rijk/verdrag/verdrag-inzake-stabiliteit-coördinatie-en-bestuur-in-de-economische-en-monetaire/BWBV0005670
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie tussen het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden BWBV0005670 verdrag geldend 2013-11-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0005670 Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie tussen het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden

Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie tussen het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden

Titel I. DOEL EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1

1. Met dit Verdrag komen de verdragsluitende partijen als lidstaten van de Europese Unie overeen de economische pijler van de economische en monetaire unie te versterken door een aantal regels vast te stellen ter bevordering van de begrotingsdiscipline door middel van een begrotingspact, ter versterking van de coördinatie van hun economisch beleid en ter verbetering van het bestuur van de eurozone, waardoor wordt bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Unie inzake duurzame groei, werkgelegenheid, concurrentievermogen en sociale samenhang.

2. Dit Verdrag is volledig van toepassing op de verdragsluitende partijen die de euro als munt hebben. Het is ook van toepassing op de andere verdragsluitende partijen in de mate en onder de voorwaarden als bepaald in artikel 14.

Titel II. CONSISTENTIE EN VERHOUDING TOT HET UNIERECHT

Artikel 2

1. Dit Verdrag wordt door de verdragsluitende partijen toegepast en uitgelegd overeenkomstig de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest, met name artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en het recht van de Europese Unie, met inbegrip van het procedurerecht wanneer secundaire wetgeving moet worden vastgesteld.

2. Dit Verdrag is van toepassing voor zover het verenigbaar is met de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest en met het recht van de Europese Unie. Het doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Unie om te handelen op het gebied van de economische unie.

Titel III. BEGROTINGSPACT

Artikel 3

1.

De verdragsluitende partijen passen de regels in dit lid toe, naast en onverminderd hun verplichtingen uit hoofde van het recht van de Europese Unie/

a. a. de begrotingssituatie van de algemene overheid van een verdragsluitende partij moet in evenwicht zijn of een overschot vertonen; b. b. aan de regel onder a) wordt geacht te zijn voldaan indien het jaarlijks structureel saldo van de algemene overheid voldoet aan de landspecifieke middellangetermijndoelstelling, als bepaald in het herziene stabiliteits- en groeipact, met als benedengrens een structureel tekort van 0,5 % van het bruto binnenlands product tegen marktprijzen. De verdragsluitende partijen zorgen voor snelle convergentie naar hun respectieve middellangetermijndoelstelling. Het tijdschema voor deze convergentie zal door de Europese Commissie worden voorgesteld met inachtneming van de landspecifieke houdbaarheidsrisicos. De vooruitgang naar en de naleving van de middellangetermijndoelstelling worden geëvalueerd op basis van een algehele beoordeling met het structurele saldo als ijkpunt, die een analyse omvat van de uitgaven ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde, overeenkomstig het herziene stabiliteits- en groeipact; c. c. de verdragsluitende partijen mogen uitsluitend in de in lid 3, onder b), bepaalde uitzonderlijke omstandigheden tijdelijk afwijken van hun respectieve middellangetermijndoelstelling of van het aanpassingstraject in die richting; d. d. wanneer de verhouding tussen de algemene overheidsschuld en het bruto binnenlands product tegen marktprijzen aanzienlijk kleiner is dan 60 % en wanneer de risicos wat betreft de houdbaarheid op lange termijn van de overheidsfinanciën laag zijn, kan de benedengrens van de onder b) genoemde middellangetermijndoelstelling maximaal oplopen tot een structureel tekort van 1,0 % van het bruto binnenlands product tegen marktprijzen; e. e. indien significante afwijkingen van de middellangetermijndoelstelling of van het aanpassingstraject in die richting worden vastgesteld, treedt automatisch een correctiemechanisme in werking. Dit mechanisme houdt onder meer in dat de betrokken verdragsluitende partij maatregelen dient uit te voeren om de afwijkingen binnen een welbepaalde termijn te corrigeren.

2. De in lid 1 vastgestelde regels worden uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag van kracht in het nationaal recht van de verdragsluitende partijen middels bindende en permanente, bij voorkeur constitutionele, bepalingen of door andere garanties voor de volledige inachtneming en naleving ervan gedurende de nationale begrotingsprocessen. De verdragsluitende partijen stellen op nationaal niveau het in lid 1, onder e), bedoelde correctiemechanisme in op basis van door de Europese Commissie voor te stellen gemeenschappelijke beginselen inzake met name de aard, de omvang en het tijdschema voor de corrigerende maatregelen die moeten worden genomen, ook in het geval van uitzonderlijke omstandigheden, en de taak en de onafhankelijkheid van de instellingen die op nationaal niveau verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de in lid 1 bedoelde regels. In dergelijk correctiemechanisme worden de prerogatieven van de nationale parlementen ten volle geëerbiedigd.

3.

Voor de toepassing van dit artikel gelden de definities van artikel 2 van het aan de Verdragen van de Europese Unie gehechte Protocol (nr. 12) betreffende de procedure bij buitensporige tekorten.

Voor de toepassing van dit artikel gelden ook de volgende definities:

a. a. „jaarlijks structureel saldo van de algemene overheid” betekent het jaarlijks conjunctuurgezuiverde saldo, ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen; b. b. „uitzonderlijke omstandigheden” betekent een buiten de macht van de betrokken verdragsluitende partij vallende ongewone gebeurtenis die een aanzienlijke invloed heeft op de financiële positie van de overheid, of perioden van ernstige economische neergang zoals neergelegd in het herziene stabiliteits- en groeipact, mits de budgettaire houdbaarheid op middellange termijn door de tijdelijke afwijking door de verdragsluitende partij niet in gevaar komt.

Artikel 4

Wanneer de verhouding tussen de algemene overheidsschuld en het bruto binnenlands product van een verdragsluitende partij de in artikel 1 van het aan de Verdragen van de Europese Unie gehechte Protocol (nr. 12) betreffende de procedure bij buitensporige tekorten bedoelde referentiewaarde van 60 % overschrijdt, verbindt die verdragsluitende partij zich ertoe deze verhouding met gemiddeld een twintigste per jaar als benchmark te verminderen, overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1177/2011 van de Raad van 8 november 2011. Over het bestaan van een buitensporig tekort door het niet naleven van het schuldcriterium wordt besloten in overeenstemming met de in artikel 126 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bedoelde procedure.

Artikel 5

1. Een verdragsluitende partij die onderworpen is aan een buitensporigtekortprocedure krachtens de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest, stelt een budgettair en economisch partnerschapsprogramma in dat een gedetailleerde beschrijving bevat van de structurele hervormingen die moeten worden ingesteld en uitgevoerd met het oog op een effectieve en duurzame correctie van haar buitensporige tekort. De inhoud en de vorm van deze programmas worden in het recht van de Europese Unie vastgesteld. Het ter goedkeuring indienen ervan bij de Raad van de Europese Unie en bij de Europese Commissie en het toezicht erop zullen geschieden in het kader van de bestaande toezichtsprocedures uit hoofde van het stabiliteits- en groeipact.

2. De tenuitvoerlegging van het budgettair en economisch partnerschapsprogramma en de jaarlijkse begrotingsplannen die ermee stroken, zullen door de Raad van de Europese Unie en door de Europese Commissie worden bewaakt.

Artikel 6

Met het oog op een betere coördinatie van de planning van de uitgifte van nationaal schuldpapier, melden de verdragsluitende partijen hun plannen tot uitgifte van nationaal schuldpapier vooraf aan de Raad van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.

Artikel 7

Met volledige inachtneming van de procedurevoorschriften van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest verbinden de verdragsluitende partijen die de euro als munt hebben, zich ertoe hun steun te verlenen aan voorstellen of aanbevelingen van de Europese Commissie wanneer zij van mening is dat een lidstaat van de Europese Unie die de euro als munt heeft, niet aan het tekortcriterium voldoet in het kader van een buitensporigtekortprocedure. Deze verplichting geldt niet wanneer wordt vastgesteld dat een gekwalificeerde meerderheid van de verdragsluitende partijen die de euro als munt hebben, zoals berekend naar analogie van de desbetreffende bepalingen van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest, zonder rekening te houden met het standpunt van de betrokken verdragsluitende partij tegen het voorgestelde of aanbevolen besluit is.

Artikel 8

1. De Europese Commissie wordt verzocht te gelegener tijd aan de verdragsluitende partijen een verslag te presenteren betreffende de door elk van hen overeenkomstig artikel 3, lid 2, aangenomen bepalingen. Indien de Europese Commissie, na de betrokken verdragsluitende partij in de gelegenheid te hebben gesteld haar opmerkingen te maken, in haar verslag concludeert dat deze verdragsluitende partij artikel 3, lid 2, niet heeft nageleefd, zal de zaak door een of meer verdragsluitende partijen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie aanhangig worden gemaakt. Een verdragsluitende partij die onafhankelijk van het verslag van de Commissie van oordeel is dat een andere verdragsluitende partij artikel 3, lid 2, niet heeft nageleefd, kan eveneens de zaak bij het Hof van Justitie aanhangig maken. In de beide gevallen is het arrest van het Hof van Justitie bindend voor de partijen bij de procedure, die de maatregelen nemen welke nodig zijn ter uitvoering van het arrest binnen een door het Hof van Justitie vast te stellen termijn.

2. Indien een verdragsluitende partij op basis van haar eigen beoordeling of die van de Europese Commissie, van oordeel is dat een andere verdragsluitende partij niet het nodige heeft gedaan om gevolg te geven aan het in lid 1 bedoelde arrest van het Hof van Justitie, kan zij de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie en vragen dat financiële sancties worden opgelegd overeenkomstig de criteria die de Europese Commissie in het kader van artikel 260 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld. Indien het Hof van Justitie van oordeel is dat de betrokken verdragsluitende partij zijn arrest niet is nagekomen, kan het deze de betaling van een forfaitaire som of dwangsom opleggen die passend is voor de omstandigheden en maximaal 0,1 % van haar bruto binnenlands product bedraagt. Betalingen die worden opgelegd aan een verdragsluitende partij die de euro als munt heeft, worden aan het Europees Stabiliteitsmechanisme verricht. In andere gevallen worden de betalingen aan de algemene begroting van de Europese Unie verricht.

3. Dit artikel vormt een compromis tussen de verdragsluitende partijen in de zin van artikel 273 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Titel IV. COÖRDINATIE VAN HET ECONOMISCH BELEID EN CONVERGENTIE

Artikel 9

Voortbouwend op de coördinatie van het economisch beleid als bepaald in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zeggen de verdragsluitende partijen toe zich gezamenlijk in te zetten voor een economisch beleid dat de goede werking van de economische en monetaire unie en de economische groei bevordert door middel van grotere convergentie en groter concurrentievermogen. Daartoe ondernemen de verdragsluitende partijen de nodige acties en nemen zij de nodige maatregelen op alle gebieden die van essentieel belang zijn voor de goede werking van de eurozone bij het nastreven van de doelstellingen van bevordering van het concurrentievermogen en van de werkgelegenheid, van de verdere verbetering van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en van de versterking van de financiële stabiliteit.

Artikel 10

Overeenkomstig de voorschriften van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrondvest houden de verdragsluitende partijen zich gereed om, wanneer dit passend en nodig is, actief gebruik te maken van specifieke maatregelen voor lidstaten die de euro als munt hebben, als bepaald in artikel 136 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en van nauwere samenwerking, als bepaald in artikel 20 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en in de artikelen 326 tot en met 334 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met betrekking tot aangelegenheden die van essentieel belang zijn voor de goede werking van de eurozone, zonder dat de interne markt wordt ondermijnd.

Artikel 11

Teneinde beste praktijken als benchmark vast te stellen en zich in te zetten voor een nauwer gecoördineerd economisch beleid, zorgen de verdragsluitende partijen ervoor dat zij alle plannen die zij hebben voor grote hervormingen van het economisch beleid, vooraf bespreken en, waar het passend is, onderling coördineren. De instellingen van de Europese Unie worden conform het recht van de Europese Unie bij die coördinatie betrokken.

Titel V. BESTUUR VAN DE EUROZONE

Artikel 12

1.

De staatshoofden en regeringsleiders van de verdragsluitende partijen die de euro als munt hebben, komen samen met de voorzitter van de Europese Commissie informeel bijeen in een Eurotop. De voorzitter van de Europese Centrale Bank wordt uitgenodigd om aan die bijeenkomsten deel te nemen.

De voorzitter van de Eurotop wordt gelijktijdig met de verkiezing van de voorzitter van de Europese Raad en voor dezelfde ambtstermijn bij gewone meerderheid benoemd door de staatshoofden en regeringsleiders van de verdragsluitende partijen die de euro als munt hebben.

2. De bijeenkomsten van de Eurotop worden, voor zover nodig en ten minste twee keer per jaar, gehouden om te spreken over aangelegenheden die verband houden met de specifieke verantwoordelijkheden die de verdragsluitende partijen die de euro als munt hebben delen inzake de eenheidsmunt, andere aangelegenheden betreffende het bestuur van de eurozone en de regels die daarop van toepassing zijn, en strategische richtsnoeren voor het voeren van economisch beleid om voor meer convergentie in de eurozone te zorgen.

3. De staatshoofden en regeringsleiders van de verdragsluitende partijen die niet de euro als munt hebben en die dit Verdrag hebben bekrachtigd, nemen deel aan de besprekingen tijdens de bijeenkomsten van de Eurotop betreffende concurrentievermogen voor de verdragsluitende partijen, de wijziging van de algehele architectuur van de eurozone en de grondregels die daarop in de toekomst van toepassing zullen zijn, alsmede, wanneer dit passend is en minimaal eenmaal per jaar, aan besprekingen betreffende specifieke aangelegenheden inzake de tenuitvoerlegging van dit Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie.

4. De voorzitter van de Eurotop zorgt, in nauwe samenwerking met de voorzitter van de Europese Commissie, voor de voorbereiding en de continuïteit van de bijeenkomsten van de Eurotop. Het orgaan dat belast wordt met de voorbereiding en de follow-up van de bijeenkomsten van de Eurotop is de Eurogroep en de voorzitter ervan kan met het oog daarop worden uitgenodigd om deze bijeenkomsten bij te wonen.

5. De voorzitter van het Europees Parlement kan worden uitgenodigd om te worden gehoord. De voorzitter van de Eurotop brengt na elke bijeenkomst van de Eurotop verslag uit aan het Europees Parlement.

6. De voorzitter van de Eurotop houdt de verdragsluitende partijen die niet de euro als munt hebben en de andere lidstaten van de Europese Unie nauwgezet op de hoogte over de voorbereiding en de resultaten van de bijeenkomsten van de Eurotop.

Artikel 13

Zoals bepaald in titel II van het aan de Verdragen van de Europese Unie gehechte Protocol (nr. 1) betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, zullen het Europees Parlement en de nationale parlementen van de verdragsluitende partijen samen beslissen over de organisatie en de promotie van een conferentie van vertegenwoordigers van de desbetreffende commissies van het Europees Parlement en vertegenwoordigers van de desbetreffende commissies van de nationale parlementen, om het begrotingsbeleid en andere onder dit Verdrag vallende kwesties te bespreken.

Titel VI. ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 14

1. Dit Verdrag wordt door de verdragsluitende partijen bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie („de depositaris”).

2. Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 2013, op voorwaarde dat twaalf verdragsluitende partijen die de euro als munt hebben, hun akte van bekrachtiging hebben nedergelegd, of op de eerste dag van de maand volgende op de nederlegging van de twaalfde akte van bekrachtiging door een verdragsluitende partij die de euro als munt heeft, al naargelang welke van deze dagen eerder valt.

3. Dit Verdrag is vanaf de datum van inwerkingtreding van toepassing op de verdragsluitende partijen die de euro als munt hebben en het Verdrag hebben bekrachtigd. Het is van toepassing op de overige verdragsluitende partijen die de euro als munt hebben vanaf de eerste dag van de maand volgende op de nederlegging van hun respectieve akte van bekrachtiging.

4. In afwijking van de leden 3 en 5, is titel V vanaf de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag van toepassing op alle betrokken verdragsluitende partijen.

5. Dit Verdrag is op de verdragsluitende partijen met een derogatie, als bedoeld in artikel 139, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of met een ontheffing, als bedoeld in het aan de Verdragen van de Europese Unie gehechte Protocol (nr. 16) betreffende enkele bepalingen inzake Denemarken, die dit Verdrag hebben bekrachtigd, van toepassing vanaf de datum waarop het besluit tot intrekking van de derogatie of ontheffing in werking treedt, tenzij de betrokken verdragsluitende partij verklaart voornemens te zijn op een vroegere datum door het geheel of een deel van de bepalingen van titel III en titel IV van dit Verdrag gebonden te zijn.

Artikel 15

Dit Verdrag staat open voor toetreding door andere lidstaten van de Europese Unie dan de verdragsluitende partijen. De lidstaten treden toe bij de nederlegging van de akte van toetreding bij de depositaris, die de andere verdragsluitende partijen daarvan in kennis stelt. Na authentificatie door de verdragsluitende partijen, wordt de tekst van dit Verdrag in de taal van de toetredende lidstaat die ook een officiële taal en een werktaal van de instellingen van de Unie is, nedergelegd in het archief van de depositaris als een authentieke tekst van dit Verdrag.

Artikel 16

Binnen maximaal vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag worden op basis van een beoordeling van de ervaring met de tenuitvoerlegging ervan en overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie en het van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de noodzakelijke stappen ondernomen met het doel om de inhoud van dit Verdrag in het rechtskader van de Europese Unie te integreren.