40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Protocol bij de Euro-Mediterrane Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds, in verband met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië,en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie | BWBV0001952 | verdrag | geldend | 2006-05-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0001952 | Protocol bij de Euro-Mediterrane Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds, in verband met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië,en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie |
Protocol bij de Euro-Mediterrane Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds, in verband met de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië,en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie
Artikel 1
De Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek (hierna „de nieuwe lidstaten’’ te noemen) worden partij bij de Euro-mediterrane overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds, en dienen, op dezelfde wijze als de andere lidstaten van de Gemeenschap, de teksten van de overeenkomst, alsmede de gemeenschappelijke verklaringen, de verklaringen en de briefwisselingen goed te keuren respectievelijk er nota van te nemen.
Artikel 2
In verband met recente institutionele ontwikkelingen binnen de Europese Unie komen de partijen overeen dat na het verstrijken van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal de bestaande bepalingen in de Euro-mediterrane overeenkomst die verwijzen naar de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal geacht worden te verwijzen naar de Europese Gemeenschap, die alle rechten en verplichtingen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal heeft overgenomen.
Hoofdstuk I. WIJZIGINGEN IN DE TEKST VAN DE EURO-MEDITERRANE OVEREENKOMST, MET INBEGRIP VAN BIJLAGEN EN DE PROTOCOLLEN
Artikel 3
Wijzigt de Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds, Brussel, 23-02-2006
Artikel 4
Wijzigt de Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds, Brussel, 23-02-2006
Artikel 5
Wijzigt de Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds, Brussel, 23-02-2006
Artikel 6
Wijzigt de Euro-Mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Staat Israël, anderzijds, Brussel, 23-02-2006
Hoofdstuk II. OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 7
1.
Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze door Israël of een nieuwe lidstaat zijn afgegeven in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die deze landen onderling toepassen, worden overeenkomstig dit protocol in de betrokken landen aanvaard, mits:
a. a. de aanvaarding van het bewijs van oorsprong betekent dat een preferentieel tarief wordt gehanteerd overeenkomstig de in de Euro-mediterrane overeenkomst opgenomen preferentiële tariefmaatregelen; b. b. het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven; c. c. het bewijs van oorsprong binnen de periode van vier maanden na de datum van toetreding wordt ingediend.
Indien goederen vóór de datum van toetreding zijn aangegeven voor invoer in Israël of een nieuwe lidstaat op grond van op dat tijdstip tussen Israël en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen op grond van die overeenkomsten of regelingen nadien afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, mits het bewijs binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd.
2.
Israël en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur’’ is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits:
a. a. een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de door Israël vóór de toetredingsdatum met de Gemeenschap gesloten overeenkomst; en b. b. de toegelaten exporteurs de regels van oorsprong uit hoofde van die overeenkomst toepassen.
Deze vergunningen worden uiterlijk een jaar na de toetredingsdatum vervangen door nieuwe vergunningen die volgens de voorwaarden van de Euro-mediterrane overeenkomst zijn afgegeven.
3. Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van de preferentiële overeenkomsten en autonome regelingen als bedoeld in de leden 1 en 2, moeten gedurende een periode van drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong worden aanvaard door de bevoegde douaneautoriteiten van Israël en de lidstaten, en kunnen gedurende een periode van drie jaar vanaf de aanvaarding van het bewijs van oorsprong nog worden gedaan door die autoriteiten ter rechtvaardiging van een invoeraangifte.
Artikel 8
-
- De bepalingen van de Euro-mediterrane overeenkomst kunnen worden toegepast op goederen die van Israël naar een van de nieuwe lidstaten of van een van de nieuwe lidstaten naar Israël worden uitgevoerd, die voldoen aan de bepalingen van protocol nr. 4 en die op de datum van toetreding onderweg zijn of in tijdelijke opslag zijn in een douane-entrepot of een vrije zone in Israël of in die nieuwe lidstaat.
-
- In dergelijke gevallen kan preferentiële behandeling worden verleend, mits binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten van het land van invoer een bewijs van oorsprong wordt ingediend dat achteraf is afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer.
Titel . ALGMEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 9
Bij dit protocol wordt overeengekomen dat er naar aanleiding van deze uitbreiding van de Gemeenschap geen claims, verzoeken of beroepen mogen worden ingediend of concessies mogen worden gewijzigd of ingetrokken op grond van de artikelen XXIV.6 en XXVIII van de GATT 1994.
Artikel 10
Voor het jaar 2004 moeten de hoeveelheden van de nieuwe tariefcontingenten en de toename van de hoeveelheden van de bestaande tariefcontingenten worden berekend naar rata van de basishoeveelheden, rekening houdend met de voor de inwerkingtreding van dit protocol verstreken periode.
Artikel 11
Dit protocol vormt een integrerend onderdeel van de Euro-mediterrane overeenkomst. De bijlagen en verklaringen bij dit protocol vormen een integrerend onderdeel daarvan.
Artikel 12
1. Dit protocol wordt door de Gemeenschap, door de Raad van de Europese Unie namens de lidstaten en door de Staat Israël volgens hun eigen procedures goedgekeurd.
2. De partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van de procedures bedoeld in voorgaand lid. De akten van goedkeuring worden nedergelegd bij het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.
Artikel 13
1. Dit protocol treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand na de datum van de nederlegging van de laatste akte van goedkeuring.
2. Dit protocol is voorlopig van toepassing met ingang van 1 mei 2004.
Artikel 14
Dit protocol is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Hebreeuwse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Artikel 15
De tekst van de Euro-mediterrane overeenkomst, de bijlagen en de protocollen die daarvan een integrerend deel vormen, de slotakte en de daaraan gehechte verklaringen worden opgemaakt in de Estse, de Hongaarse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Poolse, de Sloveense, de Slowaakse en de Tsjechische taal, en die teksten zijn evenzeer authentiek als de oorspronkelijke teksten. De Associatieraad moet deze teksten goedkeuren.