rijk/wet/jachtwet/BWBR0002155
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Jachtwet BWBR0002155 wet geldend 1955-06-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002155 Jachtwet

Jachtwet

Titel I. Algemene bepalingen

Artikel 1

1.

Deze wet verstaat onder:

"Onze Minister": Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

"jagen": het opsporen, bemachtigen of doden van wild en het doen van pogingen daartoe;

"jachthouder": degene, die overeenkomstig het in de artikelen 4 en 6 bepaalde het gehele of gedeeltelijke genot heeft van de jacht;

"landbouw": akkerbouw, weidebouw, tuinbouw, bosbouw, teelt van griendhout, veeteelt, pluimveeteelt en visserij;

"grondgebruiker": degene, die gerechtigd is de grond te gebruiken, hetzij als eigenaar, hetzij krachtens een zakelijk recht, hetzij krachtens een pachtovereenkomst;

"jachtopzichter": degene, die is belast met de bescherming van de jachtbelangen van een jachthouder en buitengewoon opsporingsambtenaar is;

"kooiker": degene, die ingevolge artikel 39 als zodanig is geregistreerd;

"wildhandelaar": ieder, die als ondernemer handel drijft in wild;

"verzekerde": hij, wiens aansprakelijkheid overeenkomstig de bepalingen van deze wet is gedekt;

"benadeelde": hij die schade heeft geleden, welke grond oplevert voor toepassing van de artikelen 12a en 12b van deze wet alsmede zijn rechtverkrijgenden.

2.

Deze wet begrijpt onder:

"grond": water;

"veld": stranden, schorren, gorzen, kwelders, slikken, wadden, binnenwateren en territoriale wateren, alsmede wegen en paden, voorzover deze geacht kunnen worden deel uit te maken van een tot jachtbedrijf bestemd of geschikt terrein;

"eieren": schalen van eieren;

"dood wild": dood wild en delen van wild al dan niet geprepareerd of op andere wijze geschikt gemaakt om duurzaam te worden bewaard;

"produkten van wild": al hetgeen afkomstig is van wild en al hetgeen geheel of gedeeltelijk is vervaardigd uit wild of uit delen daarvan alsmede alle goederen waarvan uit een begeleidend document, de verpakking, een merk of etiket of enige andere omstandigheid blijkt dat zij afkomstig zijn van of geheel of gedeeltelijk vervaardigd zijn uit wild of uit delen daarvan.

Artikel 2

Vervallen

Artikel 2bis

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Titel II. Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Titel III. Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 12a

Vervallen

Artikel 12b

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 13a

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Vervallen

Artikel 16a

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Vervallen

Titel IV. Vervallen

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Vervallen

Artikel 24

Vervallen

Artikel 25

Vervallen

Artikel 26

Vervallen

Artikel 27

Vervallen

Artikel 27a

Vervallen

Titel V. Het Jachtfonds

Artikel 28

1. Er is een openbaar lichaam, genaamd Jachtfonds, hetwelk tot taak heeft het in stand houden te bevorderen van niet tot het in artikel 8, eerste lid, genoemd wild behorende wildsoorten, welker handhaving in de vrije natuur waardevol is en de belangen van de landbouw met betrekking tot de jacht te dienen.

2. Het Jachtfonds tracht het in het eerste lid omschreven doel te bereiken door het ter hand nemen of bevorderen van wetenschappelijk onderzoek, het bevorderen van voorlichting en opleiding, het bevorderen van maatregelen tot voorkoming van schade door wild en door het treffen van andere maatregelen, welke voor de verwezenlijking van het in het eerste lid omschreven doel van belang kunnen zijn. Deze maatregelen kunnen ook bestaan in het verlenen van tegemoetkomingen in door wild aangerichte schade, met inachtneming van door Onze Minister te stellen regelen.

3. Het Jachtfonds is rechtspersoon en heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.

Artikel 29

1. Het bestuur van het Jachtfonds bestaat uit negen leden.

2. Onze Minister benoemt de voorzitter en twee leden van het bestuur.

3. De overige zes leden van het bestuur worden benoemd door de door Ons aan te wijzen representatieve organisaties op het gebied van de landbouw, de jacht en de natuurbescherming.

4. Elk der in het derde lid bedoelde organisaties benoemt twee leden.

Artikel 30

Het bestuur regelt zijn werkwijze bij een reglement, hetwelk de instemming behoeft van Onze Minister. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 31

Onze Minister kan bepalen, dat de bestuursleden volgens door hem te stellen regelen een vergoeding genieten.

Artikel 32

Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen vastgesteld betreffende het nemen van besluiten door het Jachtfonds, zijn dagelijkse leiding, zijn secretariaat, zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte en zijn boekjaar.

Artikel 33

1. Jaarlijks vóór 1 september dient het bestuur bij Onze Minister een begroting van inkomsten en uitgaven voor het volgend boekjaar in. Deze begroting behoeft de instemming van Onze Minister.

2. Heeft Onze Minister niet ingestemd met de begroting vóór de aanvang van het boekjaar, waarvoor zij moet dienen, dan is het bestuur bevoegd tot het innen van inkomsten en het doen van uitgaven, in de begroting voorzien, voorzover Onze Minister daartegen geen bezwaren heeft gemaakt.

3. Onze Minister is bevoegd de begroting vast te stellen, indien daaromtrent met het bestuur geen overeenstemming wordt verkregen.

Artikel 34

Jaarlijks vóór 1 mei dient het bestuur bij Onze Minister een financieel verslag in over het afgelopen boekjaar met daarbij behorende balans en verlies- en winstrekening. Dit verslag behoeft de instemming van Onze Minister.

Artikel 35

Vervallen

Artikel 36

Vervallen

Artikel 37

Ten behoeve van het Jachtfonds kan het Rijk een bijdrage verlenen.

Titel VI. Vervallen

Artikel 38

Vervallen

Artikel 39

Vervallen

Artikel 40

Vervallen

Artikel 41

Vervallen

Artikel 42

Vervallen

Titel VII. Vervallen

Artikel 43

Vervallen

Artikel 44

Vervallen

Artikel 45

Vervallen

Artikel 46

Vervallen

Artikel 47

Vervallen

Artikel 48

Vervallen

Artikel 49

Vervallen

Artikel 50

Vervallen

Artikel 51

Vervallen

Artikel 52

Vervallen

Artikel 53

Vervallen

Artikel 54

Vervallen

Artikel 55

Vervallen

Artikel 56

Vervallen

Artikel 57

Vervallen

Artikel 58

Vervallen

Artikel 59

Vervallen

Titel VIII. Vervallen

Artikel 60

Vervallen

Artikel 61

Vervallen

Artikel 62

Vervallen

Artikel 63

Vervallen

Artikel 64

Vervallen

Artikel 65

Vervallen

Artikel 66

Vervallen

Artikel 67

Vervallen

Titel VIIIA. Vervallen

Artikel 68

Vervallen

Titel IX. Vervallen

Artikel 69

Vervallen

Artikel 70

Vervallen

Artikel 71

Vervallen

Artikel 72

Vervallen

Artikel 73

Vervallen

Artikel 74

Vervallen

Artikel 75

Vervallen

Artikel 76

Vervallen

Artikel 77

Vervallen

Titel X. Vervallen

Artikel 78

Vervallen

Artikel 79

Vervallen

Artikel 80

Vervallen

Artikel 81

Vervallen

Artikel 82

Vervallen

Artikel 83

Vervallen

Artikel 84

Vervallen

Artikel 85

Vervallen

Artikel 86

Vervallen

Artikel 87

Vervallen

Artikel 88

Vervallen

Artikel 89

Vervallen

Artikel 90

Vervallen

Artikel 91

Vervallen