rijk/wet/uitvoeringswet-unesco-verdrag-1970-inzake-onrechtmatige-invoer-uitvoer-of-eigend/BWBR0025996
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen BWBR0025996 wet geldend 2009-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0025996 Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen

Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

a. a.

    *Onze Minister:* Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

b. b.

    *Verdrag:* op 14 november 1970 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst inzake de middelen om onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht te verbieden en te verhinderen (Trb. 1972, nr. 50 en Trb. 1983, nr. 66);

c. c.

    *verdragsstaat:* staat die het Verdrag heeft bekrachtigd;

d. d.

    *cultuurgoederen:* goederen die om godsdienstige of wereldlijke redenen door elke Staat zijn aangewezen als belangrijk voor de oudheidkunde, de prehistorie, de geschiedenis, de letterkunde, de kunst of de wetenschap en derhalve van wezenlijk belang zijn voor zijn cultureel erfgoed en die behoren tot de in artikel 1 van het Verdrag opgesomde categorieën.

Artikel 2

Als cultuurgoederen voor Nederland worden aangewezen:

a. a. de beschermde voorwerpen bedoeld in artikel 1 onder a van de Wet tot behoud van cultuurbezit; b. b. de roerende zaken bedoeld in artikel 14a van de Wet tot behoud van cultuurbezit.

Artikel 3

Het is verboden cultuurgoederen binnen Nederland te brengen die:

a. a. buiten het grondgebied van een verdragsstaat zijn gebracht met schending van de bepalingen welke in overeenstemming met de doelstellingen van het verdrag door die verdragsstaat zijn vastgesteld ter zake van de uitvoer van cultuurgoederen uit die verdragsstaat of ter zake van eigendomsoverdracht van cultuurgoederen; dan wel b. b. in een verdragsstaat zijn ontvreemd.

Artikel 4

Van cultuurgoederen die in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 3, binnen Nederland zijn gebracht, kan met inachtneming van de artikelen 1011a tot en met 1011d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teruggave worden gevorderd door de verdragsstaat waaruit die goederen afkomstig zijn of door de rechthebbende op die goederen.

Hoofdstuk 2. Wijziging van het

Artikel 5

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Hoofdstuk 3. Wijziging van het

Artikel 6

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 3.

Hoofdstuk 4. Uitvoering en handhaving

Artikel 7

Onze Minister verricht hetgeen in aanmerking komt ter uitvoering van de artikelen 2, 5, 6, 7, 9, 10, 13 onder a, b en d en 14 van het Verdrag, behoudens voor zover het betreft het in artikel 10 onder a van het Verdrag bedoelde opleggen aan antiekhandelaren van regels, waarvan de overtreding strafbaar is. Bij ministeriële regeling kunnen in verband met die uitvoering nadere regels worden gesteld.

Artikel 8

Met het toezicht op de naleving van het bij deze wet bepaalde en met het daartoe nodige onderzoek zijn belast de inspecteur, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet tot behoud van cultuurbezit, en de ambtenaren, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet.

Artikel 9

De in artikel 8 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd:

a. a. met medeneming van de nodige apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner; b. b. te vorderen dat de bewoner hun de cultuurgoederen die in de woning aanwezig zijn, toont; c. c. ruimten en voorwerpen te verzegelen, voor zover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheid redelijkerwijs noodzakelijk is; d. d. zonodig met behulp van de sterke arm de bevoegdheid, bedoeld in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht uit te oefenen.

Artikel 10

1. Onze Minister kan een cultuurgoed ten aanzien waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat daarmee het verbod van artikel 3 is overtreden, in bewaring nemen voor de tijd die onze Minister nodig acht om de verdragsstaat waaruit het cultuurgoed afkomstig is, in staat te stellen op dit cultuurgoed beslag te doen leggen, welke tijd niet langer dan twaalf weken mag bedragen.

2. Onze Minister stelt zijn beslissing voorafgaande aan de inbewaringneming op schrift en maakt degene onder wie zich het cultuurgoed bevindt en zo mogelijk ook de bezitter, met de inbewaringneming bekend. De schriftelijke beslissing is een beschikking. Indien de situatie zo spoedeisend is dat onze Minister de inbewaringneming niet tevoren op schrift kan stellen, zorgt hij zo spoedig mogelijk voor opschriftstelling en bekendmaking.

3. De inbewaringneming kan éénmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verlengd. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

4. De inbewaringneming eindigt, doordat op het cultuurgoed in opdracht van de staat waaruit het afkomstig is, beslag wordt gelegd, of de tijd waarvoor de inbewaringneming geldt, ongebruikt is verstreken.

Artikel 11

Vervallen

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 12

Wijzigt de Wet tot behoud van cultuurbezit.

Artikel 12a

Wijzigt de Wet conflictenrecht goederenrecht.

Artikel 13

De artikelen 3 en 4 zijn niet van toepassing, wanneer de schending van de in artikel 3 onder a bedoelde bepalingen dan wel de in artikel 3 onder b bedoelde ontvreemding vóór het in werking treden van deze wet heeft plaats gevonden.

Artikel 14

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 15

Deze wet wordt aan gehaald als: Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen.