rijk/verdrag/verdrag-tussen-het-koninkrijk-der-nederlanden-en-het-duitse-rijk-betreffende-de/BWBV0006051
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Duitse Rijk betreffende de ophoging van de Oude Rijnmond bij Lobith BWBV0006051 verdrag geldend 1922-08-28 https://wetten.overheid.nl/BWBV0006051 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Duitse Rijk betreffende de ophoging van de Oude Rijnmond bij Lobith

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Duitse Rijk betreffende de ophoging van de Oude Rijnmond bij Lobith

Artikel 1

De Nederlandsche Regeering verkrijgt het recht den Ouden Rijnmond bij Lobith hoogwatervrij af te sluiten.

Artikel 2

Alle voor eene geheele of gedeeltelijke afsluiting van den Ouden Rijnmond op Nederlandsch grondgebied noodige werken zullen door de Nederlandsche Regeering uitsluitend volgens haar eigen inzicht en uitsluitend voor hare rekening worden uitgevoerd.

Artikel 3

De Nederlandsche Regeering is verplicht, binnen 2 jaren na de bekrachtiging van dit verdrag, den Ouden Rijnmond zoodanig op te hoogen dat het Rijnwater niet door den Ouden Rijn kan afvloeien bij waterstanden lager dan 15 M. boven Amsterdamsch peil (N.A.P.) in het midden van den Ouden Rijnmond, dat is dus ongeveer 6 M. boven Emmeriksch peil.

Met de hoogwatervrije afsluiting mag op zijn vroegst 5 jaar na de bekrachtiging van dit verdrag worden begonnen.

Artikel 4

Wanneer in Pruisen de dijkbocht bij Bimmen achteruit gelegd wordt, is de Nederlandsche Regeering, in afwijking van de bepaling, vervat in Artikel II van het Grenstractaat van 7 Oktober 1816, verplicht, in de daardoor ontstaande kosten voor een bedrag van 2 000 000 M. bij te dragen, en dat bedrag, naar gelang van den voortgang van het werk, op aanvraag van den Pruisischen Minister für Landwirtschaft, Domänen und Forsten, op een door dezen aan te geven plaats te storten; evenwel zullen — met uitzondering van de eindbetaling — betalingen van minder dan 200 000 M. niet gevorderd kunnen worden.

Artikel 5

De eene Staat behoeft in het onderhoud van werken, op grond van dit verdrag op het grondgebied van den anderen Staat uitgevoerd, niet bij te dragen.

Artikel 6

Met de voltooiing van de in Par. 3 omschreven ophooging treden de bepalingen, in de Artikelen 17 en 19 van het Grenstractaat van 7 October 1816 vervat, buiten werking. Overigens blijven de bepalingen van dat Grenstractaat door het onderwerpelijke verdrag ongewijzigd.

Artikel 7

Dit verdrag zal worden bekrachtigd en de acten van bekrachtiging zullen, zoo spoedig mogelijk, te Berlijn worden uitgewisseld.

Ter oorkonde waarvan de gevolmachtigden dit verdrag hebben onderteekend en van hunne zegels hebben voorzien.