40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Spaanse Staat | BWBV0003805 | verdrag | geldend | 1974-12-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0003805 | Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Spaanse Staat |
Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Spaanse Staat
Titel I. Algemene bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag:
a) a) wordt onder „grondgebied” verstaan: van Nederlandse zijde: het grondgebied in Europa; van Spaanse zijde: de provincies op het schiereiland, de Balearen, de Kanarische eilanden en de Spaanse provincies in Noord-Afrika; b) b) worden onder „wetgeving” of „wettelijke regeling” verstaan de bestaande en toekomstige wetten, reglementen en statutaire bepalingen met betrekking tot de in het eerste lid van artikel 2 bedoelde regelingen en takken van sociale zekerheid; c) c) wordt onder „bevoegde autoriteiten” verstaan: van Nederlandse zijde: de Minister van Sociale Zaken; inzake verstrekkingen van de ziekteverzekering: de Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, van Spaanse zijde: de Minister van Arbeid; d) d) wordt onder „woonplaats” verstaan de normale verblijfplaats; e) e) wordt onder „verblijfplaats” verstaan de tijdelijke verblijfplaats; f) f) wordt onder „bevoegd orgaan” verstaan het orgaan, waarbij de verzekerde is aangesloten op het tijdstip, waarop hij om een prestatie verzoekt, of het orgaan, tegenover hetwelk hij recht op prestaties heeft of zou hebben, indien hij woonde op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij, waar dit orgaan zich bevindt; g) g) wordt onder „orgaan van de woonplaats” verstaan het orgaan, dat bevoegd is de betreffende prestaties te verlenen ter plaatse waar de belanghebbende woont, volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij welke door dat orgaan wordt uitgevoerd of, indien een dergelijk orgaan niet bestaat, het door de de autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij aangewezen orgaan; h) h) wordt onder „orgaan van de verblijfplaats” verstaan het orgaan, dat bevoegd is de betreffende prestaties te verlenen ter plaatse waar de belanghebbende verblijft, volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij welke door dat orgaan wordt uitgevoerd of, indien een dergelijk orgaan niet bestaat, het orgaan, dat door de bevoegde autoriteit van de betrokken Verdragsluitende Partij is aangewezen; i) i) worden onder „gezinsleden” verstaan de personen, die als zodanig worden aangemerkt of erkend door de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij wonen; indien echter deze wetgeving uitsluitend als gezinsleden beschouwt personen, die bij de belanghebbende inwonen, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan, wanneer deze personen in hoofdzaak ten laste van de belanghebbende komen; j) j) worden onder „nagelaten betrekkingen” verstaan de personen, die in de wettelijke regeling krachtens welke de prestaties worden verleend als zodanig worden aangemerkt of erkend; k) k) worden onder „tijdvakken van verzekering” verstaan de tijdvakken van premiebetaling, van arbeid als loontrekkende of zelfstandige of van wonen, welke als tijdvakken van verzekering worden omschreven of aangemerkt in de wettelijke regeling, waaronder zij zijn vervuld of geacht worden te zijn vervuld, alsmede alle met deze tijdvakken gelijkgestelde tijdvakken, voor zover zij door die wettelijke regeling als waardig met tijdvakken van verzekering worden erkend; l) l) worden onder „uitkeringen”, „pensioenen” of „renten” verstaan alle uitkeringen, pensioenen, renten, met inbegrip van alle bedragen ten laste van de openbare middelen, de verhogingen in verband met aanpassing aan het loon- of prijsniveau, of de aanvullende uitkeringen, alsmede de als afkoopsom uitgekeerde bedragen, welke in de plaats kunnen treden van de pensioenen of renten; m) m) wordt onder „werknemer” verstaan een loontrekkende of een zelfstandige, alsmede iedere persoon, die volgens de van toepassing zijnde wetgeving met een loontrekkende gelijkgesteld is; n) n) wordt onder „uitkering bij overlijden” verstaan elk bedrag dat geval van overlijden ineens wordt uitgekeerd.
Artikel 2
1.
Dit Verdrag is van toepassing:
A. A. in Spanje:
a)
op de wetgeving betreffende de algemene regeling van sociale zekerheid met betrekking tot:
1°.
gewone ziekten en beroepsziekten, moederschap, tijdelijke arbeidsongeschiktheid en arbeids- en niet-arbeidsongevallen;
2°.
tijdelijke en blijvende invaliditeit;
3°.
ouderdom, overlijden en uitkeringen aan nagelaten betrekkingen;
4°.
gezinsbijslagen;
5°.
werkloosheid;
6°.
herscholing en revalidatie van invaliden;
7°.
sociale diensten;
b)
op de wetgeving betreffende de bijzondere regelingen voor:
1°.
werknemers in de landbouw;
2°.
zeelieden;
3°.
huispersoneel;
4°.
mijnwerkers in de steenkolenmijnen;
5 °.
zelfstandigen;
6°.
werknemers bij de spoorwegen;
7°.
kunstenaars;
8°.
handelsreizigers;
9°.
beroepsauteurs;
10°.
studerenden;
11°.
stierenvechters.
a) a) op de wetgeving betreffende de algemene regeling van sociale zekerheid met betrekking tot:
1°.
gewone ziekten en beroepsziekten, moederschap, tijdelijke arbeidsongeschiktheid en arbeids- en niet-arbeidsongevallen;
2°.
tijdelijke en blijvende invaliditeit;
3°.
ouderdom, overlijden en uitkeringen aan nagelaten betrekkingen;
4°.
gezinsbijslagen;
5°.
werkloosheid;
6°.
herscholing en revalidatie van invaliden;
7°.
sociale diensten;
1°. 1°. gewone ziekten en beroepsziekten, moederschap, tijdelijke arbeidsongeschiktheid en arbeids- en niet-arbeidsongevallen; 2°. 2°. tijdelijke en blijvende invaliditeit; 3°. 3°. ouderdom, overlijden en uitkeringen aan nagelaten betrekkingen; 4°. 4°. gezinsbijslagen; 5°. 5°. werkloosheid; 6°. 6°. herscholing en revalidatie van invaliden; 7°. 7°. sociale diensten; b) b) op de wetgeving betreffende de bijzondere regelingen voor:
1°.
werknemers in de landbouw;
2°.
zeelieden;
3°.
huispersoneel;
4°.
mijnwerkers in de steenkolenmijnen;
5 °.
zelfstandigen;
6°.
werknemers bij de spoorwegen;
7°.
kunstenaars;
8°.
handelsreizigers;
9°.
beroepsauteurs;
10°.
studerenden;
11°.
stierenvechters.
1°. 1°. werknemers in de landbouw; 2°. 2°. zeelieden; 3°. 3°. huispersoneel; 4°. 4°. mijnwerkers in de steenkolenmijnen; 5 °. 5 °. zelfstandigen; 6°. 6°. werknemers bij de spoorwegen; 7°. 7°. kunstenaars; 8°. 8°. handelsreizigers; 9°. 9°. beroepsauteurs; 10°. 10°. studerenden; 11°. 11°. stierenvechters. B. B. in Nederland op de wettelijke regelingen betreffende:
a)
prestaties bij ziekte en moederschap (met inbegrip van prestaties bij ongevallen en beroepsziekten);
b)
prestaties bij arbeidsongeschiktheid (invaliditeit, arbeidsongevallen en beroepsziekten);
c)
uitkeringen bij ouderdom;
d)
uitkeringen aan nagelaten betrekkingen;
e)
uitkeringen bij werkloosheid;
f)
kinderbijslag.
a) a) prestaties bij ziekte en moederschap (met inbegrip van prestaties bij ongevallen en beroepsziekten); b) b) prestaties bij arbeidsongeschiktheid (invaliditeit, arbeidsongevallen en beroepsziekten); c) c) uitkeringen bij ouderdom; d) d) uitkeringen aan nagelaten betrekkingen; e) e) uitkeringen bij werkloosheid; f) f) kinderbijslag.
2.
Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, welke de wettelijke regelingen, genoemd in het eerste lid van dit artikel, wijzigen of aanvullen of kunnen wijzigen of aanvullen.
Dit Verdrag is gelijkelijk van toepassing:
a) a) op wetten of regelingen, welke betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale verzekering, indien daartoe een nadere overeenkomst is gesloten tussen de Verdragsluitende Partijen; b) b) op wetten of regelingen, welke de werking van de bestaande regelingen uitbreiden tot nieuwe groepen van rechthebbenden, indien de Regering van de betrokken Verdragsluitende Partij daartegen niet binnen drie maanden na kennisgeving van de officiële bekendmaking van bedoelde wetten of regelingen bezwaar maakt.
Artikel 3
1. De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op Nederlandse en Spaanse werknemers, op wie de wetgeving van één der Verdragsluitende Partijen van toepassing is of geweest is, alsmede op hun gezinsleden en hun nagelaten betrekkingen.
2. De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van toepassing op de leden van de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen en evenmin, in voorkomend geval op de kanselarij beambten, indien deze onderdaan zijn van de vertegenwoordigde Staat.
Artikel 4
De onderdanen van één der Verdragsluitende Partijen, op wie de bepalingen van dit Verdrag van toepassing zijn, zijn onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van de andere Partij onderworpen aan de verplichtingen en gerechtigd tot de voordelen, voortvloeiende uit de in artikel 2 genoemde wettelijke regelingen.
Artikel 5
Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, kunnen uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, renten ter zake van een arbeidsongeval of een beroepsziekte, kinderbijslagen en uitkeringen bij overlijden, verkregen krachtens de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij, niet worden verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard op grond van het feit dat de rechthebbende niet op het grondgebied van deze Partij woont.
Artikel 6
1. Behalve ten aanzien van ouderdomsuitkeringen en uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, kan krachtens dit Verdrag geen enkel recht worden uitgeoefend of gehandhaafd om meer dan één uitkering van dezelfde aard of meer dan één uitkering, welke betrekking heeft op eenzelfde tijdvak van verplichte verzekering, te genieten.
2.
De bepalingen inzake vermindering, schorsing of intrekking, voorzien bij de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij, in geval van samenloop van een uitkering met andere uitkeringen of andere inkomsten of wegens het verrichten van beroepsarbeid, zijn op de rechthebbende van toepassing, zelfs indien het uitkeringen betreft, welke verkregen zijn krachtens de wettelijke regeling van de andere Verdragsluitende Partij of indien het gaat om inkomsten, verkregen of werkzaamheden, uitgeoefend op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
Deze regel is evenwel niet van toepassing indien de belanghebbende uitkeringen bij ouderdom of overlijden geniet, welke overeenkomstig het bepaalde in de afdelingen 1 of 2 van Hoofdstuk 3 worden vastgesteld.
3. Indien de toepassing van het tweede lid tot gevolg heeft, dat de uitkeringen, verschuldigd krachtens de wettelijke regeling van beide Verdragsluitende Partijen, beide worden verminderd of geschorst, dan kan geen van deze uitkeringen verminderd of geschorst worden met een bedrag, dat hoger is dan de helft van het bedrag, dat niet uitbetaald zou worden.
Titel II. Bepalingen ter vaststelling van de van toepassing zijnde wetgeving
Artikel 7
Onverminderd de bepalingen van deze titel is op werknemers die werkzaam zijn op het grondgebied van één der Verdragsluitende Partijen de wetgeving van deze Partij van toepassing, zelfs indien zij op het grondgebied van de andere Partij wonen of indien hun werkgever of de zetel van de onderneming, waarbij zij werkzaam zijn, zich op het grondgebied van de andere Partij bevindt.
Artikel 8
Op het beginsel, neergelegd in artikel 7, gelden de volgende uitzonderingen:
a) a) Op de werknemers die, in dienst zijnde van een onderneming, welke op het grondgebied van één der Verdragsluitende Partijen een bedrijf heeft, waaraan zij gewoonlijk verbonden zijn, door deze onderneming worden uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij om aldaar een werk uit te voeren voor rekening van deze onderneming, blijft, gedurende de eerste 24 maanden, waarin zij op het grondgebied van de andere Partij werkzaam zijn, de wetgeving van eerstgenoemde Partij van toepassing, alsof zij op zijn grondgebied werkzaam bleven; indien deze arbeid langer dan maanden duurt, blijft de wetgeving van eerstbedoelde Partij voor een nieuw tijdvak van hoogstens 12 maanden van toepassing, mits de bevoegde autoriteit van de andere Partij vóór het einde van het eerste tijdvak van 24 maanden hieraan zijn goedkeuring heeft gehecht. b) b) op het varend of rijdend personeel in dienst van een onderneming welke voor rekening van anderen of voor eigen rekening personen of goederen vervoert per spoor, over de weg, door de lucht of te water, of de zeevisserij uitoefent, en welke op het grondgebied van één der Verdragsluitende Partijen haar zetel heeft, is de wetgeving van de Verdragsluitende Partij, op het grondgebied waarvan de onderneming gevestigd is, van toepassing; indien bedoelde onderneming echter een filiaal of een duurzame vertegenwoordiging heeft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, is op de daarbij tewerkgestelde werknemers de wetgeving van de Verdragsluitende Partij, op het grondgebied waarvan dit filiaal of deze duurzame vertegenwoordiging zich bevindt van toepassing.
Artikel 9
1. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van artikel 3, is artikel 7 van toepassing op werknemers die op de diplomatieke consulaire posten van de Verdragsluitende Partijen tewerkgesteld zijn of in persoonlijke dienst van de ambtenaren van die posten zijn.
2. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde werknemers, die onderdaan zijn van de Verdragsluitende Partij, welke door de betreffende diplomatieke of consulaire post wordt vertegenwoordigd, mogen evenwel binnen een termijn van drie maanden na de aanvang van hun werkzaamheden kiezen voor toepassing van de wetgeving van de vertegenwoordigde Staat.
Artikel 10
De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen voor bepaalde werknemers of groepen werknemers met betrekking tot de toepasselijke wetgeving in gemeen overleg uitzonderingen vaststellen op de bepalingen van de artikelen 7 tot en met 9 van dit Verdrag.
Titel III. Bijzondere bepalingen omtrent de verschillende soorten uitkeringen
Hoofdstuk 1. Ziekte en moederschap
Artikel 11
Wanneer een werknemer achtereenvolgens of afwisselend aan de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, de tijdvakken van verzekering vervuld krachtens de wettelijke regeling van elk der Verdragsluitende Partijen, voor zover zij niet samenvallen, samengeteld.
Artikel 12
1.
De werknemer, die tijdvakken van verzekering heeft vervuld krachtens de wettelijke regeling van één der Verdragsluitende Partijen en die zich naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij begeeft, heeft voor zichzelf en voor zijn gezinsleden, die zich op dat grondgebied bevinden, recht op de prestaties, als voorzien in de wettelijke regeling van laatstbedoelde Verdragsluitende Partij, mits hij:
a) a) arbeidsgeschikt was bij zijn laatste aankomst op het grondgebied van deze Verdragsluitende Partij; b) b) onderworpen was aan de verplichte verzekering na zijn laatste aankomst op genoemd grondgebied; c) c) voldoet aan de door de wettelijke regeling van laatstbedoelde Verdragsluitende Partij gestelde voorwaarden, waarbij in voorkomende gevallen met de in het vorige artikel bedoelde samentelling van tijdvakken rekening moet worden gehouden.
2. Indien in de in het vorige lid bedoelde gevallen de werknemer niet aan de onder a, b en c van dit lid vermelde voorwaarden voldoet en wanneer deze werknemer nog recht zou hebben op prestaties ingevolge de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij laatstelijk voordat hij van woonplaats veranderde verzekerd is geweest, indien hij zich op dit grondgebied zou bevinden, behoudt hij dit recht op prestaties. Het bevoegde orgaan van deze Partij kan het orgaan van de woonplaats verzoeken de verstrekkingen te verlenen overeenkomstig de wettelijke regeling, toegepast door laatstbedoeld orgaan.
Artikel 13
1. Een werknemer die voldoet aan de door de wettelijke regeling van één der Verdragsluitende Partijen voor het recht op prestaties gestelde voorwaarden, heeft recht op prestaties gedurende een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, wanneer zijn gezondheidstoestand onmiddellijke geneeskundige behandeling, met inbegrip van opname in een ziekenhuis, noodzakelijk maakt.
2. Een werknemer die, nadat hij recht op prestaties ten laste van een orgaan van één der Verdragsluitende Partijen heeft verkregen, met toestemming van dit orgaan zijn woonplaats naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij overbrengt, behoudt dat recht.
3. Wanneer een werknemer overeenkomstig de bepalingen van de vorige leden recht op prestaties heeft, worden de verstrekkingen ten laste van het bevoegde orgaan verleend door het orgaan van zijn verblijfplaats of van zijn nieuwe woonplaats overeenkomstig de bepalingen van de wettelijke regeling, welke door dat orgaan wordt toegepast, in het bijzonder wat de omvang en de wijze van het verlenen van verstrekkingen betreft; de periode gedurende welke deze verstrekkingen worden verleend is echter gelijk aan die voorzien in de wettelijke regeling van het bevoegde land.
4. In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel worden prothesen, kunstmiddelen van grotere omvang (orthopedische) en andere belangrijke verstrekkingen slechts verschaft, behalve in onmiskenbare spoedgevallen, als het bevoegde orgaan daartoe machtiging verleent.
5. In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, worden de uitkeringen overeenkomstig de wettelijke regeling van het bevoegde land verleend. Deze uitkeringen mogen voor rekening van het bevoegde orgaan door het orgaan van het andere land worden verleend volgens in een administratief akkoord te stellen regelen.
6. De bepalingen van de vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing op gezinsleden, wanneer zij tijdelijk op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij verblijven of wanneer zij, nadat zij ziek of zwanger zijn geworden, hun woonplaats naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij overbrengen.
Artikel 14
1. De gezinsleden van een werknemer, die is aangesloten bij een orgaan van één der Verdragsluitende Partijen, genieten, wanneer zij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woonachtig zijn, verstrekkingen, alsof de werknemer aangesloten was bij het orgaan van hun woonplaats. De omvang, de duur en de wijze van verlening van bedoelde verstrekkingen worden vastgesteld volgens de bepalingen van de wettelijke regeling, welke het orgaan van de woonplaats toepast.
2. Wanneer de gezinsleden hun woonplaats naar het grondgebied van het bevoegde land overbrengen, genieten zij verstrekkingen overeenkomstig de bepalingen van de wettelijke regeling van dit land. Deze bepaling is eveneens van toepassing wanneer de gezinsleden voor hetzelfde geval van ziekte of moederschap reeds verstrekkingen hebben genoten van de organen van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij vóór hun verhuizing hebben gewoond; indien de door het bevoegde orgaan toegepaste wettelijke regeling voorziet in een maximumduur voor het verlenen van verstrekkingen, wordt met het tijdvak, waarover onmiddellijk vóór de overbrenging van de woonplaats verstrekkingen zijn verleend, rekening gehouden.
3. Wanneer de in het eerste lid van dit artikel bedoelde gezinsleden in het land van hun woonplaats beroepsarbeid verrichten of een pensioen of rente genieten, op grond waarvan zij aanspraak op verstrekkingen kunnen maken, zijn de bepalingen van dit artikel niet op hen van toepassing.
Artikel 15
Indien door toepassing van dit hoofdstuk een werknemer of een lid van zijn gezin krachtens de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen recht op prestaties bij moederschap zou kunnen doen gelden, wordt de wettelijke regeling toegepast, welke van kracht is op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar de geboorte heeft plaatsgevonden, waarbij, voor zover nodig, rekening wordt gehouden met de tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de wettelijke regeling van de andere Verdragsluitende Partij.
Artikel 16
1. Wanneer de rechthebbende op pensioenen of renten, verschuldigd krachtens de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen, op het grondgebied van één der Verdragsluitende Partijen woont en hij krachtens de wettelijke regeling van deze Partij recht heeft op verstrekkingen, worden deze verstrekkingen aan hemzelf en aan zijn gezinsleden verleend door het orgaan van zijn woonplaats, alsof hij in het genot was van een pensioen of een rente, uitsluitend verschuldigd krachtens de wettelijke regeling van het land van zijn woonplaats. Deze verstrekkingen komen ten laste van het orgaan van het land van de woonplaats.
2. Wanneer de rechthebbende op een pensioen of een rente, verschuldigd krachtens de wettelijke regeling van één der Verdragsluitende Partijen, op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont, worden de verstrekkingen, waarop hij krachtens de wettelijke regeling van eerstbedoelde Partij recht heeft, aan hemzelf en aan zijn gezinsleden verleend door het orgaan van zijn woonplaats.
3. Wanneer de rechthebbende op een pensioen of rente verschuldigd krachtens de wettelijke regeling van een der Verdragsluitende Partijen recht heeft op verstrekkingen op grond van de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont, krijgt hij, evenals zijn gezinsleden, verstrekkingen gedurende een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere Partij wanneer hun toestand het nodig maakt dat onmiddellijk verstrekkingen worden verleend. Deze verstrekkingen worden door het orgaan van de verblijfplaats verleend volgens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling. Artikel 13, lid 4 is van overeenkomstige toepassing.
4. Indien, ter dekking van de kosten van verstrekkingen, de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij voorziet in premie-inhoudingen ten laste van degene, die een pensioen of rente geniet, is het orgaan dat het pensioen of de rente verschuldigd is en tot welks last de verstrekkingen komen, bevoegd in de in dit artikel bedoelde gevallen tot die inhoudingen over te gaan.
Artikel 17
1. De verstrekkingen, verleend krachtens artikel 12, lid 2, artikel 13, leden 1, 2 en 6, artikel 14, lid 1, en artikel 16, leden 2 en 3 van dit Verdrag worden door de bevoegde organen vergoed aan de organen, welke deze hebben verleend.
2. De vergoeding wordt vastgesteld en vindt plaats overeenkomstig de in een administratief akkoord vast te stellen regelen; de vergoeding kan door middel van vaste bedragen worden betaald.
Hoofdstuk 2. Invaliditeit
Artikel 18
Wanneer een verzekerde achtereenvolgens of afwisselend aan de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden, met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties bij invaliditeit, de tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de wettelijke regeling van elk der Verdragsluitende Partijen, voor zover zij niet samenvallen, samengeteld.
Artikel 19
De uitkeringen bij invaliditeit worden toegekend overeenkomstig de bepalingen van de wettelijke regeling, die op de belanghebbende van toepassing was op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid, gevolgd door invaliditeit, is ingetreden; ze komen ten laste van het volgens deze wettelijke regeling bevoegde orgaan.
Artikel 20
Indien, rekening houdend met de in artikel 18 bedoelde samentelling van tijdvakken van verzekering, de belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarden voor het recht op invaliditeitsuitkering volgens de wettelijke regeling die op het tijdstip van het intreden van de arbeidsongeschiktheid, gevolgd door invaliditeit, op hem van toepassing was, terwijl hij nog recht op uitkeringen heeft krachtens de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij, op het grondgebied waarvan hij onmiddellijk daaraan voorafgaande verzekerd was of daarop nog recht zou hebben, indien hij zich op dat grondgebied bevond, geniet hij deze uitkeringen in het land, waarheen hij zich heeft begeven. Deze uitkeringen komen ten laste van het orgaan van bovenbedoelde Partij overeenkomstig de bepalingen van de wettelijke regeling van deze Partij.
Artikel 21
1. Indien de verzekerde na schorsing van de invaliditeitsuitkering zijn recht herkrijgt, hervat het orgaan dat de oorspronkelijk toegekende uitkering verschuldigd was de uitbetaling, wanneer de invaliditeit een gevolg is van de ziekte, die geleid heeft tot toekenning van die uitkering.
2. Indien, na intrekking van de invaliditeitsuitkering, de toestand van de verzekerde toekenning van een nieuwe invaliditeitsuitkering rechtvaardigt, wordt deze laatste uitkering verleend volgens de bepalingen van de artikelen 18 tot en met 20.
Artikel 22
Een werknemer, die recht op invaliditeitsuitkering heeft verkregen ten laste van een orgaan van één der Verdragsluitende Partijen en die op het grondgebied van deze Partij woonachtig is, behoudt dat recht wanneer hij zijn woonplaats naar het grondgebied van de andere Partij overbrengt. Vóór de overbrenging moet de werknemer echter toestemming van het bevoegde orgaan verkregen hebben. Deze toestemming kan alleen worden geweigerd indien vaststaat dat verplaatsing van belanghebbende nadelig is voor zijn gezondheid of voor het ondergaan van een medische behandeling.
Hoofdstuk 3. Ouderdom en overlijden
Afdeling 1. Bijzondere bepalingen betreffende de toepassing van de Spaanse wettelijke regeling
Artikel 23
1. Wanneer een verzekerde achtereenvolgens of afwisselend aan de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden, met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op uitkeringen, de tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de wettelijke regeling van elk der Verdragsluitende Partijen, voor zover zij niet samenvallen, samengeteld.
2. De tijdvakken van verzekering, vervuld in derde landen door onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, worden voor de opening van het recht en voor de berekening van de uitkeringen bij ouderdom en overlijden eveneens in aanmerking genomen en samengeteld met de in Nederland vervulde tijdvakken van verzekering, mits de Spaanse Staat soortgelijke bepalingen met die derde landen overeengekomen is.
3. Wanneer de Spaanse wettelijke regeling de toekenning van bepaalde uitkeringen afhankelijk stelt van de voorwaarde, dat de tijdvakken van verzekering vervuld zijn in een beroep, waarvoor een bijzondere regeling geldt, worden, om voor deze uitkeringen in aanmerking te komen, alleen de in Nederland en in een derde land in de gevallen als bedoeld in lid 2 van dit artikel in hetzelfde beroep vervulde tijdvakken van arbeid samengeteld. Indien de verzekerde, ondanks de samentelling van bedoelde tijdvakken, niet voldoet aan de voorwaarden om de vorenbedoelde uitkeringen te genieten, worden de desbetreffende tijdvakken eveneens samengeteld om in aanmerking te komen voor de uitkeringen ingevolge de Spaanse algemene regeling.
Artikel 24
1.
De uitkeringen, waarop een verzekerde als bedoeld in artikel 23 van dit Verdrag of zijn nagelaten betrekkingen krachtens de Spaanse wettelijke regeling aanspraak kunnen maken, worden op de volgende wijze vastgesteld:
a) a) het Spaanse orgaan stelt overeenkomstig zijn eigen wettelijke regeling vast of de belanghebbende, de in het vorige artikel bedoelde samentelling van tijdvakken in aanmerking genomen, aan de voorwaarden voldoet om aanspraak te kunnen maken op de in die wettelijke regeling bedoelde uitkeringen; b) b) indien krachtens de vorige alinea recht op uitkering bestaat, berekent bedoeld orgaan eerst het bedrag van de uitkering, waarop de belanghebbende recht zou hebben indien alle tijdvakken van verzekering, samengeteld op de in het vorige artikel aangegeven wijze, uitsluitend krachtens de eigen wettelijke regeling zouden zijn vervuld; op basis van genoemd bedrag stelt het orgaan het bedrag van de verschuldigde uitkering vast naar verhouding van de duur van de tijdvakken, welke vóór de verzekerde gebeurtenis volgens bedoelde wettelijke regeling zijn vervuld tot de totale duur van de volgens de wettelijke regelingen van de Verdragsluitende Partijen en de betrokken derde landen vóór de verzekerde gebeurtenis vervulde tijdvakken; dit bedrag vormt de uitkering, welke door het Spaanse orgaan aan belanghebbende verschuldigd is.
2. Indien het bedrag van de uitkering, waarop de belanghebbende, zonder toepassing van artikel 23, uitsluitend op grond van de krachtens de Spaanse wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering aanspraak kan maken, hoger is dan het bedrag, dat met toepassing van het vorige lid van dit artikel wordt verkregen, heeft hij van de zijde van het Spaanse orgaan recht op een aanvulling, welke gelijk is aan het verschil tussen beide bedragen.
Afdeling 2. Bijzondere bepalingen betreffende de toepassing van de Nederlandse wettelijke regelingen
Artikel 25
De Nederlandse organen berekenen de pensioenen van de ouderdomsverzekering rechtstreeks en uitsluitend op basis van de krachtens de Nederlandse wettelijke regeling vervulde verzekeringstijdvakken.
Artikel 26
1. Voor de berekening van het ouderdomspensioen van een gehuwde man worden eveneens in aanmerking genomen de tijdvakken gelegen voor de datum waarop zijn echtgenote de 65-jarige leeftijd heeft bereikt en gedurende welke zij, tijdens haar huwelijk met hem, op Spaans grondgebied heeft gewoond, voor zover deze tijdvakken samenvallen met de door haar echtgenoot krachtens de Nederlandse wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.
2. Voor de berekening van het ouderdomspensioen van een weduwe van een man die tijdvakken van verzekering krachtens de Nederlandse wettelijke regeling heeft vervuld, worden eveneens in aanmerking genomen de tijdvakken gelegen voor de datum waarop zij de 65-jarige leeftijd heeft bereikt en gedurende welke zij, tijdens haar huwelijk met hem, op Spaans grondgebied heeft gewoond, voor zover deze tijdvakken samenvallen met de door haar echtgenoot krachtens deze wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.
3. De krachtens de leden 1 en 2 in aanmerking te nemen tijdvakken welke samenvallen met tijdvakken welke in aanmerking worden genomen bij de berekening van het haar krachtens de Spaanse wettelijke regeling toekomende ouderdomspensioen of met tijdvakken gedurende welke zij ingevolge bedoelde wettelijke regeling ouderdomspensioen heeft genoten, worden buiten beschouwing gelaten.
Artikel 27
1. De in de overgangsbepalingen van de Nederlandse wettelijke regeling inzake de algemene ouderdomsverzekering bedoelde pensioenen voor personen, die op 1 januari 1957 de leeftijd van 65 jaar reeds bereikt hadden, worden aan Spaanse onderdanen onder dezelfde voorwaarden toegekend als aan Nederlandse onderdanen.
2. De in de overgangsbepalingen van de Nederlandse wettelijke regeling inzake de algemene ouderdomsverzekering bedoelde voordelen voor personen, die op 1 januari 1957 tussen 15 en 65 jaar oud waren, worden aan Spaanse onderdanen toegekend onder dezelfde voorwaarden als voor Nederlandse onderdanen gelden.
Artikel 28
1. Wanneer een werknemer, op wie dit Verdrag van toepassing is, ten tijde van zijn overlijden verzekerd is ingevolge de Spaanse wettelijke regeling en hij ook tijdvakken van verzekering krachtens de Nederlandse wettelijke regeling inzake uitkeringen aan nagelaten betrekkingen heeft vervuld, heeft zijn weduwe recht op een pensioen ingevolge laatstgenoemde wettelijke regeling.
2. Het bedrag van het in het vorige lid bedoelde pensioen wordt berekend op basis van de verhouding tussen de werkelijke individuele verzekeringsduur van de overledene volgens de Nederlandse wettelijke regeling inzake uitkeringen aan nagelaten betrekkingen en de voor dezelfde verzekerde maximaal mogelijke verzekeringsduur volgens deze wettelijke regeling.
Artikel 29
De voordelen, welke ter zake van een overlijden dat vóór 1 oktober 1959 heeft plaatsgevonden uit de overgangsbepalingen van de Nederlandse wettelijke regeling inzake de algemene weduwen- en wezenverzekering voortvloeien, worden aan Spaanse onderdanen toegekend onder dezelfde voorwaarden als voor Nederlandse onderdanen gelden.
Afdeling 3. Begrafenisuitkering
Artikel 30
1. Wanneer een aan de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij onderworpen werknemer of een pensioen- of rentetrekker op het grondgebied van de andere Partij is overleden, wordt het overlijden geacht te hebben plaatsgevonden op het grondgebied van eerstbedoelde Partij.
2. Het bevoegde orgaan is verplicht de begrafenisuitkering te verlenen, zelfs indien de rechthebbende zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij bevindt.
Hoofdstuk 4. Arbeidsongevallen en beroepsziekten
Artikel 31
1. Een werknemer, die krachtens de Spaanse wettelijke regeling verzekerd is en op Nederlands grondgebied door een arbeidsongeval of een beroepsziekte wordt getroffen of een werknemer, die, terwijl hij in het genot is van prestaties ingevolge de Spaanse wettelijke regeling, zijn woonplaats naar Nederlands grondgebied overbrengt, ontvangt de verstrekkingen van het Nederlandse orgaan van zijn verblijfplaats of van zijn nieuwe woonplaats, voor rekening van het bevoegde Spaanse orgaan.
2. Wanneer een werknemer overeenkomstig de bepalingen van het vorige lid recht heeft op verstrekkingen, worden deze verleend door het Nederlandse orgaan van zijn verblijfplaats of nieuwe woonplaats overeenkomstig de bepalingen van de wettelijke regeling, welke dit orgaan toepast, in het bijzonder wat de omvang en de wijze van het verlenen van verstrekkingen betreft; de periode gedurende welke deze verstrekkingen worden verleend is echter gelijk aan die voorzien in de Spaanse wettelijke regeling.
3. De uitkeringen worden in de in dit artikel bedoelde gevallen verleend overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, vijfde lid.
Artikel 32
Indien de werknemer, die recht op prestaties heeft verkregen, zijn woonplaats overbrengt, als bedoeld in het eerste lid van het vorige artikel, moet hij vóór de overbrenging toestemming hebben van het orgaan dat de prestaties verschuldigd is. Dit orgaan mag toestemming alleen weigeren wanneer zijn geneeskundige vaststelt, dat de gezondheidstoestand van de werknemer een beletsel vormt voor het overbrengen van de woonplaats naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.
Artikel 33
1. De verstrekkingen, verleend in het geval, bedoeld in artikel 31, worden door de bevoegde organen vergoed aan de organen, welke deze hebben verleend.
2. De vergoeding wordt vastgesteld en vindt plaats overeenkomstig de regelen, vast te stellen in een door de bevoegde autoriteiten te sluiten administratief akkoord, door middel van declaratie van de werkelijke kosten of op basis van vaste bedragen.
Hoofdstuk 5. Werkloosheid
Artikel 34
Wanneer een werknemer achtereenvolgens of afwisselend aan de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden met het oog op het verkrijgen van het recht op uitkeringen, de tijdvakken van verzekering of van arbeid, vervuld krachtens de wettelijke regeling van elk der Verdragsluitende Partijen, voor zover zij niet samenvallen, samengeteld.
Artikel 35
De werknemer van één der Verdragsluitende Partijen, die zich naar het grondgebied van de andere Partij begeeft, heeft, zolang hij zich op dit grondgebied bevindt, recht op werkloosheidsuitkeringen ingevolge de wettelijke regeling van laatstbedoelde Partij, mits hij
a) a) tewerkgesteld is overeenkomstig de bepalingen van de wettelijke regelingen inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers; b) b) voldoet aan de door de wettelijke regeling van laatstbedoelde Partij gestelde voorwaarden, waarbij rekening wordt gehouden met de in het vorige artikel bedoelde samentelling van tijdvakken.
Hoofdstuk 6. Gezinsbijslagen
Artikel 36
Indien de Spaanse wettelijke regeling het recht op gezinsbijslagen afhankelijk stelt van het vervullen van tijdvakken van verzekering, houdt het bevoegde Spaanse orgaan, voor zover zulks nodig is, rekening met ingevolge de Nederlandse wettelijke regeling vervulde tijdvakken van verzekering.
Artikel 37
1. Een ingevolge de Spaanse wettelijke regeling verzekerde werknemer, die gezinsleden heeft die op Nederlands grondgebied wonen of aldaar worden opgevoed, heeft, eventueel rekening houdend met de in het vorige artikel bedoelde samentelling van tijdvakken, voor deze gezinsleden recht op gezinsbijslagen volgens de bepalingen van de Spaanse wettelijke regeling, zelfs indien de werknemer geacht wordt op Nederlands grondgebied te wonen.
2. Een ingevolge de Nederlandse wettelijke regelingen verzekerde werknemer, die kinderen heeft die op Spaans grondgebied wonen of aldaar worden opgevoed, heeft voor deze kinderen recht op kinderbijslag volgens de Nederlandse wettelijke regelingen, zelfs indien de werknemer geacht wordt op Spaans grondgebied te wonen.
3. Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Partij voorziet in de toekenning van gezinsbijslagen voor pensioen- of rentetrekkers hebben de pensioen- of rentetrekkers die geacht worden op het grondgebied van de andere Partij te wonen eveneens recht op deze bijslagen.
4. Indien in de loop van eenzelfde tijdvak voor eenzelfde kind gezinsbijslagen verschuldigd zijn krachtens de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen, worden alleen de gezinsbijslagen uitbetaald die verschuldigd zijn krachtens de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan het kind woont of wordt opgevoed.
5. Kinderbijslag krachtens de Nederlandse wetgeving verschuldigd aan een Spaanse werknemer wiens kinderen in Spanje wonen, wordt rechtstreeks uitbetaald aan degene, die in Spanje met de zorg voor de kinderen is belast.
Titel IV. Diverse bepalingen
Artikel 38
De bevoegde autoriteiten
a) a) treffen de administratieve regelingen, welke voor de uitvoering van dit Verdrag nodig zijn; b) b) verstrekken elkaar inlichtingen omtrent de ter uitvoering van dit Verdrag genomen maatregelen; c) c) verstrekken elkaar inlichtingen omtrent wijzigingen in hun wetgeving; d) d) regelen in gemeen overleg de wijze waarop de medische en administratieve controle zal plaatsvinden.
Artikel 39
Bij de toepassing van dit Verdrag zijn de autoriteiten en de met de uitvoering van dit Verdrag belaste organen elkaar behulpzaam en handelen alsof het de toepassing van hun eigen wetgeving betrof.
Artikel 40
1. De vrijstelling of verlaging van rechten, zegelrechten, griffie- of registratierechten, geregeld bij de wetgeving van één der Verdragsluitende Partijen met betrekking tot de bescheiden of documenten, welke ter uitvoering van de wetgeving van deze Partij moeten worden overgelegd, wordt uitgebreid tot de overeenkomstige bescheiden en documenten, welke ter uitvoering van de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij of van dit Verdrag dienen te worden overgelegd.
2. Alle akten, documenten en bescheiden van welke aard ook, welke ter uitvoering van dit Verdrag moeten worden overgelegd, zijn vrijgesteld van legalisatie door diplomatieke of consulaire autoriteiten en van kanselarijrechten.
Artikel 41
1. Voor de toepassing van dit Verdrag voeren de organen rechtstreeks briefwisseling met elkaar in de Franse taal.
2. De organen en autoriteiten van één der Verdragsluitende Partijen mogen verzoekschriften of andere aan hen gerichte documenten niet weigeren op grond van het feit dat deze in de officiële taal van de andere Verdragsluitende Partij zijn gesteld.
Artikel 42
Aanvragen, verklaringen of beroepschriften, welke ter uitvoering van de wetgeving van één der Verdragsluitende Partijen binnen een bepaalde termijn bij een autoriteit, orgaan of ander lichaam van deze Partij moeten worden ingediend, zijn ontvankelijk indien zij binnen dezelfde termijn bij een overeenkomstige autoriteit, orgaan of ander lichaam van de andere Verdragsluitende Partij zijn ingediend. In dit geval doet een aldus ingeschakelde autoriteit, orgaan of lichaam bedoelde aanvragen, verklaringen of beroepschriften onverwijld toekomen aan de bevoegde autoriteit, het bevoegde orgaan of het bevoegde lichaam van eerstbedoelde Partij, hetzij rechtstreeks, hetzij door bemiddeling van de verbindingsorganen van de Verdragsluitende Partijen.
Artikel 43
1. Organen van de ene Verdragsluitende Partij, welke op grond van dit Verdrag uitkeringen verschuldigd zijn aan rechthebbenden, die zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij bevinden, kunnen het verschuldigde rechtens voldoen in de munt van eerstbedoelde Partij; wanneer zij gelden verschuldigd zijn aan organen, die zich op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij bevinden, moeten zij die gelden betalen in de munt van deze Partij.
2. Overmaking van gelden, voortvloeiende uit de toepassing van dit Verdrag, heeft plaats krachtens de overeenkomsten, welke ter zake op het tijdstip van de overmaking tussen beide Verdragsluitende Partijen van kracht zijn.
Artikel 44
Wanneer iemand prestaties geniet krachtens een wettelijke regeling van de ene Verdragsluitende Partij ter zake van een op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij veroorzaakte of ontstane schade, worden de rechten van het orgaan dat deze prestaties verschuldigd is tegenover een derde, die gehouden is de schade te vergoeden, als volgt geregeld:
a) a) wanneer krachtens de wettelijke regeling, welke het orgaan dat de prestaties verschuldigd is, toepast, dit orgaan gesubrogeerd is in de rechten, welke de rechthebbende tegenover een derde heeft, erkent de andere Verdragsluitende Partij die subrogatie; b) b) wanneer het orgaan, dat de prestaties verschuldigd is, een onmiddellijk recht heeft tegenover een derde, erkent de andere Verdragsluitende Partij dat recht.
Artikel 45
1. Over elk geschil tussen de Verdragsluitende Partijen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag zal rechtstreeks tussen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen worden onderhandeld.
2.
Indien het geschil op deze wijze niet binnen een termijn van zes maanden, te rekenen van de aanvang van de onderhandelingen af, kan worden opgelost, wordt het voorgelegd aan een scheidsrechterlijke commissie, waarvan de samenstelling en de procedure in een overeenkomst tussen de Verdragsluitende Partijen worden vastgelegd.
De scheidsrechterlijke commissie moet het geschil volgens de grondbeginselen en de geest van dit Verdrag beslechten. Haar beslissingen zijn bindend en niet vatbaar voor beroep.
Artikel 46
1. Wanneer een orgaan van een Verdragsluitende Partij aan een rechthebbende op uitkeringen een voorschot heeft betaald kan dit orgaan, of op zijn verzoek het bevoegde orgaan van de andere Partij, het voorschot inhouden op betalingen, waarop de belanghebbende recht heeft.
2. Wanneer een rechthebbende in de loop van een tijdvak, waarover hij recht op uitkeringen heeft, bijstand van een Verdragsluitende Partij heeft genoten, wordt het bedrag van deze uitkeringen door het met de betaling daarvan belaste orgaan ingehouden, zulks op verzoek en voor rekening van het orgaan, dat de bijstand heeft verleend, tot het bedrag van de bij wijze van bijstand betaalde uitkeringen.
Titel V. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 47
1. Dit Verdrag opent geen enkel recht op prestaties voor tijdvakken gelegen vóór zijn inwerkingtreding.
2. Voor het vaststellen van het recht op prestaties overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag wordt elk tijdvak van verzekering, dat vóór het in werking treden van dit Verdrag krachtens de wettelijke regeling van één der Verdragsluitende Partijen is vervuld, in aanmerking genomen.
3. Onverminderd de bepalingen van het eerste lid van dit artikel, is krachtens dit Verdrag een pensioen of rente verschuldigd, zelfs indien dat pensioen of die rente betrekking heeft op een gebeurtenis, welke vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag heeft plaatsgevonden.
4. Elk pensioen of elke rente, waarvan de uitbetaling niet heeft plaatsgevonden of is geschorst wegens de nationaliteit van de belanghebbende of in verband met het feit dat hij zijn woonplaats op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij heeft, zal, op verzoek van de belanghebbende, met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, uitbetaald of hervat worden, mits de vroeger toegekende aanspraken niet door middel van een afkoopsom zijn vereffend.
5. De rechten van de belanghebbenden wier pensioen of rente vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag werd vastgesteld, kunnen op hun verzoek, met inachtneming van dit Verdrag, worden herzien.
6. Ten aanzien van de uit de toepassing van lid 4 of lid 5 voortvloeiende rechten, zijn de bepalingen van de wettelijke regelingen der Verdragsluitende Partijen inzake verlies en verjaring van aanspraken niet op de belanghebbende van toepassing, indien het desbetreffende verzoek binnen een termijn van twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag is ingediend. Indien het verzoek na het verstrijken van deze termijn wordt ingediend, wordt voor het verkrijgen van het niet vervallen of verjaarde recht op prestaties alleen rekening gehouden met de datum, waarop het verzoek wordt ingediend, tenzij gunstiger bepalingen van de wettelijke regeling van de betrokken Verdragsluitende Partij van toepassing zijn.
Artikel 48
Elk van de Hoge Verdragsluitende Partijen zal de andere Partij ervan in kennis stellen dat de constitutionele vereisten voorgeschreven om het onderhavige Verdrag van toepassing te kunnen doen worden, aan zijn kant zijn vervuld. Het Verdrag zal van kracht worden op de eerste dag van de tweede maand volgend op die waarin de laatste kennisgeving is ontvangen.
Artikel 49
Met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag worden de bepalingen van het Verdrag tussen Spanje en Nederland, dat op 17 december 1962 te Madrid is ondertekend, ingetrokken.
Artikel 50
Dit Verdrag wordt voor onbepaalde tijd gesloten. Het kan door elk der Verdragsluitende Partijen worden opgezegd. Opzegging dient te geschieden uiterlijk zes maanden vóór het einde van het lopende kalenderjaar; het Verdrag houdt dan op van kracht te zijn aan het einde van dat jaar.
Artikel 51
1. In geval van opzegging wordt elk recht, dat met toepassing van de bepalingen van dit Verdrag is verkregen, gehandhaafd.
2. De aanspraken op grond van tijdvakken, vervuld vóór de datum, waarop de opzegging van kracht is geworden, worden niet door de opzegging teniet gedaan; het behoud ervan zal voor het tijdvak nà de opzegging in gemeen overleg worden vastgesteld, of, bij gebreke daarvan door de eigen wetgeving van het betrokken orgaan.