40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Statistiekwet 1950 | BWBR0002064 | wet | geldend | 1950-10-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0002064 | Statistiekwet 1950 |
Statistiekwet 1950
Hoofdstuk I. Nadere bepalingen omtrent aangiften die volgens de wettelijke bepalingen, bedoeld in de
Artikel 1
1. Wij behouden Ons voor bij algemene maatregel van bestuur, ten dienste van de statistiek van de in-, uit- en doorvoer, nadere bepalingen vast te stellen omtrent de aangiften die volgens de wettelijke bepalingen, bedoeld in de Douanewet, worden vereist.
2. De nadere bepalingen betreffen onder meer de aangifte van soort, hoeveelheid en waarde, alsmede van land van herkomst en van bestemming der goederen.
Artikel 2
1. De aangever is op vordering van de ambtenaar bij wie een aangifte als bedoeld in artikel 1 wordt gedaan, verplicht deze terstond inzage te verlenen van de bij de goederen behorende vrachtbrieven, cognossementen of andere ladingspapieren.
2. Hij aan wie inzage van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt verzocht, wordt geacht die in zijn bezit te hebben, tenzij het tegendeel aannemelijk is.
Artikel 3
De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, zijn bevoegd de volgende goederen te onderzoeken en daarvan de hoeveelheid op te nemen:
a. a. binnengekomen goederen welke op regelmatige wijze zijn aangebracht en aangegeven of op regelmatige wijze zijn aangebracht onder geleide van een document voor communautair douanevervoer in de zin van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302) voor zover die goederen nog niet zijn vrijgegeven voor een van de douanebestemmingen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a, d of f van voornoemde verordening; b. b. communautaire goederen die zijn aangegeven voor de douaneregeling uitvoer en niet-communautaire goederen waarvoor, nadat zij onder de douaneregeling actieve veredeling dan wel tijdelijke invoer zijn geplaatst, een aangifte tot wederuitvoer is gedaan in de zin van de in onderdeel a genoemde verordening.
Artikel 4
1.
Hij die, voor zich zelf of voor een ander, een aangifte doet als bedoeld is bij artikel 2, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie:
1°. 1°. indien de soort, het land van herkomst of het land van bestemming van de goederen onjuist is aangegeven; 2°. 2°. indien de hoeveelheid of de waarde van de goederen meer dan tien ten honderd te hoog of te laag is aangegeven; 3°. 3°. indien goederen op het tijdstip waarop zij worden geplaatst onder de douaneregeling bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302) kennelijk een buitenlandse bestemming hebben, zonder dat van die bestemming in de aangifte melding is gemaakt; 4°. 4°. indien goederen zijn aangegeven voor de doauneregeling, bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder h, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302) kennelijk tevoren overeenkomstig artikel 4, onderdeel 16, onder a, van voornoemde verordening in Nederland in het vrije verkeer zijn gebracht, zonder dat daarvan in de aangifte melding is gemaakt.
2. Hij die niet voldoet aan een hem krachtens artikel 2 opgelegde verplichting wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Hij die voor goederen aangifte doet tot plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots dan wel aangifte doet met het oog op de beëindiging van dat stelsel, wordt, indien de goederen niet overeenkomstig de aangifte hun bestemming volgen, gestraft met geldboete van de eerste categorie.
Artikel 10
De artikelen 4 en 9 zijn niet van toepassing, indien het feit strafbaar is gesteld bij de wettelijke bepalingen, bedoeld in de Douanewet, of indien ingevolge die bepalingen ter zake een administratieve boete is belopen.
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
1. Hij die bij de toepassing van dit hoofdstuk een vals of vervalst geschrift vertoont, doet vertonen, overlegt of doet overleggen, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.
2. Indien de schuldige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het geschrift vals of vervalst is, kan hij bovendien worden gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
3. Het bepaalde in de vorige leden van dit artikel is mede toepasselijk op ieder, die zich buiten Nederland aan het daarin omschrevene schuldig maakt.
Artikel 13
De artikelen 72, 73, 76, 77 en 80 tot en met 88b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen vinden overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in die artikelen wordt gesproken van belastingwet daaronder mede wordt verstaan de Statistiekwet 1950.
Artikel 14
De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, bewaren het geheim omtrent hetgeen zij bij de uitvoering van dit hoofdstuk leren kennen, voorzover mededeling daarvan voor de juiste uitoefening van de hun opgedragen werkzaamheden niet vereist wordt.
Hoofdstuk II. Opgaven ten behoeve van de statistieken van het goederenverkeer tussen lid-staten van de EEG
Artikel 15
Vervallen
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
Vervallen
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
Vervallen
Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Artikel 23
Waar in andere wetten of besluiten in een of andere vorm wordt verwezen naar de Statistiekwet (Staatsblad 1916, no. 175), wordt die verwijzing geacht betrekking te hebben op deze wet.
Artikel 24
Deze wet, welke kan worden aangehaald onder de titel "Statistiekwet 1950", treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip.