rijk/verdrag/protocol-tussen-de-benelux-staten-het-koninkrijk-belgië-het-groothertogdom-luxem/BWBV0005872
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Protocol tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en Montenegro ter uitvoering van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Montenegro betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven BWBV0005872 verdrag geldend 2014-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0005872 Protocol tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en Montenegro ter uitvoering van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Montenegro betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven

Protocol tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en Montenegro ter uitvoering van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Montenegro betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven

Afdeling 1. BEVOEGDE AUTORITEITEN EN GRENSOVERGANGEN

Artikel 1

1. De voor de toepassing van de Overeenkomst bevoegde autoriteiten staan in Bijlage 1 bij dit Protocol vermeld.

2. De bevoegde autoriteiten communiceren per e-mail, per fax of via andere technische middelen.

3. De Partijen stellen elkaar rechtstreeks onverwijld en langs diplomatieke weg in kennis van iedere wijziging in de lijst van de in Bijlage 1 bij dit Protocol vermelde bevoegde autoriteiten.

Artikel 2

1. De voor de toepassing van deze Overeenkomst te gebruiken grensovergangen staan in Bijlage 2 bij dit Protocol vermeld.

2. De bevoegde autoriteiten kunnen per geval overeenkomen gebruik te maken van andere grensovergangen voor de overname en doorgeleiding.

3. De Partijen stellen elkaar rechtstreeks onverwijld en langs diplomatieke weg in kennis van iedere wijziging in de lijst van de in Bijlage 2 bij dit Protocol vermelde grensovergangen.

Afdeling 2. OVERNAMEPROCEDURES

Artikel 3

1. De overname van onderdanen van de Partijen zal worden uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 2, 4, 7 en 8 van de Overeenkomst.

2.

Naast de documenten als vermeld in Bijlage 1 bij de Overeenkomst kan de Montenegrijnse nationaliteit eveneens worden aangetoond middels de volgende documenten:

een na 5 mei 2008 afgegeven reisdocument; een na 5 mei 2008 afgegeven identiteitskaart.

3. Het antwoord op het overnameverzoek bevat de in Bijlage 3 bij dit Protocol vermelde gegevens.

4. Het antwoord op het overnameverzoek wordt ter kennis gebracht van de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij. Een positief antwoord wordt tevens ter kennis gebracht van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij, die onmiddellijk een reisdocument afgeeft overeenkomstig artikel 2, vierde lid, of artikel 4, vierde lid, van de Overeenkomst. Een door de over te nemen persoon ondertekende aanvraag is niet nodig.

5. Voorafgaand aan de overname stellen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij van de overdracht in kennis overeenkomstig artikel 11, eerste lid, van de Overeenkomst. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van het formulier in Bijlage 4 bij dit Protocol.

Artikel 4

1. De overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen wordt uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 3, 5, 7 en 9 van de Overeenkomst.

2. Het antwoord op het overnameverzoek bevat de in Bijlage 3 van dit Protocol vermelde gegevens.

3. Het antwoord op het overnameverzoek wordt ter kennis gebracht van de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij. In het geval van een positief antwoord geven de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij onmiddellijk een reisdocument af overeenkomstig artikel 3, vierde lid, of artikel 5, vierde lid, van de Overeenkomst. Een door de over te nemen persoon ondertekende aanvraag is niet benodigd.

4. Voorafgaand aan de overdracht stellen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij van de overdracht in kennis overeenkomstig artikel 11, eerste lid, van de Overeenkomst. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van het formulier in Bijlage 4 bij dit Protocol.

Afdeling 3. DOORGELEIDINGSPROCEDURE

Artikel 5

1. De doorgeleiding van onderdanen van derde landen of staatloze personen wordt uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 13 en 14 van de Overeenkomst.

2. Het doorgeleidingsverzoek voor onderdanen van derde landen of staatloze personen wordt bij voorkeur rechtstreeks per fax of via andere communicatiemiddelen verzonden aan de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij, met inachtneming van de bepalingen in artikel 16 van de Overeenkomst.

3. Het doorgeleidingsverzoek wordt bij voorkeur binnen zeven kalenderdagen voorafgaand aan de doorgeleiding naar de aangezochte Partij verzonden. De aangezochte Partij antwoordt onverwijld en uiterlijk binnen vijf kalenderdagen.

4. Het antwoord op het doorgeleidingsverzoek bevat de in Bijlage 5 van dit Protocol vermelde gegevens.

Afdeling 4. BEGELEIDING

Artikel 6

Een begeleider is een door de verzoekende Partij aangewezen persoon belast met de begeleiding van de over te nemen of door te geleiden persoon.

Artikel 7

1. De verzoekende Partij geeft aan of de door te geleiden persoon begeleid zal worden. Dit dient in het doorgeleidingsverzoek te worden vermeld onder B (Doorgeleiding).

2. Onmiddellijk na ontvangst van een positief antwoord op het doorgeleidingsverzoek stelt de verzoekende Partij de aangezochte Partij in kennis van de voorna(a)m(en), achternaam en het type en nummer van het paspoort van de begeleider(s). Tevens worden de reisgegevens, het nummer van de begeleidingsvergunning en de instantie van afgifte van deze vergunning vermeld.

3. Indien de verzoekende Partij ondersteuning van de doorgeleiding door de autoriteiten van de aangezochte Partij noodzakelijk acht, wordt dit verzoek in het doorgeleidingsverzoek onder C (Opmerkingen) aangegeven.

4.

In het antwoord op het doorgeleidingsverzoek bericht de aangezochte Partij of zij in de gevraagde ondersteuning kan voorzien.

Artikel 8

1. De bevoegdheden van de begeleiders zijn beperkt tot zelfverdediging. Daarnaast kunnen de begeleiders, bij afwezigheid van terzake bevoegde ambtenaren van de aangezochte Partij of ter ondersteuning van deze ambtenaren, in reactie op een onmiddellijke en ernstige dreiging op redelijke en proportionele wijze optreden om te voorkomen dat de betrokkene vlucht, zichzelf of derden letsel toebrengt dan wel schade aan goederen veroorzaakt.

2. Begeleiders houden zich te allen tijde aan de wetgeving van de aangezochte Partij.

3. Begeleiders voeren hun taak ongewapend en in burgerkledij uit. Zij dienen in het bezit te zijn van een begeleidingsvergunning, een machtiging tot overname of doorgeleiding en een identiteitsbewijs.

4. De autoriteiten van de aangezochte Partij verlenen de begeleiders bij de uitoefening van hun taken in het kader van de Overeenkomst dezelfde bescherming en bijstand als de eigen ter zake bevoegde ambtenaren.

Afdeling 5. KOSTEN

Artikel 9

1. De toewijzing van alle kosten verbonden aan het proces van overname en doorgeleiding is vastgesteld in artikel 15 van de Overeenkomst.

2. De verzoekende Partij vergoedt de aangezochte Partij alle kosten die samenhangen met de verzochte en door de aangezochte Partij verleende bijstand tijdens de doorgeleiding.

3. Alle met een abusievelijke overname samenhangende vervoers- en begeleidingskosten worden overeenkomstig artikel 12 van de Overeenkomst gedragen door de verzoekende Partij.

4. Alle door de aangezochte Partij gemaakte kosten worden door de verzoekende Partij vergoed door middel van een bankgiro binnen zestig dagen te rekenen van de dag van overhandiging van de factuur.

Afdeling 6. TENUITVOERLEGGING EN TOEPASSING

Artikel 10

1. De Partijen werken samen bij kwesties omtrent de toepassing van de Overeenkomst en dit Protocol.

2. Hiertoe kan een commissie van deskundigen worden ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten van de Partijen.

3. Indien nodig komt de commissie op verzoek van één van de Partijen bijeen.

4. Geschillen waarover de commissie van deskundigen geen overeenstemming kan bereiken, worden langs diplomatieke weg beslecht.

Artikel 11

Partijen communiceren met elkaar in de Engelse taal.

Afdeling 7. SLOTBEPALINGEN

Artikel 12

De Bijlagen 1 tot en met 5 maken een integrerend deel uit van dit Protocol.

Artikel 13

1. Dit Protocol en zijn Bijlagen kunnen in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden gewijzigd.

2. Wijzigingen van het Protocol treden in werking in overeenstemming met de procedure vervat in artikel 16, eerste en tweede lid.

3. Wijzigingen van de Bijlagen treden in werking op een door de partijen te bepalen datum.

Artikel 14

Dit Protocol is van toepassing op het grondgebied van Montenegro, het grondgebied van het Koninkrijk België, het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg en het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden voor zover het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op dit grondgebied van toepassing is.

Artikel 15

Het Koninkrijk België is depositaris van dit Protocol. De depositaris doet alle Partijen een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toekomen.

Artikel 16

1. De Partijen stellen elkaar en de depositaris in kennis van de voltooiing van de benodigde nationale wettelijke procedures voor de inwerkintreding van het Protocol.

2. Dit Protocol treedt overeenkomstig artikel 19, tweede lid, van de Overeenkomst in werking op de eerste dag van de tweede maand na kennisgeving door de depositaris aan het Gemengd Comité overname dat de daarvoor noodzakelijke interne procedures door iedere Partij zijn voltooid. Een afschrift van deze kennisgeving wordt door de depositaris aan iedere Partij verstrekt.

3. De toepassing van dit Protocol wordt gelijktijdig met de opzegging van de Overeenkomst beëindigd.