rijk/wet/wet-voorkoming-misbruik-chemicaliën/BWBR0007286
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wet voorkoming misbruik chemicaliën BWBR0007286 wet geldend 2022-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007286 Wet voorkoming misbruik chemicaliën

Wet voorkoming misbruik chemicaliën

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. b.

    Verordening nr. 273/2004: verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren (PbEU L 47);

c. c.

    Verordening nr. 111/2005: verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren (PbEU L 22);

d. d.

    *Uitvoeringsverordening:* Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1013 van de Commissie van 25 juni 2015 tot vaststelling van voorschriften met betrekking tot Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren (PbEU 2015, L 162);

e. e.

    *Gedelegeerde Verordening:* Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1011 van de Commissie van 24 april 2015 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad inzake drugsprecursoren en Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Unie en derde landen in drugsprecursoren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1277/2005 van de Commissie (PbEU 2015, L 162).

Artikel 2

Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften gesteld bij of krachtens:

a. a. de artikelen 3, tweede, derde, zesde lid en lid 6 bis, en 8, eerste en tweede lid, van Verordening nr. 273/2004 en de artikelen 6, eerste lid, 7, eerste lid, 8, eerste lid, 9, 12, eerste lid, en 20 van Verordening nr. 111/2005; b. b. artikel 3, achtste lid, van de Gedelegeerde Verordening; c. c. de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste, tweede en derde lid, 5, eerste tot en met zesde lid, en 7, eerste alinea, van Verordening nr. 273/2004, de artikelen 3, 4, 5, 14, tweede lid, en 22 van Verordening nr. 111/2005 en de artikelen 3, eerste en negende lid, 5, eerste lid, eerste alinea, van de Gedelegeerde Verordening, de artikelen 6, eerste alinea, 7, eerste lid, en 11, achtste, negende en tiende lid van de Uitvoeringsverordening.

Artikel 2a

Artikel 2 kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd in verband met aanpassingen van verwijzingen naar bindende EU-rechtshandelingen of onderdelen daarvan, voor zover de aanpassingen niet inhoudelijk van aard zijn.

Artikel 3

1. Het besluit op een aanvraag van een vergunning of een registratie, een speciale vergunning of een speciale registratie, als bedoeld in Verordening nr. 273/2004 en Verordening nr. 111/2005, dan wel het besluit tot schorsing of intrekking van een vergunning of registratie, een speciale vergunning of een speciale registratie, wordt genomen door Onze Minister.

2. Voor zover Verordening nr. 273/2004, Verordening nr. 111/2005, Uitvoeringsverordening of de Gedelegeerde Verordening uitdrukkelijk een grondslag geeft voor het stellen van voorschriften door de lidstaten kunnen bij regeling van Onze Minister uitvoeringsregels van ondergeschikte aard worden gesteld.

3. Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor de behandeling van een aanvraag om een vergunning of een registratie als bedoeld in het eerste lid een kostendekkende vergoeding is verschuldigd. De hoogte van deze vergoeding kan per categorie van vergunningen, registraties of precursoren verschillend worden vastgesteld.

Artikel 4

1. Indien er een redelijk vermoeden bestaat dat geregistreerde stoffen als bedoeld in Verordening nr. 273/2004 en Verordening nr. 111/2005 bestemd zijn voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, verbiedt Onze Minister het binnen of buiten het douanegebied van de Unie brengen van deze stoffen.

2. Het is verboden te handelen in strijd met een verbod als bedoeld in het eerste lid.

3. Onze Minister kan een verbod als bedoeld in het eerste lid opheffen.

Artikel 4a

1. Het is verboden een stof die op grond van het tweede lid is aangewezen, in te voeren, uit te voeren, te vervoeren of voorhanden te hebben.

2.

De aanwijzing van een stof als bedoeld in het eerste lid, geschiedt bij ministeriële regeling, van Onze Minister van Justitie en Veiligheid mede namens Onze Minister, indien:

a. a. is gebleken dat een stof, niet zijnde een geregistreerde stof als bedoeld in Verordening nr. 273/2004 en Verordening nr. 111/2005, kan worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen; en b. b. geen legale toepassing van de stof bekend is.

3. De aanwijzing van een stof als bedoeld in het tweede lid vervalt van rechtswege indien een aangewezen stof wordt geregistreerd op grond van Verordening nr. 273/2004 of Verordening nr. 111/2005. Hiervan wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 5

1.

De bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren zijn belast met:

a. a. het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet; b. b. het verrichten van taken die worden gevorderd door Verordening nr. 273/2004, Verordening nr. 111/2005, de Gedelegeerde Verordening en de Uitvoeringsverordening.

2. Indien de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, ambtenaren betreft, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, wordt het desbetreffende besluit genomen in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Vervallen

Artikel 22

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 23

Vervallen

Artikel 24

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 25

Deze wet wordt aangehaald als: Wet voorkoming misbruik chemicaliën.