederen in de loop van de uitvoering van het Verdrag. Vorderingen van derden wegens enigerlei schade die is toegebracht door functionarissen van één der Staten-Partijen worden in behandeling genomen door de Staat-Partij die daarvoor het meest in aanmerking komt, te bepalen in overleg met de andere twee Staten-Partijen. De ter voldoening van een vordering gemaakte kosten worden door de drie Staten-Partijen gedragen in overeenstemming met de verdeelsleutel als vervat in de Bijlage.
-
- Het eerste en het tweede lid van artikel 9 van deze Overeenkomst zijn niet van toepassing indien de schade in kwestie het gevolg is van opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid van een Staat-Partij of diens functionarissen. In dat geval worden de kosten van enige aansprakelijkheid alleen gedragen door die Staat-Partij.
-
- In geval van schade die is toegebracht aan of door gemeenschappelijke goederen van de Staten-Partijen worden de kosten van de schadevergoeding, wanneer deze niet op derden kunnen worden verhaald, gedragen door de Staten-Partijen in overeenstemming met de verdeelsleutel als vervat in de Bijlage bij deze Overeenkomst.
Artikel 10
Voor de doeleinden als omschreven in de artikelen II tot en met IX en artikel XI van het Verdrag, alsmede de Bijlage A tot en met I en Bijlage K daarbij, wordt de Benelux in de „Open Luchtruim”-Overlegcommissie vertegenwoordigd door de Staat-Partij die het voorzitterschap bekleedt in het Benelux-samenwerkingsverband. De vertegenwoordigers van de twee andere Staten-Partijen fungeren als plaatsvervangend vertegenwoordigers in de „Open Luchtruim”-Overlegcommissie, waarbij de vertegenwoordiger van de Partij die als eerstvolgende het voorzitterschap zal bekleden, als eerste plaatsvervanger optreedt.
Artikel 11
1. België en Nederland staan Luxemburg bij in de uitvoering van het Verdrag en deze Overeenkomst.
2. Nederland is bereid een C130 Hercules beschikbaar te stellen voor „open luchtruim”-vluchten wanneer het zo’n vliegtuig tot zijn beschikking heeft. Indien dit vliegtuig wordt gebruikt, zijn de desbetreffende bepalingen van de artikelen 3, 4 en 9 van deze Overeenkomst van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12
1. Elke door de Staten-Partijen overeengekomen aanpassing of wijziging van deze Overeenkomst wordt van kracht op een in een diplomatieke-notawisseling vast te stellen datum.
2. Elke aanpassing of wijziging van de Bijlage wordt schriftelijk tussen de bevoegde autoriteiten overeengekomen en wordt onmiddellijk van kracht.
Artikel 13
1. De Staten-Partijen leggen hun akten van bekrachtiging van het Verdrag gelijktijdig neder.
2. Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag, of, indien de drie Staten-Partijen hun akten van bekrachtiging van het Verdrag niet hebben nedergelegd vóór de inwerkingtreding daarvan, op de dag waarop zij hun akten nederleggen.
Artikel 14
1. Een geschil tussen de Staten-Partijen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van de Overeenkomst dat niet binnen een redelijke termijn kan worden geregeld door middel van diplomatieke onderhandelingen, wordt voorgelegd aan een scheidsgerecht bestaande uit drie leden. De twee bij een geschil betrokken partijen benoemen één scheidsman en de aldus benoemde scheidsmannen benoemen gezamenlijk een derde scheidsman, die geen onderdaan is van de Staten-Partijen; deze fungeert als voorzitter.
2. Indien één van de partijen nalaat haar scheidsman te benoemen en hiertoe niet is overgegaan binnen twee maanden na een daartoe strekkend verzoek van de andere partij, kan laatstbedoelde partij de President van het Internationaal Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.
3. Indien de twee scheidsmannen binnen twee maanden na hun benoeming geen overeenstemming kunnen bereiken over de keuze van de derde scheidsman, kan elk van beide partijen de President van het Internationaal Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.
4. Ingeval het scheidsgerecht niet tot consensus kan komen, wordt een beslissing genomen met een meerderheid van stemmen. De beslissing is onherroepelijk en bindend voor de Staten-Partijen.
Artikel 15
Deze Overeenkomst wordt beëindigd op de datum van terugtrekking uit het Verdrag door één of meer Staten-Partijen bij de Overeenkomst, dan wel op de datum van beëindiging van de regeling ingevolge artikel XIV van het Verdrag.