rijk/verdrag/verdrag-tot-instelling-van-de-benelux-unie/BWBV0003087
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verdrag tot instelling van de Benelux Unie BWBV0003087 verdrag geldend 2012-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0003087 Verdrag tot instelling van de Benelux Unie

Verdrag tot instelling van de Benelux Unie

Deel 1. BEGINSELEN EN DOELSTELLINGEN

Artikel 1

De Hoge Verdragsluitende Partijen stellen een Benelux Unie in met het oog op het bevorderen van hun gemeenschappelijke belangen en het welzijn van hun bevolkingen.

Artikel 2

1. De Benelux Unie heeft tot doel de samenwerking tussen de Hoge Verdragsluitende Partijen te verdiepen en uit te bouwen, opdat deze verder een voortrekkersrol kan vervullen binnen de Europese Unie en de grensoverschrijdende samenwerking op alle niveaus kan versterken en verbeteren.

2.

De Benelux Unie richt zich met name op:

a. a. het voortbestaan en de verdere ontwikkeling van een economische unie, die een vrij verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten omvat en die een afgestemd beleid op economisch, financieel en sociaal gebied betreft, met inbegrip van een gezamenlijk beleid in de economische relaties met derde landen; b. b. de duurzame ontwikkeling, waarin een evenwichtige economische groei, maatschappelijke bescherming en de bescherming van het milieu worden verenigd; c. c. de samenwerking op de gebieden van justitie en binnenlandse zaken.

Artikel 3

1. Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen in artikel 2 stelt de Benelux Unie periodiek een meerjarig Gemeenschappelijk Werkprogramma op, waarin de prioriteiten van de samenwerking worden vastgesteld.

2.

Het Gemeenschappelijk Werkprogramma betreft onder meer:

a. a. de vervolmaking van de interne Benelux markt en de verwezenlijking van de Benelux Economische Unie met inbegrip van de verdere afstemming van het sociaal beleid, van het beleid op het gebied van de energie en het klimaat, alsmede van de samenwerking op het gebied van transport en communicatie; b. b. de samenwerking op het gebied van het milieu, de natuur, de landbouw en de natuurlijke ruimten; c. c. het beleid op het gebied van visa en immigratie, de politiële samenwerking, de samenwerking met betrekking tot het beheer van crises en de bestrijding van rampen, alsmede met betrekking tot de strijd tegen het terrorisme en tegen fraude, onder meer op het gebied van belastingen; d. d. de samenwerking op overig gebied indien noodzakelijk ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 2.

Artikel 4

De rechten en verplichtingen voortvloeiende uit Deel 1 en Deel 3 van het Verdrag van 1958 zijn onverminderd van kracht, tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald.

Deel 2. INSTELLINGEN

Artikel 5

De instellingen van de Benelux Unie zijn:

a. a. het Benelux Comité van Ministers; b. b. de Benelux Raad; c. c. de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad; d. d. het Benelux-Gerechtshof; e. e. het Benelux Secretariaat-generaal.

Hoofdstuk 1. HET BENELUX COMITÉ VAN MINISTERS

Artikel 6

1. Het Comité van Ministers draagt zorg voor de toepassing van dit Verdrag en verzekert de verwezenlijking van de daarin vervatte doelstellingen. Het bepaalt de richtsnoeren en de prioriteiten van de samenwerking in de Benelux Unie.

2.

Te dien einde heeft het Comité van Ministers tot taak:

a. a. de wijze van uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag onder de daarin vermelde voorwaarden te bepalen. Deze beschikkingen van het Comité verbinden de Hoge Verdragsluitende Partijen; b. b. het Gemeenschappelijk Werkprogramma genoemd in artikel 3 vast te stellen op basis van een gecoördineerd voorstel van het Secretariaat-generaal; c. c. de begroting van de Benelux Unie vast te stellen overeenkomstig de procedure in artikel 22; d. d. het jaarplan van de Benelux Unie vast te stellen; e. e. het jaarverslag van de Benelux Unie vast te stellen; f. f. overeenkomsten op te stellen, welke worden voorgelegd aan de Hoge Verdragsluitende Partijen, teneinde in werking te worden gesteld overeenkomstig de grondwettelijke bepalingen van ieder der Hoge Verdragsluitende Partijen; g. g. aanbevelingen te doen ten behoeve van de werking van de Benelux Unie. De aanbevelingen van het Comité verbinden de Hoge Verdragsluitende Partijen niet; h. h. richtlijnen te geven aan de Raad en aan het Secretariaat-generaal.

Artikel 7

Het Comité van Ministers telt ten minste één vertegenwoordiger op ministerieel niveau van elke Hoge Verdragsluitende Partij. De samenstelling van het Comité van Ministers kan veranderen in functie van de agenda en van de verdeling van de bevoegdheden bij iedere Hoge Verdragsluitende Partij.

Artikel 8

Het Comité besluit met algemene stemmen. Ieder der Hoge Verdragsluitende Partijen beschikt over één stem. De onthouding van een Hoge Verdragsluitende Partij verhindert niet dat een besluit wordt genomen.

Artikel 9

1. Het Comité van Ministers komt minstens een keer per voorzitterschap bijeen. In dringende gevallen komt het bijeen op verzoek van een van de Hoge Verdragsluitende Partijen.

2. De vergaderingen van het Comité van Ministers worden bij toerbeurt door een Belgisch, Luxemburgs en Nederlands lid voorgezeten voor de duur van een kalenderjaar, ongeacht de plaats van vergadering.

Artikel 10

Het Comité van Ministers kan ministeriële werkgroepen instellen, waaraan het bepaalde bevoegdheden kan overdragen. Deze werkgroepen bestaan uit de leden van het Comité of andere leden van de Regeringen in ieder van de Hoge Verdragsluitende Partijen.

Artikel 11

Het Comité van Ministers stelt zijn reglement van orde vast.

Hoofdstuk 2. DE BENELUX RAAD

Artikel 12

De Benelux Raad heeft tot taak:

a. a. de vergaderingen en de besluiten van het Comité van Ministers en de ministeriële werkgroepen voor te bereiden; b. b. ambtelijke werkgroepen en commissies van onafhankelijke deskundigen in te stellen en op te heffen. De Raad geeft deze commissies en werkgroepen richtlijnen ten behoeve van hun werkzaamheden. Indien nodig zendt de Raad de voorstellen van de commissies en de werkgroepen, zo nodig voorzien van zijn advies, aan het Comité van Ministers; c. c. voor zover dit de Raad aangaat, de uitvoering van de besluiten van het Comité van Ministers te verzekeren; d. d. aan het Comité van Ministers de voorstellen te doen, welke de Raad voor de werking van de Benelux Unie nuttig acht.

Artikel 13

1. Ieder der Hoge Verdragsluitende Partijen wijst ten minste een vertegenwoordiger aan om zitting te hebben in de Raad. De samenstelling van de Raad kan veranderen in functie van de agenda en van de verdeling van de bevoegdheden bij iedere Hoge Verdragsluitende Partij.

2. Het Voorzitterschap van de Raad wordt bekleed door de Hoge Verdragsluitende Partij die het voorzitterschap van het Comité van Ministers bekleedt.

Artikel 14

De Raad stelt zijn reglement van orde vast.

Hoofdstuk 3. DE RAADGEVENDE INTERPARLEMENTAIRE BENELUXRAAD

Artikel 15

De Overeenkomst van 5 november 1955 nopens de instelling van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad regelt de samenstelling, de bevoegdheid en de werkwijze van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad.

Artikel 16

Wat de vraagstukken betreft die rechtstreeks verband houden met de werking van de Benelux Unie onderhoudt de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad betrekkingen met het Comité van Ministers.

Hoofdstuk 4. HET BENELUX-GERECHTSHOF

Artikel 17

Het Verdrag van 31 maart 1965 betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof regelt de samenstelling, de bevoegdheid en de werkwijze van het Benelux-Gerechtshof.

Hoofdstuk 5. HET BENELUX SECRETARIAAT-GENERAAL

Artikel 18

Het Benelux Secretariaat-generaal is gevestigd te Brussel.

Artikel 19

1. Het College van Secretarissen-generaal is samengesteld uit een Secretaris-generaal en twee adjunct-Secretarissen-generaal. De leden van het College zijn onderdaan van de Hoge Verdragsluitende Partijen. De drie nationaliteiten zijn binnen het College vertegenwoordigd. Het College geeft leiding aan het Secretariaat-generaal.

2. Het College van Secretarissen-generaal bepaalt zijn onderlinge taakverdeling, waarbij de eindverantwoordelijkheid voor de werking van het Secretariaat-generaal berust bij de Secretaris-generaal.

3. De Secretaris-generaal en de adjunct-Secretarissen-generaal worden benoemd met een mandaat van vijf jaar met een eenmalige mogelijkheid van vernieuwing.

4. Het Comité van Ministers benoemt en ontslaat de Secretaris-generaal en de adjunct-Secretarissen-generaal. Het bepaalt, na advies van de Raad, de schalen voor hun salaris, pensioen en toelagen, alsmede de andere arbeidsvoorwaarden.

Artikel 20

1. De Secretaris-generaal benoemt en ontslaat de leden van het personeel van het Secretariaat-generaal overeenkomstig het statuut, voorzien in lid 2 van dit artikel.

2. Het personeelsstatuut, de personeelsformatie, de schalen van de salarissen, pensioenen en toelagen, alsmede de andere arbeidsvoorwaarden worden vastgesteld door het Comité van Ministers op voorstel van de Secretaris-generaal en na advies van de Raad.

Artikel 21

1.

Het Secretariaat-generaal heeft tot taak:

a. a. een gecoördineerd voorstel te doen voor het Gemeenschappelijk Werkprogramma; b. b. het secretariaat te verzorgen van het Comité van Ministers, de ministeriële werkgroepen, de Raad, de ambtelijke werkgroepen en de commissies van onafhankelijke deskundigen; c. c. op administratief gebied de werkzaamheden te coördineren van het Comité van Ministers, de ministeriële werkgroepen, de Raad, de ambtelijke werkgroepen en de commissies van onafhankelijke deskundigen; d. d. het jaarplan van de Benelux Unie op te stellen; e. e. alle voorstellen te doen welke nuttig zijn voor de uitvoering van dit Verdrag, met inachtneming van de bevoegdheden van de andere instellingen van de Benelux Unie.

2. Het Comité van Ministers kan aan het Secretariaat-generaal andere taken opdragen.

Artikel 22

1. De Secretaris-generaal stelt de jaarlijkse ontwerp-begroting van de instellingen van de Benelux Unie op en legt deze voor aan het Comité van Ministers met begeleidend advies van de Raad.

2.

De Hoge Verdragsluitende Partijen regelen bij overeenkomst:

a. a. het toezicht op de uitvoering der begrotingen; b. b. het afsluiten van de rekeningen; c. c. het toekennen van de noodzakelijke voorschotten; d. d. de verdeling tussen de Hoge Verdragsluitende Partijen van het nadelig saldo tussen uitgaven en ontvangsten.

3. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad en het Benelux-Gerechtshof.

Artikel 23

De Secretaris-generaal maakt de beschikkingen, het Gemeenschappelijk Werkprogramma, het jaarplan, het jaarverslag en de aanbevelingen genoemd in artikel 6, tweede lid, onder (a), (b), (d), (e) en (g) bekend in het Benelux Publicatieblad.

Deel 3. EXTERNE BETREKKINGEN

Artikel 24

Het Comité van Ministers bepaalt de uitgangspunten van de samenwerking van de Benelux Unie met andere staten en deelstaten en met name met Lidstaten van de Europese Unie en regionale samenwerkingsverbanden van deze Lidstaten, indien dit de verwezenlijking van de doelstellingen van dit Verdrag bevordert en in het bijzonder de voortrekkersrol binnen het bredere kader van de Europese Unie.

Artikel 25

Het Comité van Ministers kan bij de opstelling of uitvoering van het Gemeenschappelijk Werkprogramma besluiten tot samenwerking tussen enerzijds de Benelux Unie en anderzijds de staten, deelstaten en bestuurlijke entiteiten die grenzen aan de grondgebieden van de Hoge Verdragsluitende Partijen.

Artikel 26

Indien de uitvoering van de artikelen 24 of 25 leidt tot verdragsluiting door de Hoge Verdragsluitende Partijen met een derde staat of een deelstaat, is artikel 6, tweede lid, onder (f), van toepassing.

Artikel 27

Het Secretariaat-generaal van de Benelux Unie onderhoudt, in het kader van de doelstellingen van dit Verdrag en in overleg met de Raad, dienstige betrekkingen met staten, deelstaten en andere bestuurlijke entiteiten, alsmede met internationale organisaties en andere internationale instellingen.

Deel 4. INTERNATIONALE RECHTSPERSOONLIJKHEID, VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN

Artikel 28

De Benelux Unie geniet internationale rechtspersoonlijkheid met het oog op de verlening van voorrechten en immuniteiten.

Artikel 29

1. De voorrechten en immuniteiten welke nodig zijn voor de uitoefening van de taken en het bereiken van de doelstellingen van de Benelux Unie zijn vastgelegd middels het bijgevoegde Protocol.

2. De Secretaris-generaal is gemachtigd namens de Benelux Unie aanvullende overeenkomsten te sluiten met de staat waar de Benelux Unie haar zetel heeft of met een staat waar een entiteit is gevestigd die door de Benelux Unie is ingesteld en die als zodanig is erkend door deze staat. Dergelijke aanvullende overeenkomsten geven nadere uitvoering aan de bepalingen van het Protocol bedoeld in het eerste lid en treffen andere regelingen ter waarborging van een goede functionering van de Benelux Unie en ter beveiliging van haar belangen in de betreffende staten.

3. De Secretaris-generaal legt dergelijke aanvullende overeenkomsten, voorafgaand aan de ondertekening, voor aan het Comité van Ministers met een begeleidend advies van de Raad.

Deel 5. BENELUX GEMEENSCHAPPELIJKE DIENSTEN

Artikel 30

Het Comité van Ministers kan de voor de werking van de Benelux Unie wenselijke Gemeenschappelijke Diensten instellen; het bepaalt de bevoegdheden, de organisatie en de werkwijze van deze Diensten.

Deel 6. BENELUX-ORGANISATIE VOOR DE INTELLECTUELE EIGENDOM

Artikel 31

De Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen) is geregeld in het Benelux-Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) ondertekend te s-Gravenhage op 25 februari 2005.

Deel 7. OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 32

1. Het Comité van Ministers besluit op basis van een inventarisatie door het Benelux Secretariaat-generaal en na advies van de Raad, welke beschikkingen, aanbevelingen en richtlijnen bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder (a), (g) en (h), zijn vervallen omdat zij geen toepassing meer vinden.

2. De Commissies en Bijzondere Commissies die zijn ingesteld in en op basis van het Verdrag van 1958 zijn gerechtigd hun werkzaamheden voort te zetten. De Raad bepaalt zo spoedig mogelijk op basis van een inventarisatie van het Secretariaat-generaal op welke wijze artikel 12, onder (b), op deze Commissies en Bijzondere Commissies wordt toegepast.

Artikel 33

1. Zolang daarin niet nader is voorzien door een aanvullende overeenkomst tussen de Benelux Unie en de staat waarin de Benelux Unie haar zetel heeft, bedoeld in artikel 29, tweede lid, genieten de Secretaris-generaal en de adjunct-Secretarissen-generaal in deze staat de voorrechten en immuniteiten die zijn toegekend aan een in deze staat geaccrediteerd hoofd van een diplomatieke zending respectievelijk aan de leden van het diplomatiek personeel ingevolge het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer.

2. De gerechtelijke immuniteit kan in voorkomende gevallen door het Comité van Ministers worden opgeheven.

Artikel 34

Artikel 19, derde lid, is bij de inwerkingtreding van dit Verdrag onverkort van toepassing op de op het tijdstip van de ondertekening in functie zijnde Secretaris-generaal.

Deel 8. SLOTBEPALINGEN

Artikel 35

Wijzigt het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie; 's-Gravenhage, 3 februari 1958.

Artikel 36

1. De toepassing van dit Verdrag is beperkt tot het grondgebied van België, Luxemburg en Nederland.

2. Het Koninkrijk der Nederlanden behoudt zich het recht voor in de overeenkomsten bedoeld in de artikelen 6, tweede lid, onder (f), en 26 bepalingen in te lassen die van belang zijn voor de andere constituerende delen van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 37

De bepalingen van dit Verdrag verzetten zich niet tegen het bestaan noch tegen een eventuele ontwikkeling van de Economische Unie tussen het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg, voor zover de doelstellingen van die Unie niet zijn bereikt door de toepassing van dit Verdrag.

Artikel 38

De officiële talen van de instellingen van de Benelux Unie zijn het Nederlands en het Frans.

Artikel 39

1. Dit Verdrag wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

2. Elke Hoge Verdragsluitende Partij kan het Verdrag opzeggen met een termijn van drie jaar, die aanvangt op de dag van ontvangst op het Secretariaat-generaal van de kennisgeving van de opzegging.

3. De Secretaris-generaal stelt de andere Hoge Verdragsluitende Partijen van deze opzegging op de hoogte, onder vermelding van de datum van ingang van de opzegging.

4. De Hoge Verdragsluitende Partijen treden in overleg over de afwikkeling van lopende aangelegenheden.

5. Het tweede lid vindt geen toepassing gedurende een periode van tien jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van het Verdrag.

Artikel 40

1. Dit Verdrag zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen worden neergelegd bij de Secretaris-generaal, die de andere Hoge Verdragsluitende Partijen van de ontvangst van de akten in kennis stelt.

2. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de neerlegging van de derde akte van bekrachtiging. De Secretaris-generaal deelt de Hoge Verdragsluitende Partijen de datum van de inwerkingtreding van dit Verdrag mede.