rijk/wet/wet-overleg-minderhedenbeleid/BWBR0008755
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wet overleg minderhedenbeleid BWBR0008755 wet geldend 1997-07-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008755 Wet overleg minderhedenbeleid

Wet overleg minderhedenbeleid

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a. Onze Minister: Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie; b. b. minderheidsgroep: een door Onze Minister aangewezen doelgroep van het integratiebeleid; c. c. samenwerkingsverband: een door Onze Minister toegelaten stichting die in gevolge haar statuten tot doel heeft de belangen te behartigen van een minderheidsgroep of te onderscheiden minderheidsgroepen en die representatief is voor die groep of groepen.

Artikel 2

Over beleidsvoornemens ten aanzien van de integratie van minderheden en over ontwikkelingen die voor minderheden van belang zijn met het oog op het te voeren integratiebeleid wordt door of namens Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat mede door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, tenminste drie keer per jaar overleg gevoerd met de tot het Landelijk overleg minderheden toegelaten samenwerkingsverbanden.

Artikel 3

Elk samenwerkingsverband is bevoegd tot aanwijzing van een lid en een plaatsvervangend lid van het Landelijk overleg minderheden.

Artikel 4

1. Onze Minister is bevoegd de toelating van een samenwerkingsverband tot het Landelijk overleg minderheden in te trekken indien het samenwerkingsverband naar zijn oordeel niet meer representatief is dan wel het algemeen belang zich tegen verdere toelating verzet.

2. Onze Minister is bevoegd een lid of plaatsvervangend lid van het Landelijk overleg minderheden uit te sluiten van het overleg indien naar het oordeel van Onze Minister het algemeen belang dit vordert.

Artikel 5

De leden van het Landelijk overleg minderheden kunnen zich na overleg met Onze Minister ter vergadering voor de behandeling van een bepaald onderwerp door een deskundige doen bijstaan.

Artikel 6

1. Onze Minister kan aan de samenwerkingsverbanden en aan een door deze samenwerkingsverbanden, of door een aantal van deze samenwerkingsverbanden, gezamenlijk opgerichte rechtspersoon subsidie verstrekken.

2. Doel van de in het eerste lid bedoelde subsidie is het in staat stellen van de samenwerkingsverbanden dan wel van de rechtspersoon coördinerend en voorwaarden scheppend werkzaam te zijn ten behoeve van het in artikel 2 bedoelde overleg.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:

a. a. de aanvraag van de subsidie; b. b. de verlening en de vaststelling van de subsidie; c. c. de verplichtingen van de subsidieontvanger en d. d. het toezicht op de naleving van de verplichtingen van de subsidieontvanger.

Artikel 7

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 6 werkt terug tot en met 1 januari 1997.

Artikel 8

Deze wet wordt aangehaald als: Wet overleg minderhedenbeleid.