40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 | BWBR0044317 | wet | geldend | 2021-09-29 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044317 | Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 |
Tijdelijke wet verkiezingen covid-19
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. a.
*coronavirus:* het coronavirus SARS-CoV-2 dat de ziekte covid-19 kan veroorzaken;
b. b.
*gezondheidscheck:* beantwoording van de in de ministeriële regeling opgenomen vragen door een kiezer, een stembureaulid, een waarnemer als bedoeld in artikel 13 of een ander persoon die het stembureau ten dienste wordt gesteld of bijstaat op de locatie waar en gedurende de periode dat het stembureau zitting houdt, om na te gaan:
i.
of de genoemde personen of hun huisgenoot of huisgenoten gezondheidsklachten hebben die verband houden met het coronavirus;
ii.
of bij de genoemde personen of bij hun huisgenoot of huisgenoten voorafgaand aan de dag van de stemming covid-19 is vastgesteld; en
iii.
of de genoemde personen in quarantaine zijn.
i. i. of de genoemde personen of hun huisgenoot of huisgenoten gezondheidsklachten hebben die verband houden met het coronavirus; ii. ii. of bij de genoemde personen of bij hun huisgenoot of huisgenoten voorafgaand aan de dag van de stemming covid-19 is vastgesteld; en iii. iii. of de genoemde personen in quarantaine zijn. c. c.
*hygiënemaatregelen:* maatregelen betreffende de inrichting van een stemlokaal of aldaar te gebruiken voorwerpen of materialen, of het treffen van voorzieningen ten behoeve van de reinheid teneinde besmetting met of overdracht van het coronavirus zoveel mogelijk te voorkomen;
d. d.
*persoonlijke beschermingsmiddelen:* uitrusting die bestemd is om te worden gedragen of vastgehouden teneinde de eigen of een andere persoon zoveel mogelijk te beschermen tegen overdracht van het coronavirus.
e. e.
*gebouw:* een gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Woningwet.
Paragraaf 1a. De Kiesraad
Artikel 1a
1. Op voordracht van de Kiesraad wordt ten behoeve van zittingen waarin hij als centraal stembureau optreedt, bij koninklijk besluit een voldoend aantal plaatsvervangende leden benoemd. Artikel A 5, derde lid, eerste zin, van de Kieswet alsmede de artikelen 9, 13, en 14 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Bij ontstentenis van een lid om een zitting bij te wonen waarin de Kiesraad optreedt als centraal stembureau, treedt een door de voorzitter van de Kiesraad aan te wijzen plaatsvervangend lid op.
3. Het plaatsvervangend lidmaatschap van de Kiesraad vervalt van rechtswege op het moment dat deze wet vervalt.
Paragraaf 1b. Verlenging termijn voor vaststelling verkiezingsuitslag
Artikel 1b
Voor de toepassing van hoofdstuk C van de Kieswet wordt in dat hoofdstuk steeds gelezen in plaats van:
a. a. de donderdag: de woensdag; b. b. de eerstvolgende donderdag: de eerstvolgende woensdag; c. c. 23 tot en met 29 maart: 28 maart tot en met 4 april; d. d. 19 tot en met 25 mei: 24 tot en met 31mei.
Paragraaf 1c. Tijdelijke regels over stembureaus en hoofdstembureaus
Artikel 1c
In afwijking van het bepaalde bij en krachtens artikel E 3, derde lid, van de Kieswet bestaat een stembureau uit ten minste vier leden waarvan er één voorzitter is.
Artikel 1d
-
- Voor de toepassing van artikel E 5, derde lid, van de Kieswet wordt in plaats van «drie plaatsvervangende leden» gelezen: een voldoend aantal plaatsvervangende leden.
-
- Indien meer dan drie plaatsvervangende leden zijn benoemd, vervalt de benoeming van de boven dit aantal benoemde leden, in afwijking van artikel E 8, eerste volzin, van de Kieswet van rechtswege op het moment dat deze wet vervalt.
Artikel 1e
1. Voor de toepassing van artikel E 7, tweede lid, van de Kieswet wordt in plaats van «drie plaatsvervangende leden» gelezen: een voldoend aantal plaatsvervangende leden.
2. Indien meer dan drie plaatsvervangende leden zijn benoemd, vervalt de benoeming van de boven dit aantal benoemde leden, in afwijking van artikel E 8, eerste volzin, van de Kieswet van rechtswege op het moment dat deze wet vervalt.
Paragraaf 1d. Tijdelijke regels over het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen
Artikel 1f
1. Burgemeester en wethouders stellen voor elke verkiezing een gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen in.
2. De gemeenteraad kan bepalen dat een gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen dat ten behoeve van een verkiezing op basis van deze wet is ingesteld, tevens functioneert als gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen voor een andere, door de gemeenteraad uitgeschreven, stemming.
Artikel 1g
1. Het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen bestaat uit een door burgemeester en wethouders vast te stellen aantal leden, van wie er één voorzitter en ten minste één plaatsvervangend voorzitter is, met dien verstande dat het aantal leden ten minste zo veel is dat op elke locatie waar het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen zitting houdt ten minste vijf leden aanwezig zijn, onder wie de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.
2. Artikel E 4, tweede tot en met vierde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing op de leden en plaatsvervangende leden van het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen.
3. Als lid van een gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen kan tevens niet worden benoemd degene die als lid van het gemeentelijk stembureau bedoeld in artikel 20 van het Tijdelijke experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming voor de desbetreffende verkiezing is benoemd.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de samenstelling en werkwijze van het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen.
Paragraaf 2. Tijdelijke regels over de kandidaatstelling
Artikel 2
In afwijking van artikel H 4, derde lid, eerste volzin, van de Kieswet bedraagt de termijn voor de ondertekening van een verklaring van ondersteuning vier weken.
Artikel 2a
In afwijking van artikel I 2, tweede lid, van de Kieswet kan degene die de lijst heeft ingeleverd binnen een termijn van twee dagen na de zitting, bedoeld in artikel I 1, eerste lid, van de Kieswet het verzuim of de verzuimen, in de kennisgeving aangeduid, herstellen bij het centraal stembureau, tussen negen en zeventien uur.
Artikel 2b
Voor de toepassing van artikel I 4, eerste volzin, van de Kieswet wordt in plaats van «Op de laatste dag van de termijn, genoemd in artikel I 2, tweede lid,» gelezen «Op de derde dag na de zitting, bedoeld in artikel I 1, eerste lid, van de Kieswet» en in plaats van «die om zestien uur aanvangt» wordt gelezen: die om tien uur aanvangt.
Artikel 2c
1. Het bepaalde bij of krachtens artikel 9, eerste lid, derde en vierde volzin, tweede tot en met vierde, zevende, negende en elfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de locatie waar het centraal stembureau de in artikel I 4 van de Kieswet bedoelde zitting houdt en op daarbij aanwezige personen.
2. Toepassing van artikel 9, derde lid, geschiedt met dien verstande dat de voorzitter de gezondheidscheck afneemt bij de andere leden van het centraal stembureau. De plaatsvervangend voorzitter neemt de gezondheidscheck af bij de voorzitter.
3. Het centraal stembureau draagt er zorg voor dat in de ruimte waar de openbare zitting plaatsvindt alsook bij de ingang daarvan de aanwijzingen worden gegeven die nodig zijn om de naleving van artikel 58f, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid of het bepaalde bij of krachtens artikel 9 door de bij de openbare zitting aanwezige personen te verzekeren.
Artikel 2d
1. In aanvulling op artikel I 4 van de Kieswet wordt onder openbaar tevens verstaan dat de zitting in een digitale omgeving door de leden en geïnteresseerden kan worden bijgewoond. Daarnaast dienen geïnteresseerden de zitting op afstand te kunnen volgen door middel van een live-verbinding.
2.
Een zitting bedoeld in het eerste lid vindt slechts doorgang voor zover:
a. a. ieder lid afzonderlijk digitaal toegang heeft tot de zitting; b. b. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld; c. c. de andere deelnemers zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn voor zover de voorzitter hen het woord verleent; en d. d. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.
3. Onverminderd artikel I 18, tweede lid, van de Kieswet kunnen personen die de zitting in een digitale omgeving bijwonen bezwaren inbrengen. De ingebrachte bezwaren zijn geen bezwaren in de zin van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Bij de bekendmaking, bedoeld in artikel I 18, derde lid, onder b, van de Kieswet wordt tevens mededeling gedaan van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het eerste en derde lid.
Artikel 2e
1. In aanvulling op artikel I 18, eerste lid, van de Kieswet wordt het proces-verbaal achtereenvolgens door de voorzitter en alle fysiek aanwezige leden van het centraal stembureau ondertekend.
2. Een lid van het centraal stembureau dat de openbare zitting in een digitale omgeving op afstand bijwoont, maakt daarin door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar of de voorzitter het proces-verbaal namens hem mag ondertekenen.
Artikel 2f
In afwijking van artikel I 18, eerste lid, van de Kieswet maakt het centraal stembureau het proces-verbaal met weglating van de ondertekening onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.
Paragraaf 3. Tijdelijke regels over de stemming
Artikel 2g
1. Burgemeester en wethouders wijzen stembureaus aan die, in afwijking van artikel J 1, eerste lid, van de Kieswet, al op de eerste of de tweede dag voorafgaand aan de dag van de stemming zitting houden. Op deze dagen vangt de stemming aan om zeven uur dertig en duurt tot eenentwintig uur.
2.
Het aantal aan te wijzen stembureaus, bedoeld in het eerste lid, bedraagt op beide dagen ten minste:
a. a. in een gemeente met minder dan 10.000 kiesgerechtigden: 1; b. b. in een gemeente met 10.000 tot 30.000 kiesgerechtigden: 2; c. c. in een gemeente met 30.000 tot 60.000 kiesgerechtigden: 4; d. d. in een gemeente met 60.000 tot 100.000 kiesgerechtigden: 8; e. e. in een gemeente met 100.000 tot 350.000 kiesgerechtigden: 10; f. f. in een gemeente met 350.000 of meer kiesgerechtigden: 20.
3. Bij het aanwijzen van stemlokalen voor de stembureaus, bedoeld in het eerste lid, dragen burgemeester en wethouders er zorg voor dat deze op ten minste zoveel verschillende adressen gelegen zijn als het aantal, genoemd in het tweede lid.
4. De bij een stembureau als bedoeld in het eerste lid uitgebrachte stemmen worden opgenomen door het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen.
5. De burgemeester brengt de aanwijzingen, de dagen en de zittingstijden waarop de stemming plaatsvindt ten minste veertien dagen voor de dag van de stemming ter openbare kennis.
Artikel 3
1. Burgemeester en wethouders kunnen, indien de omstandigheden rond het coronavirus daartoe nopen, in hun gemeente bijzondere stembureaus aanwijzen als bedoeld in artikel J 1, derde lid, van de Kieswet en daarvan gedurende de stemming de toegang beperken tot kiezers die wonen of verblijven op de locaties waar deze stembureaus zitting houden. De stemopneming geschiedt in het openbaar.
2. Artikel J 1, derde en vierde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3a
1. Burgemeester en wethouders kunnen, indien de omstandigheden rond het coronavirus daartoe nopen, in hun gemeente bijzondere stembureaus aanwijzen als bedoeld in artikel J 1, derde lid, van de Kieswet dan wel artikel 3 die, in afwijking van artikel J 1, eerste lid, van de Kieswet, al op de eerste of de tweede dag voorafgaand aan de dag van de stemming zitting houden.
2. Voor de toepassing van artikel J 1, derde lid, van de Kieswet wordt in die bepaling voor «voor de stemming» gelezen: voor de dag van de stemming.
3. De bij een stembureau als bedoeld in het eerste lid uitgebrachte stemmen worden opgenomen door het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen.
Artikel 4
1. Burgemeester en wethouders kunnen, indien de omstandigheden rond het coronavirus daartoe nopen, in hun gemeente mobiele stembureaus aanwijzen als bedoeld in artikel J 4a van de Kieswet en daarvan gedurende de stemming de toegang beperken tot kiezers die wonen of verblijven op de locaties waar deze stembureaus zitting houden. De stemopneming geschiedt in het openbaar.
2. Artikel J 4a van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4a
1. Burgemeester en wethouders kunnen, indien de omstandigheden rond het coronavirus daartoe nopen, in hun gemeente mobiele stembureaus aanwijzen als bedoeld in artikel J 4a van de Kieswet dan wel artikel 4 die, in afwijking van artikel J 1, eerste lid, van de Kieswet, al op de eerste of de tweede dag voorafgaand aan de dag van de stemming zitting houden.
2. Voor de toepassing van artikel J 1, derde lid, van de Kieswet wordt in die bepaling voor «voor de stemming» gelezen: voor de dag van de stemming.
3. De bij een stembureau als bedoeld in het eerste lid uitgebrachte stemmen worden opgenomen door het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen.
Artikel 5
1. Indien de omstandigheden in verband met het coronavirus daartoe nopen, kunnen burgemeester en wethouders tot een dag voor de dag van de stemming een andere dan een eerder aangewezen locatie aanwijzen voor de zitting van een stembureau, alsook een stembureau aanwijzen in de zin van de artikelen 3 en 4.
2. De aanwijzingen worden onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar gemaakt. Van een aangewezen locatie die gelet op de in het eerste lid genoemde omstandigheden niet meer beschikbaar is, wordt bij de ingang van die locatie een kennisgeving aan de kiezers bevestigd.
Artikel 6
Burgemeester en wethouders kunnen voor een stembureau, niet zijnde een stembureau als bedoeld in de artikelen 3 of 4 dan wel de artikelen J 1, derde lid, of J 4a, eerste lid, van de Kieswet, ook een stemlokaal aanwijzen dat uitsluitend geschikt is voor het houden van een zitting voor zover het de stemming betreft. In dat geval wijzen zij daarnaast de locatie aan waar de stemopneming plaatsvindt. Beide locaties maken deel uit van de kennisgeving, bedoeld in artikel J 4, eerste lid, derde volzin, van de Kieswet.
Artikel 7
In afwijking van de artikelen J 5, eerste lid, en K 1, eerste lid, van de Kieswet kan de kiezer niet deelnemen aan de stemming in een stembureau als bedoeld in de artikelen 3 en 4, tenzij hij toegang heeft tot de locatie waar het stembureau zitting houdt.
Paragraaf 3a. Tijdelijke regels over de oproeping tot de stemming
Artikel 7a
1. Voor de toepassing van artikel J 7, eerste volzin, van de Kieswet wordt voor «voor de stemming» gelezen: voor de dag van de stemming.
2. Daags na de dag van de kandidaatstelling zijn de gegevens beschikbaar voor het personaliseren van de stempassen ten behoeve van het bepaalde in artikel J 7 van de Kieswet.
Artikel 7b
Vervallen
Artikel 7c
1. Voor de toepassing van artikel J 7a, eerste lid, van de Kieswet wordt in die bepaling voor «de dag voor de stemming» gelezen: op de vijfde dag voor de dag van de stemming na zeventien uur.
2. Voor de toepassing van artikel J 7a, tweede lid, onderdeel d, van de Kieswet wordt in die bepaling voor «dan wel voor het uitbrengen van zijn stem is overleden» gelezen: dan wel is overleden.
Artikel 7d
Vervallen
Artikel 7e
In afwijking van artikel J 8, derde lid, eerste en tweede volzin, van de Kieswet dient het verzoek uiterlijk op de vijfde dag voor de dag van de stemming om zeventien uur te zijn ontvangen.
Paragraaf 4. Tijdelijke regels over het stembureau tijdens de stemming
Artikel 8
1. Gedurende de zitting zijn steeds ten minste de voorzitter en drie andere leden van het stembureau aanwezig.
2. Artikel J 12, tweede en derde lid, van de Kieswet is niet van toepassing. Bij ontstentenis van de voorzitter bepaalt het stembureau wie als voorzitter optreedt.
3.
Burgemeester en wethouders wijzen aan welke leden van het stembureau, en desgewenst gedurende welk tijdvak, de taken uitoefenen als bedoeld in de artikelen J 24, eerste lid, onder a, J 25, J 26, derde lid, J 27, J 29, K 11, eerste lid, L 15, tweede lid, L 17, eerste lid, van de Kieswet, alsmede de taken op grond van artikel 9, met dien verstande dat:
a. a. de taken, bedoeld in artikel J 25 van de Kieswet door twee stembureauleden worden uitgeoefend; b. b. de taken, bedoeld in artikel J 26, derde lid, van de Kieswet en artikel 9, vijfde lid, door één stembureaulid worden uitgeoefend;
4. In afwijking van artikel J 17, eerste lid, van de Kieswet draagt de burgemeester er zorg voor dat het stembureau het uittreksel van ongeldige stempassen in tweevoud ontvangt. Beide uittreksels liggen op de tafel van het stembureau.
Paragraaf 5. Tijdelijke regels over de inrichting van het stemlokaal
Artikel 9
1. De kiezer ontvangt uiterlijk op de vierde dag voor de dag van de stemming van de burgemeester informatie over de gezondheidscheck. Bij ministeriële regeling wordt hiervoor een model vastgesteld. Voorts krijgt de kiezer op de dag van de stemming bij de ingang van het stemlokaal informatie over de in het vierde lid bedoelde regels. Bij ministeriële regeling kan voor de te verstrekken informatie bij de ingang van het stemlokaal een model worden vastgesteld.
2. De kiezer beantwoordt voor zichzelf de vragen uit de gezondheidscheck. De kiezer die weet dat hij niet aan de gezondheidscheck voldoet, betreedt, in afwijking van de artikelen J 24, eerste lid, en J 35, eerste lid, van de Kieswet, het stemlokaal niet.
3. Burgemeester en wethouders nemen voorafgaand aan de zitting van een stembureau een gezondheidscheck af bij de leden van het stembureau, de waarnemers, bedoeld in artikel 13, en andere personen die het stembureau ten dienste worden gesteld of bijstaan op de locatie waar en gedurende de periode dat het stembureau zitting houdt. Bij ministeriële regeling wordt hiervoor een model vastgesteld. Indien één van de voornoemde personen niet aan de gezondheidscheck voldoet, kan de betrokkene zijn functie niet vervullen. De gezondheidscheck kan gedurende de tijd dat een stembureau zitting houdt worden herhaald.
4. In het stemlokaal nemen de aanwezige personen de bij ministeriële regeling vast te stellen maatregelen met betrekking tot de hygiëne en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen in het stemlokaal in acht.
5. De in artikel J 28 van de Kieswet bedoelde kiezer die van het stembureau bijstand verlangt, kan door een stembureaulid gevraagd worden een gezondheidscheck over te leggen. Bij ministeriële regeling wordt hiervoor een model vastgesteld.
6. Indien een lid van het stembureau van oordeel is dat de omstandigheden bij de ingang van of in het stemlokaal zodanig zijn dat de daar aanwezige personen artikel 58f, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid of het bepaalde bij of krachtens dit artikel niet in acht nemen of kunnen nemen, kan het stembureaulid de aanwijzingen geven die nodig zijn om de naleving daarvan te verzekeren. De aanwijzing dat een kiezer het stemlokaal niet mag betreden, of dat een kiezer het stemlokaal moet verlaten voordat hij zijn stem heeft uitgebracht, kan enkel worden gegeven door het stembureaulid bij de ingang van het stemlokaal respectievelijk de voorzitter van het stembureau.
7. Artikel 1, eerste lid, van de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding is niet van toepassing voor zover de bij die bepaling verboden gezichtsbedekking geheel of gedeeltelijk het gevolg is van het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen.
8. Onder stemlokaal wordt voor de toepassing van dit artikel tevens verstaan een plaats waar het stembureau de stemopneming verricht.
9. In een gebouw waar een stemlokaal is aangewezen, gelden voor kiezers, stembureauleden en waarnemers als bedoeld in artikel 13 geen andere voorschriften teneinde besmetting met of overdracht van het coronavirus te voorkomen dan bij of krachtens de wet gestelde regels.
10. Het negende lid is niet van toepassing op een gebouw waarin een stembureau als bedoeld in de artikelen 3 en 4 zitting houdt.
11. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het eerste tot en met het zesde lid, dan wel onderdelen daarvan, niet van toepassing zijn, indien dat gelet op de gewijzigde omstandigheden met betrekking tot het coronavirus niet langer noodzakelijk is. In die regeling kan tevens worden bepaald dat de daarin genoemde bepalingen of onderdelen daarvan in een of meerdere gemeenten van het Europese deel van Nederland, dan wel in Bonaire, Sint Eustatius of Saba niet van toepassing zijn.
Artikel 10
1. In afwijking van artikel J 18, eerste lid, van de Kieswet staat de stembus in het stemlokaal en is zichtbaar voor het stembureaulid dat erop toeziet dat de kiezer het stembiljet in de stembus steekt.
2. In aanvulling op artikel J 18, eerste lid, van de Kieswet kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gesteld over de vervaardiging van de stembus.
Paragraaf 6. Tijdelijke regels over het uitbrengen van de stem
Artikel 10a
1. De stembiljetten zijn voorzien van de naam van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing plaatsvindt en een aanduiding van de kieskring.
2. Artikel J 20, eerste lid, tweede volzin, van de Kieswet is niet van toepassing.
Artikel 11
In afwijking van artikel J 25, eerste lid, van de Kieswet toont de kiezer aan het daartoe aangewezen lid van het stembureau het in artikel J 24, eerste lid, onder a, van de Kieswet genoemde identiteitsdocument en overhandigt aan het stembureaulid de stempas.
Paragraaf 6a. Tijdelijke regels over briefstemmen voor kiezers binnen Nederland
Artikel 11a
Vervallen
Artikel 11b
Vervallen
Artikel 11c
Vervallen
Artikel 11d
Vervallen
Artikel 11e
Vervallen
Artikel 11f
Vervallen
Artikel 11g
Vervallen
Artikel 11h
Vervallen
Artikel 11i
Vervallen
Paragraaf 7. Tijdelijke regels over de orde in het stemlokaal
Artikel 12
Gedurende de tijd dat een stembureau als bedoeld in de artikelen 3 en 4 zitting houdt, zijn in afwijking van artikel J 35, eerste lid, van de Kieswet de kiezers die toegang hebben tot de locatie waar het stembureau zitting houdt bevoegd in het stemlokaal te vertoeven voor zover de huisregels van de locatie waar het stembureau zitting houdt zich daar niet tegen verzetten, voor zover de orde daardoor niet wordt verstoord en voor zover de voortgang van de zitting niet wordt belemmerd.
Paragraaf 8. Tijdelijke regels over waarnemers
Artikel 13
1. Indien burgemeester en wethouders een of meer stembureaus hebben aangewezen als bedoeld in artikel 3 of 4, benoemen zij tijdig voor elke verkiezing een of meer personen die als waarnemer getuige zijn van het verloop van de zitting bij deze stembureaus. Een waarnemer krijgt geen instructies betreffende de wijze waarop hij inhoud dient te geven aan zijn functie. Artikel E 4, tweede en derde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
2.
Onverminderd artikel E 4, tweede lid, van de Kieswet kan niet als waarnemer worden benoemd, degene:
a. a. die kandidaat is voor de verkiezing in de betreffende kieskring; b. b. die tot lid of plaatsvervangend lid van een stembureau is benoemd voor de desbetreffende verkiezing; c. c. die lid is van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden.
3. Een waarnemer is bevoegd in het stemlokaal te vertoeven gedurende de tijd dat het stembureau in een stemlokaal zitting houdt.
4. Onverminderd artikel J 35, tweede lid, van de Kieswet kan een waarnemer mondeling bezwaar indienen bij het stembureau. Artikel J 35, derde lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
5. Een waarnemer brengt uiterlijk op de dag na de dag van de stemming om twaalf uur verslag uit aan de burgemeester van zijn bevindingen betreffende het verloop van de stemming. Bij ministeriële regeling wordt voor het verslag een model vastgesteld.
6. Artikel N 12, tweede lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing. De burgemeester zendt het verslag tezamen met de in artikel N 12, eerste lid, van de Kieswet bedoelde documenten onverwijld naar het hoofdstembureau. Het hoofdstembureau zendt het verslag tezamen met de in artikel O 5, eerste lid, van de Kieswet bedoelde documenten onverwijld naar het vertegenwoordigend orgaan.
7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent waarneming bij een stembureau als bedoeld in de artikelen 3 en 4.
Paragraaf 9. Tijdelijke regels over het stemmen met een kiezerspas
Artikel 13a
In afwijking van artikel K 3, tweede lid, eerste en tweede volzin, van de Kieswet dient het verzoek uiterlijk op de vijfde dag voor de dag van de stemming om zeventien uur te zijn ontvangen.
Artikel 13b
1.
In aanvulling op de bescheiden genoemd in artikel K 2, aanhef en onder b, van het Kiesbesluit mag ook een kopie van de navolgende identiteitsdocumenten bij een aanvraag als bedoeld in artikel K7 van de Kieswet worden gevoegd:
a. a. noodpaspoort; of b. b. laissez-passer voor zover daaruit het bezit van de Nederlandse nationaliteit blijkt.
2. Voorts kunnen ook de bescheiden genoemd in artikel M 5 van het Kiesbesluit die op de dag van de stemming, bedoeld in artikel J 1, eerste lid, of Y 8, eerste lid, van de Kieswet, maximaal een jaar hun geldigheid hebben verloren worden gebruikt, mits daarbij tevens een kopie van de in artikel 61 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap bedoelde verklaring is gevoegd en deze niet meer dan een jaar voor de dag van de stemming is verstrekt.
Artikel 14
In afwijking van artikel K 11, eerste lid, van de Kieswet toont de kiezer aan het daartoe aangewezen lid van het stembureau het in artikel J 24, eerste lid, onder a, van de Kieswet genoemde identiteitsdocument en overhandigt aan het stembureaulid de kiezerspas.
Paragraaf 10. Tijdelijke regels over het stemmen bij volmacht
Artikel 15
Vervallen
Artikel 16
1. In aanvulling op artikel L 2, eerste lid, van de Kieswet kan een aanvraag ook langs elektronische weg worden ingediend. De langs elektronische weg ingediende aanvraag wordt voor het bepaalde in hoofdstuk L van de Kieswet met de schriftelijke aanvraag gelijkgesteld.
2. In afwijking van artikel L 7, eerste lid, van de Kieswet dient de aanvraag uiterlijk op de vijfde dag voor de dag van de stemming om zeventien uur te zijn ontvangen.
3. In afwijking van artikel L 8, eerste lid, tweede volzin, van de Kieswet gebruikt de kiezer voor het verzoekschrift dat langs elektronische weg wordt ingediend het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.
4. In afwijking van artikel L 8, derde lid, van de Kieswet gebruikt de gemachtigde voor de verklaring die langs elektronische weg wordt verzonden het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. De gemachtigde zendt de verklaring aan de kiezer, die deze verklaring gelijktijdig met zijn verzoekschrift indient.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het langs elektronische weg indienen van een aanvraag.
Artikel 16a
1.
In aanvulling op de bescheiden genoemd in artikel L 2, aanhef en onder b, van het Kiesbesluit mag ook een kopie van de navolgende identiteitsdocumenten bij een aanvraag als bedoeld in artikel L 9 van de Kieswet worden gevoegd:
a. a. noodpaspoort; of b. b. laissez-passer voor zover daaruit het bezit van de Nederlandse nationaliteit blijkt.
2. Voorts mogen ook de bescheiden genoemd in artikel L 2, aanhef en onder b, van het Kiesbesluit bij de aanvraag worden gevoegd die op de dag van de stemming, bedoeld in artikel J 1, eerste lid, of Y 8, eerste lid, van de Kieswet, maximaal een jaar hun geldigheid hebben verloren, mits daarbij tevens een kopie van de in artikel 61 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap bedoelde verklaring is gevoegd en deze niet meer dan een jaar voor de dag van de stemming is verstrekt.
Artikel 17
In afwijking van artikel L 17, tweede lid, van de Kieswet toont de gemachtigde tevens een kopie van een identiteitsdocument als bedoeld in artikel J 24, eerste lid, onder a, van de Kieswet van de volmachtgever, indien het een volmachtbewijs betreft als bedoeld in hoofdstuk L, paragraaf 3, van de Kieswet.
Paragraaf 10a. Tijdelijke regels over het stemmen per brief door kiezers buiten Nederland
Artikel 17a
1.
In aanvulling op de identiteitsdocumenten die op grond van artikel M 7, vierde lid, van de Kieswet bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, mag ook een kopie van de navolgende identiteitsdocumenten worden bijgevoegd:
a. a. noodpaspoort; of b. b. laissez-passer voor zover daaruit het bezit van de Nederlandse nationaliteit blijkt.
2. Voorts kunnen ook de bescheiden genoemd in artikel M 5 van het Kiesbesluit die op de dag van de stemming, bedoeld in artikel J 1, eerste lid, of Y 8, eerste lid, van de Kieswet, maximaal een jaar hun geldigheid hebben verloren worden gebruikt, mits daarbij tevens een kopie van de in artikel 61 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap bedoelde verklaring is gevoegd en deze niet meer dan een jaar voor de dag van de stemming is verstrekt.
Artikel 17b
1. In afwijking van artikel M 8, eerste lid, van de Kieswet moet de retourenveloppe, indien deze per post worden geretourneerd, uiterlijk op de vijfde dag na de dag van de stemming om twaalf uur in het bezit zijn van de burgemeester van ’s-Gravenhage.
2. In aanvulling op artikel M 8, tweede lid, van de Kieswet draagt de burgemeester van ’s-Gravenhage er tevens zorg voor dat de binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, ontvangen retourenveloppen, die zijn gefrankeerd, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk op de vijfde dag na de dag van de stemming om zestien uur ongeopend overhandigd worden aan de voorzitter van een briefstembureau.
Artikel 17c
Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage kunnen onverminderd het bepaalde in artikel M 9, eerste lid, van de Kieswet en in afwijking van artikel J 4, eerste en tweede lid, van de Kieswet een briefstembureau aanwijzen dat zitting houdt in een andere gemeente.
Paragraaf 10b. Tijdelijke regels voor na afloop van de stemming
Artikel 17d
Vervallen
Paragraaf 11. Tijdelijke regels over de stemopneming door het stembureau
Artikel 17e
1. Indien aan de voorzitter van het stembureau blijkt dat een behoorlijke afronding van de stemopneming niet langer van de leden van het stembureau gevergd kan worden, kan hij, na overleg en in overeenstemming met de burgemeester, besluiten de stemopneming te schorsen.
2. De voorzitter maakt het besluit tot schorsing bekend bij de ingang van het stemlokaal, de plaats, bedoeld in artikel 6, dan wel de plaats, bedoeld in artikel J 1, vierde lid, van de Kieswet. Van de schorsing van de zitting van het stembureau doet de burgemeester op algemeen toegankelijke wijze mededeling.
3. De burgemeester bepaalt wanneer en waar de zitting wordt hervat en maakt dit op algemeen toegankelijke wijze bekend.
4. De voorzitter van het stembureau schorst de stemopneming niet eerder, dan nadat voor iedere lijst het gezamenlijke aantal op de kandidaten uitgebrachte stemmen is vastgesteld.
Artikel 17f
1. Indien de stemopneming is geschorst als bedoeld in artikel 17e, eerste lid, zijn de artikelen J 26, J 30, tweede volzin, J 31 en J 32 van het Kiesbesluit niet van toepassing.
2. In aanvulling op artikel J 29 van het Kiesbesluit worden de stembiljetten die zich in de stembus bevonden, lijstgewijs bijeengevoegd en in de stembus gedaan.
3. De artikelen 19, tweede volzin, 20, 21, eerste en vierde lid, en 22, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het in ontvangst nemen, het transport, de opslag en de overdracht van de stembus, de enveloppe en de pakken.
Artikel 17g
1. Indien de burgemeester programmatuur heeft gebruikt ten behoeve van de vaststelling van de in artikel N 11 van de Kieswet bedoelde opgave, maakt hij, onverminderd artikel N 12, tweede lid, van de Kieswet, het daarmee gegenereerde digitale bestand onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de elektronische openbaarmaking van het proces-verbaal en de digitale bestanden.
Artikel 18
1.
De artikelen 19 tot en met 22 zijn van toepassing op:
a. a. een stembureau dat zitting houdt in een stemlokaal als bedoeld in artikel 6; b. b. een bijzonder stembureau als bedoeld in artikel J 1, derde lid, van de Kieswet, niet zijnde een stembureau als bedoeld in artikel 3a; en c. c. een mobiel stembureau als bedoeld in artikel J 4a van de Kieswet, niet zijnde een stembureau als bedoeld in artikel 4a.
2. De artikelen 20, derde lid, 21 en 22, eerste tot en met derde lid, eerste volzin, voor zover het betreft het openen van de verzegelde enveloppe, zijn niet van toepassing op een stembureau als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, indien de stemming niet eindigt voor eenentwintig uur en het stembureau de stemopneming uitvoert op de locatie waar de stemming is afgerond.
Artikel 19
Na afloop van de stemming verzegelt het stembureau de stembus. Op de stembus wordt de naam van de gemeente en het nummer van het stembureau vermeld.
Artikel 20
1. Het stembureau begint met het opmaken van het proces-verbaal van de stemming. Alle tot dat moment ingebrachte bezwaren worden in het proces-verbaal vermeld. Voorts worden in het proces-verbaal vermeld de aantallen bedoeld in artikel J 25, negende lid, alsook de artikelen K 11, tweede lid, en L 17, derde lid, in samenhang met artikel J 25, negende lid, van de Kieswet. Artikel N 1, tweede lid, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
2. Artikel N 2 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
3. Nadat de handelingen op grond van het tweede lid zijn uitgevoerd sluit de voorzitter tijdelijk de zitting.
Artikel 21
1. Het stembureau bewaart de sleutel van de verzegelde stembus alsook het proces-verbaal in een enveloppe, die het eveneens verzegelt. Op deze enveloppe wordt de naam van de gemeente en het nummer van het stembureau vermeld.
2. Het stembureau draagt de stembus zo spoedig mogelijk over aan de burgemeester ten behoeve van het vervoer naar een locatie voor het vervolg van de stemopneming. Tot aan die overdracht draagt het stembureau er zorg voor dat de zegels op de stembus niet worden verbroken.
3. Na de overdracht van de stembus aan de burgemeester begeven de leden van het stembureau zich onder medebrenging van de verzegelde enveloppe en de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet, onverwijld naar de locatie waar het vervolg van de stemopneming wordt verricht.
4. In afwijking van het derde lid geeft een stembureau als bedoeld in artikel 18, aanhef, onderdeel b of c, waarbij de stemming voor het in artikel J 1, tweede lid, van de Kieswet genoemde tijdstip is geëindigd de verzegelde enveloppe en de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet, zo spoedig mogelijk bij de burgemeester in bewaring. Tot aan die inbewaringgeving draagt het stembureau er zorg voor dat de zegels op de stembus en de enveloppe niet worden verbroken.
Artikel 22
1. De burgemeester draagt er zorg voor dat de bescheiden, bedoeld in artikel 21, tweede respectievelijk vierde lid, tijdig worden vervoerd naar de plaats waar de stemopneming zal plaatsvinden en dat de daarop aangebrachte zegels niet worden verbroken totdat het stembureau zijn zitting heeft hervat.
2. Het stembureau hervat zijn zitting op de dag van de stemming onverwijld na eenentwintig uur.
3. Op de locatie van de stemopneming opent het stembureau de verzegelde enveloppe met het proces-verbaal en de verzegelde stembus. Vervolgens zet het stembureau zijn werkzaamheden voort overeenkomstig het bepaalde in de artikelen N 5 tot en met N 10 van de Kieswet.
4. Indien het stembureau een verschil vaststelt tussen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten en het aantal stemmen dat is geteld, is het stembureau bevoegd de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet, te openen en de in artikel N 1 van de Kieswet bedoelde aantallen opnieuw vast te stellen.
Artikel 22a
1. Deze bepaling is van toepassing op een stembureau als bedoeld in artikel 2g, 3a of 4a.
2. Artikel 19 is van overeenkomstige toepassing.
3. Nadat de werkzaamheden op grond van het tweede lid zijn beëindigd, maakt het stembureau proces-verbaal op van de stemming. In het proces-verbaal worden alle ingebrachte bezwaren vermeld. Voorts worden in het proces-verbaal vermeld de aantallen bedoeld in de artikelen J 25, negende lid, K 11, tweede lid, en L 17, derde lid, in samenhang met artikel J 25, negende lid, van de Kieswet. Artikel N 1, tweede lid, van die wet is van overeenkomstige toepassing.
4. Het proces-verbaal wordt door alle aanwezige leden van het stembureau getekend. Bij ministeriële regeling wordt hiervoor een model vastgesteld.
5. Artikel N 2 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de niet gebruikte stembiljetten. Vervolgens sluit de voorzitter de zitting.
6. Artikel 21, eerste, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Het stembureau draagt de ongebruikte stembiljetten over aan de burgemeester.
Artikel 22b
1. Het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen houdt op de dag van de stemming een openbare zitting ten behoeve van de stemopneming van de stemmen die zijn uitgebracht bij de stembureaus als bedoeld in de artikelen 2g, 3a en 4a.
2. Burgemeester en wethouders wijzen voor de zitting van het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen een of meer geschikte locaties aan waar de stemopneming plaatsvindt. Voorts stellen burgemeester en wethouders voor iedere locatie het tijdstip vast waarop de zitting aanvangt.
3. Indien voor de stemopneming meer dan één locatie wordt aangewezen, stellen burgemeester en wethouders tevens vast op welke locatie de stemopneming van elk stembureau plaatsvindt.
4. De burgemeester brengt de aanwijzing van een of meer locaties, het tijdstip waarop de stemopneming aanvangt en, indien van toepassing, de locatie waar de stemopneming van elk stembureau plaatsvindt ten minste veertien dagen voor de dag van de stemming ter openbare kennis.
5. Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing op een gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen.
Artikel 22c
1. Indien de stemopneming op meer dan één locatie plaatsvindt, besluiten en handelen de aanwezige leden van het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen namens het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen.
2. Indien bij het nemen van een beslissing door de aanwezige leden de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter of, indien de voorzitter niet aanwezig is, de plaatsvervangend voorzitter.
Artikel 22d
1. De artikelen J 35 tot en met J 39 van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing op de locatie waar het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen zitting houdt.
2. Het bepaalde bij of krachtens artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de locatie waar het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen de stemopneming verricht.
Artikel 22e
1. Het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen verricht voor elk stembureau separaat de handelingen met betrekking tot de stemopneming.
2. De burgemeester draagt er zorg voor dat de bescheiden, bedoeld in artikel 22a, zesde lid, in samenhang met artikel 21, tweede respectievelijk vierde lid, tijdig worden vervoerd naar de plaats waar de stemopneming zal plaatsvinden en dat de daarop aangebrachte zegels niet worden verbroken totdat het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen zijn zitting aanvangt.
3. In afwijking van het tweede lid kan de burgemeester de niet gebruikte stembiljetten als bedoeld in artikel N 2, eerste lid, onderdeel d, van de Kieswet gebruiken om uitvoering te geven aan het bepaalde in artikel J 21 van de Kieswet.
4. Op de locatie van de stemopneming opent het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen de verzegelde enveloppe met het proces-verbaal en de verzegelde stembus. Vervolgens voert het gemeentelijk stembureau voor vervoegd stemmen de werkzaamheden uit overeenkomstig het bepaalde in de artikelen N 5 tot en met N 9 van de Kieswet, met dien verstande dat in plaats van «de voorzitter» wordt gelezen: «het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen».
5. Indien het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen een verschil vaststelt tussen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten en het aantal stemmen dat is geteld, opent het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet, en stelt de in artikel N 1 van de Kieswet bedoelde aantallen opnieuw vast. In afwijking van artikel N 1, eerste lid, tweede zin, van de Kieswet, is de som van deze aantallen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten.
6. Het gemeentelijk stembureau geeft niet eerder toepassing aan het bepaalde in artikel N 9, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet dan na eenentwintig uur. Tot die tijd is eenieder die ambtshalve kennis kan nemen van de vastgestelde aantallen stemmen, verplicht tot geheimhouding daarvan. Bij de mededeling van het bepaalde in artikel N 9, eerste lid, eerste volzin, van de Kieswet zijn de voorzitter en ten minste drie andere leden van het gemeentelijk stembureau aanwezig.
Artikel 22f
1. Nadat de werkzaamheden in artikel 22e zijn beëindigd, maakt het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen onmiddellijk proces-verbaal op van de stemopneming. Alle ingebrachte bezwaren worden in het proces-verbaal vermeld.
2. Het proces-verbaal wordt door alle aanwezige leden van het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen getekend.
3. Bij ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een model vastgesteld. In het proces-verbaal is de verkiezingsuitslag voor ieder stembureau herleidbaar.
Artikel 22g
1. Het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen wordt met de processen-verbaal, bedoeld in artikel 22a, derde lid, de verzegelde pakken, bedoeld in de artikelen N 2 en N 9 van de Kieswet, door ten minste twee leden van het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen naar de burgemeester overgebracht.
2. De burgemeester voegt het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen bij de processen-verbaal die hij ontvangt op grond van artikel N 11, eerste lid, van de Kieswet en vervolgt zijn handelingen overeenkomstig het bepaalde in artikel N 11, tweede lid, van de Kieswet.
Artikel 23
Voor de artikelen 19 tot en met 22g kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld over het in ontvangst nemen, het transport, de opslag en de overdracht van de stembus, de niet gebruikte stembiljetten, de enveloppe en de pakken, bedoeld in artikel N 2 van de Kieswet.
Paragraaf 11a. Tijdelijke regels over de stemopneming door briefstembureaus
Artikel 23a
Hoofdstuk N, paragraaf 2, van de Kieswet is uitsluitend van toepassing op een briefstembureau voor zover het de stemopneming betreft van stembiljetten die op grond van artikel M 10, derde lid, van de Kieswet in de stembus zijn gedeponeerd.
Artikel 23b
In afwijking van artikel N 15 van de Kieswet stelt het briefstembureau het aantal geldige briefstembewijzen vast behorend bij de enveloppen met een stembiljet, dan wel stembiljetten, die het in de stembus heeft gedeponeerd. Dit is het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten.
Artikel 23c
Vervallen
Artikel 23d
Vervallen
Artikel 23e
Vervallen
Paragraaf 11b. Tijdelijke regels ten aanzien van de zitting van het hoofdstembureau
Artikel 23f
1. In afwijking van artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet houdt het hoofdstembureau op de vijfde dag na de dag van de stemming om tien uur een openbare zitting.
2. In afwijking van het eerste lid houdt het hoofdstembureau gevestigd in kieskring 12 op de zesde dag na de dag van de stemming om vijftien uur een openbare zitting.
Artikel 23g
1. Het bepaalde bij of krachtens artikel 9, eerste lid, derde en vierde volzin, tweede tot en met vierde, zevende, negende en elfde lid, voor stemlokalen is van overeenkomstige toepassing op de locatie waar het hoofdstembureau de in artikel O 1 van de Kieswet bedoelde zitting houdt en op daarbij aanwezige personen.
2. Toepassing van artikel 9, derde lid, geschiedt met dien verstande dat burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het hoofdstembureau is gevestigd de gezondheidscheck afnemen bij de leden van het hoofdstembureau.
3. Het centraal stembureau draagt er zorg voor dat in de ruimte waar de openbare zitting plaatsvindt alsook bij de ingang daarvan de aanwijzingen worden gegeven die nodig zijn om de naleving van artikel 58f, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid of het bepaalde bij of krachtens artikel 9 door de bij de openbare zitting aanwezige personen te verzekeren.
Artikel 23h
1. In aanvulling op artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet wordt onder openbaar tevens verstaan dat de zitting in een digitale omgeving door de leden en geïnteresseerden kan worden bijgewoond. Daarnaast dienen geïnteresseerden de zitting ook op afstand te kunnen volgen door middel van een live-verbinding.
2.
Een zitting, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts doorgang voor zover:
a. a. ieder lid afzonderlijk digitaal toegang heeft tot de zitting; b. b. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld; c. c. de andere deelnemers zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn voor zover de voorzitter hen het woord verleent; en d. d. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.
3. Onverminderd artikel O 2, vierde lid, van de Kieswet kunnen personen die de zitting in een digitale omgeving bijwonen bezwaren inbrengen. De ingebrachte bezwaren zijn geen bezwaren in de zin van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. De voorzitter van het hoofdstembureau doet tijdig op een algemeen toegankelijke wijze mededeling van de plaats, de dag en het uur van de zitting alsook van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het eerste en derde lid.
Artikel 23i
1. In aanvulling op artikel O 3, tweede lid, van de Kieswet wordt het proces-verbaal achtereenvolgens door de voorzitter en alle andere fysiek aanwezige leden van het hoofdstembureau ondertekend.
2. Een lid van het hoofdstembureau dat de openbare zitting op afstand in een digitale omgeving bijwoont, maakt daarin door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar of de voorzitter het proces-verbaal namens hem mag ondertekenen.
Artikel 23j
1. Indien het hoofdstemstembureau programmatuur heeft gebruikt ten behoeve van de vaststelling van de in artikel O 2 van de Kieswet bedoelde uitkomsten, maakt het, onverminderd artikel O 4, eerste lid, van de Kieswet, het daarmee gegenereerde digitale bestand onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de elektronische openbaarmaking van het proces-verbaal en de digitale bestanden.
Paragraaf 11c. Tijdelijke regels ten aanzien van de zitting van het centraal stembureau
Artikel 23k
Voor de toepassing van artikel P 1 van de Kieswet wordt voor «alle hoofdstembureaus zijn ontvangen» gelezen: de hoofdstembureaus zijn ontvangen.
Artikel 23l
1. Het bepaalde bij of krachtens artikel 9, eerste lid, derde en vierde volzin, tweede tot en met vierde, zevende, negende en elfde lid, voor stemlokalen is van overeenkomstige toepassing op de locatie waar het centraal stembureau de in artikel P 20, tweede lid, van de Kieswet bedoelde zitting houdt en op daarbij aanwezige personen.
2. Toepassing van artikel 9, derde lid, geschiedt met dien verstande dat de voorzitter de gezondheidscheck afneemt bij de andere leden van het centraal stembureau. De plaatsvervangend voorzitter neemt de gezondheidscheck af bij de voorzitter.
3. Het centraal stembureau draagt er zorg voor dat in de ruimte waar de openbare zitting plaatsvindt alsook bij de ingang daarvan de aanwijzingen worden gegeven die nodig zijn om de naleving van artikel 58f, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid of het bepaalde bij of krachtens artikel 9 door de bij de openbare zitting aanwezige personen te verzekeren.
Artikel 23m
1. In aanvulling op artikel P 20, tweede lid, van de Kieswet wordt onder openbaar tevens verstaan dat de zitting in een digitale omgeving door de leden en geïnteresseerden kan worden bijgewoond. Daarnaast dienen geïnteresseerden de zitting op afstand te kunnen volgen door middel van een live-verbinding.
2.
Een zitting, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts doorgang voor zover:
a. a. ieder lid afzonderlijk digitaal toegang heeft tot de zitting; b. b. de leden zichtbaar en hoorbaar herkenbaar zijn op een zodanige wijze dat hun identiteit kan worden vastgesteld; c. c. de andere deelnemers zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn voor zover de voorzitter hen het woord verleent; en d. d. de voorzitter in staat is de orde te handhaven.
3. Onverminderd artikel P 20, derde lid, van de Kieswet kunnen personen die de zitting in een digitale omgeving bijwonen bezwaren inbrengen. De ingebrachte bezwaren zijn geen bezwaren in de zin van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Bij de bekendmaking, bedoeld in artikel P 20, tweede lid, van de Kieswet wordt tevens mededeling gedaan van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het eerste en derde lid.
Artikel 23n
1. In aanvulling op artikel P 22, tweede lid, van de Kieswet wordt het proces-verbaal achtereenvolgens door de voorzitter en alle andere fysiek aanwezige leden van het centraal stembureau ondertekend.
2. Een lid van het centraal stembureau dat de openbare zitting op afstand in een digitale omgeving bijwoont, maakt daarin door middel van een openbare wilsuitdrukking kenbaar of de voorzitter het proces-verbaal namens hem mag ondertekenen.
Artikel 23o
1. Indien het centraal stembureau de in artikel P 1a van de Kieswet bedoelde programmatuur heeft gebruikt, maakt het, onverminderd artikel P 23 van de Kieswet, het daarmee gegenereerde digitale bestand onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de elektronische openbaarmaking van het proces-verbaal en de digitale bestanden.
Paragraaf 12. Tijdelijke regels over de toepassing in Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Artikel 24
1. In aanvulling op artikel Ya 1 van de Kieswet is deze wet en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van artikel 16 en met inachtneming van het bepaalde in afdeling Va van de Kieswet, ook van toepassing in Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2. In afwijking van artikel 2g, eerste lid, eerste volzin, kan het bestuurscollege stembureaus aanwijzen die, in afwijking van artikel J 1, eerste lid, van de Kieswet, al op de eerste of de tweede dag voorafgaand aan de dag van de stemming zitting houden. Artikel 2g, tweede en derde lid, zijn niet van toepassing.
Paragraaf 13. Tijdelijke regels over experimenten in het verkiezingsproces
Artikel 25
Onverminderd het bepaalde in artikel 3, eerste lid, van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming vinden experimenten op basis van die wet tevens zoveel mogelijk plaats overeenkomstig hetgeen bij en krachtens deze wet is bepaald.
Artikel 25a
In artikel 23b wordt onder geldige briefstembewijzen mede begrepen: geldige vervangend briefstembewijzen.
Artikel 26
Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een gemeentelijk stembureau als bedoeld in artikel 20 van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming.
Artikel 26a
1. Paragraaf 3.2 van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming is niet van toepassing op een stembureau als bedoeld in artikel 2g, 3a of 4a.
2. In afwijking van artikel 22e, vierde lid, tweede volzin, en vijfde lid voert het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen de werkzaamheden uit bedoeld in de artikelen 22 en 23 van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming.
3. In afwijking van artikel 22g, eerste lid, worden het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau voor vervroegd stemmen, de processen-verbaal van de stembureaus alsook de verzegelde pakken, bedoeld in de artikelen N 2 en N 9 van de Kieswet overgebracht naar het gemeentelijk stembureau bedoeld in artikel 20 van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming.
Artikel 27
Als burgemeester en wethouders voor een stembureau een locatie als bedoeld in artikel 6 hebben aangewezen, dan zet het stembureau, in afwijking van artikel 22, derde lid, tweede volzin, zijn werkzaamheden voort overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 22 tot en met 24 van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming.
Artikel 28
1. Het bepaalde bij of krachtens artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de locatie waar het gemeentelijk stembureau de stemopneming verricht en de zitting tot vaststelling van de uitslag houdt.
2. Het bij of krachtens artikel 9 bepaalde voor kiezers is van overeenkomstige toepassing op andere aanwezige personen bij een zitting van het gemeentelijk stembureau, als bedoeld in artikel 20 van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming.
Artikel 28a
1. Indien het gemeentelijk stembureau programmatuur heeft gebruikt ten behoeve van de vaststelling van de uitkomsten van de stemopneming, bedoeld in artikel 38 van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming, maakt het gemeentelijk stembureau, onverminderd artikel 42, eerste lid, van het Tijdelijk experimentenbesluit stembiljetten en centrale stemopneming, het daarmee gegenereerde digitale bestand onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de elektronische openbaarmaking van het proces-verbaal en de digitale bestanden.
Paragraaf 14. Slotbepalingen
Artikel 29
Wijzigt de Tijdelijke wet maatregelen covid-19
Artikel 30
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Deze wet vervalt met ingang van 1 juli 2021. Het tijdstip waarop deze wet vervalt kan bij koninklijk besluit worden bepaald op een ander tijdstip, met dien verstande dat dit tijdstip steeds ten hoogste zes maanden na het tijdstip ligt waarop de wet zou vervallen.
3. Bij koninklijk besluit kan worden bepaald dat deze wet, bepalingen daarvan of onderdelen daarvan vervalt dan wel vervallen op een eerder tijdstip dan 1 juli 2021 dan wel een tijdstip dat ligt voor het tijdstip waarop de wet na 1 juli 2021 zou vervallen.
4. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 31
Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet verkiezingen covid-19.