rijk/verdrag/verdrag-inzake-sociale-zekerheid-tussen-het-koninkrijk-der-nederlanden-en-de-rep/BWBV0001587
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen BWBV0001587 verdrag geldend 2005-05-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0001587 Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen

Titel I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

a. a. „grondgebied": met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden het grondgebied van het Koninkrijk in Europa en met betrekking tot de Republiek Polen het grondgebied van de Republiek Polen; b. b. „onderdaan": een persoon met de nationaliteit van een van de Verdragsluitende Partijen; c. c. „wetgeving": de wetgeving met betrekking tot de takken van sociale zekerheid genoemd onder artikel 2; d. d. „bevoegde autoriteit": met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; met betrekking tot de Republiek Polen de Minister van Economie, Arbeid en Sociale Politiek, de Minister van Volksgezondheid en de Minister van Landbouw en Ontwikkeling van het Platteland; e. e. „bevoegd orgaan": het orgaan dat belast is met de toepassing van de wetgeving; f. f. „uitkering": elke uitkering, pensioen of rente die is voorzien in de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen, en omvat elke aanvulling of verhoging met betrekking tot deze uitkering, pensioen of rente krachtens de wetgeving; g. g. „verstrekkingen": verstrekkingen op het gebied van de gezondheidszorg die zijn voorzien in de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Partijen; h. h. „woonplaats": vaste verblijfplaats; i. i. „verblijfplaats": tijdelijke verblijfplaats; j. j. „tijdvak van verzekering": tijdvakken van premie- of bijdragebetaling, van arbeid in loondienst of als zelfstandige of wonen en tijdvakken welke als zodanig worden aangemerkt ingevolge de wetgeving van een van beide Verdragsluitende Partijen; k. k. „vluchteling" heeft de betekenis die daaraan wordt toegekend in artikel 1 van het op 28 juli 1951 te Genève ondertekende Verdrag betreffende de status van vluchtelingen en in artikel 1, tweede lid, van het in New York ondertekende Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 31 januari 1967; l. l. „werknemer": een persoon die legaal werkzaamheden in loondienst verricht voor een werkgever evenals iedere persoon die met een werknemer wordt gelijkgesteld door de toepasselijke wetgeving; m. m. „zelfstandige": de persoon als zodanig omschreven of erkend door de wetgeving van een van deVerdragsluitende Partijen; n. n. „gezinslid": de personen als zodanig omschreven of erkend door de toepasselijke wetgeving, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 16, derde tot en met zesde lid, onder gezinslid wordt verstaan een persoon die als zodanig wordt omschreven of erkend in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de desbetreffende persoon woont; o. o. „gegevens": gegevens met betrekking tot onder meer de identiteit, het adres, de personen die een gezamenlijke huishouding voeren, het werk, het volgen van opleiding, het inkomen, de gezondheidstoestand, het overlijden en de vrijheidsstraf.

2. Andere in dit Verdrag gebruikte termen hebben de betekenis zoals daaraan toegekend in de wetgeving die wordt toegepast door een van beide Verdragsluitende Partijen.

Artikel 2

1.

Dit Verdrag is van toepassing:

a. a. ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden, op de wetgeving betreffende de volgende takken van sociale verzekeringen:

        i.
        verstrekkingen bij ziekte en moederschap;
      
      
        ii.
        uitkeringen bij ziekte en moederschap;
      
      
        iii.
        arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor werknemers;
      
      
        iv.
        arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor zelfstandigen;
      
      
        v.
        werkloosheidsuitkeringen;
      
      
        vi.
        ouderdomsuitkeringen;
      
      
        vii.
        nabestaandenuitkeringen;
      
      
        viii.
        gezinsbijslagen.

i. i. verstrekkingen bij ziekte en moederschap; ii. ii. uitkeringen bij ziekte en moederschap; iii. iii. arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor werknemers; iv. iv. arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor zelfstandigen; v. v. werkloosheidsuitkeringen; vi. vi. ouderdomsuitkeringen; vii. vii. nabestaandenuitkeringen; viii. viii. gezinsbijslagen. b. b. ten aanzien van de Republiek Polen, op de wetgeving betreffende de volgende voorzieningen van het socialezekerheidsstelsel:

        i.
        uitkeringen uit hoofde van ziekte en moederschap;
      
      
        ii.
        uitkeringen uit hoofde van ouderdom en renten uit hoofde van arbeidsongeschiktheid en overlijden van de kostwinner;
      
      
        iii.
        werkloosheidsuitkeringen;
      
      
        iv.
        voorzieningen uit hoofde van arbeidsongevallen en beroepsziekten;
      
      
        v.
        gezinsbijslagen;
      
      
        vi.
        verstrekkingen;

i. i. uitkeringen uit hoofde van ziekte en moederschap; ii. ii. uitkeringen uit hoofde van ouderdom en renten uit hoofde van arbeidsongeschiktheid en overlijden van de kostwinner; iii. iii. werkloosheidsuitkeringen; iv. iv. voorzieningen uit hoofde van arbeidsongevallen en beroepsziekten; v. v. gezinsbijslagen; vi. vi. verstrekkingen;

met uitzondering van uitkeringen uit hoofde van de pensioenvoorzieningen voor functionarissen van politie, Agentschap voor Interne Veiligheid, de Geheime Dienst, de Grensbewaking, de Staatsbrandweer, het Gevangeniswezen, Dienst voor de Bescherming van de Regering, beroepsmilitairen, en salarissen voor gepensioneerde rechters en officieren van justitie.

2. Dit Verdrag is eveneens van toepassing op wetgeving die de wetgeving genoemd in het eerste lid van dit artikel wijzigt, vervangt, aanvult, herziet, of codificeert.

3. Dit Verdrag is niet van toepassing op het stelsel van voorzieningen voor oorlogsslachtoffers of slachtoffers van de gevolgen van de oorlog.

Artikel 3

Tenzij anders bepaald, is dit Verdrag van toepassing op alle personen die onderworpen zijn of zijn geweest aan de wetgeving van een van beide of beide Verdragsluitende Partijen, evenals op leden van het gezin en nabestaanden van deze personen in zoverre zij hun rechten ontlenen aan de hiervoor genoemde personen.

Artikel 4

Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, hebben de volgende personen, indien zij wonen op het grondgebied van een van beide Verdragsluitende Partijen, dezelfde rechten en verplichtingen krachtens de wetgeving van deze Verdragsluitende Partij als hun eigen onderdanen:

a. a. onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij; b. b. vluchtelingen; c. c. leden van het gezin en nabestaanden, onafhankelijk van hun nationaliteit, van de personen genoemd in onderdeel a) en b) met betrekking tot de rechten die zij ontlenen aan deze personen.

Artikel 5

1. Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, is de wetgeving van een van beide Verdragsluitende Partijen die de betaling van een uitkering beperkt uitsluitend omdat de uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin woont of verblijft buiten het grondgebied van die Verdragsluitende Partij, niet van toepassing ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde die, of een lid van zijn gezin dat, woont of verblijft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op de Poolse wetgeving die betrekking heeft op werkloosheidsuitkeringen en gezinsbijslagen en op de Nederlandse wetgeving die betrekking heeft op werkloosheidsuitkeringen.

3. Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, worden uitkeringen krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij betaald aan onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij, die wonen of verblijven buiten het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde omvang als aan onderdanen van die Verdragsluitende Partij die wonen of verblijven buiten het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen.

4. Het eerste lid laat onverlet Nederlandse wetgeving tot invoering van beperkingen ten aanzien van de betaling van kinderbijslagen met betrekking tot kinderen die wonen of verblijven buiten het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden, of tot uitsluiting van betaling daarvan.

Titel II. TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel 6

1. Personen op wie de bepalingen van deze Titel van het Verdrag van toepassing zijn, zijn uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van één enkele Verdragsluitende Partij. Die wetgeving wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 14.

2. Een persoon die overeenkomstig de bepalingen in deze Titel onderworpen is aan de Nederlandse wetgeving, wordt geacht op het grondgebied van Nederland te wonen.

Artikel 7

1. Tenzij anders bepaald in deze Titel, is een persoon die werkzaamheden in loondienst uitoefent op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs indien hij woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, of indien de woonplaats van zijn werkgever of de zetel van diens onderneming zich bevindt op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

2. Indien een persoon gelijktijdig werkzaamheden in loondienst uitoefent op het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen, is die persoon onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont.

Artikel 8

1. Een zelfstandige die werkzaamheden uitoefent op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs als hij woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

2. Indien een persoon gelijktijdig werkzaamheden in loondienst op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en werkzaamheden als zelfstandige op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij uitoefent, is deze persoon onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij werkzaamheden in loondienst verricht.

3. Indien een persoon op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij woont en werkzaamheden als zelfstandige gelijktijdig uitoefent op het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen, is deze persoon onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op wiens grondgebied hij woont.

Artikel 9

1. Een persoon die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij werkzaamheden in loondienst verricht voor een onderneming waaraan hij normaal verbonden is, en door deze onderneming wordt gedetacheerd op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij teneinde aldaar voor haar rekening arbeid te verrichten, blijft onderworpen aan de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Partij, mits de duur van de werkzaamheden een periode van 24 maanden niet overschrijdt.

2. Elkaar opvolgende detacheringen van dezelfde werknemer voor dezelfde onderneming worden geteld als één detachering, tenzij zij door ten minste drie maanden onderbroken zijn.

Artikel 10

Een persoon die werkzaamheden uitoefent in dienst van de overheid van een Verdragsluitende Partij en door die overheid is uitgezonden om werkzaamheden te verrichten op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, blijft onderworpen aan de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Partij als ware deze persoon werkzaam op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij.

Artikel 11

Een persoon die behoort tot het rijdend of vliegend personeel van een onderneming die voor rekening van anderen of voor eigen rekening internationaal vervoer van personen of goederen per spoor, over de weg of door de lucht verricht en haar zetel heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, met de volgende uitzonderingen:

a. a. indien de genoemde onderneming een filiaal of vaste vertegenwoordiging op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij heeft, is degene die werkzaam is voor dat filiaal of vaste vertegenwoordiging onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij; b. b. indien een persoon uitsluitend of in hoofdzaak in loondienst werkzaam is op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar hij woont, is hij onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs indien de onderneming waarbij hij werkzaam is noch een zetel, noch een filiaal, noch een vaste vertegenwoordiging op dit grondgebied heeft.

Artikel 12

Een persoon die werkzaamheden in loondienst uitoefent aan boord van een zeeschip en op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij woont, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de onderneming haar zetel heeft of waar de onderneming haar activiteiten uitoefent.

Artikel 13

1. Onderdanen van een Verdragsluitende Partij die door de regering van deze Verdragsluitende Partij naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij zijn gezonden en werkzaam zijn bij een diplomatieke missie of consulaire post, zijn onderworpen aan de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij.

2. Personen die voor een diplomatieke missie of consulaire post van een van de Verdragsluitende Partijen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij werkzaamheden in loondienst uitoefenen, zijn onderworpen aan de wetgeving van de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.

3. Indien de diplomatieke missie of consulaire post van een van de Verdragsluitende Partijen personen in loondienst heeft die krachtens het tweede lid zijn onderworpen aan de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, neemt de missie of de post de verplichtingen in acht die de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar de werkzaamheden worden verricht aan werkgevers oplegt.

4. De bepalingen van het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op personen die werkzaamheden verrichten als particuliere bediende van een persoon genoemd in het eerste lid van dit artikel. In dat geval neemt de natuurlijke persoon voor wie de werkzaamheden in loondienst worden verricht de verplichtingen in acht die de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar de werkzaamheden worden uitgeoefend aan werkgevers oplegt.

5. De bepalingen van het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op honoraire consuls en op personen die voor hen werkzaamheden in particuliere dienst verrichten.

Artikel 14

De bevoegde autoriteiten, of de daartoe aangewezen organen, van beide Verdragsluitende Partijen kunnen uitzonderingen op de bepalingen van de artikelen 7 tot en met 13 overeenkomen in het belang van een persoon of een groep van personen, mits de belanghebbende persoon of personen onderworpen zijn aan de wetgeving van een van beide Verdragsluitende Partijen.

Titel III. BEPALINGEN INZAKE VERSTREKKINGEN EN UITKERINGEN

Hoofdstuk 1. VERSTREKKINGEN

Artikel 15

1. Indien een persoon verzekeringstijdvakken heeft vervuld onder de wetgeving van beide Verdragsluitende Partijen, worden deze perioden samengeteld met het oog op de verkrijging, het behoud of het herstel van het recht op verstrekkingen, voor zover deze tijdvakken niet samenvallen.

2. Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Partij het recht op verplichte verzekering afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering, worden de tijdvakken van verzekering vervuld onder de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij daartoe, voor zover nodig, mede in aanmerking genomen, alsof deze tijdvakken van verzekering zijn vervuld krachtens de wetgeving van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij.

Artikel 16

1. Indien een werknemer die voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van verstrekkingen krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij, door de werkgever tijdelijk wordt gedetacheerd naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij met het doel om daar werk te verrichten, hebben zowel de werknemer als de gezinsleden die hem vergezellen aanspraak op voor de gezondheid of het leven van de betrokkene onmiddellijk noodzakelijke verstrekkingen die worden verleend door het orgaan van de verblijfplaats overeenkomstig de bepalingen van de door dat orgaan toegepaste wetgeving, ten laste van het bevoegde orgaan. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op personen werkzaam bij het internationaal transport als bedoeld in artikel 11 en de gezinsleden die hen vergezellen.

2. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt de verlening van prothesen, apparatuur of andere verstrekkingen van aanzienlijke waarde afhankelijk gesteld van de toestemming van het bevoegde orgaan, tenzij de verlening van die verstrekking niet kan worden uitgesteld zonder ernstige schade toe te brengen aan de gezondheid of het leven van de belanghebbende. De lijst van dergelijke verstrekkingen wordt overeengekomen door de verbindingsorganen die worden aangewezen in het Administratief Akkoord als bedoeld in artikel 36, eerste lid.

3. Indien een werknemer voldoet aan de voorwaarden voor het recht op verstrekkingen krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij, hebben zijn gezinsleden die wonen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij en die geen recht hebben op verstrekkingen krachtens de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, recht op verstrekkingen te verlenen door het orgaan van hun woonplaats overeenkomstig de door dat orgaan toegepaste wetgeving en ten laste van het bevoegde orgaan.

4. Wanneer rechthebbenden op pensioenen of renten krachtens de wetgeving van beide Verdragsluitende Partijen aanspraak heeft op verstrekkingen krachtens de wetgeving van die Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont, worden aan hem en zijn gezinsleden door het orgaan van de woonplaats en ten laste van dit orgaan verstrekkingen verleend, alsof hij uitsluitend krachtens de wetgeving van dieVerdragsluitende Partij rechthebbende was op een pensioen of rente.

5. Een rechthebbende op een pensioen of rente krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij die woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij en die geen recht heeft op verstrekkingen op grond van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, ontvangt de verstrekkingen die hem worden verleend door het orgaan van de woonplaats overeenkomstig de bepalingen van de door dat orgaan toegepaste wetgeving, ten laste van het bevoegde orgaan. Dit principe is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden van de rechthebbende op een pensioen of rente die evenals hij op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij wonen.

6. Indien een rechthebbende op een pensioen of rente krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij woont op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij en recht heeft op verstrekkingen, hebben zijn gezinsleden die wonen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij en die geen recht hebben op verstrekkingen krachtens de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, recht op verstrekkingen te verlenen door het orgaan van hun woonplaats overeenkomstig de door dat orgaan toegepaste wetgeving en ten laste van het bevoegde orgaan.

7. Voor de toepassing van het vijfde lid wordt het recht op verstrekkingen krachtens de Nederlandse wetgeving geacht te bestaan als de rechthebbende op een pensioen of renterecht zou hebben op verstrekkingen als hij op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden zou wonen.

8. Wanneer de wetgeving van een Verdragsluitende Partij bepaalt dat premies worden afgetrokken van het pensioen of de rente wegens recht op verstrekkingen, is het ingevolge die wetgeving voor de premie-inning aangewezen orgaan gerechtigd premies in te houden van pensioenen of renten, indien op grond van het vijfde lid de kosten van verstrekkingen ten laste komen van het orgaan van die Verdragsluitende Partij.

Artikel 17

1. De bevoegde organen of de daartoe door de bevoegde autoriteiten aangewezen organen vergoeden elkaar de werkelijke kosten van verstrekkingen verleend overeenkomstig artikel 16.

2. De bevoegde autoriteiten kunnen overeenkomen dat de kosten van de overeenkomstig artikel 16 verleende verstrekkingen worden vergoed op grond van vaste bedragen.

Hoofdstuk 2. UITKERINGEN BIJ ZIEKTE EN MOEDERSCHAP

Artikel 18

1. Uitkeringen, waarop recht bestaat vanwege tijdelijke arbeidsongeschiktheid op grond van ziekte of moederschap, zullen door het bevoegde orgaan van die Verdragsluitende Partij toegekend worden, wier wetgeving toegepast wordt op een persoon die werkzaamheden in loondienst verricht of als zelfstandige conform Titel II van het Verdrag.

2. Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Partij het recht op een uitkering vanwege tijdelijke arbeidsongeschiktheid op grond van ziekte of moederschap afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering, neemt het bevoegde orgaan, binnen het noodzakelijke bereik, de tijdvakken van verzekering in acht die vervuld zijn krachtens de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, indien deze elkaar niet overlappen, alsof het gaat om tijdvakken van verzekering die krachtens de eigen wetgeving zijn vervuld.

Hoofdstuk 3. BEPALINGEN VOOR DE TOEPASSING VAN DE POOLSE WETGEVING MET BETREKKING TOT PENSIOENEN EN RENTEN UIT HOOFDE VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID EN OVERLIJDEN VAN DE KOSTWINNER

Artikel 19

1. Indien het recht op pensioen of rente volgens de Poolse wetgeving afhankelijk is van de vervulling van tijdvakken van verzekering, dan zullen, voor zover nodig, tijdvakken van verzekering in acht genomen worden die vervuld zijn krachtens de Nederlandse wetgeving indien deze periodes elkaar niet overlappen.

2.

Indien het recht op pensioen of rente volgens de Poolse wetgeving uitsluitend kan ontstaan met inachtneming van tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Nederlandse wetgeving, dan zal het bevoegde orgaan:

a a het theoretische bedrag van het pensioen of de rente vaststellen waarop recht zou bestaan, indien alle tijdvakken van verzekering vervuld zouden zijn krachtens de Poolse wetgeving; b b op grond van het theoretische bedrag van het pensioen of de rente, genoemd onder a), de werkelijke hoogte van de uitkering berekenen op basis van de verhouding van de tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Poolse wetgeving, ten opzichte van de som van alle in acht genomen tijdvakken van verzekering.

3. Indien het recht op pensioen of rente volgens de Poolse wetgeving kan ontstaan zonder inachtneming van tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Nederlandse wetgeving, dan zal het bevoegde orgaan het recht bepalen en de hoogte van de uitkering berekenen met inachtneming van uitsluitend de eigen tijdvakken van verzekering, tenzij de hoogte van het pensioen of de rente berekend overeenkomstig het tweede lid, gunstiger is.

4. Indien krachtens de Poolse wetgeving de toekenning van een pensioen of een rente afhankelijk wordt gesteld van de eis dat de werknemer of de zelfstandige aan die wetgeving was onderworpen op het tijdstip waarop zich de gebeurtenis voordeed ten gevolge waarvan het recht op een pensioen of een rente is ontstaan, wordt aangenomen dat er aan de eis is voldaan, indien de werknemer of de zelfstandige op dat moment aan een verzekering onderworpen was krachtens de Nederlandse wetgeving of indien hij op grond van de Nederlandse wetgeving een pensioen of een rente ontvangt op grond van tijdvakken van verzekering vervuld conform de Nederlandse wetgeving.

5. Indien de Poolse wetgeving het toekennen van een pensioen of een rente afhankelijk stelt van de vervulling van tijdvakken van verzekering in een beroep dat onder een afzonderlijke regeling valt of met het verrichten van bepaalde werkzaamheden rekening houdt, dan zullen tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Nederlandse wetgeving in acht genomen worden bij het toekennen van die pensioen of rente uitsluitend, indien deze in dit beroep of met het verrichten van bepaalde werkzaamheden vervuld zijn.

6. Bij de bepaling van de basis voor de berekening van een pensioen of een rente worden uitsluitend tijdvakken van verzekering in acht genomen die krachtens de Poolse wetgeving zijn vervuld.

Artikel 20

Indien de som van pensioenen of renten, bij personen die op het grondgebied van de Republiek Polen wonen, verschuldigd door de bevoegde organen van beide Verdragsluitende Partijen, lager zou zijn dan het laagste pensioen of de rente voorzien in de Poolse wetgeving, dan zal het bevoegde orgaan dit bedrag aanvullen tot het bedrag van het laagste pensioen of de laagste rente, mits aan de voorwaarden is voldaan die in de toegepaste wetgeving voorzien zijn.

Hoofdstuk 4. BEPALINGEN VOOR DE TOEPASSING VAN DE NEDERLANDSE WETGEVING MET BETREKKING TOT UITKERINGEN IN GEVAL VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID, OUDERDOM EN OVERLIJDEN

Artikel 21

Wanneer een persoon op wie dit Verdrag van toepassing is, op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit is ontstaan, onderworpen was aan de Poolse wetgeving en recht heeft op een Poolse arbeidsongeschiktheidsuitkering, met inachtneming van artikel 19, en hij ten minste twaalf maanden verzekerd is geweest krachtens de Nederlandse wetgeving inzake arbeidsongeschiktheid, heeft hij recht op een uitkering, berekend volgens de regels van artikel 22.

Artikel 22

1.

Indien het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering volgens de Nederlandse wetgeving uitsluitend kan ontstaan met inachtneming van het bepaalde in artikel 21, dan zal het bevoegde orgaan:

a. a. het theoretische bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering vaststellen alsof alle tijdvakken van verzekering vervuld zijn krachtens de Nederlandse wetgeving; b. b. op grond van het theoretische bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, genoemd onder a), het werkelijke bedrag van de uitkering berekenen op basis van de verhouding van de tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de Nederlandse wetgeving, ten opzichte van de som van alle in acht genomen tijdvakken van verzekering.

2. Indien de betrokkene, op het tijdstip dat de arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit is ontstaan, werknemer was, wordt de verschuldigde uitkering vastgesteld overeenkomstig de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van 18 februari 1966. Indien dit niet het geval is, wordt de verschuldigde uitkering vastgesteld overeenkomstig de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) van 24 april 1997.

3.

Als verzekeringstijdvakken, vervuld krachtens de Nederlandse wetgeving worden aangemerkt:

a. a. tijdvakken van verzekering vervuld krachtens de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van 18 februari 1966; b. b. verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) van 11 december 1975, voor zover deze niet samenvallen met verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de hierboven genoemde wet van 18 februari 1966 (WAO); c. c. verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen van 24 april 1997 (WAZ), voor zover deze niet samenvallen met verzekeringstijdvakken vervuld krachtens de hierboven genoemde wet van 18 februari 1966 (WAO); d. d. tijdvakken van arbeid en daarmee gelijkgestelde tijdvakken die vóór 1 juli 1967 in Nederland zijn vervuld.

Artikel 23

1. Het Nederlandse bevoegde orgaan stelt de ouderdomsuitkering rechtstreeks en uitsluitend vast op basis van de krachtens de Nederlandse Algemene Ouderdomswet (AOW) vervulde verzekeringstijdvakken.

2. Onder de voorwaarden van het derde lid, worden tijdvakken vóór 1 januari 1957 gedurende welke een onderdaan van een Verdragsluitende Partij na het bereiken van de leeftijd van 15 jaar op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden heeft gewoond of gedurende welke hij, terwijl hij woonde in een ander land, als werknemer op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden werkzaam was, als verzekeringstijdvakken beschouwd, indien de persoon niet voldoet aan de voorwaarden van de Nederlandse wetgeving op grond waarvan deze tijdvakken kunnen worden gelijkgesteld met tijdvakken van verzekering.

3. De tijdvakken als bedoeld in het tweede lid, worden slechts in aanmerking genomen bij de berekening van de ouderdomsuitkering indien de persoon verzekerd is geweest als bedoeld in artikel 6 van de Nederlandse Algemene Ouderdomswet (AOW) en de persoon na het bereiken van de leeftijd van 59 jaar ten minste zes jaar op het grondgebied van één of beide Verdragsluitende Partijen heeft gewoond en hij op het grondgebied van één van de Verdragsluitende Partijen woont. Desalniettemin zullen deze tijdvakken niet in aanmerking worden genomen als zij samenvallen met tijdvakken van verzekering op grond van de wetgeving van een ander land dan Nederland.

Artikel 24

Wanneer een persoon op wie dit Verdrag van toepassing is op het tijdstip van zijn overlijden onderworpen was aan de Poolse wetgeving en zijn nabestaande recht heeft op een Poolse uitkering met inachtneming van artikel 19, en de overledene ten minste twaalf maanden verzekerd is geweest krachtens de Nederlandse wetgeving inzake nabestaandenverzekering, heeft zijn nabestaande recht op een uitkering. Voor de berekening van de uitkering is artikel 22, lid 1 eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 5. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALING MET BETREKKING TOT UITKERINGEN UIT HOOFDE VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Artikel 25

Voor de toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering bepaalt het bevoegde orgaan van elk van de Verdragsluitende Partijen de mate van arbeidsongeschiktheid conform de door haar toegepaste wetgeving.

Hoofdstuk 6. GEZINSBIJSLAGEN

Artikel 26

1. Het bevoegde orgaan van elk van de Verdragsluitende Partijen stelt het recht vast op gezinsbijslagen en betaalt deze conform de eigen wetgeving.

2. Indien recht bestaat op gezinsbijslagen op grond van de wetgeving van beide Verdragsluitende Partijen, worden de bijslagen betaald door het bevoegde orgaan van die Verdragsluitende Partij, op wiens grondgebied de persoon woont ten behoeve van wie het recht op gezinsbijslagen bestaat.

Hoofdstuk 7. WERKLOOSHEIDSUITKERINGEN

Artikel 27

1. Tijdvakken van verzekering, vervuld conform de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen worden, voorzover nodig, in acht genomen bij de vaststelling van het recht op werkloosheidsuitkeringen conform de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, indien de belanghebbende persoon onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van de werkloosheid tijdvakken van verzekering heeft vervuld op grond van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij.

2. Voor zover de tijdvakken van verzekering van een Verdragsluitende Partij in aanmerking zijn genomen voor de vaststelling van het recht op uitkering op grond van de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, wordt de duur van de uitkering verminderd met de periode waarover de werkloze persoon uitkering heeft ontvangen krachtens de wetgeving van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij.

Hoofdstuk VIII. BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR DE REPUBLIEK POLEN MET BETREKKING TOT VOORZIENINGEN UIT HOOFDE VAN ARBEIDSONGEVALLEN EN BEROEPSZIEKTEN

Artikel 28

1. Het recht op uitkeringen uit hoofde van een arbeidsongeval of een beroepsziekte wordt vastgesteld conform de Poolse wetgeving die van toepassing is op het tijdstip waarop zich het arbeidsongeval voorgedaan heeft of de beroepsziekte ontstaan is.

2. Indien de toekenning van een uitkering uit hoofde van een beroepsziekte, conform de Poolse wetgeving, afhankelijk wordt gesteld van de vaststelling van de ziekte voor de eerste keer op het grondgebied van Polen, wordt geacht aan deze eis te zijn voldaan indien deze ziekte voor de eerste maal op het grondgebied van het Koninkrijk Nederland is vastgesteld.

3. Indien de toekenning van een uitkering uit hoofde van een beroepsziekte, conform de Poolse wetgeving, afhankelijk wordt gesteld van de duur van de uitoefening van het werk dat de ziekte heeft veroorzaakt, neemt het bevoegde orgaan de periode in acht, gedurende soortgelijk werk op het grondgebied van het Koninkrijk Nederland.

4. Indien de ziekte terugkeert of de gezondheidstoestand verergert als gevolg van een beroepsziekte of arbeidsongeval, terwijl de betrokkene onderworpen is aan de Nederlandse wetgeving, komen de kosten in verband daarmee ten laste van het bevoegde Poolse orgaan.

Titel IV. HANDHAVING

Artikel 29

Het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij kan een uitkering weigeren te betalen, opschorten of intrekken, indien:

a. a. de aanvrager, de uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin heeft verzuimd om op verzoek van het bevoegde orgaan binnen een periode van drie maanden een medisch onderzoek te ondergaan of de gegevens te verstrekken als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder o; b. b. het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij heeft verzuimd om op verzoek van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij binnen een periode van drie maanden een medisch onderzoek uit te voeren of gegevens te verstrekken als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder o.

Artikel 30

1. Voor tenuitvoerlegging vatbare uitspraken en beslissingen afgegeven door de bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij worden erkend door de andere Verdragsluitende Partij.

2. Beslissingen of rechterlijke uitspraken als genoemd in het eerste lid worden niet erkend als deze erkenning in strijd is met de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij.

3. Voor tenuitvoerlegging vatbare beslissingen en rechterlijke uitspraken, die zijn erkend overeenkomstig het eerste en tweede lid, worden ten uitvoer gelegd door de andere Verdragsluitende Partij overeenkomstig de wetgeving die met betrekking tot de tenuitvoerlegging van beslissingen en rechterlijke uitspraken van kracht is op het grondgebied van die Partij.

Artikel 31

Indien het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing over een onverschuldigd betaalde uitkering zoals bedoeld in artikel 30, eerste lid, heeft genomen, en de betrokken uitkeringsgerechtigde ontvangt een uitkering van het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij, kan het bevoegde orgaan van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij verzoeken dat de betaling in kwestie in mindering wordt gebracht op uitkeringen verschuldigd door dat orgaan. Het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij houdt het bedrag in binnen de grenzen van de door dat bevoegde orgaan toegepaste wetgeving die geldt voor de tenuitvoerlegging van soortgelijke beslissingen, en maakt het bedrag over aan het bevoegde orgaan dat de onverschuldigde uitkering heeft uitbetaald.

Titel V. DIVERSE BEPALINGEN, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Hoofdstuk 1. DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 32

1. Aanvragen, bezwaar- en beroepsschriften die op grond van de wetgeving van een Verdragsluitende Partij binnen een bepaalde termijn moeten worden ingediend bij een bevoegd orgaan of rechterlijke instantie van die Verdragsluitende Partij, worden geacht tijdig ingediend te zijn indien zij binnen dezelfde termijn zijn ingediend bij het overeenkomstige orgaan of de rechterlijke instantie van de andere Verdragsluitende Partij.

2. De in het eerste lid bedoelde aanvragen, bezwaar- en beroepschriften moet het bevoegde orgaan of de rechterlijke instantie onverwijld doorzenden naar het bevoegde orgaan of de rechterlijke instantie van de andere Verdragsluitende Partij.

3. De datum waarop de aanvragen, bezwaar- en beroepschriften bij het bevoegde orgaan of de rechterlijke instantie van de andere Verdragsluitende Partij zijn ingediend wordt beschouwd als de datum waarop deze zijn ingediend bij het bevoegde orgaan of de rechterlijke instantie welke bevoegd is deze te ontvangen.

4. Iedere aanvraag voor de toekenning van uitkeringen, ingediend conform de wetgeving van een Verdragsluitende Partij, zal beschouwd worden als een aanvraag voor de toekenning van een desbetreffende uitkering conform de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, voor zover de belanghebbende heeft meegedeeld dat hij verzekerd was op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij of indien dit blijkt uit de overgelegde documenten.

Artikel 33

1. Wanneer, krachtens dit Verdrag, de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij persoonsgegevens mededelen aan de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van de andere Verdragsluitende Partij, is die mededeling onderworpen aan de door de Verdragsluitende Partij die de gegevens verstrekt vastgestelde wettelijke bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens. Elke daarop volgende overdracht dan wel opslag, wijziging of vernietiging van de gegevens is onderworpen aan de bepalingen van de wetgeving inzake de bescherming van gegevens van de ontvangende Verdragsluitende Partij.

2. Het gebruik van persoonsgegevens voor andere doelen dan die van sociale zekerheid is onderworpen aan de goedkeuring van de belanghebbende of dient in overeenstemming te zijn met andere waarborgen waarin de nationale wetgeving voorziet.

Artikel 34

1. Elke ontheffing of vermindering voorzien in de wetgeving van een Verdragsluitende Partij voor belastingen, zegels, wettelijke heffingen of heffingen voor registratie van certificaten of andere documenten die moeten worden overgelegd voor de toepassing van deze wetgeving, geldt ook voor de respectieve certificaten of andere documenten die moeten worden overgelegd voor de toepassing van dit Verdrag of de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij.

2. Het is niet vereist documenten en certificaten die moeten worden overgelegd voor de toepassing van dit Verdrag te legaliseren door diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen.

Artikel 35

De bevoegde organen van elk van de Verdragsluitende Partijen zullen de betalingen krachtens dit Verdrag doen in de officiële munteenheid van de eigen staat en ingeval van inconvertibiliteit van die munteenheid in een convertibele munteenheid.

Artikel 36

1. De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen hebben de bevoegdheid administratieve akkoorden te sluiten die noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit Verdrag.

2.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen zijn verplicht:

a. a. verbindingsorganen aan te wijzen; b. b. elkaar te informeren over de toepassing van dit Verdrag; c. c. elkaar wederzijds te informeren over alle wettelijke regelingen en regelingen van uitvoerende aard die de regelingen, genoemd in artikel 2, wijzigen; d. d. elkaar wederzijds bijstand te verlenen en een zo breed mogelijke technische en administratieve samenwerking te ontplooien voor de toepassing van dit Verdrag.

3. Voor de uitvoering van dit Verdrag verlenen de instellingen hun goede diensten en handelen zij als bij het uitvoeren van hun eigen wetgeving. De administratieve bijstand die door de instellingen wordt verleend is kosteloos. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen echter overeenkomen dat bepaalde kosten worden vergoed.

Artikel 37

1. De bevoegde autoriteiten beslechten door middel van onderhandelingen verschillen in de interpretatie van dit Verdrag en de daarbij behorende administratieve akkoorden.

2. Indien de geschillen binnen zes maanden na de datum waarop de onderhandelingen zijn aangegaan, niet beslecht zijn, dienen deze voorgelegd te worden aan een arbitragecommissie, wier samenstelling en werkwijze wordt bepaald in onderling overleg tussen de Verdragsluitende Partijen. De beslissingen van de arbitragecommissies zijn bindend en definitief.

Hoofdstuk 2. OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 38

Voor de toepassing van artikel 9, eerste lid, worden, in het geval van personen die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij werken en niet verzekerd zijn krachtens de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, voor de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, de perioden van arbeid waarnaar in dat lid wordt verwezen, geacht te beginnen op die datum.

Artikel 39

1. Tijdvakken van verzekering, vervuld conform de wetgeving van elk van de Verdragsluitende Partijen voor de inwerkingtreding van dit Verdrag, worden in acht genomen bij de vaststelling van het recht op en de hoogte van uitkeringen die krachtens dit Verdrag toegekend worden.

2. In het geval de tijdvakken van verzekering, vervuld voor de inwerkingtreding van dit Verdrag, samenvallen, zal iedere van de Verdragsluitende Partijen bij de vaststelling van het recht op en de hoogte van de uitkeringen de feitelijk vervulde tijdvakken van verzekering in acht nemen onder de werking van de eigen wetgeving.

3. Dit Verdrag vormt geen basis voor de aanspraken op uitbetaling van uitkeringen over een periode die voorafgaat aan de inwerkingtreding.

Artikel 40

1. Voor de toepassing van dit Verdrag communiceren de bevoegde autoriteiten en bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen rechtstreeks met elkaar in de officiële taal van iedere van de Verdragsluitende Partijen.

2. Geen aanvraag of document zal worden afgewezen op grond van het feit dat het is geschreven in een officiële taal van de andere Verdragsluitende Partij.

Hoofdstuk 3. SLOTBEPALINGEN

Artikel 41

1. Dit Verdrag wordt gesloten voor onbepaalde duur. Het Verdrag kan te allen tijde opgezegd worden door middel van een notificatie gedaan aan de andere Verdragsluitende Partij. Bij opzegging blijft dit Verdrag van kracht tot het einde van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de andere Verdragsluitende Partij de notificatie over de opzegging heeft ontvangen.

Artikel 42

1. Dit Verdrag is onderworpen aan goedkeuring conform het recht van elk van de Verdragsluitende Partijen.

2. De Verdragsluitende Partijen stellen elkaar schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun procedures vereist voor de inwerkingtreding van dit Verdrag.

3. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand volgend op de datum van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in het tweede lid. Artikel 5 treedt voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2003.

4. Het Koninkrijk der Nederlanden past artikel 5 voorlopig toe vanaf de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van ondertekening.