rijk/verdrag/verdrag-tussen-de-regeringen-van-het-koninkrijk-der-nederlanden-de-bondsrepublie/BWBV0001810
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verdrag tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie BWBV0001810 verdrag geldend 2006-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0001810 Verdrag tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie

Verdrag tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie

Artikel I

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt, tenzij daarin anders wordt bepaald, verstaan onder:

a. a. „Ultracentrifugetechnologie", gas-ultracentrifugetechnologie en daarmee verwante technologie, met inbegrip van informatie, knowhow, apparatuur en onderdelen die gebruikt kunnen worden voor de verrijking van uranium in het gas-ultracentrifugeprocédé en voor de bouw van fabrieken voor de vervaardiging van gascentrifuges en voor verrijking; b. b. "Urenco", de krachtens het Verdrag van Almelo opgerichte gezamenlijke industriële onderneming, met inbegrip van haar dochterondernemingen en de mogelijke rechtsopvolgers daarvan, evenwel met uitzondering van ETC; c. c. „Areva", de Société des Participations du Commissariat à l'Energie Atomique, met inbegrip van haar dochterondernemingen en de mogelijke rechtsopvolgers daarvan, evenwel met uitzondering van ETC; d. d. „Trojka-VS-Overeenkomst", de Overeenkomst tussen de Drie Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika betreffende de vestiging, bouw en exploitatie van een installatie voor de verrijking van uranium in de Verenigde Staten van 24 juli 1992; e. e. „Quadripartiete Commissie", de Commissie als bedoeld in artikel III; f. f. „Gerubriceerde gegevens", gegevens in elke vorm die overeenkomstig artikel VII beveiligd dienen te worden. Gerubriceerde gegevens omvatten mede documenten, tekeningen, elektronische media, gegevens of materiaal waarin gerubriceerde gegevens zijn opgenomen en dusdanige gegevens die verwerkt zijn in de ultracentrifuge-uitrusting en onderdelen daarvan, ongeacht op welke wijze zij worden doorgegeven; g. g. „Regering", een van de Vier Regeringen; h. h. „Nationale Instantie", de instantie die door elke Regering overeenkomstig artikel VIII is aangewezen, die verantwoordelijk is voor het waarborgen van de uitvoering van een gemeenschappelijk beleid voor beveiliging en rubricering krachtens dit Verdrag; i. i. "Akten", de rechtsbescheiden inzake de oprichting van ETC.

Artikel II

1. De Vier Regeringen houden toezicht op de samenwerking tussen Urenco en Areva binnen ETC overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag met betrekking tot het gebruik en de beveiliging van ultracentrifugetechnologie.

2. De Vier Regeringen onthouden zich van het deelnemen aan, het bevorderen van of het op enigerlei wijze meewerken aan een programma of project inzake onderzoek naar of ontwikkeling van ultracentrifugetechnologie buiten ETC met het oog op exploitatie voor commerciële doeleinden, tenzij een dergelijk programma of project aan ETC is aangeboden voor uitvoering in het kader van de samenwerking beschreven in het eerste lid van dit artikel en ETC dit programma of project niet heeft aanvaard.

3. De Vier Regeringen waarborgen tevens dat Urenco en Areva zich onthouden van het deelnemen aan, het bevorderen van of het op enigerlei wijze meewerken aan een programma of project inzake onderzoek naar of ontwikkeling van ultracentrifugetechnologie buiten ETC met het oog op exploitatie voor commerciële doeleinden, tenzij een dergelijk programma of project aan ETC is aangeboden voor uitvoering in het kader van de in het eerste lid van dit artikel beschreven samenwerking en ETC dit programma of project niet heeft aanvaard.

4. Wanneer een programma of project wordt uitgevoerd, dat ingevolge het tweede en derde lid aan ETC is aangeboden en door ETC niet is aanvaard, waarborgen de Vier Regeringen dat de resultaten niet door de betrokken Regering, Urenco of Areva worden gebruikt tenzij zij op redelijke en billijke voorwaarden aan ETC zijn aangeboden voor gebruik in het kader van de in het eerste lid van dit artikel beschreven samenwerking en ook dit aanbod niet is aanvaard binnen een tijdvak van vier maanden.

5.

De Vier Regeringen nemen geëigende maatregelen ter vergemakkelijking van:

a. a. de uitvoering van dit Verdrag met betrekking tot de activiteiten van ETC; b. b. de bouw of exploitatie van verrijkingsinstallaties ingevolge dit Verdrag. De Vier Regeringen nemen noch ondersteunen initiatieven die een belemmering vormen voor de voornoemde programma's en projecten.

6. Niets in dit Verdrag vormt een beletsel voor het recht van Urenco en Areva om door ETC centrifuges en verwante apparatuur geleverd te krijgen, in de aantallen die zij verklaren nodig te hebben voor hun onderscheiden werkzaamheden voor het verrijken van uranium.

7. Met inachtneming van de andere bepalingen van dit Verdrag, waarborgen de Vier Regeringen dat ETC bij de levering van ultracentrifugetechnologie geen onderscheid maakt tussen klanten of fabrieken op het grondgebied van de Vier Regeringen.

8. Niets in dit Verdrag vormt een beletsel voor de uitvoering van het Verdrag van Almelo tussen de partijen daarbij wanneer zij in het kader van dat Verdrag handelen. De bepalingen van het Verdrag van Almelo doen evenwel in geen enkel opzicht afbreuk aan de uitvoering van dit Verdrag wat betreft de samenwerking tussen Urenco en Areva binnen ETC als beschreven in het eerste lid van dit artikel.

9. De Vier Regeringen nemen geen maatregelen ingevolge dit Verdrag die de werking van de Trojka-VS-Overeenkomst zouden beletten.

10. De Vier Regeringen zullen, wanneer nodig, de overdracht naar ETC vergemakkelijken van ultracentrifugetechnologie die is voortgebracht in een faciliteit die gebruik maakt van ultracentrifugetechnologie die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC.

11. De Bijlagen I en II maken een integrerend deel uit van dit Verdrag.

Artikel III

1. Teneinde te voorzien in een doeltreffend toezicht door de Vier Regeringen op de in artikel II beschreven samenwerking tussen Urenco en Areva, wordt een Quadripartiete Commissie ingesteld.

2. De Quadripartiete Commissie bestaat uit een door iedere Regering daartoe aangewezen vertegenwoordiger, die door adviseurs kan worden bijgestaan. De Commissie neemt al haar beslissingen met eenparigheid van stemmen. Iedere vertegenwoordiger heeft een stem.

3. Het voorzitterschap van de Quadripartiete Commissie wordt bij toerbeurt door de vertegenwoordiger van elke Regering voor een termijn van een jaar uitgeoefend.

4. De Quadripartiete Commissie stelt haar eigen reglement van orde vast en beslist welke regelingen op bestuurlijk terrein voor de uitoefening van haar taken nodig zijn. De Quadripartiete Commissie kan zo nodig subcommissies of werkgroepen instellen. Elke Regering draagt haar eigen administratieve kosten.

5.

De Quadripartiete Commissie heeft tot taak:

a. a. vragen betreffende de in de artikelen V en VI voorziene waarborgen en fysieke beveiliging te bestuderen, de Vier Regeringen daarover te adviseren en, wanneer van toepassing, dienaangaande beslissingen te nemen; b. b. vragen voortvloeiende uit de rubriceringsregelingen en beveiligingsmaatregelen die overeenkomstig artikel VII, artikel VIII, tweede en derde lid, en Bijlage II, in acht genomen moeten worden, te bestuderen en dienaangaande beslissingen te nemen; c. c. de Vier Regeringen van advies te dienen betreffende de voorwaarden waarop overeenkomsten als bedoeld in artikel X zouden kunnen worden gesloten; d. d. voorstellen betrekking hebbend op de volgende onderwerpen te bestuderen en dienaangaande beslissingen te nemen:

        i.
        het overbrengen naar gebieden buiten het grondgebied van de Vier Regeringen van ultracentrifugetechnologie die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC;
      
      
        ii.
        het verlenen van licenties of sublicenties voor het gebruik buiten het grondgebied van de Vier Regeringen van in onderdeel d (i) van dit lid bedoelde ultracentrifugetechnologie, anders dan licenties of sublicenties die reeds verleend zijn vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag;

i. i. het overbrengen naar gebieden buiten het grondgebied van de Vier Regeringen van ultracentrifugetechnologie die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC; ii. ii. het verlenen van licenties of sublicenties voor het gebruik buiten het grondgebied van de Vier Regeringen van in onderdeel d (i) van dit lid bedoelde ultracentrifugetechnologie, anders dan licenties of sublicenties die reeds verleend zijn vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag; e. e. wijzigingen van de akten alsmede de controle op ETC goed te keuren; f. f. voorstellen van ETC inzake de situering van haar productie-installaties ingevolge de in artikel II, eerste lid, beschreven samenwerking, goed te keuren; g. g. beslissingen te nemen omtrent het treffen van geëigende maatregelen indien zich ontwikkelingen op technisch of economisch gebied voordoen die de exploitatie op commerciële basis van de ultracentrifugetechnologie door ETC in belangrijke mate kunnen beïnvloeden, of daaromtrent de Vier Regeringen aanbevelingen te doen; h. h. beslissingen te nemen met betrekking tot alle vragen betreffende de uitlegging van dit Verdrag die aan haar worden voorgelegd door ETC in verband met de uitoefening van de taken van ETC.

6. De Quadripartiete Commissie kan te allen tijde aan ETC richtlijnen geven ingevolge door de Commissie krachtens het vijfde lid van dit artikel genomen beslissingen; ETC heeft de plicht deze richtlijnen ten uitvoer te leggen.

Artikel IV

1. De Vier Regeringen verbinden zich gezamenlijk en ieder voor zich te waarborgen, in overeenstemming met het NPV, dat elke ultracentrifugetechnologie, die aan hen ter beschikking zou staan ten behoeve van of als gevolg van de in artikel II beschreven samenwerking, op geen enkele wijze zal worden gebruikt om een niet-kernwapenstaat te helpen, aan te moedigen of ertoe te bewegen kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen te vervaardigen of anderszins te verkrijgen of de beschikkingsmacht over dergelijke kernwapens of nucleaire explosiemiddelen te verkrijgen. Voor de toepassing van dit lid betekent de uitdrukking „niet-kernwapenstaat" een Staat, daaronder begrepen elke door dit Verdrag gebonden Staat, die vóór 1 januari 1967 geen kernwapen of ander nucleair explosiemiddel heeft vervaardigd en tot ontploffing heeft gebracht.

2. De Regering van de Franse Republiek waarborgt dat elke organisatie die op het grondgebied van de Franse Republiek fabrieken bouwt voor de verrijking van uranium en gebruik maakt van ultracentrifugetechnologie, of deze anderszins exploiteert, die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC, of die dergelijke fabrieken exploiteert, geen voor de vervaardiging van wapens geschikt uranium ten behoeve van het vervaardigen van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen produceert.

Artikel V

1. Ten behoeve van de verificatie van de nakoming van de in artikel IV neergelegde verbintenissen, worden procedures voor veiligheidscontrole toegepast die verenigbaar zijn met de internationale verplichtingen van de Vier Regeringen.

2. Elke op het grondgebied van de Franse Republiek gebouwde fabriek voor de verrijking van uranium die gebruik maakt van ultracentrifugetechnologie, die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC, valt onder de veiligheidscontrole van de IAEA en blijft daaronder vallen.

3. De Quadripartiete Commissie treft alle voor de tenuitvoerlegging van dit artikel noodzakelijke voorzieningen.

Artikel VI

Nucleair materiaal dat gebruikt of geproduceerd wordt als gevolg van de in artikel II beschreven samenwerking is te allen tijde onderworpen aan adequate maatregelen voor fysieke beveiliging die ten minste aan de niveaus voldoen zoals vervat in Bijlage C bij de Richtlijnen voor nucleaire overdrachten.

Artikel VII

1. De Vier Regeringen nemen alle geëigende maatregelen in overeenstemming met hun internationale verplichtingen en hun nationale wet- en regelgeving ter beveiliging van alle gegevens die eigendom zijn van, in het bezit zijn van, afkomstig zijn van of voortvloeien uit activiteiten van ETC, die vanuit het oogpunt van niet-verspreiding gerubriceerd zijn.

2. De Vier Regeringen waarborgen ieder dat de huidige of toekomstige aandeelhouders van ETC, uit hoofde van dit aandeelhouderschap (ongeacht of dit rechtstreeks of onrechtstreeks is), geen toegang hebben tot gerubriceerde gegevens.

3. De bepalingen van Bijlage II zijn van toepassing op gerubriceerde gegevens die beveiligd moeten worden ingevolge het gemeenschappelijke rubriceringsbeleid.

4. De betrokken Nationale Instantie stelt de Quadripartiete Commissie en de andere Nationale Instanties onverwijld in kennis van alle gevallen waarin gerubriceerde gegevens die krachtens dit Verdrag zijn geleverd of gegenereerd, verloren zijn gegaan of aan onbevoegden zijn onthuld, of indien er een redelijk vermoeden bestaat dat een dergelijke onthulling heeft plaatsgevonden.

5. De betrokken Nationale Instantie onderzoekt elk in het vierde lid van dit artikel bedoeld geval en stelt de Quadripartiete Commissie en de andere Nationale Instanties op de hoogte van de uiteindelijke resultaten van het onderzoek en van de corrigerende maatregelen die zijn genomen om herhaling te voorkomen.

Artikel VIII

1. Elke Regering wijst, in overeenstemming met haar nationale wet- en regelgeving, een Nationale Instantie aan die verantwoordelijk is voor het waarborgen van een doeltreffende uitvoering op haar grondgebied van de in artikel VII genoemde beveiligingsmaatregelen.

2. De vier Nationale Instanties adviseren de Quadripartiete Commissie inzake vragen omtrent de rubricerings- en beveiligingsprocedures die in overeenstemming met artikel VII in acht genomen moeten worden en leggen dienaangaande haar beslissingen ten uitvoer.

3. De vier Nationale Instanties voeren wanneer nodig overleg over informatie betreffende de tenuitvoerlegging en doeltreffendheid van de in artikel VII en Bijlage II vervatte maatregelen.

4. Wanneer nodig brengen de Nationale Instanties via de Quadripartiete Commissie gezamenlijk verslag uit aan de Vier Regeringen.

Artikel IX

1. De bepalingen van Bijlage I inzake octrooien en andere industriële eigendomsrechten worden door iedere Regering toegepast op de in artikel II, eerste lid, van dit Verdrag beschreven samenwerking.

2. Geen van de Vier Regeringen maakt gebruik van de gegevens die ingevolge dit Verdrag aan hen worden overgedragen, of stelt enige persoon van dergelijke gegevens in kennis, voor enig ander doel dan de in artikel II, eerste lid, beschreven samenwerking, tenzij anderszins wordt overeengekomen.

Artikel X

De Vier Regeringen kunnen gezamenlijk binnen de reikwijdte van dit Verdrag samenwerkingsovereenkomsten sluiten met Europese of andere Staten, of met internationale organisaties. Elk voorstel tot het sluiten van een dergelijke overeenkomst wordt eerst bestudeerd door de Quadripartiete Commissie in overeenstemming met artikel III, vijfde lid, onderdeel c.

Artikel XI

De in dit Verdrag vervatte verplichtingen doen geen afbreuk aan de verplichtingen van de Vier Regeringen krachtens het Euratom-Verdrag.

Artikel XII

1. Ieder geschil dat mocht ontstaan tussen de Vier Regeringen betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag of van een beslissing van de Quadripartiete Commissie, dan wel van maatregelen of regelingen die krachtens een zodanige beslissing ten uitvoer zijn gelegd, wordt verwezen naar de Quadripartiete Commissie, die zal trachten tot een minnelijke schikking te komen.

2. Indien het geschil niet op deze wijze wordt beslecht, wordt het, indien mogelijk, door de Vier Regeringen door middel van rechtstreekse onderhandelingen beslecht.

3. Indien een geschil niet op deze wijze door de Vier Regeringen wordt beslecht, wordt het op verzoek van een daarbij betrokken Regering voor arbitrage voorgelegd aan een Scheidsrechterlijke Commissie, tenzij een andere Regering hiertegen om redenen van beveiliging bezwaar maakt.

4. Een zodanige Scheidsrechterlijke Commissie wordt als volgt ad hoc samengesteld. Indien twee Regeringen bij het geschil betrokken zijn, benoemt iedere Regering een lid. Indien meer dan twee Regeringen bij het geschil betrokken zijn en een van hen tegen twee of drie anderen procedeert, dan wel twee tegen een of twee, of drie tegen een, benoemen de Regeringen van wie de belangen samenvallen tezamen een lid. De twee aldus benoemde leden benoemen een derde lid, dat als voorzitter zal optreden. De leden van de Scheidsrechterlijke Commissie worden, met uitzondering van de voorzitter, benoemd binnen twee maanden, en deze laatste binnen drie maanden, te rekenen van de datum van het verzoek om arbitrage.

5. Indien er binnen de in het vierde lid van dit artikel gestelde termijn benoeming niet is verricht, kan elke bij het geschil betrokken Regering de President van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens verzoeken de benoeming te verrichten. Indien de President een onderdaan is van een van de betrokken Regeringen of indien hij om andere redenen verhinderd is de benoeming te verrichten, wordt deze door de Vice-President verricht. Indien de Vice-President onderdaan is van een van de betrokken Regeringen of indien hij eveneens verhinderd is de benoeming te verrichten, wordt deze verricht door het in anciënniteit volgende lid van het Hof die geen onderdaan van een van de betrokken Regeringen is.

6. De Scheidsrechterlijke Commissie neemt, op basis van dit Verdrag en van het algemene internationale recht, haar beslissing met meerderheid van stemmen. De Scheidsrechterlijke Commissie stelt haar eigen procedure vast. Een niet bij het geschil betrokken Regering kan zich in het geding voegen.

7. De beslissing van de Scheidsrechterlijke Commissie is bindend voor de bij de arbitrage betrokken Regeringen.

8. De beslissing van de Scheidsrechterlijke Commissie is onherroepelijk en hiertegen staat geen rechtsmiddel open. In geval van een geschil betreffende de strekking of reikwijdte van een dergelijke beslissing, rust op de Scheidsrechterlijke Commissie de plicht de beslissing op verzoek van een van de Vier Regeringen toe te lichten.

Artikel XIII

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag alleen van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa, wat het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreft alleen op Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en wat de Franse Republiek betreft alleen op het deel van de Republiek in Europa.

Artikel XIV

1. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand na de datum waarop de laatste van de Vier Regeringen haar diplomatieke nota waarin wordt bevestigd dat aan alle wettelijke vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan, nederlegt bij de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stelt de andere Regeringen in kennis van de datum van inwerkingtreding. Dit Verdrag blijft van kracht gedurende een tijdvak van dertig jaar. Dit tijdvak wordt telkens automatisch verlengd met een tijdvak van tien jaar tenzij een van de Vier Regeringen de andere Regeringen ten minste een jaar voor de datum waarop dit Verdrag automatisch zou worden verlengd, ervan in kennis stelt dat zij het voornemen heeft dit Verdrag op te zeggen.

2. Dit Verdrag kan te allen tijde met unanieme goedkeuring van de Vier Regeringen worden beëindigd. In dit geval wordt tussen hen een Protocol gesloten voor een dienovereenkomstige regeling van de rechten en verplichtingen, waaronder begrepen bepalingen betreffende de te volgen handelwijze met betrekking tot activa en passiva verband houdend met de samenwerking krachtens dit Verdrag.

3. In het geval van opzegging van dit Verdrag door een van de Vier Regeringen overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid van dit artikel of in geval van beëindiging van dit Verdrag krachtens het tweede lid van dit artikel, worden geëigende voorzieningen getroffen voor de voortzetting, in verband met het bepaalde in de artikelen IV en V, van verbintenissen en waarborgen en, in verband met het bepaalde in de artikelen VII en VIII en Bijlage II, van maatregelen voor de beveiliging van gerubriceerde gegevens, documenten en apparatuur. Zolang deze voorzieningen nog niet zijn getroffen, blijven de artikelen IV, V, VII, VIII en Bijlage II en alle uit hoofde daarvan tot stand gekomen regelingen of toegepaste procedures van kracht.

Artikel XV

Iedere Regering kan te allen tijde voorstellen doen tot wijziging van dit Verdrag. Deze voorstellen worden, indien zij door de Quadripartiete Commissie zijn goedgekeurd, door de Commissie aan de Vier Regeringen ter aanvaarding voorgelegd. Elke voor te leggen wijziging moet door iedere Regering schriftelijk worden aanvaard en treedt in werking 30 dagen na ontvangst door het Koninkrijk der Nederlanden van een schriftelijke kennisgeving van aanvaarding van alle Vier Regeringen. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stelt de andere Regeringen in kennis van de datum van inwerkingtreding van dergelijke wijzigingen.