40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wet bezoldiging Raad van State en Algemene Rekenkamer | BWBR0002456 | wet | geldend | 1962-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0002456 | Wet bezoldiging Raad van State en Algemene Rekenkamer |
Wet bezoldiging Raad van State en Algemene Rekenkamer
Hoofdstuk I. Bezoldiging vice-president van de Raad van State en staatsraden
Artikel 1
1. De bezoldiging van de vice-president van de Raad van State wordt bepaald op € 10.123,39 per maand. De bezoldiging van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak wordt bepaald op € 9501,91. De bezoldiging van de overige staatsraden wordt bepaald op € 8919,86 per maand.
2. Het genot van de bezoldiging vangt aan met de dag van indiensttreding. De bezoldiging wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden.
3. Na het overlijden van de vice-president of van een staatsraad wordt een uitkering uitgekeerd op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld.
Artikel 2
1. Boven en behalve de bezoldiging, genoemd in artikel 1, ontvangen de vice-president en de staatsraden een uitkering ter zake van veeljarige dienst, een vakantie-uitkering, een eindejaarsuitkering, een vergoeding van verplaatsingskosten en een vergoeding van telefoonkosten op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld.
2. Boven en behalve de bezoldiging, genoemd in artikel 1, ontvangen de staatsraden een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de vergoeding van reis- en verblijfkosten welke de vice-president ontvangt.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de vergoeding voor kosten die aan de vervulling van het ambt van vice-president of staatsraad zijn verbonden en die voor eigen rekening komen.
Artikel 3
1. Staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State, ontvangen een bezoldiging die een zodanig deel van de bezoldiging van een staatsraad bedraagt als overeenkomt met de vastgestelde omvang van de te verrichten taak.
2. De overige staatsraden in buitengewone dienst genieten als zodanig geen bezoldiging. Zij ontvangen voor het deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad van State of zijn afdelingen een bij algemene maatregel van bestuur te regelen vergoeding. Wanneer zij buiten 's-Gravenhage of één der aangrenzende gemeenten woonachtig zijn, worden bovendien hun reis- en verblijfkosten vergoed op voet van de bepalingen geldende voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten voor burgerlijke Rijksambtenaren.
3. Het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, en artikel 2, eerste, tweede en vierde lid geldt mede voor staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State.
Hoofdstuk II. Bezoldiging voorzitter en overige leden van de Algemene Rekenkamer
Artikel 4
1. De bezoldiging van de president van de Algemene Rekenkamer wordt bepaald op € 10.123,39 per maand, die van de overige leden in gewone dienst op € 8919,86 per maand.
2. Het genot van de bezoldiging vangt aan met de dag van indiensttreding. De bezoldiging wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden.
3. Na het overlijden van de president of van een ander lid in gewone dienst wordt een uitkering uitgekeerd op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld.
Artikel 4a
1. Boven en behalve de bezoldiging, genoemd in artikel 4, ontvangen de president en de overige leden in gewone dienst een uitkering ter zake van veeljarige dienst, een vakantie-uitkering, een eindejaarsuitkering, een vergoeding van verplaatsingskosten en een vergoeding van telefoonkosten op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld.
2. Boven en behalve de bezoldiging, genoemd in artikel 4, ontvangen de leden in gewone dienst van de Algemene Rekenkamer, met uitzondering van de president, een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de vergoeding van reis- en verblijfkosten welke de president ontvangt.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de vergoeding voor kosten die aan de vervulling van het ambt van president of lid in gewone dienst zijn verbonden en die voor eigen rekening komen.
Artikel 5
De leden in buitengewone dienst genieten als zodanig geen bezoldiging. Zij ontvangen voor het deelnemen aan de werkzaamheden van de Algemene Rekenkamer een bij algemene maatregel van bestuur te regelen vergoeding. Wanneer zij buiten 's-Gravenhage of één der aangrenzende gemeenten woonachtig zijn, worden bovendien hun reis- en verblijfkosten vergoed op de voet van de bepalingen geldende voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten voor burgerlijke Rijksambtenaren.
Hoofdstuk III
Artikel 6
Indien Wij in de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel een wijziging aanbrengen en bepalen, dat die wijziging een algemeen karakter draagt, brengen Wij bij algemene maatregel van bestuur met ingang van de datum, waarop die wijziging ingaat, een overeenkomstige wijziging aan in de bezoldiging van de ingevolge deze wet bezoldigde functionarissen, onder nadere vaststelling, voor zoveel nodig, van de in de artikelen 1, eerste lid, en 4, eerste lid, genoemde bedragen.
Artikel 7
Het Reisbesluit 1971 (Stb. 1970, 602) wordt geacht mede ter uitvoering te zijn gegeven van de artikelen 2, derde lid, en 4A, derde lid.
Hoofdstuk IV
Artikel 8
Vervallen
Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen