rijk/wet/raamwet-sectorraden-onderzoek-en-ontwikkeling/BWBR0004158
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Raamwet sectorraden onderzoek en ontwikkeling BWBR0004158 wet geldend 1987-06-04 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004158 Raamwet sectorraden onderzoek en ontwikkeling

Raamwet sectorraden onderzoek en ontwikkeling

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

sectorraad: een sectorraad als bedoeld in het eerste lid van artikel 2;

Onze minister: Onze minister, belast met de zorg voor de desbetreffende sectorraad;

Onze aangewezen ministers: Onze ministers, voor de desbetreffende sectorraad aangewezen bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 2.

Paragraaf 2. Instelling en taak

Artikel 2

1. Ten behoeve van de uitvoering van het beleid inzake onderzoek en ontwikkeling kan bij algemene maatregel van bestuur een sectorraad worden ingesteld voor een daarbij aan te wijzen aandachtsgebied. Een sectorraad wordt ingesteld als zelfstandig programmeringscollege. De instelling geschiedt voor een tijdvak van zes jaren, dat bij koninklijk besluit telkens met eenzelfde tijdvak kan worden verlengd.

2. Over een voornemen tot instelling dan wel tot verlenging stelt Onze minister, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, de beide kamers der Staten-Generaal in kennis. Hij brengt dit voornemen niet tot uitvoering dan nadat 30 dagen na de inkennisstelling zijn verstreken.

3.

De in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur bevat in elk geval:

a. a. de omschrijving van het betrokken aandachtsgebied; b. b. de aanwijzing van Onze minister alsmede van Onze ministers wie het mede aangaat, onder wie Onze minister belast met de coördinatie van het wetenschapsbeleid; c. c. de naam van de sectorraad, alsmede bepalingen omtrent het aantal leden en de zittingsduur van de leden; d. d. bepalingen omtrent de aan de sectorraad ter beschikking te stellen financiële middelen.

Artikel 3

1. Een sectorraad heeft tot taak desgevraagd of uit eigen beweging Onze aangewezen ministers op basis van het door hen vastgestelde beleid voorstellen te doen voor de programmering en coördinatie inzake onderzoek, ontwikkeling en kennisinfrastructuur voor een of meer jaren. Hij baseert zich daarbij op een grondige verkenning van maatschappelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen terzake.

2. Een sectorraad kan, na toestemming van Onze minister, voorstellen doen aan een andere minister dan Onze aangewezen ministers of aan een organisatie of instelling, betrokken bij onderzoek en ontwikkeling op zijn aandachtsgebied.

Paragraaf 3. Samenstelling

Artikel 4

1. Een sectorraad is zodanig samengesteld, dat daarin de onderscheidene maatschappelijke en wetenschappelijke belangen bij onderzoek en ontwikkeling op zijn aandachtsgebied evenwichtig worden weerspiegeld.

2.

Een sectorraad telt ten minste zes en ten hoogste vijftien leden, en wel:

a. a. een voorzitter, tevens lid; b. b. leden, bekend met de gezichtspunten in kringen van organisaties en instellingen die onderzoek en ontwikkeling op het aandachtsgebied financieren, of anderszins bij de resultaten daarvan belang hebben; c. c. leden, bekend met de gezichtspunten in kringen van organisaties en instellingen die onderzoek en ontwikkeling op het aandachtsgebied uitvoeren.

3. Een sectorraad telt tot ten hoogste een derde van het aantal leden adviserende leden namens Onze aangewezen ministers.

Artikel 5

1. Onze minister, handelend in overeenstemming met Onze andere aangewezen ministers, benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter, na de desbetreffende sectorraad hierover te hebben gehoord.

2. Onze minister benoemt, schorst en ontslaat de overige leden.

3. De voorzitter en de overige leden worden benoemd op persoonlijke titel.

4. Onze aangewezen ministers wijzen elk een of meer adviserende leden aan.

Paragraaf 4. Inrichting en werkwijze

Artikel 6

1. Een sectorraad wordt bijgestaan door een secretaris.

2. De secretaris is voor de uitoefening van zijn taak slechts verantwoording schuldig aan de sectorraad.

3. Onze minister draagt zorg voor de nodige voorzieningen ten behoeve van het secretariaat, na overleg met de sectorraad.

Artikel 7

Een sectorraad kan de voorbereiding van een onderdeel van zijn werkzaamheden opdragen aan een commissie uit zijn midden. Indien het een tijdelijke commissie betreft, kunnen daarin mede zitting hebben personen die geen lid of adviserend lid van de sectorraad zijn.

Artikel 8

Voorstellen worden uitgebracht overeenkomstig het standpunt van de meerderheid van de leden van een sectorraad. Leden zijn bevoegd bij een voorstel minderheidsnota's toe te voegen.

Artikel 9

Een sectorraad brengt Onze aangewezen ministers jaarlijks schriftelijk verslag uit van zijn werkzaamheden gedurende het afgelopen kalenderjaar.

Artikel 10

Vervallen

Paragraaf 5. Overige bepalingen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

1. Onze minister, belast met de coördinatie van het wetenschapsbeleid, stelt na overleg met de sectorraden een commissie van overleg sectorraden in en regelt de samenstelling en de inrichting daarvan.

2. De commissie heeft tot taak te fungeren als overlegplatform tussen de sectorraden inzake gemeenschappelijke aangelegenheden.

3. In de commissie hebben in elk geval de voorzitters van de sectorraden zitting.

Artikel 13

De Nationale raad voor landbouwkundig onderzoek wordt aangemerkt als sectorraad. Ten aanzien van deze raad kan worden afgeweken van de artikelen 2, 4 en 5.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 14

Binnen een termijn van vijf jaren na zijn instelling dan wel na een besluit tot verlenging brengt een sectorraad een rapport uit aan Onze minister, waarin de taakvervulling van de raad aan een onderzoek wordt onderworpen en voorstellen kunnen worden gedaan voor gewenste veranderingen.

Artikel 15

1. Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 13, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

2. Deze wet kan worden aangehaald als "Raamwet sectorraden onderzoek en ontwikkeling".