rijk/verdrag/verdrag-inzake-de-bescherming-van-de-rijn/BWBV0001466
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verdrag inzake de bescherming van de Rijn BWBV0001466 verdrag geldend 2003-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0001466 Verdrag inzake de bescherming van de Rijn

Verdrag inzake de bescherming van de Rijn

Artikel 1

In dit Verdrag wordt verstaan onder

a) a) „Rijn” de Rijn vanaf het uitstromen uit het Bodenmeer en, in Nederland, de armen Bovenrijn, Bijlands Kanaal, Pannerdensch Kanaal, IJssel, Nederrijn, Lek, Waal, Boven-Merwede, Beneden-Merwede, Noord, Oude Maas, Nieuwe Maas en Scheur alsmede de Nieuwe Waterweg tot aan de basislijn, zoals in artikel 5 juncto artikel 11 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee gedefinieerd, het Ketelmeer en het IJsselmeer; b) b) „Commissie” de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn (IRC).

Artikel 2

Het toepassingsgebied van dit Verdrag omvat

a) a) de Rijn; b) b) het grondwater dat in wisselwerking met de Rijn staat; c) c) de aquatische en terrestrische ecosystemen die in wisselwerking met de Rijn staan of waarvan de wisselwerking met de Rijn hersteld zou kunnen worden; d) d) het stroomgebied van de Rijn, voor zover de belasting door stoffen nadelige effecten heeft voor de Rijn; e) e) het stroomgebied van de Rijn, voor zover van belang voor het voorkomen van hoogwaterproblemen en de bescherming tegen overstromingen langs de oevers van de Rijn.

Artikel 3

Met dit Verdrag streven de Verdragspartijen de volgende doelstellingen na:

1.

duurzame ontwikkeling van het ecosysteem van de Rijn, met name door

a) a) behoud en verbetering van de waterkwaliteit van de Rijn en daarmee ook van het zwevend stof en de sedimenten, alsmede het grondwater, waarbij met name

        
        verontreiniging door schadelijke stoffen en nutriënten uit puntbronnen (b.v. industrie en gemeenten), uit diffuse bronnen (b.v. landbouw en verkeer), ook via het grondwater, en uit de scheep vaart zoveel mogelijk moet worden voorkomen, verminderd of beëindigd.
      
      
        
        de veiligheid van installaties wordt gewaarborgd en verbeterd en bedrijfsstoringen en calamiteiten worden voorkomen;

verontreiniging door schadelijke stoffen en nutriënten uit puntbronnen (b.v. industrie en gemeenten), uit diffuse bronnen (b.v. landbouw en verkeer), ook via het grondwater, en uit de scheep vaart zoveel mogelijk moet worden voorkomen, verminderd of beëindigd. de veiligheid van installaties wordt gewaarborgd en verbeterd en bedrijfsstoringen en calamiteiten worden voorkomen; b) b) bescherming van populaties van organismen en van de soortendiversiteit, alsmede vermindering van de belasting van organismen met schadelijke stoffen; c) c) behoud, verbetering en herstel van de natuurlijke functie van stromend water; het veiligstellen van een afvoerbeheer dat rekening houdt met de natuurlijke verplaatsing van erosiemateriaal en door het bevorderen van de wisselwerkingen tussen rivier, grondwater en oevergebieden en het behoud, beschermen en herstellen van oevergebieden als natuurlijke overstromingsgebieden; d) d) behoud, verbetering en herstel van zo natuurlijk mogelijke leefgebieden voor in het wild levende dieren en planten in het water, op de bodem en aan de oevers van de rivier en in aangrenzende gebieden, met inbegrip van de verbetering van de leefomstandigheden voor vissen en het herstel van hun vrije migratie; e) e) het veiligstellen van een ecologisch verantwoord en rationeel beheer van de watervoorraden; f) f) rekening te houden met ecologische randvoorwaarden bij het aanbrengen van technische voorzieningen voor het waterbeheer, zoals b.v. in het kader van bescherming tegen hoogwater, de scheepvaart en het gebruik van waterkracht;

2. veiligstellen van het gebruik van Rijnwater voor de drinkwatervoorziening;

3. verbetering van de sedimentkwaliteit ten behoeve van het zonder schade storten of verspreiden van baggerspecie;

4. geïntegreerde voorzorgsmaatregelen en beschermingsmaatregelen tegen hoogwater met inachtneming van de ecologische randvoorwaarden;

5. vermindering van de belasting van de Noordzee afgestemd op de andere maatregelen ter bescherming van dit zeegebied.

Artikel 4

De Verdragspartijen laten zich daarbij leiden door de volgende principes:

a) a) het voorzorgsprincipe; b) b) het principe van preventie; c) c) het principe de aantasting van het milieu in de eerste plaats bij de bron te bestrijden; d) d) het principe „de vervuiler betaalt"; e) e) het „stand-still"-principe; f) f) het principe van compensatie van omvangrijke technische ingrepen; g) g) het principe van duurzame ontwikkeling; h) h) het toepassen en verder ontwikkelen van de stand van de techniek en van de beste milieupraktijk; i) i) het principe van het niet verschuiven van belasting van het ene milieucompartiment naar het andere.

Artikel 5

Teneinde de in artikel 3 genoemde doelstellingen te verwezenlijken en met inachtneming van de in artikel 4 genoemde beginselen verplichten de Verdragspartijen zich tot het volgende:

1. Zij versterken hun samenwerking en informeren elkaar wederzijds in het bijzonder over de op hun grondgebied ter bescherming van de Rijn uitgevoerde maatregelen.

2. Zij voeren de door de Commissie vastgestelde internationale meetprogramma's en onderzoekprojekten betreffende het ecosysteem Rijn op hun grondgebied uit en informeren de Commissie over de resultaten daarvan.

3. Zij verrichten onderzoek met het doel de oorzaken en de veroorzakers van verontreinigingen vast te stellen.

4.

Zij nemen de autonome maatregelen die zij voor hun grondgebied noodzakelijk achten en garanderen in elk geval dat

a) a) het lozen van afvalwater dat de waterkwaliteit kan beïnvloeden onderworpen is aan een voorafgaande vergunning of aan een algemeen verbindende regeling waarin grenswaarden voor de emissies worden vastgelegd; b) b) het lozen van gevaarlijke stoffen geleidelijk wordt verminderd met het doel dergelijke stoffen niet meer te lozen; c) c) toezicht wordt gehouden op de naleving van de vergunningen of van de algemeen verbindende regelingen en op het lozen; d) d) de vergunningen of de algemeen verbindende regelingen regelmatig worden getoetst en aangepast, voor zover substantiële vorderingen bij de ontwikkeling van de techniek dit mogelijk maken of de toestand van het ontvangende water dit vereist; e) e) de gevaren van verontreiniging ten gevolge van ongevallen of bedrijfsstoringen door middel van regelingen zoveel mogelijk worden verminderd en voorzorgsmaatregelen voor noodsituaties worden getroffen; f) f) technische ingrepen die het ecosysteem Rijn ernstig kunnen aantasten onderworpen zijn aan een voorafgaande vergunning waaraan voorschriften zijn verbonden of aan een algemeen verbindende regeling.

5. Zij treffen de voor hun grondgebied vereiste maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de besluiten van de Commissie overeenkomstig artikel 11.

6. Zij informeren bij bedrijfsstoringen of ongevallen waarvan de gevolgen de waterkwaliteit van de Rijn kunnen bedreigen, of bij naderend hoogwater onverwijld de Commissie en de Verdragspartijen die daardoor getroffen kunnen worden overeenkomstig de door de Commissie gecoördineerde waarschuwings- en alarmplannen.

Artikel 6

1. Voor de tenuitvoerlegging van dit Verdrag blijven de Verdragspartijen in de Commissie samenwerken.

2. De Commissie bezit rechtspersoonlijkheid. In het bijzonder bezit zij op het grondgebied van de Verdragspartijen de rechtsbevoegdheid en handelingsbekwaamheid die naar nationaal recht wordt toegekend aan rechtspersonen. Zij wordt vertegenwoordigd door de voorzitter.

3. Op vraagstukken met betrekking tot het arbeidsrecht en op sociale vraagstukken is het recht van het land van de zetel van toepassing.

Artikel 7

1. De Commissie bestaat uit de delegaties van de Verdragspartijen. Iedere Verdragspartij benoemt afgevaardigden, van wie er een als delegatieleider wordt aangewezen.

2. De delegaties kunnen zich laten bijstaan door deskundigen.

3.

Het voorzitterschap van de Commissie wordt afwisselend door iedere delegatie voor de duur van drie jaar uitgeoefend volgens de in de preambule vermelde volgorde van de Verdragspartijen. De delegatie die het voorzitterschap bekleedt wijst de voorzitter van de Commissie aan. De voorzitter treedt niet op als woordvoerder van zijn delegatie.

Indien een Verdragspartij afziet van uitoefening van het voorzitterschap, wordt dit bekleed door de eerstvolgende Verdragspartij.

4. De Commissie stelt een huishoudelijk en financieel reglement vast.

5. De Commissie neemt besluiten over maatregelen met betrekking tot de interne organisatie, de noodzakelijk geachte werkstructuur en de jaarlijkse begroting.

Artikel 8

1.

Teneinde de in artikel 3 omschreven doelstellingen te verwezenlijken vervult de Commissie de volgende taken:

a) a) Zij bereidt internationale meetprogramma's en onderzoeken van het ecosysteem Rijn voor en evalueert de resultaten daarvan, waarbij zij kan samenwerken met wetenschappelijke instellingen. b) b) Zij stelt voorstellen op voor afzonderlijke maatregelen en actieprogramma's, indien nodig inclusief economische instrumenten en rekening houdend met de daarbij te verwachten kosten. c) c) Zij coördineert de waarschuwings- en alarmplannen van de Verdragsluitende Staten voor de Rijn. d) d) Zij toetst de doeltreffendheid van de genomen maatregelen in het bijzonder op basis van de rapportages van de Verdragspartijen en van de resultaten van meetprogramma's en onderzoeken met betrekking tot het ecosysteem Rijn. e) e) Zij voert andere taken uit, die haar door de Verdragspartijen worden opgedragen.

2. Hiertoe neemt de Commissie besluiten overeenkomstig de artikelen 10 en 11.

3. De Commissie brengt jaarlijks aan de Verdragspartijen verslag uit van haar activiteiten.

4. De Commissie informeert het publiek over de toestand van de Rijn en over de resultaten van haar werkzaamheden. Zij kan rapporten opstellen en openbaar maken.

Artikel 9

1. De Commissie komt eenmaal per jaar op uitnodiging van de voorzitter in plenaire vergadering bijeen.

2. Buitengewone plenaire vergaderingen worden door de voorzitter op zijn initiatief of op verzoek van tenminste twee delegaties bijeengeroepen.

3. De voorzitter stelt de agenda voor. Iedere delegatie heeft het recht die onderwerpen op de agenda te doen plaatsen die zij behandeld wenst te zien.

Artikel 10

1. Besluiten van de Commissie worden genomen met eenparigheid van stemmen.

2. Iedere delegatie heeft één stem.

3. Indien in artikel 8, eerste lid, onder b, bedoelde maatregelen die door de Verdragspartijen dienen te worden uitgevoerd, onder de bevoegdheid vallen van de Europese Gemeenschap, oefent de Europese Gemeenschap, in afwijking van het tweede lid, haar stemrecht uit met een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van haar Lidstaten die Partij zijn bij dit Verdrag. De Europese Gemeenschap oefent haar stemrecht niet uit wanneer de Lidstaten hun stemrecht uitoefenen en omgekeerd.

4. Stemonthouding door niet meer dan één delegatie staat eenparigheid van stemmen niet in de weg. Dit geldt niet voor de delegatie van de Europese Gemeenschap. De afwezigheid van een delegatie geldt als stemonthouding.

5. Het huishoudelijk reglement kan voorzien in een schriftelijke procedure.

Artikel 11

1. De Commissie richt haar besluiten over maatregelen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, in de vorm van aanbevelingen aan de Verdragspartijen. De tenuitvoerlegging geschiedt overeenkomstig het nationale recht van de Verdragspartijen.

2.

De Commissie kan bepalen dat deze besluiten

a) a) binnen een gegeven tijdschema door de Verdragspartijen moeten worden uitgevoerd; b) b) volgens een gecoördineerde procedure moeten worden uitgevoerd.

3.

De Verdragspartijen brengen regelmatig aan de Commissie verslag uit over

a) a) de maatregelen van wetgevende, regelgevende of andere aard die zij hebben getroffen om uitvoering te geven aan de bepalingen van het Verdrag en aan de door de Commissie genomen besluiten; b) b) de resultaten van de uitvoering van de onder a) genoemde maatregelen; c) c) de problemen die ontstaan bij de tenuitvoerlegging van de onder a) genoemde maatregelen.

4.

Indien een Verdragspartij de besluiten van de Commissie niet of slechts gedeeltelijk kan uitvoeren, stelt zij de Commissie daarvan binnen een bepaalde, door de Commissie per geval te bepalen termijn, in kennis en zet haar redenen uiteen. Elke delegatie kan om overleg verzoeken; aan dit verzoek dient binnen een termijn van twee maanden te worden voldaan.

De Commissie kan op grond van de verslagen van de Verdragspartijen of op grond van het overleg besluiten tot maatregelen om de tenuitvoerlegging van de besluiten te bevorderen.

5. De Commissie houdt een lijst bij van haar aan de Verdragspartijen gerichte besluiten. De Verdragspartijen vullen jaarlijks, uiterlijk twee maanden voor de plenaire vergadering van de Commissie, de lijst van de Commissie aan door de stand van zaken aan te geven met betrekking tot de uitvoering van de besluiten van de Commissie.

Artikel 12

1. De Commissie heeft een permanent secretariaat, dat de hem door de Commissie gedelegeerde taken uitoefent en dat wordt geleid door een hoofd.

2. De Verdragspartijen leggen de zetel van het secretariaat vast.

3. De Commissie benoemt het hoofd van het secretariaat.

Artikel 13

1. Elke Verdragspartij draagt de kosten van haar vertegenwoordiging in de Commissie en haar werkstructuur, en elke Verdragsluitende Staat draagt de kosten van het onderzoek en de maatregelen die hij op zijn grondgebied uitvoert.

2. De verdeelsleutel van de Verdragspartijen ter dekking van de kosten van de jaarlijkse begroting worden in het huishoudelijk en financieel reglement van de Commissie vastgelegd.

Artikel 14

1. De Commissie werkt met andere intergouvernementele organisaties samen en kan aan hen aanbevelingen richten.

2.

De Commissie kan als waarnemers erkennen:

a) a) staten die belang hebben bij de werkzaamheden van de Commissie; b) b) intergouvernementele organisaties waarvan de werkzaamheden verband houden met het Verdrag; c) c) niet-gouvernementele organisaties voor zover er sprake is van raakvlakken met hun belangen of taken.

3. De Commissie wisselt informatie uit met niet-gouvernementele organisaties voor zover er sprake is van raakvlakken met hun belangen of taken. In het bijzonder hoort de Commissie alvorens zij besluiten neemt deze organisaties, indien het besluiten betreft die van groot belang kunnen zijn voor deze organisaties, en informeert deze nadat de besluiten zijn genomen.

4. De waarnemers kunnen de Commissie informatie of rapporten voorleggen die voor de doelstellingen van het Verdrag van belang zijn. Zij kunnen worden uitgenodigd om zonder stemrecht deel te nemen aan vergaderingen van de Commissie.

5. De Commissie kan besluiten zich te laten bijstaan door deskundige vertegenwoordigers van de erkende niet-gouvernementele organisaties of door andere deskundigen en dezen uit te nodigen voor vergaderingen van de Commissie.

6. In het huishoudelijk en financieel reglement worden de voorwaarden voor de samenwerking alsmede de vereiste voorwaarden voor toelating en deelneming geregeld.

Artikel 15

De werktalen van de Commissie zijn Duits, Frans en Nederlands. De modaliteiten worden in het huishoudelijk en financieel reglement geregeld.

Artikel 16

1. Indien tussen Verdragspartijen een geschil ontstaat met betrekking tot de interpretatie of toepassing van dit Verdrag, streven deze ernaar tot een oplossing te komen door onderhandeling of via een andere methode van geschillenbeslechting die de Partijen bij het geschil aanvaardbaar achten.

2. Indien het geschil langs deze weg niet kan worden beslecht, wordt, tenzij de Partijen bij het geschil anders beslissen, op verzoek van een van hen een scheidsrechterlijke procedure gevoerd overeenkomstig de bepalingen van de Bijlage bij dit Verdrag, die onderdeel uitmaakt van dit Verdrag.

Artikel 17

Elke Verdragspartij deelt de Regering van de Zwitserse Bondsstaat mede dat voldaan is aan de nationale vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag. De Regering van de Zwitserse Bondsstaat bevestigt de ontvangst van deze mededelingen en stelt daarvan tevens de andere Verdragspartijen in kennis. Het Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de ontvangst van de laatste mededeling.

Artikel 18

1. Na het verstrijken van een tijdvak van drie jaar na de inwerkingtreding kan dit Verdrag te allen tijde door elke Verdragspartij worden opgezegd door middel van een aan de Regering van de Zwitserse Bondsstaat te richten schriftelijke verklaring.

2. Een opzegging wordt van kracht aan het einde van het jaar dat volgt op de opzegging.

Artikel 19

1.

Onverminderd het tweede en derde lid houden bij de inwerkingtreding van dit Verdrag op van kracht te zijn:

a) a) de Overeenkomst van 29 april 1963 nopens de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn tegen verontreiniging; b) b) de Aanvullende Overeenkomst van 3 december 1976 bij de Overeenkomst van 29 april 1963 nopens de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn tegen verontreiniging; c) c) de Overeenkomst van 3 december 1976 inzake de bescherming van de Rijn tegen chemische verontreiniging.

2. De ingevolge de Overeenkomst van 29 april 1963 nopens de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn tegen verontreiniging en de Aanvullende Overeenkomst van 3 december 1976, alsmede de Overeenkomst van 3 december 1976 inzake de bescherming van de Rijn tegen chemische verontreiniging aangenomen besluiten, aanbevelingen, grenswaarden en andere regelingen blijven zonder wijziging van hun juridische status van toepassing, voor zover deze door de Commissie niet uitdrukkelijk worden ingetrokken.

3. De verdeling van de kosten ten behoeve van de jaarlijkse begroting overeenkomstig artikel 12 van de Overeenkomst van 29 april 1963 nopens de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn tegen verontreiniging, zoals gewijzigd door de Aanvullende Overeenkomst van 3 december 1976 blijft van kracht totdat de Commissie in het huishoudelijk en financieel reglement een verdeling heeft vastgelegd.

Artikel 20

Dit Verdrag, dat in de Duitse, Franse en Nederlandse taal is opgesteld, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek, zal worden nedergelegd bij de Regering van de Zwitserse Bondsstaat, die daarvan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift zal doen toekomen aan elke Verdragspartij.