rijk/verdrag/verdrag-inzake-sociale-zekerheid-tussen-het-koninkrijk-der-nederlanden-en-de-rep/BWBV0001767
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay BWBV0001767 verdrag geldend 2008-06-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0001767 Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek ten Oosten van de Uruguay

Titel I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

1.

De hieronder omschreven uitdrukkingen en termen hebben met betrekking tot dit Verdrag de volgende betekenis:

a. a. „Verdragsluitende Partijen: de Republiek ten Oosten van de Uruguay en het Koninkrijk der Nederlanden; b. b. „Grondgebied: met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden, het grondgebied van het Koninkrijk in Europa; c. c. „Wetgeving: de Grondwet, de wetten, voorschriften en bepalingen die betrekking hebben op de in artikel 2 van dit Verdrag bedoelde sociale zekerheid; d. d. „Bevoegde autoriteit: met betrekking tot de Republiek ten Oosten van de Uruguay, het Ministerie van Werk en Sociale Zekerheid of een gemachtigd orgaan, en met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland; e. e. „Bevoegd orgaan: het orgaan of de organisatie dat respectievelijk die in ieder geval verantwoordelijk is voor de uitvoering van de in artikel 2 van dit Verdrag bedoelde wetgeving. Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 2, eerste lid, onder B, letters a, b, c en g: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en betreffende de takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 2, eerste lid, onder B, letters d, e en f: de Sociale verzekeringsbank en de betreffende tak van sociale zekerheid genoemd in artikel 2, eerste lid, onder B, letter h: de zorgverzekeraars; met betrekking tot de Republiek ten Oosten van de Uruguay: de Socialezekerheidsbank, of elke organisatie bevoegd tot het uitvoeren van een taak die momenteel wordt uitgevoerd door voornoemde organen; f. f. „Verbindingsorgaan: het orgaan dat is belast met de coördinatie en informatie met betrekking tot de bevoegde organen van beide Verdragsluitende Partijen die betrokken zijn bij de uitvoering van dit Verdrag, en dat belast is met het informeren van de belanghebbende partijen omtrent de daaraan ontleende rechten en plichten. In Uruguay: de Socialezekerheidsbank, en in Nederland, betreffende de takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 2, eerste lid, onder B, letters a, b, c en g: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, of elke organisatie bevoegd tot het uitvoeren van een taak die momenteel wordt uitgevoerd door voornoemd orgaan, en betreffende de takken van sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder B, letters d, e en f: de Sociale verzekeringsbank; of elke organisatie bevoegd tot het uitvoeren van een taak die momenteel wordt uitgevoerd door voornoemde organen; g. g. „Uitkeringsgerechtigde: de persoon die recht heeft op een prestatie; h. h. „Verzekeringstijdvak of „tijdvak van betaling van premie of bijdrage: een tijdvak dat als zodanig wordt aangemerkt in de wetgeving in het kader waarvan dat tijdvak is vervuld, alsmede elk ander tijdvak dat in deze wetgeving daarmee wordt gelijkgesteld. i. i. „Prestatie: iedere uitkering of bijslag of verstrekking zoals voorzien in de in artikel 2 van dit Verdrag genoemde wetgeving, met inbegrip van aanvullingen, verhogingen of herzieningen krachtens deze wetgeving.

2. Alle andere termen of uitdrukkingen die in dit Verdrag worden gebruikt hebben de betekenis die daaraan in de toepasselijke wetgeving wordt toegekend.

Artikel 2

1.

Dit Verdrag is van toepassing:

a. a. wat Uruguay betreft, op de wetgeving inzake bijdragen aan de Sociale Zekerheid ten behoeve van pensioenstelsels op basis van het individuele omslag- en kapitalisatiestelsel. b. b. wat Nederland betreft, op de wetgeving inzake de volgende takken van sociale verzekeringen: a. a. ziekte- en moederschapsuitkeringen; b. b. arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor werknemers; c. c. arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor zelfstandigen; d. d. ouderdomspensioenen; e. e. nabestaandenpensioenen; en voor de toepassing van Titel II van het Verdrag tevens op de wetgeving inzake: f. f. kinderbijslagen; g. g. werkloosheidsuitkeringen; h. h. ziekteverzekering (verstrekkingen).

2. Dit Verdrag is eveneens van toepassing op toekomstige wet- en regelgeving die de in het eerste lid omschreven wet- en regelgeving aanvult of wijzigt.

3. Wat betreft Nederland is dit Verdrag niet van toepassing op regelingen betreffende prestaties aan slachtoffers van oorlogshandelingen of de gevolgen daarvan.

Artikel 3

Dit Verdrag is van toepassing op personen op wie de wetgeving van een of beide Verdragsluitende Partijen van toepassing is of is geweest, alsmede op hun gezinsleden of nabestaanden voorzover zij rechten ontlenen aan deze personen.

Artikel 4

Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, hebben de volgende personen die wonen of verblijven op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij dezelfde rechten en verplichtingen uit hoofde van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij als haar eigen onderdanen:

a. a. onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij; b. b. vluchtelingen; c. c. gezinsleden en nabestaanden, ongeacht hun nationaliteit, van de onder a en b genoemde personen wat betreft de rechten die zij ontlenen aan die personen.

Artikel 5

1. Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is wetgeving die het recht op of de betaling van een prestatie beperkt uitsluitend omdat de uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin woont of verblijft buiten het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen, niet van toepassing ten aanzien van uitkeringsgerechtigden of leden van hun gezin die wonen of verblijven op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

2. In afwijking van het eerste lid wordt voor zover Nederlandse wetgeving dit vereist, het woonlandbeginsel toegepast, zodat de hoogte van een uitkering wordt afgestemd op het kostenniveau van het land waar de uitkeringsgerechtigde woont.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op de Nederlandse Toeslagenwet van 6 november 1986.

Titel II. BEPALINGEN INZAKE TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel 6

1. Personen op wie de bepalingen van dit deel van het Verdrag van toepassing zijn, zijn onderworpen aan de wetgeving van slechts een Verdragsluitende Partij, in overeenstemming met de bepalingen van artikelen 7 en 8

2. Een persoon die als werknemer werkzaam is op het grondgebied van de ene Verdragsluitende Partij, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs indien hij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont of indien het domicilie van zijn werkgever of de zetel van diens onderneming zich bevindt op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

3. Een zelfstandige die zijn beroep uitoefent op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen, is onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij, zelfs indien hij woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

4. Een persoon die in overeenstemming met de bepalingen van deze Titel onderworpen is aan de wetgeving van Nederland wordt beschouwd als wonend op het grondgebied van Nederland.

Artikel 7

1. Een persoon die als werknemer werkzaam is op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en die wordt gedetacheerd om voor zijn of haar werkgever werkzaamheden te verrichten op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, is voor die werkzaamheden uitsluitend onderworpen aan de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij als zouden die werkzaamheden worden verricht op haar grondgebied en mits deze detachering niet langer duurt dan 24 maanden en de betrokkene niet tevens tewerk wordt gesteld op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij door een andere werkgever die gevestigd is op dat grondgebied.

2. De persoon die behoort tot het vliegend personeel van een onderneming die internationaal vervoer van personen of goederen door de lucht exploiteert en die werkzaam is op het grondgebied van beide Partijen, is onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de onderneming haar hoofdzetel heeft. Indien deze persoon op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont en de onderneming een filiaal of permanente vertegenwoordiging van de voornoemde onderneming heeft op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij, is hij onderworpen aan de wetgeving van de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij

3. De werknemer die werkzaam is aan boord van een schip dat onder de vlag van een Verdragsluitende Partij vaart en aan wie het loon wordt uitbetaald door een onderneming of een persoon waarvan de zetel of wiens domicilie zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij bevindt, is onderworpen aan de wetgeving van deze laatstgenoemde Verdragsluitende Partij indien hij op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij woont.

4. Onderdanen van een Verdragsluitende Partij die door de Regering van die Verdragsluitende Partij worden uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij als lid van een diplomatieke zending of consulaire post, zijn onderworpen aan de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij.

5. Een persoon die als werknemer werkzaam is bij een diplomatieke zending of consulaire post van een van de Verdragsluitende Partijen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, is onderworpen aan de wetgeving van de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.

6. Indien de diplomatieke zending of consulaire post van een van de Verdragsluitende Partijen personen in dienst heeft die overeenkomstig het vijfde lid van dit artikel onderworpen zijn aan de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij, voldoet de zending of post aan de verplichtingen die de wetgeving van deze Verdragsluitende Partij aan werkgevers oplegt.

7. Het in het vijfde en zesde lid van dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op personen in persoonlijke dienst van een in het vierde lid van dit artikel genoemde persoon. In dat geval voldoet de natuurlijke persoon die personen in persoonlijke dienst heeft aan de verplichtingen die de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar de dienstbetrekking wordt uitgeoefend aan werkgevers oplegt.

8. Het in het vierde tot en met het zevende lid van dit artikel bepaalde is niet van toepassing op honoraire leden van een consulaire post of op personen in persoonlijke dienst van dergelijke personen.

9. Indien een persoon ingevolge het eerste lid van dit artikel onderworpen blijft aan de wetgeving van de ene Verdragsluitende Partij, is dat lid van overeenkomstige toepassing op de echtgenoot/echtgenote en kinderen die hem vergezellen, tenzij zij zelf als werknemer of zelfstandige werkzaam zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 8

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen of de door deze autoriteiten aangewezen lichamen kunnen, in onderlinge overeenstemming, voor werknemers of zelfstandigen uitzonderingen vaststellen.

Titel III. BEPALINGEN MET BETREKKING TOT PENSIOENUITKERINGEN

Hoofdstuk 1. SAMENTELLING

Artikel 9

Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Partij de verkrijging, het behoud of het herstel van het recht op pensioenuitkeringen afhankelijk stelt van de vervulling van bepaalde verzekeringstijdvakken, houdt het bevoegde orgaan waar nodig rekening met de verzekeringstijdvakken die overeenkomstig de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij binnen dit stelsel zijn vervuld als waren zij vervuld volgens haar eigen wetgeving, mits deze tijdvakken niet samenvallen.

Hoofdstuk 2. RECHT OP EN BETALING VAN PENSIOENEN

Artikel 10

Het recht op pensioenuitkeringen vanwege arbeidsongeschiktheid, en voor nabestaanden wordt vastgesteld overeenkomstig de wetgeving van de Verdragsluitende Partij die van toepassing is op de verzekerde of de uitkeringsgerechtigde op het moment dat de gebeurtenis plaatsvindt.

Artikel 11

1. Teneinde de mate van arbeidsongeschiktheid van de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde vast te stellen, maken de bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij gebruik van de door het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij verstrekte geneeskundige rapporten en administratieve gegevens. Het bevoegde orgaan van de eerste Verdragsluitende Partij kan de uitkeringsgerechtigde evenwel verzoeken een geneeskundig onderzoek door een arts naar keuze van het orgaan of een geneeskundig onderzoek op het grondgebied van het orgaan te ondergaan.

2. De kosten van de onderzoeken worden gedragen door het bevoegde orgaan op verzoek waarvan het onderzoek wordt verricht.

3. In het Administratief Akkoord zal de wijze waarop de vergoeding van de kosten van aanvullend onderzoek plaatsvindt tussen de Verdragsluitende Partijen worden vastgesteld.

Hoofdstuk 3. TOEPASSING VAN DE WETGEVING VAN URUGUAY

Artikel 12

1. De werknemers die in Uruguay zijn aangesloten bij een Spaarfonds Sociale Zekerheid, financieren hun pensioenuitkeringen uit de bedragen die op hun individuele kapitaalrekeningen zijn ingelegd.

2. De pensioenuitkeringen die worden toegekend uit hoofde van een kapitalisatiestelsel worden toegevoegd aan de pensioenuitkeringen ontleend aan een solidariteitsstelsel wanneer de werknemer aan alle door de geldende wetgeving gestelde eisen voldoet, en waar nodig, onder toepassing van de samentelling van verzekeringstijdvakken.

Artikel 13

De werknemer die gedurende achtereenvolgende of afwisselende perioden onderworpen is geweest aan de wetgeving van een van beide of beide Verdragsluitende Partijen kan aanspraak maken op de pensioenuitkeringen die in dit Hoofdstuk worden geregeld, overeenkomstig de volgende voorwaarden:

    1. Het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij stelt de aanspraak vast en berekent de pensioenuitkering, waarbij uitsluitend de verzekeringstijdvakken die door genoemde Verdragsluitende Partij zijn erkend in aanmerking worden genomen.
    1. Tegelijkertijd stelt het bevoegde orgaan de aanspraak vast op pensioenuitkeringen door zelf de verzekeringstijdvakken samen te tellen die ingevolge de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij zijn vervuld. Wanneer de samentelling heeft plaatsgevonden en de aanspraak op pensioenuitkeringen is vastgesteld, wordt het te betalen bedrag berekend onder toepassing van de volgende regels:

      a.
      Het bedrag van de pensioenuitkeringen waarop de betrokken Verdragsluitende Partij aanspraak kan maken wordt berekend alsof alle samengetelde verzekeringstijdvakken ingevolge haar eigen wetgeving waren vervuld (theoretisch pensioen). 
      
      
      b.
      Het bedrag van de pensioenuitkering wordt vastgesteld door op het theoretisch pensioen dat ingevolge haar nationale wetgeving is geraamd, dezelfde verhouding toe te passen als die welke bestaat tussen het verzekeringstijdvak dat in een Verdragsluitende Partij is vervuld en de som van het aantal verzekeringstijdvakken dat in beide Partijen is vervuld (pro rata pensioen).
      

a. a. Het bedrag van de pensioenuitkeringen waarop de betrokken Verdragsluitende Partij aanspraak kan maken wordt berekend alsof alle samengetelde verzekeringstijdvakken ingevolge haar eigen wetgeving waren vervuld (theoretisch pensioen). b. b. Het bedrag van de pensioenuitkering wordt vastgesteld door op het theoretisch pensioen dat ingevolge haar nationale wetgeving is geraamd, dezelfde verhouding toe te passen als die welke bestaat tussen het verzekeringstijdvak dat in een Verdragsluitende Partij is vervuld en de som van het aantal verzekeringstijdvakken dat in beide Partijen is vervuld (pro rata pensioen). 3. 3. De pensioengerechtigde heeft recht op het overeenkomstig de punten 1 en 2 berekende hoogste bedrag.

Artikel 14

1. Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Partij het recht op of het toekennen van bepaalde prestaties afhankelijk stelt van het vervullen van verzekeringstijdvakken betreffende een activiteit waarop een bijzonder of gunstiger stelsel van toepassing is, met betrekking tot een bepaalde activiteit of in een bepaalde functie, zullen uit hoofde van de tijdvakken die ingevolge de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij zijn vervuld uitsluitend pensioenuitkeringen of prestaties kunnen worden toegekend indien zij onder een gelijksoortig stelsel zouden zijn erkend, of, indien dit systeem niet bestaat, met betrekking tot dezelfde activiteit, of in een functie met soortgelijke kenmerken.

2. Indien, wanneer de aldus vervulde tijdvakken in aanmerking worden genomen, de betrokkene niet aan de voorwaarden voldoet om in aanmerking te komen voor een pensioenuitkering uit hoofde van een bijzonder of verbeterd stelsel, worden deze tijdvakken beschouwd als recht gevend op pensioenuitkeringen uit hoofde van het algemene stelsel of van een ander bijzonder of verbeterd stelsel waarin de betrokken persoon zijn aanspraak kan doen gelden.

Artikel 15

De pensioenuitkeringen die onder toepassing van de bepalingen van Titel III van dit Verdrag worden erkend, worden periodiek aangepast met dezelfde bedragen als de pensioenuitkeringen die uit hoofde van de nationale wetgeving worden erkend. Met betrekking tot de pensioenuitkeringen die zijn geraamd volgens de „pro rata temporis formule, zoals voorzien in artikel 13, tweede lid, kan deze aanpassing echter worden berekend onder toepassing van dezelfde verhoudingsregel die werd toegepast om het pensioenbedrag vast te stellen.

Hoofdstuk 4. TOEPASSING VAN DE WETGEVING VAN NEDERLAND

Artikel 16

1. Het bevoegde orgaan van Nederland stelt het ouderdomspensioen rechtstreeks en uitsluitend vast op basis van de krachtens de Nederlandse Algemene Ouderdomswet vervulde verzekeringstijdvakken.

2. Het bevoegde orgaan van Nederland stelt het nabestaandenpensioen rechtstreeks en uitsluitend vast op basis van de Nederlandse Algemene nabestaandenwet.

3. Het bevoegde orgaan van Nederland stelt de arbeids-ongeschiktheidsuitkering rechtstreeks en uitsluitend vast op basis van de Nederlandse Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Nederlandse Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Titel IV. OVERIGE, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Hoofdstuk 1. DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 17

1. Wanneer, krachtens dit Verdrag, de bevoegde autoriteiten of de bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij persoonsgegevens mededelen aan de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van de andere Verdragsluitende Partij, is die mededeling onderworpen aan de wettelijke bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens als neergelegd door de Verdragsluitende Partij die de gegevens verstrekt. Elke daaropvolgende overdracht dan wel opslag, wijziging en vernietiging van de gegevens is onderworpen aan de bepalingen van de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens van de ontvangende Verdragsluitende Partij.

2. Het gebruik van persoonsgegevens voor andere doeleinden dan die van sociale zekerheid is onderworpen aan de goedkeuring van de betrokken persoon of in overeenstemming met andere waarborgen waarin de nationale wetgeving voorziet.

Artikel 18

1. Aanvragen en beroepschriften die voor de toepassing van de wetgeving van een Verdragsluitende Partij binnen een door de bevoegde organen of autoriteiten van die Verdragsluitende Partij vastgestelde termijn dienen te worden ingediend, worden geacht te zijn ingediend indien zij binnen dezelfde termijn bij het bevoegde orgaan of de autoriteit van de andere Verdragsluitende Partij zijn ingediend.

2. De aanvragen voor pensioenuitkeringen die overeenkomstig de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen worden ingediend, worden tevens beschouwd als aanvragen voor een soortgelijke pensioenuitkering overeenkomstig de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij.

3. De datum waarop de bovengenoemde aanvragen en beroepschriften zijn ingediend bij een Verdragsluitende Partij, wordt beschouwd als de datum van indiening bij de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 19

1. Voor de toepassing van dit Verdrag kunnen de bevoegde autoriteiten, de bevoegde organen en de verbindingsorganen van beide Partijen te allen tijde gebruik maken van geneeskundige onderzoeken en verificaties van feiten en handelingen die kunnen leiden tot het verkrijgen, wijzigen, opschorten, verminderen, vervallen, intrekken of behouden van het recht op pensioenuitkeringen. De kosten die uit deze stappen kunnen voortvloeien worden onverwijld vergoed door het bevoegde orgaan op wiens verzoek het onderzoek of de verificatie is uitgevoerd, nadat hij gespecificeerde kwitanties voor deze kosten heeft ontvangen.

2. De verbindingsorganen van beide Partijen wisselen statistische gegevens uit met betrekking tot de pensioenuitkeringen die zijn toegekend aan de uitkeringsgerechtigden van de ene Verdragsluitende Partij die wonen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij. Deze gegevens omvatten een nauwkeurige opgave van het aantal uitkeringsgerechtigden en het totale bedrag van de pensioenuitkeringen dat elk kalenderjaar wordt betaald.

3. De gegevens vervat in de aanvraag- of contactformulieren en overige benodigde documenten, alsmede alle andere gegevens die de bevoegde autoriteiten van belang achten voor de uitvoering van dit Verdrag, kunnen tussen de verbindingsorganen van de Verdragsluitende Partijen worden verzonden via elektronische weg of op een andere wijze die is overeengekomen en die een beperkte toegang en vertrouwelijkheid waarborgt.

4. Voor de uitvoering van dit Verdrag werken de Verdragsluitende Partijen de inhoud van de wederzijdse bijstand uit in een Administratief Akkoord.

Artikel 20

1. De vrijstellingen met betrekking tot registraties, documenten, zegels, consulaire heffingen en soortgelijke heffingen, zoals voorzien in de wetgeving van elke Verdragsluitende Partij, worden uitgebreid tot verklaringen en documenten die door de bevoegde organen van de andere Verdragsluitende Partij worden afgegeven bij de toepassing van dit Verdrag.

2. Alle bij de toepassing van dit Verdrag afgegeven administratieve akten en documenten zijn vrijgesteld van certificering en overige soortgelijke formaliteiten indien zij worden ingediend bij de bevoegde organen van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 21

1. Er wordt kwijting verleend aan de bevoegde organen van elke Verdragsluitende Partij voor de betalingen die krachtens dit Verdrag worden toegekend, wanneer deze geschieden in de valuta van hun land en op de datum en wijze zoals door elke Verdragsluitende Partij wordt vastgesteld.

2. Ingeval door een van de Verdragsluitende Partijen valutabeperkingen worden toegepast, komen beide Verdragsluitende Partijen onmiddellijk de nodige maatregelen overeen om de uitvoering van de aan dit Verdrag ontleende rechten te waarborgen.

Artikel 22

1.

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen:

a. a. stellen het Administratief Akkoord vast dat nodig is voor de uitvoering van dit Verdrag; b. b. informeren elkaar over de maatregelen die in het kader van hun binnenlands beleid zijn genomen met betrekking tot de uitvoering van dit Verdrag; c. c. stellen elkaar in kennis van de wettelijke bepalingen en regelingen die de in artikel 2 bedoelde bepalingen en regelingen wijzigen; d. d. verlenen elkaar bijstand en bieden een zo breed mogelijke technische en administratieve samenwerking aan.

2.

Ten behoeve van het toezicht op de uitvoering van dit Verdrag en van het Administratief Akkoord, wordt een gemengde commissie van deskundigen ingesteld, aangewezen door de bevoegde autoriteiten.

De gemengde commissie van deskundigen komt periodiek bijeen, afwisselend in het ene en het andere land, en kan te allen tijde door de bevoegde autoriteiten worden opgeroepen.

Artikel 23

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen verrichten alle redelijke inspanningen om geschillen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag en het Administratief Akkoord met wederzijdse instemming op te lossen.

Artikel 24

1. Voor de toepassing van dit Verdrag kunnen de bevoegde autoriteiten en bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen rechtstreeks met elkaar communiceren in de Engelse taal.

2. Geen enkel document wordt geweigerd op grond van het enkele feit dat het is opgesteld in een officiële taal van een Verdragsluitende Partij.

Hoofdstuk 2. OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 25

De voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig de wetgeving van elke Verdragsluitende Partij vervulde verzekeringstijdvakken worden in aanmerking genomen ten behoeve van de vaststelling van het recht op pensioenuitkeringen dat uit hoofde van dit Verdrag wordt erkend.

Artikel 26

1. De uitvoering van dit Verdrag voorziet in het toekennen van rechten op pensioenuitkeringen op grond van gebeurtenissen die zich voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag hebben voorgedaan. Er worden echter geen pensioenuitkeringen verstrekt met betrekking tot tijdvakken voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit Verdrag.

2. De pensioenuitkeringen die door een of beide Partijen worden verstrekt of de aanspraken op pensioenuitkeringen die voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag zijn afgewezen, worden op verzoek van de betrokkene of op ambtelijk niveau herzien, waarbij de huidige bepalingen uitsluitend in aanmerking worden genomen indien het verzoek tot herziening binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag wordt ingediend. Het recht wordt verworven vanaf het moment dat de aanvraag is ingediend, behalve wanneer er een gunstigere bepaling bestaat in de wetgeving van die Verdragsluitende Partij. Betaalde pensioenuitkeringen ineens zijn niet onderworpen aan herziening.

3. De bepalingen inzake verjaring en beëindiging die bij elke Verdragsluitende Partij van kracht zijn, kunnen van toepassing zijn op de in dit artikel bedoelde rechten, indien de betrokken partijen hun aanvraag twee jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag indienen, behalve wanneer er een gunstigere bepaling bestaat in de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar de aanvraag is ingediend. Het bedrag van de pensioenuitkering dat uit deze nieuwe berekening resulteert mag niet lager zijn dan de oorspronkelijke pensioenuitkering.

Hoofdstuk 3. SLOTBEPALINGEN

Artikel 27

1. Dit Verdrag wordt gesloten voor onbepaalde tijd, behoudens kennisgeving van beëindiging door een van de Verdragsluitende Partijen, die zes maanden nadat de andere Verdragsluitende Partij daarvan in kennis is gesteld van kracht wordt. In het Administratief Akkoord worden de wijze en de voorwaarden geregeld waarop deze kennisgeving dient te geschieden.

2. In geval van opzegging van dit Verdrag door middel van een kennisgeving van beëindiging of met wederzijdse instemming, ongeacht restrictieve bepalingen die elke Verdragsluitende Partij kan voorzien voor gevallen waarin een uitkeringsgerechtigde in een ander land woont, blijven de bepalingen van dit Verdrag van toepassing op de uit hoofde van dit Verdrag verworven rechten.

3. De Verdragsluitende Partijen komen de bepalingen overeen die de verworven rechten waarborgen, die zijn ontleend aan het verzekeringstijdvak of daaraan gelijkgestelde tijdvak dat voorafgaande aan de datum van opzegging van dit Verdrag is vervuld.

Artikel 28

1. Dit Verdrag en het Administratief Akkoord worden goedgekeurd overeenkomstig de nationale wetgeving van elke Verdragsluitende Partij en worden van kracht op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de laatste kennisgeving van de Partijen aan elkaar heeft plaatsgevonden dat aan de onderscheiden constitutionele en wettelijk vereiste procedures is voldaan, met dien verstande dat artikel 5 voor het Koninkrijk der Nederlanden met terugwerkende kracht in werking treedt vanaf 1 januari 2003.

2. Het Koninkrijk der Nederlanden past artikel 5 van dit Verdrag, alsmede het Administratief Akkoord voorlopig toe vanaf de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van ondertekening van het Verdrag.

Artikel 29

Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag en het Administratief Akkoord slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.

Artikel 30

Dit Verdrag kan te allen tijde worden beëindigd bij schriftelijke kennisgeving aan de andere Verdragsluitende Partij. In het geval van beëindiging blijft dit Verdrag van kracht tot het einde van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de kennisgeving van beëindiging door de andere Verdragsluitende Partij is ontvangen.