40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van successiebelastingen | BWBV0005306 | verdrag | geldend | 1952-01-09 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0005306 | Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van successiebelastingen |
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van successiebelastingen
Artikel 1
1). Dit Verdrag heeft ten doel bescherming te verlenen tegen de dubbele belasting, die zou kunnen voortvloeien uit de gelijktijdige heffing van Nederlandse en Zwitserse successiebelastingen, in geval van het overlijden van een onderdaan van een van de beide Staten, die zijn laatste woonplaats in Nederland of in Zwitserland heeft gehad.
2). Onder successiebelastingen in de zin van dit Verdrag worden verstaan de belastingen, welke krachtens de Zwitserse of Nederlandse wetgeving terzake van overlijden geheven worden over het geheel of een gedeelte van de nalatenschap of over de erfdelen.
3).
Het Verdrag is in het bijzonder van toepassing op:
a. a. voor zoveel Zwitserland betreft: de belastingen geheven door de Zwitserse kantons, districten, kringen en gemeenten, die de erfdelen of de nalatenschap als zodanig treffen; b. b. voor zoveel het Koninkrijk der Nederlanden betreft: het recht van successie en het recht van overgang bij overlijden.
4). Het Verdrag heeft eveneens betrekking op de belastingen van gelijke of gelijksoortige aard, welke in de toekomst aan de in het voorgaande lid genoemde belastingen zullen worden toegevoegd of welke deze vervangen. Het strekt zich mede uit tot de belastingen welke in de vorm van opcenten worden geheven.
5). Onverminderd het bepaalde in artikel 6 is dit Verdrag voor zoveel het Koninkrijk der Nederlanden betreft, slechts van toepassing op het grondgebied in Europa.
Artikel 2
1). Onroerende goederen (daaronder begrepen hun toebehoren, zomede de dode of levende have, welke dient voor een landbouw- of bosbedrijf) zijn slechts aan de successiebelastingen onderworpen in de Staat waar deze goederen zijn gelegen. Artikel 3, tweede en vierde lid, van het heden tussen de beide Hoge Verdragsluitende Partijen gesloten Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen, alsmede het bepaalde in het tweede lid ad artikel 3 van het Slotprotocol van dat Verdrag, vinden overeenkomstige toepassing.
2). Roerende goederen, welke behoren bij handels-, nijverheids- of handwerksbedrijven van iedere aard, zijn slechts aan de successiebelastingen onderworpen in de Staat, waar de onderneming een vaste inrichting heeft. Artikel 4 van het heden tussen de beide Hoge Verdragsluitende Partijen gesloten Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen, alsmede de bepalingen in het Slotprotocol van dat Verdrag, betrekking hebbende op genoemd artikel, vinden overeenkomstige toepassing.
3). Roerende goederen, welke behoren bij vaste inrichtingen, en welke dienen voor de uitoefening van een vrij beroep in een van de beide Staten, zijn slechts aan de successiebelastingen onderworpen in de Staat waar die inrichtingen zich bevinden.
Artikel 3
1). De tot de nalatenschap behorende zaken, waarop artikel 2 niet van toepassing is, daaronder begrepen de schuldvorderingen van iedere aard tot zekerheid waarvan een onroerende zaak verbonden is, zijn slechts aan de successiebelastingen onderworpen in de Staat waar de overledene zijn laatste woonplaats had.
2). Voor het begrip woonplaats gelden de bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van het heden tussen de beide Hoge Verdragsluitende Partijen gesloten Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen.
Artikel 4
1). Dit Verdrag tast niet het recht aan om vrijstellingen van ruimere omvang te genieten, die aan diplomatieke en consulaire ambtenaren mochten zijn toegekend volgens de algemene regelen van het volkenrecht. Voor zover op grond van vrijstellingen van ruimere omvang van deze aard, het vermogen, dat verkregen wordt door de ambtenaar of door een lid van zijn gezin of het vermogen dat hij zelf of een lid van zijn gezin bij zijn overlijden nalaat, niet belast wordt door de Staat, waar hij geaccrediteerd is, wordt de heffing voorbehouden aan de Staat die hem uitzendt, alsof deze personen in die Staat woonachtig waren.
2). De onderdanen (natuurlijke- of rechtspersonen) van een van de beide Staten kunnen door de andere Staat niet verplicht worden tot het betalen van andere of hogere belastingen of rechten dan diens eigen onderdanen, die zich in soortgelijke omstandigheden bevinden.
3). De bepalingen van dit Verdrag beperken niet de voordelen, die de wetgeving van elk van de beide Staten aan de belastingplichtigen toekent.
Artikel 5
1). De hoogste administratieve autoriteiten van de beide Staten zullen zich kunnen verstaan om de dubbele belasting wat betreft de belastingen genoemd in artikel 1 ongedaan te maken in de gevallen, welke door dit Verdrag niet geregeld zijn, alsmede in de gevallen waarin de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag aanleiding geeft tot moeilijkheden of twijfel.
2). Bovendien vinden overeenkomstige toepassing artikel 11, eerste lid, en het bepaalde ad artikel 11 van het Slotprotocol van het heden tussen de beide Hoge Verdragsluitende Partijen gesloten Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen.
Artikel 6
Wat betreft de uitbreiding van dit Verdrag tot andere gebieden, vindt artikel 12 van het heden tussen de beide Hoge Verdagsluitende Partijen gesloten Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
1). Dit Verdrag is van toepassing in alle gevallen, waarin het overlijden heeft plaats gehad na de inwerkingtreding van het Verdrag.
2). Dit Verdrag is niet meer van toepassing in de gevallen, waarin het overlijden heeft plaats gehad na het verstrijken van het kalenderjaar tegen het einde waarvan het Verdrag op geldige wijze was opgezegd.
Artikel 8
1). Dit Verdrag zal worden bekrachtigd en de bekrachtigingsoorkonden zullen zo spoedig mogelijk te Bern worden uitgewisseld.
2). Het Verdrag zal in werking treden op de dag van de uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden; het kan, met inachtneming van een opzeggingstermijn van tenminste zes maanden, door elk van de beide Hoge Verdragsluitende Partijen worden opgezegd tegen het einde van een kalenderjaar.