|
…
|
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wet tot nadere regeling van de wettelijke tijd | BWBR0002288 | wet | geldend | 1958-08-03 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0002288 | Wet tot nadere regeling van de wettelijke tijd |
Wet tot nadere regeling van de wettelijke tijd
Artikel 1
1. De wettelijke tijd in Nederland is de Midden-Europese tijd.
2. Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur een tijdvak van het jaar bepalen, waarin de Midden-Europese Zomertijd geldt.
Artikel 2
Wanneer enig ambtelijk geschrift een tijdaanwijzing bevat welke betrekking heeft op het laatste uur van het tijdvak, bepaald bij Ons in artikel 1, tweede lid, bedoelde besluit, wordt bij de tijdaanwijzing aangegeven dat deze Midden-Europese Zomertijd betreft.
Artikel 3
De wetten van 23 juli 1908 (Stb. 236), van 23 maart 1918 (Stb. 165) en van 30 augustus 1946 (Stb. G 223) worden ingetrokken.
Artikel 4
Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst.