40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie | BWBV0006440 | verdrag | geldend | 2020-10-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0006440 | Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie |
Protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie
Artikel 1
De Republiek Bulgarije en Roemenië worden partij bij de Euro-mediterrane overeenkomst en zij dienen, op dezelfde wijze als de andere lidstaten van deUnie, de teksten van de overeenkomst alsmede de gemeenschappelijke verklaringen, eenzijdige verklaringen en briefwisselingen respectievelijk goed te keuren en er nota van te nemen.
Hoofdstuk I. WIJZIGINGEN VAN DE TEKST VAN DE
Artikel 2
Wijzigt de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Tunesië, anderzijds, Brussel, 17 juli 1995.
Hoofdstuk II. OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 3
1.
Bewijzen van oorsprong die op de juiste wijze door Tunesië of een van de nieuwe lidstaten zijn afgegeven in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die deze landen onderling toepassen, worden op grond van dit protocol in de betrokken landen aanvaard, mits:
a. a. de verkrijging van de oorsprong met zich meebrengt dat een preferentieel tarief wordt toegepast overeenkomstig de in de Euro-mediterrane overeenkomst of in het stelsel van algemene preferenties van de Gemeenschap opgenomen preferentiële tariefmaatregelen; b. b. het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten uiterlijk op de dag vóór de datum van toetreding zijn afgegeven; c. c. het bewijs van oorsprong binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten wordt ingediend.
Indien goederen vóór de datum van toetreding zijn aangegeven voor invoer in Tunesië of een nieuwe lidstaat op grond van op dat moment tussen Tunesië en die nieuwe lidstaat geldende preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen, kunnen op grond van die overeenkomsten of regelingen achteraf afgegeven bewijzen van oorsprong ook worden aanvaard, mits het bewijs binnen vier maanden na de datum van toetreding aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd.
2.
Tunesië en de nieuwe lidstaten mogen vergunningen waarmee de status van „toegelaten exporteur” is verleend in het kader van preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen die zij onderling toepassen, blijven gebruiken, mits:
a. a. een dergelijke bepaling ook is opgenomen in de door Tunesië vóór de datum van toetreding met de Unie gesloten overeenkomst; b. b. de toegelaten exporteurs de regels van oorsprong uit hoofde van die overeenkomst toepassen.
Deze vergunningen moeten uiterlijk één jaar na de datum van toetreding worden vervangen door nieuwe vergunningen die volgens de voorwaarden van de overeenkomst zijn afgegeven.
3. Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die zijn afgegeven op grond van de in de leden 1 en 2 preferentiële overeenkomsten of autonome regelingen kunnen door de bevoegde douaneautoriteiten van Tunesië en de nieuwe lidstaten worden ingediend en worden door die autoriteiten aanvaard gedurende een periode van drie jaar na de afgifte van het betrokken bewijs van oorsprong.
Artikel 4
1. De bepalingen van de Euro-mediterrane overeenkomst kunnen worden toegepast op goederen die worden uitgevoerd uit Tunesië naar een van de nieuwe lidstaten of uit een van de nieuwe lidstaten naar Tunesië, die voldoen aan de bepalingen van protocol 4 en die op de datum van toetreding onderweg zijn of zich in tijdelijke opslag, in een douane-entrepot, in een vrije zone of op een bedrijventerrein in Tunesië of in die nieuwe lidstaat bevinden.
2. In dergelijke gevallen mag preferentiële behandeling worden verleend, mits binnen vier maanden na de datum van toetreding bij de douaneautoriteiten van het land van invoer een bewijs van oorsprong wordt ingediend dat achteraf is afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer.
Hoofdstuk III. ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 5
Bij dit protocol wordt overeengekomen dat naar aanleiding van de uitbreiding van de Unie geen claims, verzoeken of beroepen kunnen worden ingediend of concessies kunnen worden gewijzigd of ingetrokken uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de GATT.
Artikel 6
Dit protocol is een integrerend onderdeel van de Euro-mediterrane overeenkomst.
Artikel 7
1. Dit protocol wordt door de Unie, door de Raad van de Europese Unie namens de lidstaten en door Tunesië volgens hun eigen procedures goedgekeurd.
2. De partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van de in lid 1 bedoelde procedures. De akten van ratificatie of goedkeuring worden neergelegd bij het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.
Artikel 8
1. Dit protocol treedt definitief in werking op de eerste dag van de eerste maand volgende op de datum waarop de laatste akte van goedkeuring of ratificatie is neergelegd.
2. Dit protocol is voorlopig van toepassing met ingang van 1 januari 2007.
Artikel 9
Dit protocol is opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Artikel 10
De tekst van de Euro-mediterrane overeenkomst, met inbegrip van de bijlagen en protocollen die ervan een integrerend onderdeel zijn, alsmede de slotakte en de daaraan gehechte verklaringen, worden opgesteld in de Bulgaarse en de Roemeense taal, en deze teksten zijn evenzeer authentiek als de oorspronkelijke teksten.
De Associatieraad keurt de Bulgaarse en Roemeense taalversies van deze teksten goed.