40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Les- en cursusgeldwet | BWBR0004188 | wet | geldend | 1987-07-24 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0004188 | Les- en cursusgeldwet |
Les- en cursusgeldwet
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders bepaald, verstaan onder:
a. a. bevoegd gezag: het orgaan dat als zodanig wordt aangeduid in de wettelijke regeling op grond waarvan de desbetreffende school of cursus wordt bekostigd; b. b. leerling: degene die is toegelaten tot het onderwijs aan een school of cursus als bedoeld in artikel 2; c. c. cursusjaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend; d. d. Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Economische Zaken; e. e. dagschool: een instelling als bedoeld in 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die voldoet aan artikel 2.17 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; f. f. cursus:
1°.
een cursus in de zin van de Wet op het voortgezet onderwijs;
2°.
onderwijs aan een inrichting voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 61 van de Wet op het voortgezet onderwijs, voor zover het geen volledig onderwijs betreft;
3°.
een op grond van de Experimentenwet onderwijs uit de openbare kas bekostigde cursus, voor zover het voortgezet onderwijs betreft;
4°.
een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, of artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, anders dan bedoeld in onderdeel e, die aan een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van die wet ten laste van ’s Rijks kas wordt verzorgd;
1°. 1°. een cursus in de zin van de Wet op het voortgezet onderwijs; 2°. 2°. onderwijs aan een inrichting voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 61 van de Wet op het voortgezet onderwijs, voor zover het geen volledig onderwijs betreft; 3°. 3°. een op grond van de Experimentenwet onderwijs uit de openbare kas bekostigde cursus, voor zover het voortgezet onderwijs betreft; 4°. 4°. een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, of artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, anders dan bedoeld in onderdeel e, die aan een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van die wet ten laste van ’s Rijks kas wordt verzorgd; g. g. onderwijsnummer: het door Onze Minister uitgegeven persoonsgebonden nummer, toegekend aan een persoon aan wie niet van overheidswege een burgerservicenummer is verstrekt; h. h.
vervallen;
i. i.
vervallen;
j. j.
vervallen;
k. k. school: een dagschool, als bedoeld in deze wet.
Artikel 2
Ter zake van uit de openbare kas bekostigd onderwijs aan een dagschool of uit de openbare kas bekostigde cursussen wordt lesgeld onderscheidenlijk cursusgeld geheven met inachtneming van de bepalingen van deze wet. Ter zake van het volgen van onderwijs in het kader van contractactiviteiten wordt geen lesgeld of cursusgeld volgens de bepalingen van deze wet geheven.
Hoofdstuk II. Lesgeld
Artikel 3
1. Lesgeld is verschuldigd ter zake van het door een leerling die op de eerste dag van het desbetreffende cursusjaar de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt, volgen van uit de openbare kas bekostigd onderwijs - daaronder begrepen de van het onderwijs deel uitmakende praktijktijd - aan een dagschool.
2. Het lesgeld is door de leerling verschuldigd per cursusjaar en wordt voldaan aan Onze Minister.
Artikel 3a
Vervallen
Artikel 4
1. Een leerling die op de eerste dag van een cursusjaar de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt, dient zich om in dat cursusjaar onderwijs te kunnen volgen, te laten inschrijven.
2. De inschrijving geschiedt door of namens het bevoegd gezag. Aan de desbetreffende leerling wordt een bewijs van inschrijving verstrekt.
3. De leerling wordt ingeschreven voor het gehele cursusjaar, voor zover niet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur anders is bepaald.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inschrijving.
Artikel 5
1. Tot de inschrijving wordt niet overgegaan dan nadat het bewijs is overgelegd dat het lesgeld wordt voldaan aan Onze Minister, met inachtneming van het bepaalde krachtens het vierde lid.
2. Het lesgeld bedraagt naar de maatstaf van 1 augustus 2004 € 936,– per 01-08-2015: € 1.131,–. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de consumentenprijsindex. Het bedrag wordt vastgesteld bij ministeriële regeling, waarin tevens wordt bepaald wat onder de consumentenprijsindex wordt verstaan. Het bedrag wordt afgerond op het naastbij gelegen gehele getal. Deze regeling wordt vastgesteld voor 1 oktober voorafgaand aan het cursusjaar waarop de herziening van het lesgeld betrekking heeft.
3. De indexering wordt bepaald door de procentuele wijziging die het indexcijfer van de consumentenprijs over de maand april, voorafgaand aan de aanpassing, heeft ondergaan ten opzichte van de maand april van het daaraan voorafgaande jaar.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de voldoening en de vrijstelling, vermindering en terugbetaling van het lesgeld, alsmede met betrekking tot de te verstrekken gegevens, waaronder het burgerservicenummer of onderwijsnummer.
Artikel 5a
Onze Minister gebruikt het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de leerling ter zake van de uitvoering van deze wet als registratienummer slechts:
a. a. in het verkeer met de leerling op wie het nummer betrekking heeft; b. b. in contacten met personen en instanties voor zover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of onderwijsnummer in een persoonsregistratie; c. c. teneinde de gegevens van de leerling te vergelijken met de gegevens die over hem zijn opgenomen in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht, voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet.
Artikel 5b
Onze Minister kan aan onze minister ten behoeve van de bekostiging van instellingen gegevens verstrekken over het in artikel 5, eerste lid, bedoelde bewijs voor zover het personen betreft die zijn opgenomen in het basisregister onderwijs.
Hoofdstuk III. Cursusgeld
Artikel 6
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald voor welke uit de openbare kas bekostigde cursussen cursusgeld verschuldigd is.
2. Degene die tot het onderwijs aan een cursus is toegelaten, dient zich om in een bepaald cursusjaar onderwijs te kunnen volgen, te laten inschrijven.
3. Tot de inschrijving wordt niet overgegaan dan nadat het bewijs is overgelegd dat het verschuldigde cursusgeld is of zal worden voldaan.
4. Het in het eerste lid bedoelde cursusgeld, alsmede de heffing en de voldoening daarvan, en de in het tweede lid bedoelde inschrijving worden geregeld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot de vrijstelling, vermindering en terugbetaling van het cursusgeld.
6. In aanvulling op het derde lid wordt niet overgegaan tot inschrijving als bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, dan nadat een meerderjarige leerling die niet zelf het cursusgeld voldoet, schriftelijk heeft verklaard dat hij ermee instemt dat een in die verklaring vermelde derde namens hem het cursusgeld voldoet.
7. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde lid, wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken, en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens wordt te kennen gegeven tot overleg over de maatregel. Het bepaalde in de vorige twee volzinnen blijft buiten toepassing, indien het ontwerp van de maatregel voordien aan de Kamer is voorgelegd en door of namens de Kamer te kennen is gegeven dat aan overlegging van de maatregel geen behoefte bestaat.
Hoofdstuk IV. Bijzondere bepalingen
Artikel 7
1. Het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde is opgedragen aan Onze minister.
Artikel 8
Indien het bevoegd gezag van een bijzondere of een gemeentelijke school of cursus de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften niet nakomt, kan Onze minister besluiten dat de vergoeding uit de openbare kas geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden.
Artikel 9
1. Degene die op de eerste dag van het cursusjaar de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt en uit de openbare kas bekostigd onderwijs volgt aan een dagschool, maar niet is ingeschreven, is deswege aan Onze Minister een schadevergoeding verschuldigd gelijk aan het voor het desbetreffende cursusjaar verschuldigde bedrag aan lesgeld.
2. Degene die uit de openbare kas bekostigd onderwijs volgt aan een cursus, maar niet is ingeschreven, is deswege aan Onze Minister een schadevergoeding verschuldigd gelijk aan het voor het desbetreffende cursusjaar ten hoogste verschuldigde bedrag voor het volgen van het onderwijs aan de desbetreffende cursus.
Artikel 9a
Onze Minister vaardigt een dwangbevel uit aan de nalatige, indien het bij of krachtens deze wet verschuldigde lesgeld geheel of gedeeltelijk niet tijdig is voldaan.
Artikel 9b
Onze Minister kan voor bepaalde gevallen de wet buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Hoofdstuk V. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 10
Het bedrag van het lesgeld, bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt voor het cursusjaar 1987-1988 vastgesteld op f 1030. De derde volzin van het derde lid van genoemd artikel vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot het cursusjaar 1988-1989.
Artikel 11
1. De Lesgeldwet voor boven 17-jarigen in het voortgezet onderwijs (Stb. 1986, 250) wordt ingetrokken.
2. Het bepaalde bij of krachtens die wet blijft van toepassing voor zover het betreft lesgeld verschuldigd dan wel voldaan met betrekking tot het cursusjaar 1986-1987.
3. Het Uitvoeringsbesluit Lesgeldwet (Stb. 1986, 421) strekt met ingang van de datum, bedoeld in artikel 21, eerste lid, tot uitvoering van de artikelen 4, derde en vierde lid, en 5, vierde lid, totdat bedoelde maatregelen krachtens deze wet zijn vastgesteld.
Artikel 12
1. De School- en cursusgeldwet 1972 (Stb. 1983, 360) wordt ingetrokken.
2. Het bepaalde bij of krachtens die wet blijft van toepassing met betrekking tot de heffing en invordering van school- en cursusgelden over schoolgeldjaren onderscheidenlijk cursusjaren voorafgaand aan het cursusjaar waarop deze wet voor het eerst van toepassing is.
3. Het Besluit cursusgeld voortgezet onderwijs (Stb. 1985, 431) strekt met ingang van de datum, bedoeld in artikel 21, eerste lid, tot uitvoering van artikel 6, vierde lid, totdat bedoelde maatregelen krachtens deze wet zijn vastgesteld.
Artikel 13
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 14
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 15
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 16
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 17
Vervallen
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij is geplaatst, en vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot het cursusjaar dat in 1987 aanvangt.
2. De artikelen 17 en 19 vervallen met ingang van 1 augustus 1988.
3. Artikel 18 vervalt met ingang van 1 januari 1990.
Artikel 22
Deze wet kan worden aangehaald als "Les- en cursusgeldwet".