rijk/wet/invoeringswet-douanewetgeving/BWBR0002382
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Invoeringswet douanewetgeving BWBR0002382 wet geldend 1962-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002382 Invoeringswet douanewetgeving

Invoeringswet douanewetgeving

Hoofdstuk I. Inwerkingtreding van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen

Artikel 1

De Algemene wet inzake de douane en de accijnzen (Stb. 1961, 31) treedt in werking met ingang van 1 oktober 1962.

Hoofdstuk II. Wijziging van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen

Artikel 2

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III. Intrekking en wijziging van wetten inzake de in-, uit- en doorvoer

Artikel 3

1.

De navolgende wetten inzake de in-, uit- en doorvoer worden ingetrokken:

1°. 1°. de wet van 26 augustus 1822 (Stb. 38); 2°. 2°. de wet van 31 maart 1828 (Stb. 10); 3°. 3°. de wet van 4 april 1870 (Stb. 61); 4°. 4°. de wet van 6 april 1877 (Stb. 71); 5°. 5°. de wet van 28 december 1879 (Stb. 250); 6°. 6°. de wet van 7 december 1896 (Stb. 212); 7°. 7°. de wet van 30 maart 1912 (Stb. 135); 8°. 8°. de wet van 31 december 1915 (Stb. 533); 9°. 9°. de wet van 7 juni 1919 (Stb. 318); 10°. 10°. de wet van 4 december 1920 (Stb. 872); 11°. 11°. de wet van 29 december 1922 (Stb. 755); 12°. 12°. de wet van 2 juli 1923 (Stb. 308); 13°. 13°. de wet van 19 maart 1932 (Stb. 110).

2. Wijzigt de wet van 23 juni 1960 (Stb. 262), houdende voorzieningen op het terrein van de invoerrechten en accijnzen ter uitvoering van het Benelux-Unieverdrag en andere internationale overeenkomsten.

Hoofdstuk IV. Voorzieningen inzake de accijnswetgeving

Afdeling I. Wijziging van wetten

Artikel 4

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 5

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 6

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 7

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 8

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Afdeling II. Algemene bepalingen inzake de accijnzen

Artikel 9

Goederenaangiften en documenten, betrekking hebbende op aan accijns onderworpen goederen, zijn in alle gevallen, en zo nodig meermalen, aan verificatie onderworpen. De te betalen, af te schrijven of terug te geven accijns wordt berekend overeenkomstig de gedane goederenaangifte en met inachtneming van hetgeen bij verificatie van die aangifte of van het daarop afgegeven document is bevonden.

Artikel 10

1. Ten aanzien van alle geldboeten, welke zijn bedreigd in de wetten, gewijzigd bij de artikelen 4-8, geldt een minimum van vijftig cent. In de gevallen waarin die wetten de geldboete op een vast bedrag of op een bedrag verband houdende met de ontdoken belasting bepalen, geldt dat bedrag als maximum.

2. De in die wetten voorkomende bepalingen met betrekking tot de verbeurdverklaring, blijven buiten toepassing.

Artikel 11

De bij het in werking treden van deze wet bestaande algemene maatregelen van bestuur uitsluitend of mede gegrond op wetten, gewijzigd bij de artikelen 4-8, regelende onderwerpen welker regeling bij de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen aan de Kroon is opgedragen of voorbehouden, worden geacht uitsluitend of mede te zijn gegrond op genoemde Algemene wet.

Hoofdstuk V. Voorzieningen inzake de overige wetgeving

Artikel 12

1. De bepalingen van Titel VI van het vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering, artikel 56, eerste en tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en het beleid der justitie, en artikel 14a, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht blijven ten aanzien van strafzaken betreffende de douane en de accijnzen buiten toepassing, behoudens voor zaken waarin reeds het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek is gevorderd of een dagvaarding ter terechtzitting in eerste aanleg is uitgebracht.

2. In artikel 473 van het Wetboek van Strafvordering blijft de zinsnede "en van de artikelen 528, 530 en 531" buiten toepassing, voor zoveel Titel VI van het vierde Boek van dat wetboek buiten toepassing is verklaard.

Artikel 13

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 14

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 15

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 16

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 17

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 18

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 19

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 20

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 21

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 22

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 23

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 24

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 25

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 26

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 27

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 28

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 29

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 30

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 31

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 32

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 33

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 34

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 35

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 36

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 37

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 38

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 39

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 40

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 41

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 42

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 43

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 44

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 45

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 46

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 47

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 48

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 49

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 50

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 51

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 52

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 53

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 54

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk VI. Overgangsbepalingen

Artikel 55

1.

De bij deze wet ingetrokken, vervallen of buiten toepassing verklaarde regelingen en de krachtens die regelingen uitgevaardigde voorschriften blijven toepassing vinden voor zover de bepalingen daarvan betrekking hebben op:

a. a. de verplichtingen welke ingevolge die bepalingen bestaan ten aanzien van documenten en andere bescheiden, voor zover die documenten en bescheiden nog niet zijn gezuiverd op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, alsmede op de rechtsgevolgen - daaronder begrepen de gevolgen van strafrechtelijke aard - welke ingevolge die bepalingen ontstaan uit het niet of niet volledig zuiveren van zodanige documenten en bescheiden, met dien verstande echter, dat de zuivering daarvan plaats vindt overeenkomstig door Ons bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorschriften; b. b. ambtelijke bevoegdheden ten aanzien van aangiften en documenten, indien deze nog niet voor visitatie of verificatie zijn afgetekend op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, alsmede op de rechtsgevolgen - daaronder begrepen de gevolgen van strafrechtelijke aard - welke ingevolge die bepalingen bestaan bij ambtelijke bevindingen bij de uitoefening van die bevoegdheden, zomede op de rechtsmiddelen welke tegen die bevindingen kunnen worden toegepast; c. c. strafbare feiten welke zijn begaan vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt; d. d. de vaststelling van de waarde van goederen, de rechtsmiddelen daartegen, alsmede de rechtsgevolgen welke ingevolge die bepalingen bestaan in geval van waardeverhoging, indien de goederen zijn aangehouden vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, dan wel zijn aangehouden ingevolge letter b; e. e. de rechtsmiddelen tegen de beslissing inzake de vermelding van goederen in specifieke aangiften, tegen de toepassing van het tarief van invoerrechten en van de tabel van bijzonder invoerrecht, indien de goederen ten invoer zijn aangegeven vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt; f. f. de rechtsmiddelen tegen aanhalingen van vervoermiddelen, kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan het toezicht te onttrekken of om genomen dwangmaatregelen te verijdelen en van voorwerpen, kennelijk bestemd om goederen aan het toezicht te onttrekken of om een vervoermiddel in te richten om goederen aan het toezicht te onttrekken of dwangmaatregelen te verijdelen, indien die aanhalingen hebben plaats gehad vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt; g. g. de behandeling van ten invoer verboden, onbekende en onbeheerde goederen, indien deze zijn aangebracht vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt; h. h. de invordering, indien het betreft een schuld welke invorderbaar is geworden vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt; i. i. andere door Ons bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen onderwerpen, in de gevallen bij die algemene maatregel van bestuur bepaald.

2. In afwijking in zoverre van het eerste lid, letters a-c, vinden ten aanzien van de daar bedoelde strafbare feiten de artikelen 197-207 van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen toepassing, behoudens voor zaken waarin reeds het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek is gevorderd of een dagvaarding ter terechtzitting in eerste aanleg is uitgebracht.

Artikel 56

1. De publieke, particuliere en fictieve entrepots voor buitenlandse goederen, welke bestaan op de dag, voorafgaande aan het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, worden aangemerkt als publieke, particuliere, onderscheidenlijk fictieve douane-entrepots; de op die dag bestaande particuliere en fictieve entrepots voor binnenlandse goederen worden aangemerkt als particuliere onderscheidenlijk fictieve accijnsentrepots. De op die dag bestaande algemene entrepots en fabrieksentrepots worden aangemerkt als publieke douane-entrepots, onderscheidenlijk fabrieksentrepots.

2. De voor de in het eerste lid bedoelde entrepots verleende goedkeuringen worden geacht te zijn verleend krachtens artikel 34 van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen; aan de beheerders van die entrepots wordt geacht een vergunning van de wet te zijn verleend op de voet van artikel 35.

Artikel 57

De personen die zijn geadmitteerd als convooilopers, expediteurs, scheepsmakelaars en cargadoors vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, worden geacht als douane-expediteurs te zijn toegelaten op de voet van artikel 55 van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen.

Artikel 58

De borgtochten en andere vormen van zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen, voortvloeiende uit de bij artikel 3 ingetrokken wetten en de krachtens die wetten uitgevaardigde voorschriften, welke zijn gesteld vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, worden, voor zover die zekerheid niet wordt gewijzigd of opgeheven, geacht op de voet van de Algemene wet inzake de douane en de accijnzen te zijn gesteld voor overeenkomstige verplichtingen, voortvloeiende uit die wet of uit de krachtens die wet vastgestelde voorschriften.

Artikel 59

Onze Minister van Financiën stelt de voorschriften vast welke ter uitvoering van dit hoofdstuk nodig zijn.

Paragraaf . Slotbepalingen

Artikel 60

De teksten van de Statistiekwet 1950 en van de Waarborgwet 1950 worden door Onze Minister van Financiën overgebracht in de wettelijke spelling en door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst. Onze Minister van Financiën stelt tevens de nummering van de artikelen, alsmede de aanduiding van de onderdelen van die artikelen opnieuw vast, zulks met inachtneming van de bestaande volgorde en brengt de aanhalingen in die wetten van artikelen en onderdelen van artikelen daarmede in overeenstemming.

Artikel 61

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 oktober 1962.

Artikel 62

Deze wet kan worden aangehaald als "Invoeringswet douanewetgeving".