rijk/wet/wet-beëindiging-financiële-verhouding-tussen-staat-en-kerk/BWBR0003640
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wet beëindiging financiële verhouding tussen Staat en Kerk BWBR0003640 wet geldend 1984-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0003640 Wet beëindiging financiële verhouding tussen Staat en Kerk

Wet beëindiging financiële verhouding tussen Staat en Kerk

Artikel 1

De als bijlage bij deze wet gevoegde overeenkomst van 18 mei 1981, gesloten tussen de Staat, vertegenwoordigd door Onze Minister van Financiën, en de in de aanhef van die overeenkomst genoemde kerkgenootschappen, wordt goedgekeurd.

Artikel 2

De aanspraken ingevolge additioneel artikel IV van de Grondwet naar de tekst van 1983 (additioneel artikel X van de Grondwet naar de tekst van 1972) van godsdienstige gezindheden en hun leraren vervallen.

Artikel 3

1. In afwijking van het bepaalde in artikel D1, onder e, van de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1979, 679) komt niet als diensttijd in aanmerking de tijd doorgebracht in kerkelijke betrekkingen na 31 december 1983.

2. Degene, die voor 1 januari 1984 ingevolge de Algemene burgerlijke pensioenwet, de Spoorwegpensioenwet (Stb. 1979, 680) of de Algemene militaire pensioenwet (Stb. 1979, 305) recht of uitzicht op pensioen heeft verkregen met toepassing van de in het vorige lid bedoelde bepaling, behoudt dat recht of uitzicht.

3. Tijd voor 1 januari 1984 doorgebracht in kerkelijke betrekkingen komt als diensttijd in aanmerking onder de voorwaarden gesteld in artikel D2 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, onderscheidenlijk artikel D2 van de Algemene militaire pensioenwet, met dien verstande, dat voor de toepassing van het bepaalde in artikel F1, derde lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet, onderscheidenlijk in artikel D2, tweede lid, onder b, van de Algemene militaire pensioenwet, tijd na 31 december 1983 doorgebracht in kerkelijke betrekkingen wordt geacht geen onderbreking te vormen.

Artikel 4

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 5

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1984, met uitzondering van artikel 4, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 1994.

Bijlage

De Minister van Financiën, vertegenwoordigend de staat enerzijds, en prof. mr. I. A. Diepenhorst en mr. F. H. M. van Spaendonck, voorzitter, respectievelijk secretaris van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken, blijkens de aan deze overeenkomst gehechte onderhandse volmachten optredende als gemachtigden van de volgende kerkgenootschappen anderzijds:

Overwegende

"1. Totdat ter zake bij een wettelijke regeling een voorziening zal zijn getroffen, blijft de volgende regeling van kracht:

  1. De traktementen, pensioenen en andere inkomsten, van welke aard ook, thans door de onderscheidene godsdienstige gezindheden of derzelver leraars genoten wordende, blijven aan dezelve gezindheden verzekerd;

  2. Aan de leraars, welke tot nog toe uit 's lands kas geen, of een niet toereikend traktement genieten, kan een traktement toegelegd, of het bestaande vermeerderd worden.";

Verklaren te zijn overeengekomen als volgt: