rijk/wet/uitvoeringswet-erasmusprogramma-en-europees-solidariteitskorps/BWBR0045054
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitvoeringswet Erasmusprogramma en Europees Solidariteitskorps BWBR0045054 wet geldend 2021-07-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0045054 Uitvoeringswet Erasmusprogramma en Europees Solidariteitskorps

Uitvoeringswet Erasmusprogramma en Europees Solidariteitskorps

Artikel 1

In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • Erasmusverordening: door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan te wijzen verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport op grond van artikel 165, vierde lid en artikel 166, vierde lid van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
  • Erasmusprogramma: programma voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport als bedoeld in de Erasmus-verordening;
  • programmaperiode: in een Erasmusverordening of een Verordening Europees Solidariteitskorps vastgestelde periode waarvoor een programma wordt opgesteld;
  • Verordening Europees Solidariteitskorps: door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan te wijzen verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma «Europees Solidariteitskorps» op grond van artikel 165, vierde lid en artikel 166, vierde lid van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 2

1. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap treedt op als nationale autoriteit als bedoeld in de Erasmusverordening, voor zover het betreft de monitoring van en het toezicht op het beheer van het deel van het Erasmus-programma dat betrekking heeft op de beleidsterreinen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport treedt op als nationale autoriteit als bedoeld in de Erasmusverordening, voor zover het betreft de monitoring van en het toezicht op het beheer van het deel van het Erasmus-programma dat betrekking heeft op de beleidsterreinen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, alsmede als nationale autoriteit als bedoeld in de Verordening Europees Solidariteitskorps.

Artikel 3

1. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wijst een agentschap als bedoeld in de Erasmusverordening aan, dat belast is met het beheer van de uitvoering van het deel van het Erasmus-programma dat betrekking heeft op de beleidsterreinen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wijst één of twee nationale agentschappen als bedoeld in de Erasmusverordening aan, die belast zijn met het beheer van de uitvoering van het deel van het Erasmus-programma dat betrekking heeft op de beleidsterreinen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, alsmede het nationaal agentschap, bedoeld in de Verordening Europees Solidariteitskorps.

3. De nationale agentschappen worden aangewezen voor de duur van een programmaperiode.

4. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op de goede uitvoering van de Erasmusverordening of de Verordening Europees Solidariteitskorps.

5. Indien het aangewezen nationaal agentschap niet langer voldoet aan de in de verordeningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, neergelegde eisen, of aan de op grond van het vierde lid gestelde voorschriften, kan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap respectievelijk Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aanwijzing intrekken en een ander nationaal agentschap aanwijzen voor de resterende duur van de programmaperiode.

6. Op de nationale agentschappen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn de artikelen 18, 19, derde lid, 21, 22, 23, 38 en 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet van toepassing.

Artikel 4

1. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wijst in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het onafhankelijk auditorgaan, bedoeld in de Erasmusverordening, aan.

2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wijst het onafhankelijk auditorgaan, bedoeld in de Verordening Europees Solidariteitskorps, aan.

Artikel 5

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de coördinatie van de betrekkingen tussen de nationale autoriteiten en de nationale agentschappen en tussen de nationale agentschappen onderling met het oog op de goede uitvoering van de Erasmusverordening of de Verordening Europees Solidariteitskorps.

Artikel 6

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 7

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet Erasmusprogramma en Europees Solidariteitskorps