rijk/wet/wet-uniformering-loonbegrip/BWBR0030105
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wet uniformering loonbegrip BWBR0030105 wet geldend 2013-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0030105 Wet uniformering loonbegrip

Wet uniformering loonbegrip

Artikel I

Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.

Artikel Ia

Wijzigt de Wet financiering sociale verzekeringen.

Artikel II

Wijzigt de Zorgverzekeringswet.

Artikel IIa

Wijzigt de Zorgverzekeringswet.

Artikel III

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel IV

Wijzigt de Algemene nabestaandenwet.

Artikel V

Wijzigt de Algemene Ouderdomswet.

Artikel VI

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

Artikel VII

Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Artikel VIII

Wijzigt de Toeslagenwet.

Artikel IX

Wijzigt de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Artikel X

[vervallen]

Artikel XI

Wijzigt de Werkloosheidswet.

Artikel XII

Wijzigt de Ziektewet.

Artikel XIII

Wijzigt de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.

Artikel XIV

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Artikel XV

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.

Artikel XVI

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.

Artikel XVII

Wijzigt de Wet investeren in jongeren.

Artikel XVIII

Wijzigt de Wet werk en bijstand.

Artikel XIX

Wijzigt de Wet werk en inkomen kunstenaars.

Artikel XX

Wijzigt de Wet arbeid en zorg.

Artikel XXI

Wijzigt de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Artikel XXII

Wijzigt de Reparatiewet VWS 2006.

Artikel XXIII

Wijzigt de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet.

Artikel XXIV

Wijzigt de Wet op de zorgtoeslag.

Artikel XXV

Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen 19401945.

Artikel XXVI

Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet.

Artikel XXVII

Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers.

Artikel XXVIII

Wijzigt de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 19401945.

Artikel XXIX

Wijzigt de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 19401945.

Artikel XXX

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel XXXI

Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

Artikel XXXII

Wijzigt de Wet op het kindgebonden budget.

Artikel XXXIII

Wijzigt de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Artikel XXXIV

Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000.

Artikel XXXV

Vervallen

Artikel XXXVI

Wijzigt de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP.

Artikel XXXVII

1. Artikel 17, vierde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, zoals dat luidde op 31 december voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing met betrekking tot premie die over de jaren tot de inwerkingtreding van deze wet is betaald.

2. Artikel 50 van de Zorgverzekeringswet en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op 31 december voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing met betrekking tot inkomensafhankelijke bijdrage die over de jaren tot de inwerkingtreding van deze wet is ingehouden.

Artikel XXXVIII

Tijdelijke heffingskorting met betrekking tot de inkomstenbelasting

    1. In de eerste drie kalenderjaren dat deze wet in werking is, geldt een heffingskorting met betrekking tot de inkomstenbelasting voor de belastingplichtige die bij het einde van het kalenderjaar, of indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar is geëindigd, bij het einde van de belastingplicht, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en die een uitkering geniet ingevolge een pensioenregeling of regeling voor vervroegde uittreding als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964 waarop de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet wordt ingehouden.
    1. In het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 1% van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen, met een maximum van € 182.
    1. In het jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 0,67% van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen, met een maximum van € 121.
    1. In het tweede jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 0,33% van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen, met een maximum van € 61.

Artikel XXXIX

Tijdelijke heffingskorting met betrekking tot de loonbelasting

    1. In de eerste drie kalenderjaren dat deze wet in werking is, geldt een heffingskorting met betrekking tot de loonbelasting voor de werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt en die een uitkering geniet ingevolge een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding waarop de inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet wordt ingehouden.
    1. In het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 1% van de in het eerste lid bedoelde uitkering, met een maximum van € 182.
    1. In het jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 0,67% van de in het eerste lid bedoelde uitkering, met een maximum van € 121.
    1. In het tweede jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze wet bedraagt de heffingskorting 0,33% van de in het eerste lid bedoelde uitkering, met een maximum van € 61.

Artikel XL

Op het moment dat deze wet in werking treedt worden de bedragen in kolom III van de tabel in artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij ministeriële regeling gewijzigd door de bedragen welke na toepassing van dat onderdeel voortvloeien uit de in de kolommen I en II van die tabel vermelde bedragen en de in kolom IV van die tabel vermelde percentages. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de bedragen in kolom III van de tabel in artikel 2.10a van de Wet inkomstenbelasting 2001, op de bedragen in kolom III van de tabel in artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 en op de bedragen in kolom III van de tabel in artikel 20b, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel XLI

Wijzigt deze wet.

Artikel XLII

Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel XLIII

1. Deze wet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

2. In afwijking van het eerste lid treden de artikelen XXXIII, onderdeel A, en XXXIV in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel XLIV

Deze wet wordt aangehaald als: Wet uniformering loonbegrip.