40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie | BWBR0030035 | wet | geldend | 2011-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0030035 | Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie |
Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie
Artikel I
Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie.
Artikel II
Wijzigt de Wet op de rechterlijke indeling.
Artikel III
Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel IV
Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 2.
Artikel V
Wijzigt de Wet griffierechten burgerlijke zaken.
Artikel VI
Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.
Artikel VII
Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel VIII
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Artikel IX
Wijzigt de Wet organisatie en bestuur gerechten.
Artikel X
Wijzigt de Beroepswet.
Artikel XI
Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.
Artikel XII
Wijzigt de Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie.
Artikel XIII
Wijzigt de Advocatenwet.
Artikel XIV
Wijzigt de Gerechtsdeurwaarderswet.
Artikel XV
Wijzigt de Wet op het notarisambt.
Artikel XVI
Wijzigt de Algemene wet gelijke behandeling.
Artikel XVII
Wijzigt de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990.
Artikel XVIII
Wijzigt de Loodsenwet.
Artikel XIX
Wijzigt de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
Artikel XX
Wijzigt de Zeevaartbemanningswet.
Artikel XXI
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2012/313.
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gerechten worden aangewezen waarop artikel 15, zevende lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie niet van toepassing is.
2. Onze Minister van Justitie kan, de Raad voor de rechtspraak en het College van procureurs-generaal gehoord, bepalen dat een door hem te bepalen categorie van strafzaken wordt behandeld door een andere rechtbank of ander gerechtshof.
3. Dit artikel vervalt drie jaar nadat het in werking is getreden.
Artikel XXII
1. Op de behandeling van en de rechterlijke bevoegdheid ten aanzien van zaken die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van een daarop betrekking hebbend artikel of onderdeel van deze wet bij een gerecht aanhangig waren, blijft het recht zoals het gold vóór dat tijdstip van toepassing.
2. Een sector kanton als bedoeld in artikel 47 van de Wet op de rechterlijke organisatie zoals dat artikel luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, onder 1 en 2, wordt aangemerkt als een sector als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
3. In de eerste bijlage bij de Wet op de rechterlijke organisatie en in het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen, zoals deze luidden op de dag vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen I en T, aangewezen nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen van het gerechtshof onderscheidenlijk de rechtbank die niet op dat tijdstip krachtens artikel 41, tweede lid, eerste volzin, onderscheidenlijk artikel 59, tweede lid, eerste volzin, van de Wet op de rechterlijke organisatie bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, worden met ingang van dat tijdstip aangemerkt als nevenlocaties die krachtens artikel 41, tweede lid, tweede volzin, onderscheidenlijk artikel 59, tweede lid, tweede volzin, van de Wet op de rechterlijke organisatie door de Raad voor de rechtspraak zijn aangewezen.
4. Artikel XIII van de Wet organisatie en bestuur gerechten en artikel 3 van hoofdstuk 15 van de Aanpassingswet modernisering rechterlijke organisatie, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen C, H, onder 2, M, onder 3, R, S, onder 2, onder b, Y, onder 1, W, onder 1, en X, en de artikelen IX tot en met XXI van deze wet, blijven van toepassing op klachten van diegenen die voor dat tijdstip van inwerkingtreding een verzoek bij de procureur-generaal bij de Hoge Raad hebben ingediend tot het instellen van een vordering bij de Hoge Raad tot het doen van een onderzoek naar een gedraging dan wel bij de Nationale ombudsman een verzoek hebben ingediend tot het instellen van een onderzoek naar een gedraging.
5. Op de behandeling van en de bevoegdheid van een raad van discipline als bedoeld in artikel 46a van de Advocatenwet ten aanzien van zaken die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II onderscheidenlijk onderdelen van dat artikel bij die raad aanhangig waren alsmede op de bevoegdheid van leden-advocaten, plaatsvervangende leden-advocaten, de griffier en plaatsvervangende griffiers van een raad ten aanzien van die zaken, blijft het recht zoals het gold vóór dat tijdstip van toepassing.
6. In afwijking van artikel 63, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet geldt dat zij die op de dag vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II lid of plaatsvervanger waren in de ledenraad van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders en ingevolge artikel II niet langer afkomstig zijn uit het ressort waaruit zij zijn gekozen, als lid of plaatsvervanger kunnen aanblijven totdat de termijn waarvoor zij waren gekozen of herkozen is verstreken doch niet langer dan een jaar na genoemd tijdstip.
Artikel XXIII
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel XXIV
Deze wet wordt aangehaald als: Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie.