40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wet beperking van het wettelijk minimumloon, kinderbijslagen, een aantal sociale zekerheidsuitkeringen en enige andere uitkeringen en pensioenen | BWBR0003646 | wet | geldend | 1984-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0003646 | Wet beperking van het wettelijk minimumloon, kinderbijslagen, een aantal sociale zekerheidsuitkeringen en enige andere uitkeringen en pensioenen |
Wet beperking van het wettelijk minimumloon, kinderbijslagen, een aantal sociale zekerheidsuitkeringen en enige andere uitkeringen en pensioenen
Hoofdstuk I. Het wettelijk minimumloon
Artikel 1
In afwijking van het bepaalde in artikel 14, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657), alsmede van het daaromtrent in de wet van 29 juni 1983, Stb. 299, bepaalde:
a. a. worden de bedragen van het minimumloon per 1 januari 1984 verlaagd met 3%; b. b. worden die bedragen per 1 juli 1984 niet herzien; c. c. wordt bij de herziening per 1 januari 1985 uitgegaan van het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1984 en 30 april 1984.
Hoofdstuk II. Kinderbijslag
Artikel 2
1. Per 1 januari 1984 en per 1 juli 1984 blijft de toepassing van artikel 13, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1980, 1) achterwege.
2. Voor de eerstvolgende toepassing van artikel 13, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet met ingang van een na 1 juli 1984 gelegen datum, wordt, in afwijking van artikel II, tweede lid, van de wet van 29 december 1982, Stb. 745 en van artikel II, tweede lid, van de wet van 29 juni 1983, Stb. 302, onder "het prijsindexcijfer, waarop de laatste herziening is gebaseerd" verstaan: het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand april 1984.
Artikel 3
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 4
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Hoofdstuk III. Sociale zekerheidsuitkeringen
Paragraaf 1. Uitkeringen krachtens enige sociale zekerheidswetten
Artikel 5
In afwijking van het bepaalde in
1°. 1°.
artikel 15, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (*Stb.* 1977, 492);
2°. 2°.
artikel 5*a*, eerste lid, van de Wet Werkloosheidsvoorziening (*Stb.* 1964, 485);
3°. 3°.
artikel 9*a*, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (*Stb.* 1966, 64);
alsmede van het daaromtrent in de wet van 29 juni 1983, Stb. 299, bepaalde:
a. a. worden de daarbedoelde daglonen onderscheidenlijk het daarbedoelde bedrag per 1 januari 1984 en 1 juli 1984 niet herzien; b. b. wordt bij de herziening per 1 januari 1985 uitgegaan van het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1984 en 30 april 1984.
Artikel 6
Vervallen
Paragraaf 2. Uitkeringen krachtens enkele sociale zekerheidsregelingen
Artikel 7
In afwijking van het bepaalde in
1°. 1°. artikel 4, derde lid, van de Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1969, 483); 2°. 2°. artikel 4, derde lid, van de Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1969, 483).
a.
worden de daar bedoelde inkomens en bedragen per 1 januari 1984 en 1 juli 1984 niet herzien;
b.
wordt bij de herziening per 1 januari 1985 uitgegaan van het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1984 en 30 april 1984, alsmede, voor wat betreft de bedragen, genoemd in artikel 4, tweede lid, onder *b*, van de Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden en in artikel 4, tweede lid, onder *b*, van de Rijksgroepsregeling Ambonezen, van het overeenkomstige verschil bij het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie.
a. a. worden de daar bedoelde inkomens en bedragen per 1 januari 1984 en 1 juli 1984 niet herzien; b. b. wordt bij de herziening per 1 januari 1985 uitgegaan van het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1984 en 30 april 1984, alsmede, voor wat betreft de bedragen, genoemd in artikel 4, tweede lid, onder b, van de Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden en in artikel 4, tweede lid, onder b, van de Rijksgroepsregeling Ambonezen, van het overeenkomstige verschil bij het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie.
Artikel 8
Vervallen
Hoofdstuk IV. Wetten voor oorlogsgetroffenen
Artikel 9
1.
Per 1 januari 1984 en per 1 juli 1984 blijft de toepassing van:
a. a.
artikel 18, eerste lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (*Stb.* 1977, 494);
b. b.
artikel 31*a*, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (*Stb.* 1977, 493) en
c. c.
artikel 28*a*, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (*Stb.* 1977, 495) achterwege.
2. De bedragen genoemd in de artikelen 8, zevende lid, onder a, 10, eerste lid, onder d en e, en 15, eerste en tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 zoals deze golden op 31 december 1983 worden verlaagd met 3%.
3.
a. a. Met ingang van 1 januari 1984 worden de pensioenbedragen, grondslagen en maxima, bedoeld in artikel 31b van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 en in artikel 28b van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers zoals deze golden op 31 december 1983, verlaagd met 3%. b. b. De percentages, waarmede het peil der buitengewone pensioenen wordt aangepast, worden nader vastgesteld als volgt:
1.
voor pensioenbedragen, afgeleid van een pensioengrondslag van f 2700,-: 1084,88;
2.
voor pensioenbedragen, afgeleid van een pensioengrondslag van f 2990,- of hoger: 961,75, vermeerderd met f 2,54 voor elk procent, waarnaar het buitengewoon pensioen wordt berekend, en
3.
voor pensioenbedragen, afgeleid van een pensioengrondslag liggende tussen f 2700,- en f 2990,- wordt het peil der buitengewone pensioenen verhoogd met een percentage liggende tussen 1084,88 en 970,32 en wel zodanig, dat de uitkomst bij een berekeningspercentage van 100, gelijk is aan f 2700,- verhoogd met een percentage van 1084,88.
-
-
voor pensioenbedragen, afgeleid van een pensioengrondslag van f 2700,-: 1084,88;
-
-
-
voor pensioenbedragen, afgeleid van een pensioengrondslag van f 2990,- of hoger: 961,75, vermeerderd met f 2,54 voor elk procent, waarnaar het buitengewoon pensioen wordt berekend, en
-
-
-
voor pensioenbedragen, afgeleid van een pensioengrondslag liggende tussen f 2700,- en f 2990,- wordt het peil der buitengewone pensioenen verhoogd met een percentage liggende tussen 1084,88 en 970,32 en wel zodanig, dat de uitkomst bij een berekeningspercentage van 100, gelijk is aan f 2700,- verhoogd met een percentage van 1084,88.
-
c. c. Indien de pensioengrondslag wordt afgeleid van het inkomen in 1984, wordt voor de toepassing van het bepaalde in artikel 8, zesde lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 en in artikel 35d, zesde lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, als rekenfactor aangemerkt het percentage, waarmede het peil der buitengewone pensioenen in de periode van 1 juli 1983 tot en met 31 december 1983 wordt aangepast. 4. 4. In afwijking van de in het eerste lid genoemde artikelen wordt bij de herziening per 1 januari 1985 uitgegaan van het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1984 en 30 april 1984. 5. 5. Het bedrag, genoemd in artikel 10, achtste lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1984, 94), wordt bepaald op f 2666. 6. 6.
a.
Per 1 juli 1984 blijft de toepassing van artikel 25, eerste lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 achterwege.
b.
In afwijking van het bepaalde in artikel 25, eerste lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt bij de herziening per 1 januari 1985 uitgegaan van het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1984 en 30 april 1984.
a. a. Per 1 juli 1984 blijft de toepassing van artikel 25, eerste lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 achterwege. b. b. In afwijking van het bepaalde in artikel 25, eerste lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt bij de herziening per 1 januari 1985 uitgegaan van het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1984 en 30 april 1984.
Hoofdstuk V. Slotbepaling
Artikel 10
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1984.