40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verdrag inzake de Instelling van een Veiligheidscontrole op het gebied van de Kernenergie | BWBV0005163 | verdrag | geldend | 1958-02-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0005163 | Verdrag inzake de Instelling van een Veiligheidscontrole op het gebied van de Kernenergie |
Verdrag inzake de Instelling van een Veiligheidscontrole op het gebied van de Kernenergie
Deel I
Artikel 1
(a).
Het doel van de veiligheidscontrole is te verzekeren dat
(i) (i) de functionering van gemeenschappelijke ondernemingen opgericht door twee of meer Regeringen of door onderdanen van twee of meer landen op initiatief of met de hulp van het Agentschap, en (ii) (ii) materialen, uitrusting en diensten welke krachtens met de betrokken Regeringen gesloten overeenkomsten door het Agentschap ter beschikking zijn gesteld of onder zijn toezicht staan
geen militaire doeleinden zullen bevorderen.
(b). De veiligheidscontrole kan op verzoek van de partijen worden toegepast op iedere bilaterale of multilaterale overeenkomst, of, op verzoek van een Regering, op iedere activiteit waarvoor die Regering op het gebied van de kernenergie verantwoordelijk is.
Artikel 2
(a).
Voor de hierboven genoemde doelstellingen zal de veiligheidscontrole van toepassing zijn op
(i) (i) iedere gemeenschappelijke onderneming en op iedere onderneming die valt binnen de werkingssfeer van een overeenkomst gesloten ingevolge artikel 1 (a)**(ii) of een verzoek gengevolge artikel 1*(b)*; (ii) (ii) iedere installatie die basismateriaal of splijtstoffen gebruikt, teruggewonnen of verkregen in dergelijke gemeenschappelijke ondernemingen; (iii) (iii) iedere installatie die splijtstoffen gebruikt, teruggewonnen of verkregen hetzij uit basismateriaal, hetzij uit splijtstof, onderworpen aan controle krachtens artikel 1.
(b). Niettemin kan de Bestuurscommissie van het Agentschap (hierna te noemen de „Bestuurscommissie”) de toepassing van de veiligheidscontrole buiten werking stellen in gevallen waarin splijtstoffen geëxporteerd worden uit het grondgebied dat valt onder de rechtsmacht van de Regeringen welke partij zijn bij dit Verdrag, mits deze splijtstoffen onderworpen zijn aan een gelijkwaardige veiligheidscontrole.
Artikel 3
Ten aanzien van iedere onderneming of installatie die aan controle is onderworpen heeft het Agentschap de volgende rechten en verplichtingen waarvan de omvang wordt bepaald door de veiligheidsvoorschriften bedoeld in artikel 8:
(a) (a) het onderzoeken van de ontwerpen voor speciale uitrusting en installaties, met inbegrip van kernreactoren, uitsluitend met het doel te verzekeren dat de controle doeltreffend kan worden uitgeoefend zoals voorzien in dit Verdrag; (b) (b) het goedkeuren van de middelen te gebruiken voor de chemische bewerking van bestraalde materialen, uitsluitend met het doel te verzekeren dat het in artikel 1 omschreven oogmerk zal worden verwezenlijkt; (c) (c) te eisen dat werkstaten worden bijgehouden en overgelegd, teneinde te verzekeren dat rekening en verantwoording ten aanzien van basismateriaal en splijtstoffen, gebruikt of voortgebracht door de onderneming of de installatie, kan worden afgelegd; (d) (d) het verzoeken om en het in ontvangst nemen van rapporten ten aanzien van de gemaakte vorderingen.
Artikel 4
(a). Splijtstoffen teruggewonnen of verkregen uit basismateriaal of splijtstoffen die aan controle onderworpen zijn worden uitsluitend gebruikt voor vreedzame doeleinden, onder controle van het Agentschap, voor onderzoek of in reactoren die door de betrokken Regering of Regeringen worden aangegeven.
(b). Iedere hoeveelheid teruggewonnen of verkregen splijtstof die uitgaat boven hetgeen voor het boven vermelde gebruik nodig is, blijft onderworpen aan de controle van het Agentschap, dat kan eisen dat het bij het Agentschap in bewaring wordt gegeven of op andere plaatsen die door het Agentschap worden of kunnen worden gecontroleerd, mits daarna op verzoek van de betrokken partijen de aldus gedeponeerde splijtstoffen onmiddellijk aan de betrokken partijen zullen worden teruggegeven om te worden gebruikt onder dezelfde voorwaarden als hierboven vermeld.
Artikel 5
(a). Het Agentschap heeft het recht en de plicht naar het grondgebied dat valt onder de rechtsmacht van de Regeringen welke partij zijn bij dit Verdrag, inspecteurs te zenden, die door het Agentschap na overleg met de betrokken Regering of Regeringen worden aangewezen, welke inspecteurs te allen tijde toegang hebben tot alle plaatsen en gegevens, alsmede tot elke persoon die zich uit hoofde van zijn beroep met aan controle onderworpen materialen, uitrustingen of installaties bezig houdt, voorzover dit noodzakelijk is voor het afleggen van verantwoording voor aan controle onderworpen basismateriaal en splijtstoffen en om er zich van te vergewissen of de verplichtingen, welke voortvloeien uit dit Verdrag en uit iedere andere door het Agentschap met de betrokken Regering of Regeringen gesloten overeenkomst, worden nageleefd.
(b).
Indien deze verplichtingen niet in acht worden genomen kan het Agentschap verzoeken dat de maatregelen worden genomen die nodig zijn ter correctie van de situatie; indien dit niet binnen redelijke tijd gebeurt, kan het Agentschap één of meer van de hierna volgende maatregelen voorschrijven:
(i) (i) de opschorting of beëindiging van leveranties van materialen, uitrustingen of diensten geleverd door of onder toezicht van het Agentschap; (ii) (ii) de teruggave van materialen en uitrustingen geleverd door of onder toezicht van het Agentschap.
Artikel 6
De Regeringen die partij zijn bij dit Verdrag zijn verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen voorgeschreven krachtens lid (b) van artikel 5 en in bevelschriften uitgegeven door de President van het Tribunaal krachtens artikel 11 (e) en zij zijn er tevens voor verantwoordelijk er, voorzover nodig, voor te zorgen dat de verantwoordelijke partijen iedere inbreuk zullen corrigeren.
Deel II
Artikel 7
De controle waarin dit Verdrag voorziet wordt uitgeoefend door de volgende lichamen, die binnen het Agentschap functioneren:
(i) (i) de Bestuurscommissie; (ii) (ii) een Controlebureau dat bestaat uit één vertegenwoordiger van elke Regering die partij is bij dit Verdrag.
Artikel 8
(a).
Het Controlebureau is bevoegd:
(i) (i) veiligheidsvoorschriften uit te werken die voor de verschillende soorten ondernemingen de technische procedure voor de controle vaststellen; (ii) (ii) clausules op te stellen inzake de toepassing van veiligheidsvoorschriften die moeten worden opgenomen in met de betrokken Regeringen te sluiten overeenkomsten; (iii) (iii) na te gaan of de verplichtingen die voortspruiten uit dit Verdrag en uit de in lid (a) (ii) bedoelde overeenkomsten worden nagekomen; (iv) (iv) de rapporten te onderzoeken die betrekking hebben op het uitoefenen van de controle en in gevallen waarin het van oordeel is dat een inbreuk heeft plaats gevonden te verzoeken dat de maatregelen worden genomen die nodig zijn ter correctie van de situatie, en, indien nodig, aan de Bestuurscommissie de voor te schrijven maatregelen voor te stellen.
(b). Het Controlebureau stelt de Bestuurscommissie op de hoogte van iedere inbreuk die naar zijn oordeel heeft plaats gevonden en brengt periodiek rapport uit aan de Commissie over al zijn activiteiten.
Artikel 9
(a). De beslissingen van het Controlebureau worden, tenzij zijn huishoudelijk reglement anders bepaalt, aangenomen bij meerderheid van zijn leden.
(b). Het Controlebureau wordt bijgestaan door een internationale staf die bestaat uit een Directeur van de controle en de administratieve en technische ambtenaren die nodig zijn om de functies van het Controlebureau uit te oefenen en, in het bijzonder, een groep internationale inspecteurs. De inspecteurs en de andere leden van de internationale staf zullen leden van de staf van de Organisatie zijn,
(c). Behoudens hun verantwoordelijkheid tegenover het Agentschap mogen de inspecteurs en de andere leden van de internationale staf, zelfs na beëindiging van hun dienstverband, geen feiten of inlichtingen bekend maken die te hunner kennis zijn gekomen in de uitoefening van hun taak. Iedere inbreuk op deze regel stelt hen in ieder gebied dat onder de rechtsmacht valt van de Regeringen die partij zijn bij dit Verdrag bloot aan die straffen die in dat gebied van kracht zijn voor inbreuken op de regels voor het beroepsgeheim, ongeacht de nationaliteit van de overtreder.
(d). De Organisatie vergoedt iedere onredelijke schade veroorzaakt door het Agentschap of door zijn personeel in de uitoefening van hun taak.
Artikel 10
(a).
De Bestuurscommissie is bevoegd alle beslissingen te nemen die nodig zijn voor de toepassing van dit Verdrag en zij zal in het bijzonder
(i) (i) het huishoudelijk reglement van het Controlebureau goedkeuren; (ii) (ii) de veiligheidsvoorschriften goedkeuren; (iii) (iii) onder voorbehoud van de goedkeuring van de Raad, overeenkomsten aangaan met de betrokken Regeringen; (iv) (iv) waar nodig de maatregelen voorschrijven waarin wordt voorzien in artikel 5 (b).
(b). De besluiten van de Bestuurscommissie die betrekking hebben op de toepassing van dit Verdrag worden genomen met eenparigheid van stemmen der aanwezige en hun stem uitbrengende leden. De beslissingen krachtens lid (a) (iv) van dit artikel vereisen echter een twee-derde meerderheid van de leden van de Bestuurscommissie, waaronder niet is begrepen het lid dat de Regering vertegenwoordigt op wier gebied de inbreuk heeft plaats gevonden.
Artikel 11
(a). Inspecties worden uitgevoerd krachtens een door het Controlebureau uitgegeven bevelschrift dat de installaties vermeldt die geinspecteerd moeten worden.
(b). In ieder afzonderlijk geval moet de betrokken Regering er van tevoren van in kennis worden gesteld dat de inspectie zal worden uitgevoerd, maar een dergelijke voorafgaande kennisgeving vermeldt niet welke installaties geinspecteerd zullen worden.
(c). Indien de betrokken Regering zulks verzoekt, worden de internationale inspecteurs vergezeld door vertegenwoordigers van de autoriteiten van die Regering, op voorwaarde dat de inspecteurs daardoor niet worden opgehouden of op andere wijze in de uitoefening van hun functie worden gehinderd.
(d). De internationale inspecteurs hebben tevens tot taak de in artikel 3 (c) bedoelde verantwoording met betrekking tot basismateriaal en splijtstof op te vragen en te controleren, alsmede na te gaan of de uit dit Verdrag en uit iedere met de betrokken Regering of Regeringen gesloten overeenkomst voortvloeiende verplichtingen worden nageleefd. De inspecteurs brengen iedere inbreuk ter kennis van het Controlebureau.
(e). Bij verzet tegen de uitvoering van een inspectiemaatregel kan het Controlebureau de President van het Tribunaal, waarin in artikel 12 wordt voorzien, vragen om een bevelschrift voor de tenuitvoerlegging van een inspectiemaatregel tegen de betrokken onderneming. De President van het Tribunaal beslist hierover binnen drie dagen. De beslissing van de President prejudicieert niet op de beslissing van het Tribunaal ten aanzien van eventuele volgende eisen betreffende hetzelfde geval, die later krachtens artikel 13 mochten worden ingediend.
Deel III
Artikel 12
(a). Hierbij wordt een Tribunaal ingesteld dat bestaat uit zeven onafhankelijke rechters die voor vijf jaar worden benoemd bij beslissing van de Raad of, indien de Raad niet tot een beslissing komt, door middel van het lot uit een lijst waarop door iedere Regering die partij is bij dit Verdrag een door haar voorgestelde rechter is geplaatst.
(b). Indien er in het Tribunaal geen rechter zitting heeft van de nationaliteit van een partij bij een aan het Tribunaal voorgelegd geval, kan de betrokken Regering iemand aanwijzen die in dat geval als toegevoegd rechter in het Tribunaal zitting zal hebben.
(c). De organisatie van het Tribunaal en de rechtspositie van de rechters dient in overeenstemming te zijn met de bepalingen van het aan dit Verdrag gehecht Protocol.
(d). Het Tribunaal neemt zijn eigen huishoudelijk reglement aan dat door de Raad dient te worden goedgekeurd.
Artikel 13
(a).
Iedere Regering die partij is bij dit Verdrag of iedere betrokken onderneming kan bij het krachtens artikel 12 opgerichte Tribunaal in beroep gaan tegen beslissingen
(i) (i) die betrekking hebben op de toepassing van artikel 3; indien binnen twee maanden na het verzoek om onderzoek of goedkeuring geen maatregelen zijn genomen, dient dit te worden beschouwd als een beslissing tot verwerping van het beroep; (ii) (ii) die één of meer van de maatregelen voorschrijven waarin is voorzien in artikel 5 (b);
(b). Indien krachtens het voorgaande lid beroep is aangetekend bij het Tribunaal, beslist het Tribunaal of de bestreden beslissing in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag, van de veiligheidsvoorschriften en van de in artikel 8 bedoelde overeenkomsten. Indien het Tribunaal tot de slotsom komt dat de bestreden beslissing in strijd is met deze bepalingen, neemt de Bestuurscommissie al die maatregelen die nodig zijn om de beslissing van het Tribunaal ten uitvoer te leggen.
(c). Het Tribunaal kan het Agentschap verplichten de schade te vergoeden die eventueel door de partij die in beroep is gegaan geleden wordt tengevolge van de bestreden beslissing.
(d). Iedere onderneming kan bovendien het Tribunaal verzoeken het Agentschap op te dragen iedere uitzonderlijke schade te vergoeden die de onderneming heeft geleden tengevolge van een uit hoofde van artikel 5 uitgevoerde inspectie.
Artikel 14
Het Tribunaal is bevoegd beslissingen te nemen ten aanzien van ieder ander vraagstuk dat betrekking heeft op de gemeenschappelijke werkzaamheden van de Staten-Leden van de Organisatie op het gebied van de kernenergie, en dat aan het Tribunaal is voorgelegd in overeenstemming tussen de betrokken partijen bij dit Verdrag.
Artikel 15
(a). Een beroep bij het Tribunaal in de gevallen bedoeld in lid (a) van artikel 13 dient te worden ingesteld binnen twee maanden na de datum van de bestreden beslissing, of, in andere gevallen, binnen drie jaar na de datum waarop de feiten die de onderneming in staat stellen schadevergoeding te eisen te harer kennis kwamen.
(b). Behoudens de bepalingen van het hiernavolgend lid heeft een bij het Tribunaal ingesteld beroep geen schorsende werking. Indien het Tribunaal echter van mening is dat de omstandigheden zulks eisen, kan het bevelen dat de tenuitvoerlegging van de beslissing waartegen het beroep is ingesteld wordt opgeschort.
(c). Een bij het Tribunaal ingesteld beroep tegen een beslissing, genomen krachtens artikel 5 (b) (ii), heeft schorsende werking. Het Tribunaal kan echter op verzoek van iedere Regering die partij is bij dit Verdrag de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing bevelen.
Deel IV
Artikel 16
(a). Tussen de Organisatie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM) zal een overeenkomst worden gesloten waarin de regelingen worden omschreven volgens welke de bij dit Verdrag ingestelde controle binnen het gebied waarop het op 25 maart 1957 te Rome ondertekende Verdrag tot Oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM) van toepassing is zal worden uitgevoerd door de bevoegde lichamen van EURATOM, daartoe gemachtigd door het Agentschap teneinde de doelstellingen van dit Verdrag te verwezenlijken. Hiertoe strekkende voorstellen zullen worden voorgelegd aan de Europese Commissie, opgericht bij genoemd Verdrag, zodra deze Commissie is ingesteld, opdat binnen de kortst mogelijke tijd een dergelijke overeenkomst kan worden bereikt
(b). Tussen de Organisatie en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie kan eveneens een overeenkomst worden gesloten teneinde de tussen deze twee instellingen in het leven te roepen samenwerking te omschrijven.
Artikel 17
In de zin van artikel 1 omvat het begrip militaire doeleinden het gebruik van splijtstof in oorlogswapens en sluit het gebruik van deze splijtstof in reactoren voor de produktie van elektriciteit en warmte of voor voortbeweging uit.
Artikel 18
(a). De uitdrukking „splijtstoffen” betekent: plutonium-239, uranium-233, uranium verrijkt in de isotopen 235 of 233, elk materiaal dat een of meer der bovengenoemde stoffen bevat, alsmede zulk ander splijtbaar materiaal als de Bestuurscommissie van tijd tot tijd zal bepalen; de uitdrukking „splijtstoffen” omvat evenwel geen basismateriaal.
(b). De uitdrukking „uranium verrijkt in de isotopen 235 of 233” betekent: uranium dat de isotopen 235 of 233 of beide bevat in zulk een hoeveelheid dat de verhouding van de totale hoeveelheid van deze isotopen tot het isotoop 238 groter is dan de verhouding van het isotoop 235 tot het isotoop 238 zoals dat in de natuur voorkomt.
(c). De uitdrukking „basismateriaal” betekent: uranium dat het mengsel van de in de natuur voorkomende isotopen bevat, uranium waaraan het isotoop 235 is onttrokken, thorium, elk der bovengenoemde stoffen in de vorm van metaal, alliage, scheikundige samenstelling of scheikundig concentraat, elk ander materiaal dat een of meer der bovengenoemde stoffen bevat in die concentratie als de Bestuurscommissie van tijd tot tijd zal vaststellen, alsmede zulk ander materiaal als de Bestuurscommissie van tijd tot tijd zal bepalen.
(d). De uitdrukking „materiaal” betekent basismateraal en splijtstof.
Artikel 19
(a). De Regering van ieder land dat lid of geassocieerd lid is van de Organisatie en dat dit Verdrag niet heeft ondertekend kan ertoe toetreden door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie gerichte mededeling, mits zij eveneens toetreedt tot het Agentschap.
(b). De Regering van ieder ander land dat dit Verdrag niet heeft ondertekend kan ertoe toetreden door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie gerichte mededeling, mits zij eveneens toetreedt tot het Agentschap en onder voorwaarde van de eenstemmige goedkeuring van de leden van de Organisatie. Een dergelijke toetreding treedt in werking met ingang van de datum van die goedkeuring.
Artikel 20
Iedere Regering die partij is bij dit Verdrag kan de toepassing daarvan op zichzelf beëindigen door middel van een daartoe strekkende mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie, met inachtneming van een opzeggingstermijn van twaalf maanden, doch een dergelijke opzegging laat onverlet de controle, uitgeoefend over vóór dat tijdstip door of onder toezicht van het Agentschap geleverde materialen.
Artikel 21
(a). Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
(b). Dit Verdrag treedt in werking bij de nederlegging van de akten van bekrachtiging door ten minste tien der ondertekenende Regeringen. Voor iedere ondertekenende Regering die het Verdrag op een later tijdstip bekrachtigt, treedt het in werking op het ogenblik van nederlegging van haar akte van bekrachtiging.
(c). De tenuitvoerlegging van dit Verdrag in het gebied van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM) is echter afhankelijk van het sluiten van de in artikel 16*(a)* bedoelde overeenkomst, met uitzondering - onverminderd de regelingen welke in die Overeenkomst zullen worden omschreven - van wat betreft haar toepassing op installaties binnen gemeenschappelijke ondernemingen.
Artikel 22
De Secretaris-Generaal van de Organisatie doet aan alle Regeringen welke partij zijn bij dit Verdrag mededeling van de ontvangst van iedere akte van bekrachtiging of toetreding. Hij doet hun eveneens mededeling van de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag.