rijk/wet/wet-op-de-identificatieplicht/BWBR0006297
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wet op de identificatieplicht BWBR0006297 wet geldend 1994-06-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006297 Wet op de identificatieplicht

Wet op de identificatieplicht

Hoofdstuk I. Aanwijzing van documenten

Artikel 1

1.

Als documenten waarmee in bij de wet aangewezen gevallen de identiteit van personen kan worden vastgesteld, worden aangewezen:

1°. 1°. een geldig reisdocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b, c, d, e en g, of een Nederlandse identiteitskaart en vervangende Nederlandse identiteitskaart als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet; 2°. 2°. de documenten waarover een vreemdeling ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 moet beschikken ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie; 3°. 3°. een geldig nationaal, diplomatiek of dienstpaspoort dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voor zover de houder de nationaliteit van die andere lidstaat bezit; 4°. 4°. een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994 of een rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is, zolang de bij de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde termijn van geldigheid in Nederland niet is verstreken, aan de houder geen administratieve maatregel bedoeld in paragraaf 9 van hoofdstuk VI van de Wegenverkeerswet 1994 is opgelegd of aan hem niet de bijkomende straf bedoeld in artikel 179 van die wet is opgelegd en mits het rijbewijs is voorzien van een pasfoto van de houder.

2. Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan, al dan niet voor een bepaald tijdvak, andere dan de in het eerste lid bedoelde documenten aanwijzen ter vaststelling van de identiteit van personen.

Hoofdstuk II. Toonplicht

Artikel 2

Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in artikel 8 van de Politiewet 2012 of artikel 6a van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 ter inzage aan te bieden. Deze verplichting geldt ook indien de vordering wordt gedaan door een toezichthouder.

Hoofdstuk III. Wijziging van de Organisatiewet Sociale Verzekering

Artikel 3

Vervallen

Hoofdstuk IV. Wijziging van de Wet op de Sociale Verzekeringsbank

Artikel 4

Vervallen

Hoofdstuk V. Wijziging van de

Artikel 5

Vervallen

Hoofdstuk VI. Wijziging van de

Artikel 6

Vervallen

Hoofdstuk VII. Wijziging van de

Artikel 7

Vervallen

Hoofdstuk VIII. Wijziging van de

Artikel 8

Vervallen

Hoofdstuk IX. Wijziging van de

Artikel 9

Vervallen

Hoofdstuk X. Wijziging van de

Artikel 10

Vervallen

Hoofdstuk XI. Wijziging van de

Artikel 11

Vervallen

Hoofdstuk XII. Wijziging van de

Artikel 12

Vervallen

Hoofdstuk XIII. Wijziging van de Wet arbeid buitenlandse werknemers

Artikel 13

Vervallen

Hoofdstuk XIV. Wijziging van de

Artikel 14

Vervallen

Hoofdstuk XV. Wijziging van de

Artikel 15

Vervallen

Hoofdstuk XVI. Wijziging van de

Artikel 16

Vervallen

Hoofdstuk XVII. Wijziging van de Wet identiteitsvaststelling bij financiële dienstverlening

Artikel 17

Vervallen

Hoofdstuk XVIII. Wijziging van de

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk XIX. Wijziging van de

Artikel 19

Vervallen

Hoofdstuk XX. Wijziging van de

Artikel 20

Vervallen

Hoofdstuk XXI. Wijziging van de

Artikel 21

Vervallen

Hoofdstuk XXII. Wijziging van de

Artikel 22

Vervallen

Hoofdstuk XXIII. Slotbepalingen

Artikel 23

1. Artikel 50b, derde lid, van de Organisatiewet Sociale Verzekering, zoals dat artikel bij deze wet is gewijzigd, is uitsluitend van toepassing ten aanzien van verzekerden die hun werkzaamheden zijn aangevangen of die loon zijn gaan genieten op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

2. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt, na overleg met Onze Minister van Financiën en gehoord de Sociale Verzekeringsraad, een termijn, aanvangende op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, waarbinnen de verzekerden die hun werkzaamheden zijn aangevangen of die loon zijn gaan genieten voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage dienen te verstrekken aan de werkgever teneinde deze in staat te stellen de aard en het nummer van dit document in de administratie op te nemen.

3. De verplichting bedoeld in het tweede lid geldt als een verplichting van de verzekerde als bedoeld in artikel 50c, tweede lid, van de Organisatiewet Sociale Verzekering, zoals dat artikel bij deze wet is gewijzigd.

Artikel 24

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 25

Deze wet kan worden aangehaald als "Wet op de identificatieplicht".