rijk/wet/wetboek-van-koophandel/BWBR0001838
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wetboek van Koophandel BWBR0001838 wet geldend 1838-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0001838 Wetboek van Koophandel

Wetboek van Koophandel

Boek . Algemeene bepaling

Artikel 1

Het Burgerlijk Wetboek is, voor zoo verre daarvan bij dit Wetboek niet bijzonderlijk is afgeweken, ook op de in dit Wetboek behandelde onderwerpen toepasselijk.

Boek Eerste. Van den koophandel in het algemeen

Titel Eerste. Van kooplieden en van daden van koophandel

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Titel Tweede. Vervallen.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Titel Derde. Van de vennootschap onder ene firma en van die bij wijze van geldschieting of "en commandite" genaamd

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

De in dezen titel genoemde vennootschappen worden geregeerd door de overeenkomsten van partijen, door dit Wetboek en door het Burgerlijk Regt.

Artikel 16

De vennootschap onder eene firma is de maatschap, tot de uitoefening van een bedrijf onder eenen gemeenschappelijken naam aangegaan.

Artikel 17

1. Elk der vennooten, die daarvan niet is uitgesloten, is bevoegd ten name der vennootschap te handelen, gelden uit te geven en te ontvangen, en de vennootschap aan derden, en derden aan de vennootschap te verbinden.

2. Handelingen welke niet tot de vennootschap betrekkelijk zijn, of tot welke de vennooten volgens de overeenkomst onbevoegd zijn, worden onder deze bepaling niet begrepen.

Artikel 18

In vennootschappen onder eene firma is elk der vennooten, wegens de verbindtenissen der vennootschap, hoofdelijk verbonden.

Artikel 19

1. De vennootschap bij wijze van geldschieting, anders en commandite genaamd, wordt aangegaan tusschen eenen persoon, of tusschen meerdere hoofdelijk verbonden vennoten, en eenen of meer andere personen als geldschieters.

2. Eene vennootschap kan alzoo te gelijker tijd zijn eene vennootschap onder eene firma, ten aanzien van de vennooten onder de firma, en eene vennootschap bij wijze van geldschieting, ten aanzien van den geldschieter.

3. De vennootschap bij wijze van geldschieting heeft geen in aandelen verdeeld kapitaal.

Artikel 20

1. Behoudens de uitzondering, in het tweede lid van art. 30 voorkomende, mag de naam van den vennoot bij wijze van geldschieting in de firma niet worden gebezigd.

2. Deze vennoot mag geene daad van beheer verrigten of in de zaken van de vennootschap werkzaam zijn, zelfs niet uit kracht eener volmagt.

3. Hij draagt niet verder in de schade dan ten beloope der gelden, welke hij in de vennootschap heeft ingebragt of heeft moeten inbrengen, zonder dat hij immer tot teruggave van genotene winsten verpligt zij.

Artikel 21

De vennoot bij wijze van geldschieting, die de bepalingen van het eerste of van het tweede lid van het vorige artikel overtreedt, is wegens alle de schulden en verbindtenissen van de vennootschap hoofdelijk verbonden.

Artikel 22

De vennootschappen onder eene firma moeten worden aangegaan bij authentieke of bij onderhandsche akte, zonder dat het gemis eener akte aan derden kan worden tegengeworpen.

Artikel 23

De vennooten onder eene firma zijn verpligt de vennootschap te doen inschrijven in het handelsregister, overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke bepalingen.

Artikel 24

Vervallen

Artikel 25

Vervallen

Artikel 26

Vervallen

Artikel 27

Vervallen

Artikel 28

Vervallen

Artikel 29

Zoolang de inschrijving in het handelsregister niet is geschied, zal de vennootschap onder eene firma, ten aanzien van derden, worden aangemerkt als algemeen voor alle zaken, als aangegaan voor eenen onbepaalden tijd, en als geenen der vennooten uitsluitende van het regt om voor de firma te handelen en te teekenen.

Artikel 30

1. De firma van eene ontbondene vennootschap kan, het zij uit kracht der overeenkomst, het zij indien de gewezen vennoot, wiens naam in de firma voorkwam, daarin uitdrukkelijk toestemt, of, bij overlijden, deszelfs erfgenamen zich niet daartegen verzetten, door eenen of meer personen worden aangehouden, welke, ten blijke daarvan, eene akte moeten uitbrengen, en dezelve doen inschrijven in het handelsregister, overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke bepalingen.

2. De bepaling van het eerste lid van art. 20 is niet toepasselijk, indien de afgetredene, van vennoot onder eene firma, vennoot bij wijze van geldschieting is geworden.

Artikel 31

De ontbinding eener vennootschap onder eene firma vóór den tijd bij de overeenkomst bepaald, of door afstand of opzegging tot stand gebragt, derzelver verlenging na verloop van het bepaalde tijdstip, mitsgaders alle veranderingen in de oorspronkelijke overeenkomst gemaakt, welke derden aangaan, zijn aan de voormelde inschrijving onderworpen.

Artikel 32

1. Bij de ontbinding der vennootschap zullen de vennooten, die het regt van beheer hebben gehad, de zaken der gewezen vennootschap moeten vereffenen in naam van dezelfde firma, ten zij bij de overeenkomst anders ware bepaald, of de gezamenlijke vennooten (die bij wijze van geldschieting niet daaronder begrepen), hoofdelijk en bij meerderheid van stemmen, eenen anderen vereffenaar hadden benoemd.

2. Indien de stemmen staken beschikt de rechtbank, zoodanig als zij in het belang der ontbondene vennootschap meest geraden zal achten.

Artikel 33

Indien de staat der kas van de ontbondene vennootschap niet toereikt om de opeischbare schulden te betalen, zullen zij, die met de vereffening belast zijn, de benoodigde penningen kunnen vorderen, welke door elk der vennooten, voor zijn aandeel in de vennootschap, zullen moeten worden ingebragt.

Artikel 34

De gelden die gedurende de vereffening uit de kas der vennootschap kunnen gemist worden, zullen voorloopig worden verdeeld.

Artikel 35

Vervallen

Artikel 36

Vervallen

Artikel 37

Vervallen

Artikel 38

Vervallen

Artikel 39

Vervallen

Artikel 40

Vervallen

Artikel 41

Vervallen

Artikel 42

Vervallen

Artikel 43

Vervallen

Artikel 44

Vervallen

Artikel 45

Vervallen

Artikel 46

Vervallen

Artikel 47

Vervallen

Artikel 48

Vervallen

Artikel 49

Vervallen

Artikel 50

Vervallen

Artikel 51

Vervallen

Artikel 52

Vervallen

Artikel 53

Vervallen

Artikel 54

Vervallen

Artikel 55

Vervallen

Artikel 56

Vervallen

Artikel 57

Vervallen

Artikel 58

Vervallen

Titel Vierde. Van beurzen van koophandel en tussenpersonen

Afdeling Eerste. Van beurzen van koophandel

Artikel 59

De beurs van koophandel is de zamenkomst van kooplieden, schippers, tussenpersonen, kassiers en andere personen tot den koophandel in betrekking staande. Zij heeft plaats op gezag van het plaatselijk bestuur.

Artikel 60

1. Uit de handelingen en afspraken, ter beurze gesloten, worden opgemaakt de bepaling van den wisselkoers, de prijs der koopmanschappen, der assurantien, der zeevrachten, der kosten van vervoer te water en te lande, der binnen- en buitenlandsche obligatien, fondsen en andere papieren, die voor bepaling van koers vatbaar zijn.

2. Deze onderscheidene koersen of prijzen worden volgens plaatselijke reglementen of gebruiken opgemaakt.

Artikel 61

Het uur van het aangaan en afloopen der beurs, en alles wat de goede orde aldaar betreft, wordt door plaatselijke reglementen bepaald.

Afdeling Tweede. Van tussenpersonen

Artikel 62

1.

Onder tussenpersoon wordt verstaan degene die:

a. a. zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het totstandbrengen en het sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in een vaste dienstbetrekking staat, b. b. beherend vennoot van een vennootschap of bestuurder van een rechtspersoon is die haar bedrijf maakt van het verrichten van de in onderdeel a genoemde handelingen, of c. c. in arbeidsovereenkomst staande tot een persoon, vennootschap of rechtspersoon als bedoeld in dit artikel, namens zijn werkgever de in onderdeel a genoemde handelingen verricht.

2. Het in het eerste lid bedoelde bedrijf kan mede omvatten het bemonsteren en waarderen van goederen en het uitbrengen van deskundigenberichten.

Artikel 63

Vervallen

Artikel 63a

Vervallen

Artikel 63b

Vervallen

Artikel 63c

Vervallen

Artikel 63cc

Vervallen

Artikel 63d

Vervallen

Artikel 63e

Vervallen

Artikel 64

Vervallen

Artikel 65

Vervallen

Artikel 65a

Vervallen

Artikel 65b

Vervallen

Artikel 65c

Vervallen

Artikel 66

Vervallen

Artikel 66a

Vervallen

Artikel 66b

Vervallen

Artikel 67

Vervallen

Artikel 67a

Vervallen

Artikel 68

De tussenpersoon is verplicht van iedere door hem gesloten overeenkomst aantekening te houden; hij doet van de aantekening aan ieder der partijen terstond een door hem gewaarmerkt afschrift toekomen.

Artikel 68a

Vervallen

Artikel 68b

1. Tenzij hij daarvan door partijen is ontslagen, is de tussenpersoon verplicht van elke door hem op monster verkochte partij goederen het monster, voorzien van een duidelijk herkenningsteken, te bewaren gedurende een redelijke termijn overeenkomstig de gebruiken in de handel.

2. De rechter kan aan een tussenpersoon de overlegging van het door hem bewaarde monster in rechte bevelen teneinde dit te bezichtigen en hij kan daaromtrent zijn toelichting vorderen.

Artikel 69

De tussenpersoon die een door hem verhandelde wisselbrief of ander handelspapier aan de koper ter hand stelt, staat in voor de echtheid van de zich daarop bevindende handtekening van de verkoper.

Artikel 70

De artikelen 68, 68b en 69 zijn van overeenkomstige toepassing op de vennootschap en de rechtspersoon die bemiddeling door middel van tussenpersonen tot bedrijf hebben.

Artikel 71

Vervallen

Artikel 72

Vervallen

Artikel 73

Vervallen

Afdeling Derde. Van de agentuurovereenkomst

Artikel 74

Vervallen

Artikel 74a

Vervallen

Artikel 74b

Vervallen

Artikel 74c

Vervallen

Artikel 74d

Vervallen

Artikel 74e

Vervallen

Artikel 74f

Vervallen

Artikel 74g

Vervallen

Artikel 74h

Vervallen

Artikel 74i

Vervallen

Artikel 74j

Vervallen

Artikel 74k

Vervallen

Artikel 74l

Vervallen

Artikel 74m

Vervallen

Artikel 74n

Vervallen

Artikel 74o

Vervallen

Artikel 74p

Vervallen

Artikel 74q

Vervallen

Artikel 74r

Vervallen

Artikel 74s

Vervallen

Afdeling Vierde. Van de handelsreizigersovereenkomst

Artikel 75

Vervallen

Artikel 75a

Vervallen

Artikel 75b

Vervallen

Artikel 75c

Vervallen

Titel Vijfde. Van commissionairs

Artikel 76

Vervallen

Artikel 77

Vervallen

Artikel 78

Vervallen

Artikel 79

Vervallen

Artikel 80

Vervallen

Artikel 81

Vervallen

Artikel 82

Vervallen

Artikel 83

Vervallen

Artikel 84

Vervallen

Artikel 85

Vervallen

Artikel 85a

Vervallen

Artikel 86

Vervallen

Artikel 87

Vervallen

Artikel 88

Vervallen

Artikel 89

Vervallen

Artikel 90

Vervallen

Artikel 91

Vervallen

Artikel 92

Vervallen

Artikel 93

Vervallen

Artikel 94

Vervallen

Artikel 95

Vervallen

Artikel 96

Vervallen

Artikel 97

Vervallen

Artikel 98

Vervallen

Artikel 99

Vervallen

Artikel 99a

Vervallen

Titel Zesde. Van wisselbrieven en orderbriefjes

Afdeling Eerste. Van de uitgifte en den vorm van den wisselbrief

Artikel 100

De wisselbrief behelst:

1°. 1°. de benaming "wisselbrief", opgenomen in den tekst zelf en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld; 2°. 2°. de onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som; 3°. 3°. den naam van dengene, die betalen moet (betrokkene); 4°. 4°. de aanwijzing van den vervaldag; 5°. 5°. die van de plaats, waar de betaling moet geschieden; 6°. 6°. den naam van dengene, aan wien of aan wiens order de betaling moet worden gedaan; 7°. 7°. de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar de wisselbrief is getrokken; 8°. 8°. de handteekening van dengene, die den wisselbrief uitgeeft (trekker).

Artikel 101

1. De titel, waarin ééne der vermeldingen, in het voorgaande artikel aangegeven, ontbreekt, geldt niet als wisselbrief, behoudens in de hieronder genoemde gevallen:

2. De wisselbrief, waarvan de vervaldag niet is aangewezen, wordt beschouwd als betaalbaar op zicht.

3. Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing wordt de plaats, aangegeven naast den naam van den betrokkene, geacht te zijn de plaats van betaling en tevens de plaats van het domicilie des betrokkenen.

4. De wisselbrief, welke niet de plaats aanwijst, waar hij is getrokken, wordt geacht te zijn onderteekend in de plaats, aangegeven naast den naam des trekkers.

Artikel 102

1. De wisselbrief kan aan de order van den trekker luiden.

2. Hij kan worden getrokken op den trekker zelf.

3. Hij kan worden getrokken voor rekening van eenen derde. De trekker wordt geacht voor zijne eigene rekening te hebben getrokken, indien uit den wisselbrief of uit den adviesbrief niet blijkt, voor wiens rekening zulks is geschied.

Artikel 102a

1. Wanneer de trekker op den wisselbrief de vermelding "waarde ter incasseering", "ter incasso", "in lastgeving", of eenige andere vermelding met zich brengend een bloote opdracht tot inning, heeft geplaatst, kan de nemer alle uit den wisselbrief voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij kan dezen niet anders endosseeren dan bijwege van lastgeving.

2. Bij een zoodanigen wisselbrief kunnen de wisselschuldenaren aan den houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen, welke aan den trekker zouden kunnen worden tegengeworpen.

3. De opdracht, vervat in een incasso-wisselbrief, eindigt niet door den dood of de latere onbekwaamheid van den lastgever.

Artikel 103

Een wisselbrief kan betaalbaar zijn aan de woonplaats van eenen derde, hetzij in de plaats, waar de betrokkene zijn domicilie heeft, hetzij in een andere plaats.

Artikel 104

1. In eenen wisselbrief, betaalbaar op zicht of een zekeren tijd na zicht, kan de trekker bepalen, dat de som rente draagt. In elken anderen wisselbrief wordt deze clausule voor niet geschreven gehouden.

2. De rentevoet moet in den wisselbrief worden aangegeven. Bij gebreke hiervan wordt de renteclausule voor niet geschreven gehouden.

3. De rente loopt te rekenen van de dagteekening van den wisselbrief, tenzij een andere dag is aangegeven.

Artikel 105

1. De wisselbrief, waarvan het bedrag voluit in letters en tevens in cijfers is geschreven, geldt, in geval van verschil, ten beloope van de som, voluit in letters geschreven.

2. De wisselbrief, waarvan het bedrag meermalen is geschreven, hetzij voluit in letters, hetzij in cijfers, geldt, in geval van verschil, slechts ten beloope van de kleinste som.

Artikel 106

Indien de wisselbrief handteekeningen bevat van personen, die onbekwaam zijn zich door middel van eenen wisselbrief te verbinden, valsche handteekeningen, of handteekeningen van verdichte personen, of handteekeningen, welke, onverschillig om welke andere reden, de personen, die die handteekeningen hebben geplaatst of in wier naam zulks is geschied, niet kunnen verbinden, zijn de verbintenissen der andere personen, wier handteekeningen op den wisselbrief voorkomen, desniettemin geldig.

Artikel 107

Ieder, die zijne handteekening op eenen wisselbrief plaatst als vertegenwoordiger van eenen persoon, voor wien hij niet de bevoegdheid had te handelen, is zelf krachtens den wisselbrief verbonden, en heeft, betaald hebbende, dezelfde rechten, als de beweerde vertegenwoordigde zou hebben gehad. Hetzelfde geldt ten aanzien van den vertegenwoordiger, die zijne bevoegdheid heeft overschreden.

Artikel 108

1. De trekker staat in voor de acceptatie en voor de betaling.

2. Hij kan zijne verplichting, voor de acceptatie in te staan, uitsluiten; elke clausule, waarbij hij de verplichting, voor de betaling in te staan, uitsluit, wordt voor niet-geschreven gehouden.

Artikel 109

Indien een wisselbrief, onvolledig ten tijde der uitgifte, is volledig gemaakt in strijd met de aangegane overeenkomsten, kan de niet-naleving van die overeenkomsten niet worden tegengeworpen aan den houder, die de wissel te goeder trouw heeft verkregen.

Artikel 109a

De trekker is verplicht, ter keuze van den nemer, den wisselbrief te stellen betaalbaar aan den nemer zelven, of aan eenigen anderen persoon, in beide gevallen aan order of zonder bijvoeging van order dan wel met bijvoeging van eene uitdrukking, als bedoeld in artikel 110, tweede lid.

Artikel 109b

De trekker, of degene voor wiens rekening de wisselbrief is getrokken, is verplicht zorg te dragen, dat de betrokkene, ten vervaldage, in handen hebbe het noodige fonds tot betaling, zelfs indien de wisselbrief bij eenen derde is betaalbaar gesteld, met dien verstande echter, dat de trekker zelf in alle gevallen aan den houder en de vroegere endossanten persoonlijk verantwoordelijk blijft.

Artikel 109c

De betrokkene wordt geacht, het noodige fonds in handen te hebben, indien hij bij het vervallen van den wisselbrief of op het tijdstip, waarop ingevolge het derde lid van artikel 142 de houder regres kan nemen, aan den trekker of aan dengene voor wiens rekening is getrokken, eene opeischbare som schuldig is, ten minste gelijkstaande met het beloop van den wisselbrief.

Afdeling Tweede. Van het endossement

Artikel 110

1. Elke wisselbrief, ook die welke niet uitdrukkelijk aan order luidt, kan door middel van endossement worden overgedragen.

2. Indien de trekker in den wisselbrief de woorden: "niet aan order" of een soortgelijke uitdrukking heeft opgenomen, kan het stuk slechts worden overgedragen in den vorm en met de gevolgen van een gewone cessie. Een op zulk een wisselbrief geplaatst endossement geldt als een gewone cessie.

3. Het endossement kan worden gesteld zelfs ten voordeele van den betrokkene, al of niet acceptant, van den trekker, of van elken anderen wisselschuldenaar. Deze personen kunnen den wisselbrief opnieuw endosseeren.

Artikel 111

1. Het endossement moet onvoorwaardelijk zijn. Elke daarin opgenomen voorwaarde wordt voor niet-geschreven gehouden.

2. Het gedeeltelijke endossement is nietig.

3. Het endossement aan toonder geldt als endossement in blanco.

Artikel 112

1. Het endossement moet worden gesteld op den wisselbrief of op een daaraan vastgehecht blad (verlengstuk). Het moet worden onderteekend door den endossant.

2. Het endossement kan den geëndosseerde onvermeld laten of bestaan uit de enkele handteekening van den endossant (endossement in blanco). In het laatste geval moet het endossement, om geldig te zijn, op de rugzijde van den wisselbrief of op het verlengstuk worden gesteld.

Artikel 113

1. Door het endossement worden alle uit den wisselbrief voortvloeiende rechten overgedragen.

2.

Indien het endossement in blanco is, kan de houder:

1°. 1°. het blanco invullen, hetzij met zijn eigen naam, hetzij met den naam van een anderen persoon; 2°. 2°. den wisselbrief wederom in blanco of aan een anderen persoon endosseeren; 3°. 3°. den wisselbrief aan eenen derde overgeven, zonder het blanco in te vullen en zonder hem te endosseeren.

Artikel 114

1. Tenzij het tegendeel bedongen is, staat de endossant in voor de acceptatie en voor de betaling.

2. Hij kan een nieuw endossement verbieden; in dat geval staat hij tegenover de personen, aan wie de wisselbrief later is geëndosseerd, niet in voor de acceptatie en voor de betaling.

Artikel 115

1. Hij, die eenen wisselbrief onder zich heeft, wordt beschouwd als de rechtmatige houder, indien hij van zijn recht doet blijken door een ononderbroken reeks van endossementen, zelfs indien het laatste endossement in blanco is gesteld. De doorgehaalde endossementen worden te dien aanzien voor niet geschreven gehouden. Wanneer een endossement in blanco door een ander endossement is gevolgd, wordt de onderteekenaar van dit laatste geacht den wisselbrief door een endossement in blanco verkregen te hebben.

2. Indien iemand, op welke wijze dan ook, het bezit van den wisselbrief heeft verloren, is de houder, die van zijn recht doet blijken op de wijze, bij het voorgaande lid aangegeven, niet verplicht den wisselbrief af te geven, indien hij deze te goeder trouw heeft verkregen.

Artikel 116

Zij, die uit hoofde van den wisselbrief worden aangesproken, kunnen de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhouding tot den trekker of tot vroegere houders, niet aan den houder tegenwerpen, tenzij deze bij de verkrijging van den wisselbrief desbewust ten nadeele van den schuldenaar heeft gehandeld.

Artikel 117

1. Wanneer het endossement de vermelding bevat: "waarde ter incasseering", "ter incasso", "in lastgeving", of eenige andere vermelding, met zich brengend een bloote opdracht tot inning, kan de houder alle uit den wisselbrief voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij kan dezen niet anders endosseeren dan bij wege van lastgeving.

2. De wisselschuldenaren kunnen in dat geval aan den houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen, welke aan den endossant zouden kunnen worden tegengeworpen.

3. De opdracht, vervat in een incasso-endossement, eindigt niet door den dood of door de latere onbekwaamheid van den lastgever.

Artikel 118

1. Wanneer een endossement de vermelding bevat: "waarde tot zekerheid", "waarde tot pand", of eenige andere vermelding, welke inpandgeving met zich brengt, kan de houder alle uit den wisselbrief voortvloeiende rechten uitoefenen, maar een door hem gesteld endossement geldt slechts als endossement bij wege van lastgeving.

2. De wisselschuldenaren kunnen den houder de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhouding tot den endossant, niet tegenwerpen, tenzij de houder bij de ontvangst van den wisselbrief desbewust ten nadeele van den schuldenaar heeft gehandeld.

Artikel 119

1. Een endossement, gesteld na den vervaldag, heeft dezelfde gevolgen als een endossement, gesteld vóór den vervaldag. Echter heeft het endossement, gesteld na het protest van non-betaling of na het verstrijken van den termijn, voor het opmaken van het protest bepaald, slechts de gevolgen eener gewone cessie.

2. Behoudens tegenbewijs wordt het endossement zonder dagteekening geacht te zijn gesteld vóór het verstrijken van den termijn, voor het opmaken van het protest bepaald.

Afdeling Derde. Van de acceptatie

Artikel 120

De wisselbrief kan tot den vervaldag door den houder of door iemand, die hem enkel onder zich heeft, aan den betrokkene te zijner woonplaats ter acceptatie worden aangeboden.

Artikel 121

1. In elken wisselbrief kan de trekker, al dan niet met vaststelling van een termijn, bepalen, dat deze ter acceptatie moet worden aangeboden.

2. Hij kan in den wisselbrief de aanbieding ter acceptatie verbieden, behoudens in wisselbrieven, betaalbaar bij eenen derde, of betaalbaar in een andere plaats dan die van het domicilie des betrokkenen of betaalbaar een zekeren tijd na zicht.

3. Hij kan ook bepalen, dat de aanbieding ter acceptatie niet kan plaats hebben vóór een bepaalden dag.

4. Tenzij de trekker heeft verklaard, dat de wisselbrief niet vatbaar is voor acceptatie, kan elke endossant, al dan niet met vaststelling van eenen termijn, bepalen, dat hij ter acceptatie moet worden aangeboden.

Artikel 122

1. Wisselbrieven, betaalbaar een zekeren tijd na zicht, moeten ter acceptatie worden aangeboden binnen een jaar na hunne dagteekening.

2. De trekker kan dezen termijn verkorten of verlengen.

3. De endossanten kunnen deze termijnen verkorten.

Artikel 123

1. De betrokkene kan verzoeken, dat hem een tweede aanbieding wordt gedaan den dag, volgende op de eerste. Belanghebbenden zullen zich er niet op mogen beroepen, dat aan dit verzoek geen gevolg is gegeven, tenzij het verzoek in het protest is vermeld.

2. De houder is niet verplicht, den ter acceptatie aangeboden wisselbrief aan den betrokkene af te geven.

Artikel 124

1. De acceptatie wordt op den wisselbrief gesteld. Zij wordt uitgedrukt door het woord: "geaccepteerd", of door een soortgelijk woord; zij wordt door den betrokkene onderteekend. De enkele handteekening van den betrokkene, op de voorzijde van den wisselbrief gesteld, geldt als acceptatie.

2. Wanneer de wisselbrief betaalbaar is een zekeren tijd na zicht, of wanneer hij krachtens een uitdrukkelijk beding ter acceptatie moet worden aangeboden binnen een bepaalden termijn, moet de acceptatie als dagteekening inhouden den dag, waarop zij is geschied, tenzij de houder dien van de aanbieding eischt. Bij gebreke van dagteekening moet de houder dit verzuim door een tijdig protest doen vaststellen, op straffe van verlies van zijn recht van regres op de endossanten en op den trekker, die fonds heeft bezorgd.

Artikel 125

1. De acceptatie is onvoorwaardelijk, maar de betrokkene kan haar beperken tot een gedeelte van de som.

2. Elke andere wijziging, door den acceptant met betrekking tot het in den wisselbrief vermelde aangebracht, geldt als weigering van acceptatie. De acceptant is echter gehouden overeenkomstig den inhoud zijner acceptatie.

Artikel 126

1. Wanneer de trekker den wisselbrief op een andere plaats dan die van het domicilie des betrokkenen heeft betaalbaar gesteld, zonder eenen derde aan te wijzen, bij wien de betaling moet worden gedaan, kan de betrokkene dezen bij de acceptatie aanwijzen. Bij gebreke van zoodanige aanwijzing wordt de acceptant geacht zich verbonden te hebben zelf te betalen op de plaats van betaling.

2. Indien de wisselbrief betaalbaar is aan het domicilie des betrokkenen, kan deze, in de acceptatie, een adres aanwijzen, in dezelfde plaats, waar de betaling moet worden gedaan.

Artikel 127

1. Door de acceptatie verbindt de betrokkene zich, den wisselbrief op den vervaldag te betalen.

2. Bij gebreke van betaling heeft de houder, al ware hij de trekker, tegen den acceptant een rechtstreeksche vordering, uit den wisselbrief voortspruitend, voor al hetgeen kan worden gevorderd krachtens de artikelen 147 en 148.

Artikel 127a

Hij, die het noodige fonds in handen heeft, bijzonderlijk bestemd tot de betaling van eenen getrokken wisselbrief, is, op straffe van schadevergoeding jegens den trekker, tot de acceptatie verplicht.

Artikel 127b

1. Belofte om eenen wisselbrief te zullen accepteeren geldt niet als acceptatie, maar geeft aan den trekker eene rechtsvordering tot schadevergoeding tegen den belover, die weigert zijne belofte gestand te doen.

2. Deze schade bestaat in de kosten van protest en herwissel, wanneer de wisselbrief voor des trekkers eigene rekening was getrokken.

3. Wanneer de trekking voor rekening van eenen derde was gedaan, bestaat de schade in de kosten van protest en herwissel, en in het beloop van hetgeen de trekker, uit hoofde van de bekomene toezegging van den belover, aan dien derde, op het crediet van den wisselbrief, heeft voorgeschoten.

Artikel 127c

De trekker is verplicht aan den betrokkene tijdig kennis of advies te geven van den door hem getrokken wisselbrief, en, bij nalatigheid daarvan, gehouden tot vergoeding van de kosten, door weigering van acceptatie of betaling uit dien hoofde gevallen.

Artikel 127d

Indien de wisselbrief voor rekening van eenen derde is getrokken, is deze alleen daarvoor aan den acceptant verbonden.

Artikel 128

1. Indien de betrokkene zijn op den wisselbrief gestelde acceptatie heeft doorgehaald vóór de teruggave van den wisselbrief, wordt de acceptatie geacht te zijn geweigerd. Behoudens tegenbewijs wordt de doorhaling geacht te zijn geschied vóór de teruggave van den wisselbrief.

2. Indien echter de betrokkene van zijne acceptatie schriftelijk heeft doen blijken aan den houder of aan iemand, wiens handteekening op den wisselbrief voorkomt, is hij tegenover dezen gehouden overeenkomstig den inhoud van zijne acceptatie.

Afdeling Vierde. Van het aval

Artikel 129

1. De betaling van eenen wisselbrief kan voor het geheel of een gedeelte van de wisselsom door eenen borgtocht (aval) worden verzekerd.

2. Deze borgtocht kan door eenen derde, of zelfs door iemand, wiens handteekening op den wisselbrief voorkomt, worden gegeven.

Artikel 130

1. Het aval wordt op den wisselbrief of op een verlengstuk gesteld.

2. Het wordt uitgedrukt door de woorden: "goed voor aval" of door een soortgelijke uitdrukking; het wordt door den avalgever onderteekend.

3. De enkele handteekening van den avalgever, gesteld op de voorzijde van den wisselbrief, geldt als aval, behalve wanneer de handteekening die is van den betrokkene of van den trekker.

4. Het kan ook geschieden bij een afzonderlijk geschrift of bij een brief, vermeldende de plaats, waar het is gegeven.

5. In het aval moet worden vermeld, voor wien het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor den trekker te zijn gegeven.

Artikel 131

1. De avalgever is op dezelfde wijze verbonden als degenen, voor wien het aval is gegeven.

2. Zijne verbintenis is geldig, zelfs indien, wegens een andere oorzaak dan een vormgebrek, de door hem gewaarborgde verbintenis nietig is.

3. Door te betalen verkrijgt de avalgever de rechten, welke krachtens den wisselbrief kunnen worden uitgeoefend tegen dengene, voor wien het aval is gegeven en tegen degenen, die tegenover dezen krachtens den wisselbrief verbonden zijn.

Afdeling Vijfde. Van den vervaldag

Artikel 132

1.

Een wisselbrief kan worden getrokken:

op zicht;

op een zekeren tijd na zicht;

op een zekeren tijd na dagteekening;

op een bepaalden dag.

2. Wisselbrieven met anders bepaalde vervaldagen of in termijnen betaalbaar zijn nietig.

Artikel 133

1. De wisselbrief, getrokken op zicht, is betaalbaar bij de aanbieding. Hij moet ter betaling worden aangeboden binnen een jaar na zijne dagteekening. De trekker kan dezen termijn verkorten of verlengen. De endossanten kunnen deze termijnen verkorten.

2. De trekker kan voorschrijven, dat een wisselbrief niet ter betaling mag worden aangeboden vóór een bepaalden dag. In dat geval loopt de termijn van aanbieding van dien dag af.

Artikel 134

1. De vervaldag van eenen wisselbrief, getrokken op een zekeren tijd na zicht, wordt bepaald, hetzij door de dagteekening der acceptatie, hetzij door die van het protest.

2. Bij gebreke van protest wordt de niet-gedagteekende acceptatie ten aanzien van den acceptant geacht te zijn gedaan op den laatsten dag van den termijn, voor de aanbieding ter acceptatie voorgeschreven.

Artikel 135

1. De wisselbrief, getrokken op een of meer maanden na dagteekening of na zicht, vervalt op den overeenkomstigen dag van de maand, waarin de betaling moet worden gedaan. Bij gebreke van een overeenkomstigen dag vervalt een zoodanige wisselbrief op den laatsten dag van die maand.

2. Bij eenen wisselbrief, getrokken op een of meer maanden en een halve maand na dagteekening of na zicht, worden eerst de geheele maanden gerekend.

3. Is de vervaldag bepaald op het begin, het midden (half Januari, half Februari enz.) of op het einde van eene maand, dan wordt onder die uitdrukkingen verstaan: de eerste, de vijftiende, de laatste van die maand.

4. Onder de uitdrukkingen: "acht dagen", "vijftien dagen", moet worden verstaan niet ééne of twee weken, maar een termijn van acht of van vijftien dagen.

5. De uitdrukking "halve maand" duidt eenen termijn van vijftien dagen aan.

Artikel 136

1. De vervaldag van eenen wisselbrief, betaalbaar op een bepaalden dag, in eene plaats, waar de tijdrekening een andere is dan die van de plaats van uitgifte, wordt geacht te zijn vastgesteld volgens de tijdrekening van de plaats van betaling.

2. De dag van uitgifte van eenen wisselbrief, getrokken tusschen twee plaatsen met verschillende tijdrekening en betaalbaar een zekeren tijd na dagteekening, wordt herleid tot den overeenkomstigen dag van de tijdrekening van de plaats van betaling en de vervaldag wordt dienovereenkomstig vastgesteld.

3. De termijnen van aanbieding der wisselbrieven worden berekend overeenkomstig de bepalingen van het voorgaande lid.

4. Dit artikel is niet van toepassing, indien uit eene in den wisselbrief opgenomen clausule of uit zijne bewoordingen een afwijkende bedoeling kan worden afgeleid.

Afdeling Zesde. Van de betaling

Artikel 137

1. De houder van eenen wisselbrief, betaalbaar op een bepaalden dag of een zekeren tijd na dagteekening of na zicht, moet dezen ter betaling aanbieden, hetzij den dag, waarop hij betaalbaar is, hetzij eenen der twee daaropvolgende werkdagen.

2. De aanbieding van eenen wisselbrief aan eene verrekeningskamer geldt als aanbieding ter betaling. Bij algemeenen maatregel van bestuur zullen de instellingen worden aangewezen, die in den zin van dezen Titel als verrekeningskamers worden beschouwd.

Artikel 138

1. Buiten het geval, in artikel 167b vermeld, kan de betrokkene, den wisselbrief betalende, vorderen, dat hem deze, van behoorlijke kwijting van den houder voorzien, wordt uitgeleverd.

2. De houder mag niet weigeren een gedeeltelijke betaling aan te nemen.

3. In geval van gedeeltelijke betaling kan de betrokkene vorderen, dat van die betaling op den wisselbrief melding wordt gemaakt en dat hem daarvoor kwijting wordt gegeven.

Artikel 139

1. De houder van eenen wisselbrief kan niet genoodzaakt worden, vóór den vervaldag betaling te ontvangen.

2. De betrokkene, die vóór den vervaldag betaalt, doet zulks op eigen verantwoordelijkheid.

3. Hij, die op den vervaldag betaalt, is deugdelijk gekweten, mits er zijnerzijds geen bedrog plaats heeft of grove schuld aanwezig is. Hij is gehouden, de regelmatigheid van de reeks van endossementen, maar niet de handteekening der endossanten te onderzoeken.

4. Indien hij, niet bevrijdend betaald hebbende, verplicht wordt, ten tweede male te betalen, heeft hij verhaal op allen die de wissel niet te goeder trouw hebben verkregen.

Artikel 140

1. Een wisselbrief, waarvan de betaling is bedongen in ander geld dan dat van de plaats van betaling, kan worden betaald in het geld van het land volgens zijne waarde op den vervaldag. Indien de schuldenaar in gebreke is, kan de houder te zijner keuze vorderen, dat de wisselsom betaald wordt in het geld van het land volgens den koers, hetzij van den vervaldag, hetzij van den dag van betaling.

2. De waarde van het vreemde geld wordt bepaald volgens de gebruiken van de plaats van betaling. De trekker kan echter voorschrijven, dat het te betalen bedrag moet worden berekend volgens een in den wisselbrief voorgeschreven koers.

3. Het bovenstaande is niet van toepassing, indien de trekker heeft voorgeschreven, dat de betaling moet geschieden in een bepaald aangeduid geld (clausule van werkelijke betaling in vreemd geld).

4. Indien het bedrag van den wisselbrief is aangegeven in geld, hetwelk dezelfde benaming, maar eene verschillende waarde heeft in het land van uitgifte en in dat van betaling, wordt men vermoed het geld van de plaats van betaling te hebben bedoeld.

Artikel 141

Bij gebreke van aanbieding ter betaling van den wisselbrief binnen den termijn, bij artikel 137 vastgesteld, heeft elke schuldenaar de bevoegdheid, het bedrag te bevoegder plaatse in consignatie te geven, op kosten en onder verantwoordelijkheid van den houder.

Afdeling Zevende. Van het recht van regres in geval van non-acceptatie of non-betaling

Artikel 142

1.

De houder kan zijn recht van regres op de endossanten, den trekker en de andere wisselschuldenaren uitoefenen:

Op den vervaldag:

indien de betaling niet heeft plaats gehad;

2.

Zelfs vóór den vervaldag:

1°. 1°. indien de acceptatie geheel of gedeeltelijk is geweigerd; 2°. 2°. in geval van faillissement van den betrokkene, al of niet acceptant, of het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen en van het oogenblik af, waarop eene hem verleende surséance van betaling is ingegaan; 3°. 3°. in geval van faillissement van den trekker of het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van een niet voor acceptatie vatbaren wisselbrief.

Artikel 143

1. De weigering van acceptatie of van betaling moet worden vastgesteld bij authentieke acte (protest van non-acceptatie of van non-betaling).

2. Het protest van non-acceptatie moet worden opgemaakt binnen de termijnen, voor de aanbieding ter acceptatie vastgesteld. Indien, in het geval bij artikel 123, lid 1, voorzien, de eerste aanbieding heeft plaats gehad op den laatsten dag van den termijn, kan het protest nog op den volgenden dag worden gedaan.

3. Het protest van non-betaling van eenen wisselbrief, betaalbaar op een bepaalden dag of zekeren tijd na dagteekening of na zicht, moet worden gedaan op éénen der twee werkdagen, volgende op den dag, waarop de wisselbrief betaalbaar is. Indien het eenen wisselbrief, betaalbaar op zicht, betreft, moet het protest worden gedaan, overeenkomstig de bepalingen bij het voorgaande lid vastgesteld voor het opmaken van het protest van non-acceptatie.

4. Het protest van non-acceptatie maakt de aanbieding ter betaling en het protest van non-betaling overbodig.

5. In geval van benoeming van bewindvoerders op verzoek van den betrokkene, al of niet acceptant, tot surséance van betaling kan de houder zijn recht van regres niet uitoefenen, dan nadat de wisselbrief ter betaling aan den betrokkene is aangeboden en protest is opgemaakt.

6. Indien de betrokkene, al of niet acceptant, is failliet verklaard, of indien de trekker van eenen wisselbrief, welke niet vatbaar is voor acceptatie, is failliet verklaard, kan de houder, voor de uitoefening van zijn recht van regres, volstaan met overlegging van het vonnis, waarbij het faillissement is uitgesproken.

7. Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing indien de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard.

Artikel 143a

1. De betaling van eenen wisselbrief moet gevraagd en het daarop volgende protest gedaan worden ter woonplaats van den betrokkene.

2. Indien de wisselbrief getrokken is om in eene andere aangewezene woonplaats of door eenen anderen aangewezen persoon, hetzij in dezelfde, hetzij in eene andere gemeente te worden betaald, moet de betaling gevraagd en het protest opgemaakt worden ter aangewezene woonplaats of aan den aangewezen persoon.

3. Artikel 54 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 143b

1. De protesten, zowel van non-acceptatie als van non-betaling, worden gedaan door een deurwaarder. Deze kan zich desverkiezende doen vergezellen door een of twee getuigen.

2.

De protesten behelzen:

1°. 1°. een letterlijk afschrift van den wisselbrief, van de acceptatie, van de endossementen, van het aval en van de adressen daarop gesteld; 2°. 2°. de vermelding dat zij de acceptatie of betaling aan de personen, of ter plaatse in het voorgaand artikel gemeld, afgevraagd en niet bekomen hebben; 3°. 3°. de vermelding van de opgegevene reden van non-acceptatie of non-betaling; 4°. 4°. de aanmaning om het protest te teekenen, en de redenen van weigering; 5°. 5°. de vermelding, dat hij, deurwaarder, wegens die non-acceptatie of non-betaling heeft geprotesteerd.

3. Indien het protest een vermisten wisselbrief betreft, volstaat, in plaats van het bepaalde onder 1°. van het voorgaande lid, eene zoo nauwkeurig mogelijke omschrijving van den inhoud des wisselbriefs.

Artikel 143c

De deurwaarders zijn verplicht, op straffe van schadevergoeding, afschrift van het protest te laten, en hiervan melding in het afschrift te maken, en hetzelve, naar orde des tijds, in te schrijven in een bijzonder register, genommerd en gewaarmerkt door de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin hun woonplaats is gelegen, en om wijders, zulks begeerd wordende, een of meer afschriften van het protest aan de belanghebbenden te leveren.

Artikel 143d

Als protest van non-acceptatie, onderscheidenlijk van non-betaling geldt de door dengene, aan wien de acceptatie of de betaling wordt afgevraagd, met toestemming van den houder op den wisselbrief gestelde, gedagteekende en onderteekende verklaring, dat hij dezelve weigert, tenzij de trekker heeft aangeteekend, dat hij een authentiek protest verlangt.

Artikel 144

1. De houder moet van de non-acceptatie of van de non-betaling kennis geven aan zijnen endossant en aan den trekker binnen de vier werkdagen, volgende op den dag van het protest of, indien de wisselbrief getrokken is met de clausule zonder kosten, volgende op dien der aanbieding. Elke endossant moet binnen de twee werkdagen, volgende op den dag van ontvangst der kennisgeving, de door hem ontvangen kennisgeving aan zijnen endossant mededeelen, met aanwijzing van de namen en adressen van degenen, die de voorafgaande kennisgevingen hebben gedaan, en zoo vervolgens, teruggaande tot den trekker. Deze termijnen loopen van de ontvangst der voorafgaande kennisgeving af.

2. Indien overeenkomstig het voorgaande lid eene kennisgeving is gedaan aan iemand, wiens handteekening op den wisselbrief voorkomt, moet gelijke kennisgeving binnen denzelfden termijn aan diens avalgever worden gedaan.

3. Indien een endossant zijn adres niet of op onleesbare wijze heeft aangeduid, kan worden volstaan met kennisgeving aan den voorafgaanden endossant.

4. Hij, die eene kennisgeving heeft te doen, kan zulks doen in iederen vorm, zelfs door enkele terugzending van den wisselbrief.

5. Hij moet bewijzen, dat hij de kennisgeving binnen den vastgestelden termijn heeft gedaan. Deze termijn wordt gehouden te zijn in acht genomen, wanneer een brief, die de kennisgeving behelst, binnen den genoemden termijn ter post is bezorgd.

6. Hij, die de kennisgeving niet binnen den bovenvermelden termijn doet, stelt zich niet bloot aan verval van zijn recht; hij is, indien daartoe aanleiding bestaat, verantwoordelijk voor de schade, door zijne nalatigheid veroorzaakt, zonder dat echter de schadevergoeding de wisselsom kan te boven gaan.

Artikel 145

1. De trekker, een endossant of een avalgever kan, door de clausule "zonder kosten", "zonder protest", of een andere soortgelijke op den wisselbrief gestelde en onderteekende clausule, den houder van het opmaken van een protest van non-acceptatie of van non-betaling, ter uitoefening van zijn recht van regres, ontslaan.

2. Deze clausule ontslaat den houder niet van de aanbieding van den wisselbrief binnen de voorgeschreven termijnen, noch van het doen van de kennisgevingen. Het bewijs van de niet-inachtneming der termijnen moet worden geleverd door dengene, die zich daarop tegenover den houder beroept.

3. Is de clausule door den trekker gesteld, dan heeft zij gevolgen ten aanzien van allen, wier handteekeningen op den wisselbrief voorkomen; is zij door eenen endossant of door eenen avalgever gesteld, dan heeft zij gevolgen alleen voor dezen endossant of avalgever. Indien de houder, ondanks de door den trekker gestelde clausule, toch protest doet opmaken, zijn de kosten daarvan voor zijne rekening. Indien de clausule van eenen endossant of eenen avalgever afkomstig is, kunnen de kosten van het protest, indien dit is opgemaakt, op allen, wier handteekeningen op den wisselbrief voorkomen, worden verhaald.

Artikel 146

1. Allen, die eenen wisselbrief hebben getrokken, geaccepteerd, geëndosseerd, of voor aval geteekend, zijn hoofdelijk tegenover den houder verbonden. Bovendien is ook de derde, voor wiens rekening de wisselbrief is getrokken en die de waarde daarvoor heeft genoten, jegens den houder aansprakelijk.

2. De houder kan deze personen, zoowel ieder afzonderlijk, als gezamenlijk, aanspreken, zonder verplicht te zijn de volgorde, waarin zij zich hebben verbonden, in acht te nemen.

3. Hetzelfde recht komt toe aan ieder, wiens handteekening op den wisselbrief voorkomt en die dezen, ter voldoening aan zijnen regresplicht, heeft betaald.

4. De vordering, ingesteld tegen éénen der wisselschuldenaren, belet niet de anderen aan te spreken, al hadden dezen zich later verbonden dan de eerst aangesprokene.

Artikel 146a

1. De houder van eenen geprotesteerden wisselbrief heeft in geen geval eenig recht op het fonds, dat de betrokkene van den trekker in handen heeft.

2. Indien de wisselbrief niet is geaccepteerd, behooren die penningen, bij faillissement van den trekker of indien ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, aan diens boedel.

3. In geval van acceptatie, blijft het fonds, tot het beloop van den wisselbrief, aan den betrokkene, behoudens de verplichting van dezen om jegens den houder aan zijne acceptatie te voldoen.

Artikel 147

1.

De houder kan van dengene, tegen wien hij zijn recht van regres uitoefent, vorderen:

1°. 1°. de som van den niet-geaccepteerden of niet betaalden wisselbrief met de rente, zoo deze bedongen is; 2°. 2°. de wettelijke rente, te rekenen van de vervaldag, voor wissels die in Nederland uitgegeven en betaalbaar zijn, en een rente van zes ten honderd, te rekenen van de vervaldag, voor alle overige wissels; 3°. 3°. de kosten van protest, die van de gedane kennisgevingen alsmede de andere kosten.

2. Zoo de uitoefening van het recht van regres vóór den vervaldag plaats heeft, wordt op de wisselsom eene korting toegepast. Deze korting wordt berekend volgens het officiëele disconto (bankdisconto), geldende ter woonplaats van den houder, op den dag van de uitoefening van het recht van regres.

Artikel 148

Hij, die ter voldoening aan zijnen regresplicht den wisselbrief heeft betaald, kan van degenen, die tegenover hem regresplichtig zijn, vorderen:

1°. 1°. het geheele bedrag, dat hij betaald heeft; 2°. 2°. de wettelijke rente, te rekenen van de dag der betaling, voor wissels die in Nederland uitgegeven en betaalbaar zijn, en een rente van zes ten honderd, te rekenen van de dag der betaling, voor alle overige wissels; 3°. 3°. de door hem gemaakte kosten.

Artikel 149

1. Elke wisselschuldenaar, tegen wien het recht van regres wordt of kan worden uitgeoefend, kan, tegen betaling ter voldoening aan zijnen regresplicht, de afgifte vorderen van den wisselbrief met het protest, alsmede een voor voldaan geteekende rekening.

2. Elke endossant, die ter voldoening aan zijnen regresplicht den wisselbrief heeft betaald, kan zijn endossement en dat van de volgende endossanten doorhalen.

Artikel 150

Bij gedeeltelijke acceptatie kan degene, die ter voldoening aan zijnen regresplicht het niet geaccepteerde gedeelte van de wisselsom heeft betaald, vorderen, dat die betaling op den wisselbrief wordt vermeld en dat hem daarvan kwijting wordt gegeven. De houder moet hem daarenboven uitleveren een voor eensluidend geteekend afschrift van den wisselbrief, alsmede het protest, om hem de uitoefening van zijn verdere regresrechten mogelijk te maken.

Artikel 151

1. Ieder, die een recht van regres kan uitoefenen, kan, tenzij het tegendeel bedongen is, zich de vergoeding bezorgen door middel van een nieuwen wisselbrief (herwissel), getrokken op zicht op éénen van degenen, die tegenover hem regresplichtig zijn en betaalbaar te diens woonplaats.

2. De herwissel omvat, behalve de bedragen in de artikelen 147 en 148 aangegeven, de bedragen van provisie en het zegel van den herwissel.

3. Indien de herwissel door den houder is getrokken, wordt het bedrag bepaald volgens den koers van eenen zichtwissel, getrokken van de plaats, waar de oorspronkelijke wisselbrief betaalbaar was, op de woonplaats van den regresplichtige. Indien de herwissel is getrokken door eenen endossant, wordt het bedrag bepaald volgens den koers van eenen zichtwissel, getrokken van de woonplaats van den trekker van den herwissel op de woonplaats van den regresplichtige.

Artikel 152

1.

Na afloop van de termijnen vastgesteld:

voor de aanbieding van eenen wisselbrief getrokken op zicht of zekeren tijd na zicht;

voor het opmaken van het protest van non-acceptatie of van non-betaling;

voor de aanbieding ter betaling in geval van beding zonder kosten,

vervalt het recht van den houder tegen de endossanten, tegen den trekker, en tegen de andere wisselschuldenaren, met uitzondering van den acceptant.

2. Bij gebreke van aanbieding ter acceptatie binnen den door den trekker voorgeschreven termijn, vervalt het recht van regres van den houder, zoowel wegens non-betaling als wegens non-acceptatie, tenzij uit de bewoordingen van den wisselbrief blijkt, dat de trekker zich slechts heeft willen bevrijden van zijne verplichting, voor de acceptatie in te staan.

3. Indien de bepaling van eenen termijn voor de aanbieding in een endossement is vervat, kan alleen de endossant daarop een beroep doen.

Artikel 152a

1. De wisselbrief van non-acceptatie of van non-betaling zijnde geprotesteerd, is niettemin de trekker, al ware het protest niet intijds gedaan, tot vrijwaring gehouden, tenzij hij bewees, dat de betrokkene op den vervaldag het noodige fonds tot betaling des wisselbriefs in handen had. Indien het vereischte fonds slechts gedeeltelijk aanwezig was, is de trekker voor het ontbrekende gehouden.

2. Was de wisselbrief niet geaccepteerd, dan is, ingeval van niet tijdig protest, de trekker, op straffe van tot vrijwaring te zijn gehouden, verplicht, den houder af te staan en over te dragen de vordering op het fonds, dat de betrokkene van hem ten vervaldage heeft in handen gehad, en zulks tot het beloop van den wisselbrief; en hij moet aan den houder, te diens koste, de noodige bewijzen verschaffen om die vordering te doen gelden. Indien de trekker in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, zijn de curatoren onderscheidenlijk de bewindvoerders in zijnen boedel tot dezelfde verplichtingen gehouden, ten ware deze mochten verkiezen, den houder als schuldeischer, voor het beloop van den wisselbrief, toe te laten.

Artikel 153

1. Wanneer de aanbieding van den wisselbrief of het opmaken van het protest binnen de voorgeschreven termijnen wordt verhinderd door een onoverkomelijk beletsel (wettelijk voorschrift van eenigen Staat of ander geval van overmacht), worden deze termijnen verlengd.

2. De houder is verplicht, van de overmacht onverwijld aan zijnen endossant kennis te geven, en deze kennisgeving gedagteekend en onderteekend op den wisselbrief of op een verlengstuk te vermelden; voor het overige zijn de bepalingen van artikel 144 toepasselijk.

3. Na het ophouden van de overmacht moet de houder onverwijld den wisselbrief ter acceptatie of ter betaling aanbieden en, indien daartoe aanleiding bestaat, protest doen opmaken.

4. Indien de overmacht meer dan dertig dagen, te rekenen van den vervaldag, aanhoudt, kan het recht van regres worden uitgeoefend, zonder dat de aanbieding of het opmaken van protest noodig is.

5. Voor wisselbrieven, getrokken op zicht of op zekeren tijd na zicht, loopt de termijn van dertig dagen van den dag, waarop de houder, al ware het vóór het einde van den aanbiedingstermijn, van de overmacht aan zijnen endossant heeft kennis gegeven; voor wisselbrieven, getrokken op zekeren tijd na zicht, wordt de termijn van dertig dagen verlengd met den zichttermijn, in den wisselbrief aangegeven.

6. Feiten, welke voor den houder, of voor dengene, dien hij met de aanbieding van den wisselbrief of met het opmaken van het protest belastte, van zuiver persoonlijken aard zijn, worden niet beschouwd als gevallen van overmacht.

Afdeling Achtste. Van de tusschenkomst

Paragraaf 1. Algemeene bepalingen

Artikel 154

1. De trekker, een endossant, of een avalgever, kan iemand aanwijzen om, in geval van nood, te accepteeren of te betalen.

2. Onder de hierna vastgestelde voorwaarden kan de wisselbrief worden geaccepteerd of betaald door iemand, die tusschenkomt voor eenen schuldenaar, op wien recht van regres kan worden uitgeoefend.

3. De interveniënt kan een derde zijn, zelfs de betrokkene, of een reeds krachtens den wisselbrief verbonden persoon, behalve de acceptant.

4. De interveniënt geeft binnen den termijn van twee werkdagen van zijne tusschenkomst kennis aan dengene, voor wien hij tusschenkwam. In geval van niet-inachtneming van dien termijn is hij, indien daartoe aanleiding bestaat, verantwoordelijk voor de schade, door zijne nalatigheid veroorzaakt, zonder dat echter de schadevergoeding de wisselsom kan te boven gaan.

Paragraaf 2. Acceptatie bij tusschenkomst

Artikel 155

1. De acceptatie bij tusschenkomst kan plaats hebben in alle gevallen, waarin de houder van eenen voor acceptatie vatbaren wisselbrief vóór den vervaldag recht van regres kan uitoefenen.

2. Wanneer op den wisselbrief iemand is aangewezen om dezen, in geval van nood, ter plaatse van betaling te accepteeren of te betalen, kan de houder zijn recht tegen dengene, die de aanwijzing heeft gedaan en tegen hen, die daarna hunne handteekeningen op den wisselbrief hebben geplaatst, niet vóór den vervaldag uitoefenen, tenzij hij den wisselbrief aan den aangewezen persoon heeft aangeboden, en van diens weigering tot acceptatie protest is opgemaakt.

3. In de andere gevallen van tusschenkomst kan de houder de acceptatie bij tusschenkomst weigeren. Indien hij haar echter aanneemt, verliest hij zijn recht van regres, hetwelk hem vóór den vervaldag toekomt tegen dengene, voor wien de acceptatie is gedaan, en tegen hen, die daarna hunne handteekeningen op den wisselbrief hebben geplaatst.

Artikel 156

De acceptatie bij tusschenkomst wordt op den wisselbrief vermeld; zij wordt door den interveniënt onderteekend. Zij wijst aan, voor wien zij is geschied; bij gebreke van die aanwijzing wordt zij geacht voor den trekker te zijn geschied.

Artikel 157

1. De acceptant bij tusschenkomst is tegenover den houder en tegenover de endossanten, die den wisselbrief hebben geëndosseerd na dengene, voor wien de tusschenkomst is geschied, op dezelfde wijze als deze laatste verbonden.

2. Niettegenstaande de acceptatie bij tusschenkomst kunnen degene, voor wien zij werd gedaan en degenen, die tegenover dezen regresplichtig zijn, van den houder, indien daartoe aanleiding bestaat, tegen terugbetaling van de bij artikel 147 aangewezen som, de afgifte van den wisselbrief, van het protest en van een voor voldaan geteekende rekening vorderen.

Paragraaf 3. Betaling bij tusschenkomst

Artikel 158

1. De betaling bij tusschenkomst kan plaats hebben in alle gevallen, waarin, hetzij op den vervaldag, hetzij vóór den vervaldag, de houder recht van regres heeft.

2. De betaling moet de geheele som beloopen, welke degene, voor wien zij heeft plaats gehad, moest voldoen.

3. Zij moet plaats hebben uiterlijk op den dag volgende op den laatsten dag, waarop het protest van non-betaling kan worden opgemaakt.

Artikel 159

1. Indien de wisselbrief is geaccepteerd door interveniënten, wier domicilie ter plaatse van betaling is gevestigd, of indien personen, wier domicilie in dezelfde plaats is gevestigd, zijn aangeduid om in geval van nood te betalen, moet de houder den wisselbrief aan al die personen aanbieden, en, indien daartoe aanleiding bestaat, protest van non-betaling doen opmaken uiterlijk op den dag volgende op den laatsten dag, waarop dit kan geschieden.

2. Bij gebreke van protest binnen dien termijn zijn degene, die het noodadres heeft gesteld of voor wien de wisselbrief is geaccepteerd, en de latere endossanten van hunne verbintenis bevrijd.

Artikel 160

De houder, die weigert de betaling bij tusschenkomst aan te nemen, verliest zijn recht van regres op hen, die daardoor zouden zijn bevrijd.

Artikel 161

1. De betaling bij tusschenkomst moet worden vastgesteld door eene kwijting, geplaatst op den wisselbrief met aanwijzing van dengene, voor wien zij is gedaan. Bij gebreke van die aanwijzing wordt de betaling geacht voor den trekker te zijn gedaan.

2. De wisselbrief en het protest, indien dit is opgemaakt, moeten worden uitgeleverd aan hem, die bij tusschenkomst betaalt.

Artikel 162

1. Hij, die bij tusschenkomst betaalt, verkrijgt de rechten, uit den wisselbrief voortvloeiende, tegen dengene, voor wien hij heeft betaald, en tegen degenen, die tegenover dezen laatste krachtens den wisselbrief verbonden zijn. Hij mag echter den wisselbrief niet opnieuw endosseeren.

2. De endossanten, volgende op dengene, voor wien de betaling heeft plaats gehad, zijn bevrijd.

3. Indien zich meer personen tot de betaling bij tusschenkomst aanbieden, heeft de voorkeur de betaling, welke het grootste aantal bevrijdingen teweegbrengt. De interveniënt, die desbewust in strijd hiermede handelt, verliest zijn recht van regres tegen hen, die anders zouden zijn bevrijd.

Afdeling Negende. Van wisselexemplaren, wisselafschriften en vermiste wisselbrieven

Paragraaf 1. Wisselexemplaren

Artikel 163

1. De wisselbrief kan in meer gelijkluidende exemplaren worden getrokken.

2. Die exemplaren moeten in den tekst zelf van den titel worden genummerd, bij gebreke waarvan elk exemplaar wordt beschouwd als een afzonderlijke wisselbrief.

3. Iedere houder van eenen wisselbrief, waarin niet is vermeld, dat deze in een enkel exemplaar getrokken is, kan op zijne kosten de levering van meer exemplaren vorderen. Te dien einde moet hij zich tot zijn onmiddellijken endossant wenden, die verplicht is zijne medewerking te verleenen om zijn eigen endossant aan te spreken, en zoo vervolgens, teruggaande tot den trekker. De endossanten zijn verplicht, de endossementen ook op de nieuwe exemplaren aan te brengen.

Artikel 164

1. De betaling, op één der exemplaren gedaan, bevrijdt, ook al ware niet bedongen, dat die betaling de kracht der andere exemplaren te niet doet. Echter blijft de betrokkene verbonden wegens elk geaccepteerd exemplaar, dat hem niet is uitgeleverd.

2. De endossant, die de exemplaren aan verschillende personen heeft overgedragen, alsook de latere endossanten, zijn verbonden wegens alle exemplaren, die hunne handteekening dragen en die niet zijn uitgeleverd.

Artikel 165

1. Hij, die één der exemplaren ter acceptatie heeft gezonden, moet op de andere exemplaren den naam van den persoon aanwijzen, in wiens handen dat exemplaar zich bevindt. Deze is verplicht, dit aan den rechtmatigen houder van een ander exemplaar uit te leveren.

2.

Weigert hij dit, dan kan de houder slechts zijn recht van regres uitoefenen, nadat hij door een protest heeft doen vaststellen:

1°. 1°. dat het ter acceptatie gezonden exemplaar hem desgevraagd niet is uitgeleverd; 2°. 2°. dat hij de acceptatie of de betaling op een ander exemplaar niet heeft kunnen verkrijgen.

Paragraaf 2. Wisselafschriften

Artikel 166

1. Elke houder van eenen wisselbrief heeft het recht, daarvan afschriften te vervaardigen.

2. Het afschrift moet het oorspronkelijke nauwkeurig weergeven met de endossementen en alle andere vermeldingen, die er op voorkomen. Het moet aangeven, waar het afschrift ophoudt.

3. Het kan worden geëndosseerd en voor aval geteekend op dezelfde wijze en met dezelfde gevolgen, als het oorspronkelijke.

Artikel 167

1. Het afschrift moet dengene, in wiens handen het oorspronkelijke stuk zich bevindt, vermelden. Deze is verplicht het oorspronkelijke stuk aan den rechtmatigen houder van het afschrift uit te leveren.

2. Weigert hij dit, dan kan de houder zijn recht van regres tegen hen, die het afschrift hebben geëndosseerd of voor aval geteekend, slechts uitoefenen, nadat hij door een protest heeft doen vaststellen, dat het oorspronkelijke stuk hem desgevraagd niet is uitgeleverd.

3. Indien na het laatste daarop geplaatste endossement, alvorens het afschrift is vervaardigd, het oorspronkelijke stuk de clausule draagt: "van hier af geldt het endossement slechts op de copie", of eenige andere soortgelijke clausule, is een nadien op het oorspronkelijk stuk geplaatst endossement nietig.

Paragraaf 3. Vermiste wisselbrieven

Artikel 167a

Degene die een wisselbrief, waarvan hij houder was, vermist, kan met inachtneming van artikel 49, derde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van de betrokkene betaling vragen.

Artikel 167b

Degene die een wisselbrief waarvan hij houder was, en welke is vervallen, en, zoveel nodig, geprotesteerd, vermist, kan met inachtneming van artikel 49, derde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, zijn rechten alleen tegen de acceptant en tegen de trekker uitoefenen.

Afdeling Tiende. Van veranderingen

Artikel 168

In geval van verandering van den tekst van eenen wisselbrief, zijn zij, die daarna hunne handteekeningen op den wisselbrief geplaatst hebben, volgens den veranderden tekst verbonden; zij, die daarvoor hunne handteekeningen op den wisselbrief geplaatst hebben, zijn verbonden volgens den oorspronkelijken tekst.

Afdeling Elfde. Van verjaring

Artikel 168a

Behoudens de bepaling van het volgende artikel gaat wisselschuld te niet door alle middelen van schuldbevrijding, bij het Burgerlijk Wetboek aangewezen.

Artikel 169

1. Alle rechtsvorderingen, welke uit den wisselbrief tegen den acceptant voortspruiten, verjaren door een tijdsverloop van drie jaren, te rekenen van den vervaldag.

2. De rechtsvorderingen van den houder tegen de endossanten en tegen den trekker verjaren door een tijdsverloop van een jaar, te rekenen van de dagteekening van het tijdig opgemaakte protest of, ingeval van de clausule zonder kosten, van den vervaldag.

3. De rechtsvorderingen van de endossanten tegen elkander en tegen den trekker verjaren door tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van den dag, waarop de endossant ter voldoening aan zijnen regresplicht den wisselbrief heeft betaald, of van den dag, waarop hij zelf in rechte is aangesproken.

4. De in het eerste lid bedoelde verjaring kan niet worden ingeroepen door den acceptant, indien of voor zoover hij fonds heeft ontvangen of zich ongerechtvaardigd zou hebben verrijkt; evenmin kan de in het tweede en derde lid bedoelde verjaring worden ingeroepen door den trekker, indien of voor zoover hij geen fonds heeft bezorgd noch door den trekker of de endossanten, die zich ongerechtvaardigd zouden hebben verrijkt; alles onverminderd het bepaalde in artikel 306 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 170

1. De stuiting der verjaring is slechts van kracht tegen dengene, ten aanzien van wien de stuitingshandeling heeft plaats gehad.

2. Op de in het vorige artikel bedoelde verjaringen is artikel 321, eerste lid, onder a-d van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing; in de gevallen bedoeld in artikel 321, eerste lid, onder b en c, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft de onbekwame of rechthebbende wiens rechtsvordering is verjaard, verhaal op de wettelijke vertegenwoordiger of bewindvoerder.

Afdeling Twaalfde. Algemene bepalingen

Artikel 171

1. De betaling van eenen wisselbrief, waarvan de vervaldag een wettelijke feestdag is, kan eerst worden gevorderd op den eerstvolgenden werkdag. Evenzoo kunnen alle andere handelingen met betrekking tot wisselbrieven, met name de aanbieding ter acceptatie en het protest, niet plaats hebben dan op eenen werkdag.

2. Wanneer ééne van die handelingen moet worden verricht binnen een zekeren termijn, waarvan de laatste dag een wettelijke feestdag is, wordt deze termijn verlengd tot den eersten werkdag, volgende op het einde van dien termijn. De tusschenliggende feestdagen zijn begrepen in de berekening van den termijn.

Artikel 171a

Als wettelijke feestdag in den zin van deze Afdeeling worden beschouwd de Zondag, de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paasch- en Pinksterdagen, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag en de verjaardag van de Koning.

Artikel 172

In de wettelijke of bij overeenkomst vastgestelde termijnen is niet begrepen de dag, waarop deze termijnen beginnen te loopen.

Artikel 173

Geen enkele respijtdag, noch wettelijke, noch rechterlijke, is toegestaan.

Afdeling Dertiende. Van orderbriefjes

Artikel 174

Het orderbriefje behelst:

1°. 1°. hetzij de orderclausule, hetzij de benaming "orderbriefje" of "promesse aan order", opgenomen in den tekst zelf, en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld; 2°. 2°. de onvoorwaardelijke belofte een bepaalde som te betalen; 3°. 3°. de aanwijzing van den vervaldag; 4°. 4°. die van de plaats, waar de betaling moet geschieden; 5°. 5°. den naam van dengene, aan wien of aan wiens order de betaling moet worden gedaan; 6°. 6°. de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar het orderbiljet is onderteekend; 7°. 7°. de handteekening van hem, die den titel uitgeeft (onderteekenaar).

Artikel 175

1. De titel, waarin ééne der vermeldingen, in het voorgaande artikel aangegeven, ontbreekt, geldt niet als orderbriefje, behoudens in de hieronder genoemde gevallen.

2. Het orderbriefje, waarvan de vervaldag niet is aangewezen, wordt beschouwd als betaalbaar op zicht.

3. Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing wordt de plaats van de onderteekening van den titel geacht te zijn de plaats van betaling en tevens de plaats van het domicilie van den onderteekenaar.

4. Het orderbriefje, dat de plaats van zijne onderteekening niet vermeldt, wordt geacht te zijn onderteekend in de plaats, aangegeven naast den naam van den onderteekenaar.

Artikel 176

1.

Voor zooverre zij niet onvereenigbaar zijn met den aard van het orderbriefje, zijn daarop toepasselijk de bepalingen over wisselbrieven betreffende:

het endossement (artikelen 110-119);

den vervaldag (artikelen 132-136);

de betaling (artikelen 137-141);

het recht van regres in geval van non-betaling (artikelen 142-149, 151-153);

de betaling bij tusschenkomst (artikelen 154, 158-162);

de wisselafschriften (artikelen 166 en 167);

de vermiste wisselbrieven (artikel 167a);

de veranderingen (artikel 168);

de verjaring (artikelen 168a en 169-170);

de feestdagen, de berekening der termijnen en het verbod van respijtdagen (artikelen 171, 171a, 172 en 173).

2. Eveneens zijn op het orderbriefje toepasselijk de bepalingen betreffende den wisselbrief, betaalbaar bij eenen derde of in een andere plaats dan die van het domicilie van den betrokkene (artikelen 103 en 126), de renteclausule (artikel 104), de verschillen in de vermelding met betrekking tot de som, welke moet worden betaald (artikel 105), de gevolgen van het plaatsen eener handteekening onder de omstandigheden bedoeld in artikel 106, die van de handteekening van eenen persoon, die handelt zonder bevoegdheid of die zijne bevoegdheid overschrijdt (artikel 107), en den wisselbrief in blanco (artikel 109).

3. Eveneens zijn op het orderbriefje toepasselijk de bepalingen betreffende het aval (artikelen 129-131); indien overeenkomstig hetgeen is bepaald bij artikel 130, laatste lid, het aval niet vermeldt, voor wien het is gegeven, wordt het geacht voor rekening van den onderteekenaar van het orderbriefje te zijn gegeven.

Artikel 177

1. De onderteekenaar van een orderbriefje is op dezelfde wijze verbonden als de acceptant van eenen wisselbrief.

2. De orderbriefjes, betaalbaar zekeren tijd na zicht, moeten ter teekening voor "gezien" aan den onderteekenaar worden aangeboden binnen den bij artikel 122 vastgestelden termijn. De zichttermijn loopt van de dagteekening van het visum, hetwelk door den onderteekenaar op het orderbriefje moet worden geplaatst. De weigering van dezen zijn visum te plaatsen, moet worden vastgesteld door een protest (artikel 124), van welks dagteekening de zichttermijn begint te loopen.

Titel Zevende. Van chèques, en van promessen en quitantiën aan toonder

Afdeling Eerste. Van de uitgifte en den vorm van de chèque

Artikel 178

De chèque behelst:

1°. 1°. de benaming "chèque", opgenomen in den tekst zelf en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld; 2°. 2°. de onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som; 3°. 3°. den naam van dengene, die betalen moet (betrokkene); 4°. 4°. de aanwijzing van de plaats, waar de betaling moet geschieden; 5°. 5°. de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar de chèque is getrokken; 6°. 6°. de handteekening van dengene, die de chèque uitgeeft (trekker).

Artikel 179

1. De titel, waarin ééne der vermeldingen, in het voorgaande artikel aangegeven, ontbreekt, geldt niet als chèque, behoudens in de hieronder genoemde gevallen.

2. Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing, wordt de plaats, aangegeven naast den naam van den betrokkene, geacht te zijn de plaats van betaling. Indien meerdere plaatsen zijn aangegeven naast den naam van den betrokkene, is de chèque betaalbaar op de eerstaangegeven plaats.

3. Bij gebreke van die aanwijzingen of van iedere andere aanwijzing, is de chèque betaalbaar in de plaats, waar het hoofdkantoor van den betrokkene is gevestigd.

4. De chèque, welke niet de plaats aanwijst, waar zij is getrokken, wordt geacht te zijn onderteekend in de plaats, aangegeven naast den naam des trekkers.

Artikel 180

De chèque moet worden getrokken op eenen bankier, die fonds onder zich heeft ter beschikking van den trekker, en krachtens een uitdrukkelijke of stilzwijgende overeenkomst, volgens welke de trekker het recht heeft per chèque over dat fonds te beschikken. In geval van niet-inachtneming van die voorschriften blijft de titel echter als chèque geldig.

Artikel 181

De chèque kan niet worden geaccepteerd. Eene vermelding van acceptatie, op de chèque gesteld, wordt voor niet geschreven gehouden.

Artikel 182

1.

De chèque kan betaalbaar worden gesteld:

aan een met name genoemden persoon, met of zonder uitdrukkelijke clausule: "aan order";

aan een met name genoemden persoon, met de clausule: "niet aan order", of een soortgelijke clausule;

aan toonder.

2. De chèque, betaalbaar gesteld aan een met name genoemden persoon, met de vermelding: "of aan toonder", of een soortgelijke uitdrukking, geldt als chèque aan toonder.

3. De chèque zonder vermelding van den nemer geldt als chèque aan toonder.

Artikel 183

1. De chèque kan aan de order van den trekker luiden.

2. De chèque kan worden getrokken voor rekening van eenen derde. De trekker wordt geacht voor zijn eigene rekening te hebben getrokken, indien uit de chèque of uit den adviesbrief niet blijkt, voor wiens rekening zulks is geschied.

3. De chèque kan op den trekker zelf getrokken worden.

Artikel 183a

1. Wanneer de trekker op de chèque de vermelding "waarde ter incasseering", "ter incasso", "in lastgeving" of eenige andere vermelding, met zich brengend een bloote opdracht tot inning, heeft geplaatst, kan de nemer alle uit de chèque voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij kan deze niet anders overdragen dan bijwege van lastgeving.

2. Bij een zoodanige chèque kunnen de chèqueschuldenaren aan den houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen, welke aan den trekker zouden kunnen worden tegengeworpen.

3. De opdracht, vervat in een incasso-chèque, eindigt niet door dood of latere onbekwaamheid van den lastgever.

Artikel 184

Eene in de chèque opgenomen renteclausule wordt voor niet geschreven gehouden.

Artikel 185

De chèque kan betaalbaar zijn aan de woonplaats van eenen derde, hetzij in de plaats, waar de betrokkene zijn domicilie heeft, hetzij in een andere plaats.

Artikel 186

1. De chèque, waarvan het bedrag voluit in letters en tevens in cijfers is geschreven, geldt, in geval van verschil, ten beloope van de som, voluit in letters geschreven.

2. De chèque, waarvan het bedrag meermalen is geschreven, hetzij voluit in letters, hetzij in cijfers, geldt, in geval van verschil, slechts ten beloope van de kleinste som.

Artikel 187

Indien de chèque handteekeningen bevat van personen, die onbekwaam zijn zich door middel van een chèque te verbinden, valsche handteekeningen of handteekeningen van verdichte personen, of handteekeningen, welke, onverschillig om welke andere reden, de personen, die die handteekeningen hebben geplaatst of in wier naam zulks is geschied, niet kunnen verbinden, zijn de verbintenissen der andere personen, wier handteekeningen op de chèque voorkomen, desniettemin geldig.

Artikel 188

Ieder, die zijne handteekening op eene chèque plaatst als vertegenwoordiger van eenen persoon, voor wien hij niet de bevoegdheid had te handelen, is zelf krachtens de chèque verbonden, en heeft, betaald hebbende, dezelfde rechten, als de beweerde vertegenwoordigde zou hebben gehad. Hetzelfde geldt ten aanzien van den vertegenwoordiger, die zijne bevoegdheid heeft overschreden.

Artikel 189

De trekker staat in voor de betaling. Elke clausule, waarbij hij deze verplichting uitsluit, wordt voor niet geschreven gehouden.

Artikel 190

Indien eene chèque, onvolledig ten tijde der uitgifte, is volledig gemaakt in strijd met de aangegane overeenkomsten, kan de niet-naleving van die overeenkomsten niet worden tegengeworpen aan den houder, die de cheque te goeder trouw heeft verkregen.

Artikel 190a

De trekker, of degene voor wiens rekening de chèque is getrokken, is verplicht zorg te dragen dat het noodige fonds tot betaling op den dag der aanbieding in handen van den betrokkene zij, zelfs indien de chèque bij eenen derde is betaalbaar gesteld, onverminderd de verplichting van den trekker overeenkomstig artikel 189.

Artikel 190b

De betrokkene wordt geacht, het noodige fonds in handen te hebben, indien hij bij de aanbieding van de chèque aan den trekker of aan dengene voor wiens rekening is getrokken, een opeischbare som schuldig is, ten minste gelijkstaande met het beloop van de chèque.

Afdeling Tweede. Van de overdracht

Artikel 191

1. De chèque, die betaalbaar is gesteld aan een met name genoemden persoon met of zonder uitdrukkelijke clausule: "aan order", kan door middel van endossement worden overgedragen.

2. De chèque, die betaalbaar is gesteld aan een met name genoemden persoon met de clausule: "niet aan order", of een soortgelijke clausule, kan slechts worden overgedragen in den vorm en met de gevolgen van een gewone cessie. Een op zulk een chèque geplaatst endossement geldt als een gewone cessie.

3. Het endossement kan worden gesteld zelfs ten voordeele van den trekker of van iederen anderen chèqueschuldenaar. Deze personen kunnen de chèque opnieuw endosseeren.

Artikel 192

1. Het endossement moet onvoorwaardelijk zijn. Elke daarin opgenomen voorwaarde wordt voor niet geschreven gehouden.

2. Het gedeeltelijke endossement is nietig.

3. Eveneens is nietig het endossement van den betrokkene.

4. Het endossement aan toonder geldt als endossement in blanco.

5. Het endossement aan den betrokkene geldt slechts als kwijting, behoudens wanneer de betrokkene meer kantoren heeft en wanneer het endossement is gesteld ten voordeele van een ander kantoor dan dat, waarop de chèque is getrokken.

Artikel 193

1. Het endossement moet gesteld worden op de chèque of op een vastgehecht blad (verlengstuk). Het moet worden onderteekend door den endossant.

2. Het endossement kan den geëndosseerde onvermeld laten, of bestaan uit de enkele handteekening van den endossant (endossement in blanco). In het laatste geval moet het endossement om geldig te zijn, op de rugzijde van de chèque of op het verlengstuk worden gesteld.

Artikel 194

1. Door het endossement worden alle uit de chèque voortvloeiende rechten overgedragen.

2.

Indien het endossement in blanco is, kan de houder:

1°. 1°. het blanco invullen, hetzij met zijn eigen naam, hetzij met den naam van een anderen persoon; 2°. 2°. de chèque wederom in blanco of aan een anderen persoon endosseeren; 3°. 3°. de chèque aan eenen derde overgeven, zonder het blanco in te vullen, en zonder haar te endosseeren.

Artikel 195

1. Tenzij het tegendeel bedongen is, staat de endossant in voor de betaling.

2. Hij kan een nieuw endossement verbieden; in dat geval staat hij tegenover de personen, aan wie de chèque later is geëndosseerd, niet in voor de betaling.

Artikel 196

Hij, die een door endossement overdraagbare chèque onder zich heeft, wordt beschouwd als de rechtmatige houder, indien hij van zijn recht doet blijken door een ononderbroken reeks van endossementen, zelfs indien het laatste endossement in blanco is gesteld. De doorgehaalde endossementen worden te dien aanzien voor niet geschreven gehouden. Wanneer een endossement in blanco door een ander endossement is gevolgd, wordt de onderteekenaar van dit laatste geacht, de chèque door het endossement in blanco verkregen te hebben.

Artikel 197

Een op eene chèque aan toonder voorkomend endossement maakt den endossant verantwoordelijk overeenkomstig de bepalingen betreffende het recht van regres; het maakt overigens den titel niet tot eene chèque aan order.

Artikel 198

Indien iemand, op welke wijze dan ook, het bezit van de chèque heeft verloren, is de houder, in wiens handen de chèque zich bevindt, niet verplicht de chèque af te geven, indien hij deze te goeder trouw heeft verkregen en zulks onverschillig of het betreft eene chèque aan toonder, dan wel een voor endossement vatbare chèque, ten aanzien van welke de houder op de wijze in artikel 196 voorzien van zijn recht doet blijken.

Artikel 199

Zij, die uit hoofde van de chèque worden aangesproken, kunnen de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhouding tot den trekker of tot vroegere houders, niet aan den houder tegenwerpen, tenzij deze bij de verkrijging van de chèque desbewust ten nadeele van den schuldenaar heeft gehandeld.

Artikel 200

1. Wanneer het endossement de vermelding bevat: "waarde ter incasseering", "ter incasso", "in lastgeving" of eenige andere vermelding, met zich brengend een bloote opdracht tot inning, kan de houder alle uit de chèque voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij kan deze niet anders endosseeren dan bijwege van lastgeving.

2. De chèqueschuldenaren kunnen in dat geval aan den houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen, welke aan den endossant zouden kunnen worden tegengeworpen.

3. De opdracht, vervat in een incasso-endossement, eindigt niet door den dood of door de latere onbekwaamheid van den lastgever.

Artikel 201

1. Het endossement, na het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring, of na het einde van den aanbiedingstermijn op de chèque gesteld, heeft slechts de gevolgen eener gewone cessie.

2. Behoudens tegenbewijs, wordt het endossement zonder dagteekening geacht te zijn gesteld vóór het protest of de daarmede gelijkstaande verklaringen, of vóór het verstrijken van den in het voorgaande lid bedoelden termijn.

Afdeling Derde. Van het aval

Artikel 202

1. De betaling van de chèque kan zoowel voor haar geheele bedrag als voor een gedeelte daarvan door eenen borgtocht (aval) worden verzekerd.

2. Deze borgtocht kan door eenen derde, behalve door den betrokkene, of zelfs door iemand, wiens handteekening op de chèque voorkomt, worden gegeven.

Artikel 203

1. Het aval wordt op de chèque of op een verlengstuk gesteld.

2. Het wordt uitgedrukt door de woorden: "goed voor aval", of door een soortgelijke uitdrukking; het wordt door den avalgever onderteekend.

3. De enkele handteekening van den avalgever, gesteld op de voorzijde van de chèque, geldt als aval, behalve wanneer de handteekening die is van den trekker.

4. Het kan ook geschieden bij een afzonderlijk geschrift of bij een brief, vermeldende de plaats, waar het is gegeven.

5. In het aval moet worden vermeld, voor wien het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor den trekker te zijn gegeven.

Artikel 204

1. De avalgever is op dezelfde wijze verbonden als degene, voor wien het aval is gegeven.

2. Zijne verbintenis is geldig, zelfs indien, wegens een andere oorzaak dan een vormgebrek de door hem gewaarborgde verbintenis nietig is.

3. Door te betalen verkrijgt de avalgever de rechten, welke krachtens de chèque kunnen worden uitgeoefend tegen dengene, voor wien het aval is gegeven en tegen degenen, die tegenover dezen krachtens de chèque verbonden zijn.

Afdeling Vierde. Van de aanbieding en van de betaling

Artikel 205

1. De chèque is betaalbaar op zicht. Elke vermelding van het tegendeel wordt voor niet geschreven gehouden.

2. De chèque, die ter betaling wordt aangeboden vóór den dag, vermeld als datum van uitgifte, is betaalbaar op den dag van de aanbieding.

Artikel 206

1. De chèque, die in hetzelfde land uitgegeven en betaalbaar is, moet binnen den termijn van acht dagen ter betaling worden aangeboden. Indien echter uit de chèque zelve blijkt, dat zij bestemd is om in een ander land te circuleeren, wordt deze termijn verlengd, hetzij tot twintig, hetzij tot zeventig dagen, al naar gelang zij bestemd was in hetzelfde of in een ander werelddeel te circuleeren. Te dien aanzien worden de chèques, uitgegeven en betaalbaar in een land in Europa en bestemd om te circuleeren in een kustland van de Middellandsche Zee of omgekeerd, beschouwd als bestemd om te circuleeren in hetzelfde werelddeel.

2. De chèque, uitgegeven in het Rijk in Europa en betaalbaar in Nederlandsch-Indië, Suriname of Curaçao, of omgekeerd, moet ter betaling aangeboden worden binnen den tijd van zeventig dagen.

3. De chèque, die uitgegeven is in een ander land dan dat, waar zij betaalbaar is, moet worden aangeboden binnen een termijn, hetzij van twintig dagen, hetzij van zeventig dagen, naar gelang de plaats van uitgifte en de plaats van betaling gelegen zijn in hetzelfde of in een ander werelddeel.

4. Te dien aanzien worden de chèques, uitgegeven in een land in Europa en betaalbaar in een kustland van de Middellandsche Zee of omgekeerd, beschouwd als uitgegeven en betaalbaar in hetzelfde werelddeel.

5. De bovengenoemde termijnen beginnen te loopen van den dag, op de chèque als datum van uitgifte vermeld.

Artikel 207

De dag van uitgifte van eene chèque, getrokken tusschen twee plaatsen met verschillende tijdrekening, wordt herleid tot den overeenkomstigen dag van de tijdrekening van de plaats van betaling.

Artikel 208

1. De aanbieding aan eene verrekeningskamer geldt als aanbieding ter betaling.

2. Bij algemeenen maatregel van bestuur zullen de instellingen worden aangewezen, die in den zin van dezen Titel als verrekeningskamers worden beschouwd.

Artikel 209

1. De herroeping van de chèque is slechts van kracht na het einde van den termijn van aanbieding.

2. Indien geene herroeping plaats heeft, kan de betrokkene zelfs na het einde van dien termijn betalen.

Artikel 210

Noch de dood van den trekker, noch zijn na de uitgifte opkomende onbekwaamheid zijn van invloed op de gevolgen van de chèque.

Artikel 211

1. Buiten het geval, in artikel 227a vermeld, kan de betrokkene de chèque betalende, vorderen, dat hem deze, van behoorlijke kwijting van den houder voorzien, wordt uitgeleverd.

2. De houder mag niet weigeren een gedeeltelijke betaling aan te nemen.

3. In geval van gedeeltelijke betaling kan de betrokkene vorderen, dat van die betaling op de chèque melding wordt gemaakt en dat hem daarvoor kwijting wordt gegeven.

Artikel 212

1. De betrokkene, die een door endossement overdraagbare chèque betaalt, is gehouden de regelmatigheid van de reeks van endossementen, maar niet de handteekening der endossanten te onderzoeken.

2. Indien hij, niet bevrijdend betaald hebbende, verplicht wordt, ten tweede male te betalen, heeft hij verhaal op allen die de cheque niet te goeder trouw hebben verkregen.

Artikel 213

1. Eene chèque, waarvan de betaling is bedongen in ander geld dan dat van de plaats van betaling, kan binnen den termijn van aanbieding worden betaald in het geld van het land volgens zijne waarde op den dag van betaling. Indien de betaling niet heeft plaats gehad bij de aanbieding, kan de houder te zijner keuze vorderen, dat de chèquesom voldaan wordt in het geld van het land volgens den koers, hetzij van den dag van aanbieding, hetzij van den dag van betaling.

2. De waarde van het vreemde geld wordt bepaald volgens de gebruiken van de plaats van betaling. De trekker kan echter voorschrijven, dat het te betalen bedrag moet worden berekend volgens een in de chèque voorgeschreven koers.

3. Het bovenstaande is niet van toepassing, indien de trekker heeft voorgeschreven, dat de betaling moet geschieden in een bepaald aangeduid geld (clausule van werkelijke betaling in vreemd geld).

4. Indien het bedrag van de chèque is aangegeven in geld, hetwelk dezelfde benaming maar een verschillende waarde heeft in het land van uitgifte en in dat van betaling, wordt men vermoed het geld van de plaats van betaling te hebben bedoeld.

Afdeling Vijfde. Van de gekruiste chèque en van de verrekeningschèque

Artikel 214

1. De trekker of de houder van eene chèque kan deze kruisen met de in het volgende artikel genoemde gevolgen.

2. De kruising geschiedt door het plaatsen van twee evenwijdige lijnen op de voorzijde van de chèque. Zij kan algemeen zijn of bijzonder.

3. De kruising is algemeen, indien zij tusschen de twee lijnen geen enkele aanwijzing bevat, of wel de vermelding: "bankier", of een soortgelijk woord; zij is bijzonder, indien de naam van eenen bankier voorkomt tusschen de twee lijnen.

4. De algemeene kruising kan worden veranderd in een bijzondere, maar de bijzondere kruising kan niet worden veranderd in een algemeene.

5. De doorhaling van de kruising of van den naam van den aangewezen bankier wordt geacht niet te zijn geschied.

Artikel 215

1. Eene chèque met algemeene kruising kan door den betrokkene slechts worden betaald aan eenen bankier of aan eenen cliënt van den betrokkene.

2. Eene chèque met bijzondere kruising kan door den betrokkene slechts worden betaald aan den aangewezen bankier of, indien deze de betrokkene is, slechts aan een zijner cliënten. Echter kan de aangegeven bankier de chèque ter incasseering aan een anderen bankier overdragen.

3. Een bankier mag een gekruiste chèque slechts in ontvangst nemen van een van zijne cliënten of van een anderen bankier. Hij mag haar niet innen voor rekening van andere personen dan deze.

4. Een chèque, welke meer dan één bijzondere kruising draagt, mag door den betrokkene slechts worden betaald, indien er niet meer dan twee kruisingen zijn, waarvan de ééne strekt tot inning door eene verrekeningskamer.

5. De betrokkene of de bankier, die de bovenstaande bepalingen niet naleeft, is verantwoordelijk voor de schade tot beloop van het bedrag van de chèque.

Artikel 216

1. De trekker, alsmede de houder van eene chèque, kan verbieden, dat deze in baar geld betaald wordt door op de voorzijde in schuinsche richting te vermelden: "in rekening te brengen", of een soortgelijke uitdrukking op te nemen.

2. In dat geval mag de chèque den betrokkene slechts aanleiding geven tot eene boeking (rekening-courant, giro of schuldvergelijking). De boeking geldt als betaling.

3. De doorhaling van de vermelding: "in rekening te brengen" wordt geacht niet te zijn geschied.

4. De betrokkene, die de bovenstaande bepalingen niet naleeft, is verantwoordelijk voor de schade tot beloop van het bedrag van de chèque.

Afdeling Zesde. Van het recht van regres in geval van non-betaling

Artikel 217

De houder kan zijn recht van regres uitoefenen op de endossanten, den trekker en de andere chèqueschuldenaren, indien de chèque, tijdig aangeboden, niet wordt betaald en indien de weigering van betaling wordt vastgesteld:

1°. 1°. hetzij door een authentieke akte (protest); 2°. 2°. hetzij door eene verklaring van den betrokkene, gedagteekend en geschreven op de chèque onder vermelding van den dag van aanbieding; 3°. 3°. hetzij door een gedagteekende verklaring van eene verrekeningskamer, waarbij vastgesteld wordt, dat de chèque tijdig aangeboden en niet betaald is.

Artikel 217a

1. Indien de non-betaling van de chèque door protest of een daarmede gelijkstaande verklaring is vastgesteld, is niettemin de trekker, al ware het protest niet in tijds gedaan of de met protest gelijkstaande verklaring niet in tijds afgegeven, tot vrijwaring gehouden, tenzij hij bewees, dat de betrokkene op den dag der aanbieding het noodige fonds tot betaling van de chèque in handen had. Indien het vereischte fonds slechts gedeeltelijk aanwezig was, is de trekker voor het ontbrekende gehouden.

2. In geval van niet tijdig protest of niet tijdige met protest gelijkstaande verklaring is de trekker, op straffe van tot vrijwaring te zijn gehouden, verplicht, den houder af te staan en over te dragen de vordering op het fonds, dat de betrokkene van hem op den dag der aanbieding heeft in handen gehad, en zulks tot het beloop van de chèque; en hij moet aan den houder, te diens koste, de noodige bewijzen verschaffen om die vordering te doen gelden. Indien de trekker in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, zijn de curatoren onderscheidenlijk de bewindvoerders in zijnen boedel tot dezelfde verplichtingen gehouden, ten ware deze mochten verkiezen, den houder als schuldeischer, voor het beloop van de chèque, toe te laten.

Artikel 218

1. Het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring moet worden gedaan vóór het einde van den termijn van aanbieding.

2. Indien de aanbieding plaats heeft op den laatsten dag van den termijn, kan het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring op den eerstvolgenden werkdag worden gedaan.

Artikel 218a

1. De betaling van eene chèque moet gevraagd en het daaropvolgend protest gedaan worden ter woonplaatse van den betrokkene.

2. Indien de chèque getrokken is om in een andere aangewezen woonplaats of door een anderen aangewezen persoon, hetzij in dezelfde, hetzij in een andere gemeente te worden betaald, moet de betaling gevraagd en het protest opgemaakt worden ter aangewezene woonplaats of aan den aangewezen persoon.

3. Artikel 54 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 218b

1. Het protest van non-betaling wordt gedaan door een deurwaarder. Deze kan zich desverkiezende doen vergezellen door een of twee getuigen.

2.

Het protest behelst:

1°. 1°. een letterlijk afschrift van de chèque, van de endossementen, van het aval en van de adressen daarop gesteld; 2°. 2°. de vermelding dat zij de betaling aan de personen, of ter plaatse in het voorgaand artikel gemeld, afgevraagd en niet bekomen hebben; 3°. 3°. de vermelding van de opgegeven reden van non-betaling; 4°. 4°. de aanmaning om het protest te teekenen, en de redenen van weigering; 5°. 5°. de vermelding, dat hij, deurwaarder, wegens die non-betaling heeft geprotesteerd.

3. Indien het protest een vermiste chèque betreft, volstaat, in plaats van het bepaalde onder 1°. van het voorgaande lid, een zoo nauwkeurig mogelijke omschrijving van den inhoud der chèque.

Artikel 218c

De deurwaarders zijn verplicht, op straffe van schadevergoeding, afschrift van het protest te laten, en hiervan melding in het afschrift te maken, en hetzelve, naar orde des tijds, in te schrijven in een bijzonder register, genommerd en gewaarmerkt door de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin hun woonplaats is gelegen, en om wijders, zulks begeerd wordende, een of meer afschriften van het protest aan de belanghebbenden te leveren.

Artikel 219

1. De houder moet van de non-betaling kennisgeven aan zijnen endossant en aan den trekker binnen de vier werkdagen, volgende op den dag van het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring en, indien de chèque getrokken is met de clausule zonder kosten, volgende op dien der aanbieding. Elke endossant moet binnen de twee werkdagen, volgende op den dag van ontvangst der kennisgeving, de door hem ontvangen kennisgeving aan zijnen endossant mededeelen, met aanwijzing van de namen en adressen van degenen, die de voorafgaande kennisgevingen hebben gedaan, en zoo vervolgens, teruggaande tot den trekker. Deze termijnen loopen van de ontvangst der voorafgaande kennisgeving af.

2. Indien overeenkomstig het voorgaande lid eene kennisgeving is gedaan aan iemand, wiens handteekening op de chèque voorkomt, moet gelijke kennisgeving binnen denzelfden termijn aan diens avalgever worden gedaan.

3. Indien een endossant zijn adres niet of op onleesbare wijze heeft aangeduid, kan worden volstaan met kennisgeving aan den voorafgaanden endossant.

4. Hij, die eene kennisgeving heeft te doen, kan zulks doen in iederen vorm, zelfs door enkele terugzending van de chèque.

5. Hij moet bewijzen, dat hij de kennisgeving binnen den vastgestelden termijn heeft gedaan. Deze termijn wordt gehouden te zijn in acht genomen, wanneer een brief, die de kennisgeving behelst, binnen den genoemden termijn ter post is bezorgd.

6. Hij, die de kennisgeving niet binnen den bovenvermelden termijn doet, stelt zich niet bloot aan verval van zijn recht, hij is, indien daartoe aanleiding bestaat, verantwoordelijk voor de schade, door zijne nalatigheid veroorzaakt, zonder dat echter de schadevergoeding de chèquesom kan te boven gaan.

Artikel 220

1. De trekker, een endossant of een avalgever kan door de clausule "zonder kosten", "zonder protest", of een andere soortgelijke op de chèque gestelde en onderteekende clausule, den houder van het opmaken van een protest of een daarmede gelijkstaande verklaring ter uitoefening van zijn recht van regres ontslaan.

2. Deze clausule ontslaat den houder niet van de aanbieding van de chèque binnen de voorgeschreven termijnen, noch van het doen van de kennisgevingen. Het bewijs van de niet-inachtneming der termijnen moet worden geleverd door dengene, die zich daarop tegenover den houder beroept.

3. Is de clausule door den trekker gesteld, dan heeft zij gevolgen ten aanzien van allen, wier handteekeningen op de chèque voorkomen; is zij door eenen endossant of door eenen avalgever gesteld, dan heeft zij gevolgen alleen voor dezen endossant of avalgever. Indien de houder, ondanks de door den trekker gestelde clausule, toch de weigering van betaling doet vaststellen door protest of een daarmede gelijkstaande verklaring, zijn de kosten daarvan voor zijne rekening. Indien de clausule van eenen endossant of eenen avalgever afkomstig is, kunnen de kosten van het protest of van de daarmede gelijkstaande verklaring, indien een akte van dien aard is opgesteld, op allen, wier handteekeningen op de chèque voorkomen, worden verhaald.

Artikel 221

1. Allen, die uit hoofde van eene chèque verbonden zijn, zijn hoofdelijk jegens den houder verbonden. Bovendien is ook de derde, voor wiens rekening de chèque is getrokken en die de waarde daarvoor heeft genoten, jegens den houder aansprakelijk.

2. De houder kan deze personen, zoowel ieder afzonderlijk, als gezamenlijk, aanspreken, zonder verplicht te zijn de volgorde, waarin zij zich hebben verbonden, in acht te nemen.

3. Hetzelfde recht komt toe aan ieder, wiens handteekening op de chèque voorkomt en die deze, ter voldoening aan zijnen regresplicht, heeft betaald.

4. De vordering, ingesteld tegen éénen der chèqueschuldenaren, belet niet de anderen aan te spreken, al hadden dezen zich later verbonden dan de eerst aangesprokene.

Artikel 221a

1. De houder van eene chèque, waarvan de non-betaling door protest of een daarmede gelijk staande verklaring is vastgesteld, heeft in geen geval eenig recht op het fonds, dat de betrokkene van den trekker in handen heeft.

2. Bij faillissement van den trekker of indien ten aanzien van hem van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard behooren die penningen aan diens boedel.

Artikel 222

De houder kan van dengene, tegen wien hij zijn recht van regres uitoefent, vorderen:

1°. 1°. de som van de niet betaalde chèque; 2°. 2°. de wettelijke rente, te rekenen van de dag der aanbieding, voor chèques die in Nederland uitgegeven en betaalbaar zijn, en een rente van zes ten honderd, te rekenen van de dag der aanbieding, voor alle overige chèques; 3°. 3°. de kosten van protest of van de daarmede gelijkstaande verklaring, die van de gedane kennisgevingen, alsmede de andere kosten.

Artikel 223

Hij, die ter voldoening aan zijnen regresplicht de chèque heeft betaald, kan van degenen, die tegenover hem regresplichtig zijn, vorderen:

1°. 1°. het geheele bedrag, dat hij betaald heeft; 2°. 2°. de wettelijke rente, te rekenen van de dag der betaling, voor chèques die in Nederland uitgegeven en betaalbaar zijn, en een rente van zes ten honderd, te rekenen van de dag der betaling, voor alle overige chèques; 3°. 3°. de door hem gemaakte kosten.

Artikel 224

1. Elke chèqueschuldenaar, tegen wien het recht van regres wordt of kan worden uitgeoefend, kan, tegen betaling ter voldoening aan zijnen regresplicht, de afgifte vorderen van de chèque met het protest, of de daarmede gelijkstaande verklaring, alsmede een voor voldaan geteekende rekening.

2. Elke endossant, die ter voldoening aan zijnen regresplicht, de chèque heeft betaald, kan zijn endossement en dat van de volgende endossanten doorhalen.

Artikel 225

1. Wanneer de aanbieding van de chèque, het opmaken van het protest, of de daarmede gelijkstaande verklaring, binnen de voorgeschreven termijnen wordt verhinderd door een onoverkomelijk beletsel (wettelijk voorschrift van eenigen Staat of ander geval van overmacht), worden deze termijnen verlengd.

2. De houder is verplicht van de overmacht onverwijld aan zijnen endossant kennis te geven, en deze kennisgeving, gedagteekend en onderteekend op de chèque of op een verlengstuk te vermelden; voor het overige zijn de bepalingen van artikel 219 toepasselijk.

3. Na ophouden van de overmacht moet de houder onverwijld de chèque ter betaling aanbieden, en, indien daartoe aanleiding bestaat, de weigering van betaling doen vaststellen door protest of een daarmede gelijkstaande verklaring.

4. Indien de overmacht meer dan vijftien dagen aanhoudt, te rekenen van den dag, waarop de houder, al ware het vóór het einde van den aanbiedingstermijn, van de overmacht aan zijnen endossant heeft kennis gegeven, kan het recht van regres worden uitgeoefend, zonder dat de aanbieding of het opmaken van protest of de daarmede gelijkstaande verklaring noodig zijn.

5. Feiten, welke voor den houder of voor dengene, dien hij met de aanbieding van de chèque of met het opmaken van het protest of de daarmede gelijkstaande verklaring belastte, van zuiver persoonlijken aard zijn, worden niet beschouwd als gevallen van overmacht.

Afdeling Zevende. Van chèque-exemplaren en vermiste chèques

Artikel 226

Behoudens de chèques aan toonder, kan elke chèque, uitgegeven in een land en betaalbaar in een ander land of in een overzeesch gebied van hetzelfde land en omgekeerd, of wel uitgegeven en betaalbaar in een zelfde overzeesch gebied of in verschillende overzeesche gebieden van hetzelfde land, in meer gelijkluidende exemplaren worden getrokken. Wanneer eene chèque in meer exemplaren is getrokken, moeten die exemplaren in den tekst zelf van den titel worden genummerd bij gebreke waarvan elk exemplaar wordt beschouwd als een afzonderlijke chèque.

Artikel 227

1. De betaling op één der exemplaren gedaan, bevrijdt, ook al ware niet bedongen, dat die betaling de kracht der andere exemplaren te niet doet.

2. De endossant, die de exemplaren aan verschillende personen heeft overgedragen, alsook de latere endossanten, zijn verbonden wegens alle exemplaren, die hunne handteekening dragen en die niet zijn uitgeleverd.

Artikel 227a

Degene die de cheque waarvan hij houder was, vermist, kan met inachtneming van artikel 49, derde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van de betrokkene betaling vragen.

Artikel 227b

Degene die een cheque waarvan hij houder was, en welke is vervallen en, zoveel nodig, geprotesteerd, vermist, kan met inachtneming van artikel 49, derde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek zijn rechten alleen tegen de trekker uitoefenen.

Afdeling Achtste. Van veranderingen

Artikel 228

In geval van verandering van den tekst van eene chèque zijn zij, die daarna hunne handteekeningen op de chèque geplaatst hebben, volgens den veranderden tekst verbonden; zij, die daarvoor hunne handteekeningen op de chèque geplaatst hebben, zijn verbonden volgens den oorspronkelijken tekst.

Afdeling Negende. Van verjaring

Artikel 228a

Behoudens de bepalingen van het volgende artikel gaat schuld uit eene chèque te niet door alle middelen van schuldbevrijding, bij het Burgerlijk Wetboek aangewezen.

Artikel 229

1. De regresvorderingen van den houder tegen de endossanten, den trekker en de andere chèqueschuldenaren, verjaren door een tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van het einde van den termijn van aanbieding.

2. De regresvorderingen van de verschillende chèqueschuldenaren tegen elkander, die gehouden zijn tot de betaling van eene chèque, verjaren door een tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van den dag, waarop de chèqueschuldenaar ter voldoening aan zijnen regresplicht de chèque heeft betaald, of van den dag, waarop hij zelf in rechte is aangesproken.

3. De in het eerste en tweede lid bedoelde verjaring kan niet worden ingeroepen door den trekker, indien of voor zoover hij geen fonds heeft bezorgd noch door den trekker of de endossanten, die zich ongerechtvaardigd zouden hebben verrijkt; alles onverminderd het bepaalde in artikel 306 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 229a

1. De stuiting der verjaring is slechts van kracht tegen dengene, ten aanzien van wien de stuitingshandeling heeft plaats gehad.

2. Op de in het vorige artikel bedoelde verjaringen is artikel 321, eerste lid, onder a-d van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing; in de gevallen bedoeld in artikel 321, eerste lid, onder b en c, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft de onbekwame of rechthebbende, wiens rechtsvordering is verjaard, verhaal op de wettelijke vertegenwoordiger of bewindvoerder.

Afdeling Tiende. Algemeene bepalingen

Artikel 229abis

Met bankiers, genoemd in de voorafgaande Afdeelingen van dezen Titel worden gelijkgesteld alle personen of instellingen, die in hun werkzaamheid regelmatig gelden ter onmiddellijke beschikking van anderen houden.

Artikel 229b

1. De aanbieding en het protest van eene chèque kunnen niet plaats hebben dan op eenen werkdag.

2. Wanneer de laatste dag van den termijn, door de wet gesteld voor het verrichten van handelingen nopens de chèque, met name voor de aanbieding en voor het opmaken van het protest of een daarmede gelijkstaande verklaring, een wettelijke feestdag is, wordt deze termijn verlengd tot den eersten werkdag, volgende op het einde van dien termijn. De tusschenliggende feestdagen zijn begrepen in de berekening van den termijn.

Artikel 229bbis

Als wettelijke feestdag in den zin van deze Afdeeling worden beschouwd de Zondag, de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paasch- en Pinksterdagen, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag en de verjaardag van de Koning.

Artikel 229c

In de termijnen, bij de voorafgaande Afdeelingen van dezen Titel voorzien, is niet begrepen de dag, waarop deze termijnen beginnen te loopen.

Artikel 229d

Geen enkele respijtdag, noch wettelijke, noch rechterlijke, is toegestaan.

Artikel 229dbis

Vervallen

Afdeling Elfde. Van quitantiën en promessen aan toonder

Artikel 229e

Quitantiën en promessen aan toonder moeten de juiste dagteekening der oorspronkelijke uitgifte bevatten.

Artikel 229f

De oorspronkelijke uitgever van quitantiën aan toonder, door eenen derde betaalbaar, is jegens iederen houder voor de voldoening aansprakelijk gedurende tien dagen na de dagteekening, die dag niet daaronder begrepen.

Artikel 229g

1. De verantwoordelijkheid van den oorspronkelijken uitgever blijft echter voortduren, tenzij hij bewees, dat hij, gedurende den bij het vorige artikel bepaalden tijd, fonds ten beloope van het uitgegeven papier bij den persoon, op wien hetzelve is afgegeven, heeft gehad.

2. De oorspronkelijke uitgever is, op straffe van voortduring van zijne verantwoordelijkheid, verpligt den houder af te staan en over te dragen de vordering op het fonds, dat de persoon, op wien het papier is afgegeven van hem ten vervaldage heeft in handen gehad, en zulks ten beloope van het uitgegeven papier; en hij moet aan den houder, te diens koste, de noodige bewijzen verschaffen om die vordering te doen gelden. Indien de oorspronkelijke uitgever in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, zijn de curatoren onderscheidenlijk de bewindvoerders in zijnen boedel tot dezelfde verpligtingen gehouden, ten ware deze mogten verkiezen, den houder als schuldeischer, ten beloope van het uitgegeven papier, toe te laten.

Artikel 229h

Buiten den oorspronkelijken uitgever, blijft een ieder die het voormeld papier in betaling heeft gegeven, gedurende den tijd van drie dagen daarna, de dag der uitgifte niet daaronder begrepen, aansprakelijk jegens dengenen die het van hem heeft ontvangen.

Artikel 229i

1. De houder eener promesse aan toonder is verpligt voldoening te vorderen binnen den tijd van drie dagen na den dag, op welken hij dat papier heeft in betaling genomen, die dag niet daaronder gerekend, en hij moet, bij wanbetaling, binnen een gelijken termijn daarna, de promesse ter intrekking aanbieden aan dengenen die hem dezelve heeft in betaling gegeven, alles op verbeurte van zijn verhaal tegen denzelven, doch onverminderd zijn regt tegen dengenen die de promesse heeft geteekend.

2. Indien bij de promesse de dag is uitgedrukt op welken dezelve betaalbaar is, begint de termijn van drie dagen eerst te loopen daags na den uitgedrukten betaaldag.

Artikel 229j

Indien de laatste dag van eenigen termijn, waaromtrent in deze Afdeeling eenige bepaling voorkomt, invalt op eenen wettelijken feestdag in den zin van art. 229b bis, blijft de verpligting en verantwoordelijkheid voortduren tot en met den eersten daaropvolgenden dag, welke geen wettelijke feestdag is.

Artikel 229k

1. Alle regtsvordering tegen de in deze Afdeeling vermelde uitgevers van papier, of tegen hen, die buiten den oorspronkelijken uitgever het papier in betaling hebben gegeven, verjaart door tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van den dag der oorspronkelijke uitgifte.

2. De in het vorig lid bedoelde verjaring kan niet worden ingeroepen door den uitgever, indien of voor zoover hij geen fonds heeft bezorgd noch door den uitgever of door hen, die buiten den oorspronkelijken uitgever het papier in betaling hebben gegeven, voor zoover ze zich ongeregtvaardigd zouden hebben verrijkt; alles onverminderd het bepaalde in artikel 306 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

3. Op de in dit artikel genoemde verjaringen is het tweede lid van art. 229a van toepassing.

Titel Achtste. Van reclame of terugvordering in geval van faillissement

Artikel 230

Vervallen

Artikel 231

Vervallen

Artikel 232

Vervallen

Artikel 233

Vervallen

Artikel 234

Vervallen

Artikel 235

Vervallen

Artikel 236

Vervallen

Artikel 237

Vervallen

Artikel 238

Vervallen

Artikel 239

Vervallen

Artikel 240

Vervallen

Artikel 241

Vervallen

Artikel 242

Vervallen

Artikel 243

Vervallen

Artikel 244

Vervallen

Artikel 245

Vervallen

Titel Negende. Van assurantie of verzekering in het algemeen

Artikel 246

Vervallen

Artikel 247

Vervallen

Artikel 248

Vervallen

Artikel 249

Vervallen

Artikel 250

Vervallen

Artikel 251

Vervallen

Artikel 252

Vervallen

Artikel 253

Vervallen

Artikel 254

Vervallen

Artikel 255

Vervallen

Artikel 256

Vervallen

Artikel 257

Vervallen

Artikel 258

Vervallen

Artikel 259

Vervallen

Artikel 260

Vervallen

Artikel 261

Vervallen

Artikel 262

Vervallen

Artikel 263

Vervallen

Artikel 264

Vervallen

Artikel 265

Vervallen

Artikel 266

Vervallen

Artikel 267

Vervallen

Artikel 268

Vervallen

Artikel 269

Vervallen

Artikel 270

Vervallen

Artikel 271

Vervallen

Artikel 272

Vervallen

Artikel 273

Vervallen

Artikel 274

Vervallen

Artikel 275

Vervallen

Artikel 276

Vervallen

Artikel 277

Vervallen

Artikel 278

Vervallen

Artikel 279

Vervallen

Artikel 280

Vervallen

Artikel 281

Vervallen

Artikel 282

Vervallen

Artikel 283

Vervallen

Artikel 284

Vervallen

Artikel 285

Vervallen

Artikel 286

Vervallen

Titel Tiende. Van verzekering tegen de gevaren van brand, tegen die waaraan de voortbrengselen van den landbouw te velde onderhevig zijn, en van levensverzekering

Afdeling Eerste. Van verzekering tegen gevaren van brand

Artikel 287

Vervallen

Artikel 288

Vervallen

Artikel 289

Vervallen

Artikel 290

Vervallen

Artikel 291

Vervallen

Artikel 292

Vervallen

Artikel 293

Vervallen

Artikel 294

Vervallen

Artikel 295

Vervallen

Artikel 296

Vervallen

Artikel 297

Vervallen

Artikel 298

Vervallen

Afdeling Tweede. Van verzekering tegen de gevaren waaraan de voortbrengselen van den landbouw te velde onderhevig zijn

Artikel 299

Vervallen

Artikel 300

Vervallen

Artikel 301

Vervallen

Afdeling Derde. Van levensverzekering

Artikel 302

Vervallen

Artikel 303

Vervallen

Artikel 304

Vervallen

Artikel 305

Vervallen

Artikel 306

Vervallen

Artikel 307

Vervallen

Artikel 308

Vervallen

Boek Tweede. Van de regten en verpligtingen uit scheepvaart voortspruitende

Titel . Algemeene Bepaling

Artikel 309

1. De betekenis van begrippen voorkomende in Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van die voorkomende in de artikelen 5, 6, 7 en 10, geldt evenzeer voor dit wetboek.

Titel Eerste. Van zeeschepen

Artikel 310

In de eerste tot en met derde titel van dit boek worden onder schepen uitsluitend verstaan zeeschepen.

Artikel 311

Vervallen

Artikel 311a

Vervallen

Artikel 311b

Vervallen

Artikel 312

Vervallen

Artikel 313

Vervallen

Artikel 314

Vervallen

Artikel 315

Vervallen

Artikel 316

Vervallen

Artikel 317

Vervallen

Artikel 318

Vervallen

Artikel 318a

Vervallen

Artikel 318b

Vervallen

Artikel 318c

Vervallen

Artikel 318d

Vervallen

Artikel 318e

Vervallen

Artikel 318f

Vervallen

Artikel 318g

Vervallen

Artikel 318h

Vervallen

Artikel 318i

Vervallen

Artikel 318j

Vervallen

Artikel 318k

Vervallen

Artikel 318l

Vervallen

Artikel 318m

Vervallen

Artikel 318n

Vervallen

Artikel 318o

Vervallen

Artikel 318p

Vervallen

Artikel 318q

Vervallen

Artikel 318r

Vervallen

Artikel 318s

Vervallen

Artikel 318t

Vervallen

Artikel 318u

Vervallen

Artikel 318v

Vervallen

Artikel 319

Vervallen

Artikel 319a

Vervallen

Artikel 319b

Vervallen

Titel Tweede

Artikel 320

Vervallen

Artikel 321

Vervallen

Artikel 322

Vervallen

Artikel 323

Vervallen

Artikel 324

Vervallen

Artikel 325

Vervallen

Artikel 326

Vervallen

Artikel 327

Vervallen

Artikel 328

Vervallen

Artikel 329

Vervallen

Artikel 330

Vervallen

Artikel 331

Vervallen

Artikel 332

Vervallen

Artikel 333

Vervallen

Artikel 334

Vervallen

Artikel 335

Vervallen

Artikel 336

Vervallen

Artikel 337

Vervallen

Artikel 338

Vervallen

Artikel 339

Vervallen

Artikel 340

Vervallen

Artikel 340a

Vervallen

Artikel 340b

Vervallen

Artikel 340c

Vervallen

Artikel 340d

Vervallen

Artikel 340e

Vervallen

Artikel 340f

Vervallen

Artikel 340g

Vervallen

Titel Derde. Van den kapitein

Artikel 341

Onder opvarenden worden in dezen titel verstaan allen, die zich aan boord bevinden, buiten den kapitein.

Artikel 341a

Vervallen

Artikel 341b

Vervallen

Artikel 342

De kapitein is verplicht met zoodanige bekwaamheid en nauwgezetheid en met zoodanig beleid te handelen als voor eene behoorlijke vervulling zijner taak noodig is.

Artikel 343

1. De kapitein is verplicht de gebruikelijke regels en de bestaande voorschriften ter verzekering van de zeewaardigheid en de veiligheid van het schip, van de veiligheid der opvarenden en der zaken aan boord, met nauwgezetheid op te volgen.

2. Hij onderneemt de reis niet, tenzij het schip tot het volvoeren daarvan geschikt, naar behooren uitgerust en voldoende bemand is.

Artikel 344

De kapitein is verplicht overal waar de wet, de gewoonte of de voorzichtigheid dit gebiedt, zich van een loods te bedienen.

Artikel 345

De kapitein mag gedurende de vaart of bij dreigend gevaar het schip niet verlaten, tenzij zijne afwezigheid volstrekt noodzakelijk is of de zorg voor lijfsbehoud hem daartoe dwingt.

Artikel 346

Vervallen

Artikel 347

1.

De kapitein moet aan boord voorzien zijn van:

den zeebrief, den meetbrief en een uittreksel uit de registratie voor schepen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Kadasterwet vermeldende tenminste de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder a, c, d, e, f, g en j, van die wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen, met dien verstande dat, ingeval dat uittreksel meer dan één dag vóór die van het laatste vertrek van het schip uit een Nederlandse haven is afgegeven, op dat uittreksel een verklaring van de bewaarder van het kadaster en de openbare registers moet voorkomen dat sedert de afgifte de op dat uittreksel vermelde gegevens blijkens de stukken, ingeschreven in de desbetreffende openbare registers tot op de dag vóór die van het vertrek, geen wijziging hebben ondergaan;

het manifest der lading, de charter-partij en de cognossementen, dan wel afschriften van die stukken;

de Nederlandsche wetten en reglementen op de reis van toepassing, en alle verdere noodige papieren.

2. Ten aanzien van de charter-partij en de cognossementen geldt deze verplichting niet in de door Ons te omschrijven omstandigheden.

Artikel 348

1. De kapitein zorgt, dat aan boord een scheepsdagboek (dagregister of journaal) wordt gehouden, waarin alles van eenig belang, dat op de reis voorvalt, nauwkeurig wordt opgeteekend.

2. De kapitein van een schip, dat door mechanische kracht wordt voortbewogen, zorgt bovendien, dat door een lid van het machinekamer-personeel een machine-dagboek wordt gehouden.

Artikel 349

1. Op Nederlandse schepen mogen alleen dagboeken in gebruik worden genomen, welke blad voor blad zijn genummerd.

2. De dagboeken worden, zo mogelijk, dagelijks bijgehouden, gedagtekend en door de kapitein en de zeevarende, die hij met het houden van het boek heeft belast, ondertekend.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het inrichten van de dagboeken.

Artikel 350

De kapitein, de eigenaar en de rompbevrachter zijn verplicht aan belanghebbenden op hunne aanvrage inzage en, tegen betaling van de kosten, afschrift van de dagboeken te geven.

Artikel 351

Wanneer de kapitein zich in zaken van aanbelang met leden van de bemanning heeft beraden, wordt van de hem gegeven adviezen in het scheepsdagboek melding gemaakt.

Artikel 352

Vervallen

Artikel 353

1. Na aankomst in een haven kan de kapitein door een notaris eene scheepsverklaring doen opmaken omtrent de voorvallen der reis.

2. Indien het schip of de zaken aan boord schade hebben geleden of eenig buitengewoon voorval heeft plaats gehad, is de kapitein verplicht binnen 48 uren na aankomst, in de plaats van aankomst of in een nabijgelegen plaats althans eene voorloopige verklaring te doen opmaken. Eene voorloopige verklaring moet binnen acht dagen door eene volledige verklaring worden gevolgd.

3. De kapitein heeft zich te wenden in het Koninkrijk buiten Europa tot het bevoegde gezag en buiten het Koninkrijk tot den Nederlandschen consulairen ambtenaar of, bij ontstentenis van zoodanigen ambtenaar, tot het bevoegde gezag.

4. De notaris is verplicht van scheepsverklaringen tegen betaling der kosten afschrift uit te reiken aan ieder die het verlangt.

Artikel 354

1. Bij het berekenen van de in artikel 353 genoemde wettelijke termijn tellen de Zondag en de daarmede gelijkgestelde dagen en, in het buitenland, de aldaar algemeen erkende wettelijke feestdagen niet mede.

2. Met den Zondag worden gelijkgesteld de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paasch- en Pinksterdagen, de beide Kerstdagen en de Hemelvaartsdag.

Artikel 355

De door den kapitein aan te wijzen zeevarenden zijn verplicht bij het opmaken van de scheepsverklaring hunne medewerking te verleenen door van hunne bevinding verklaring af te leggen.

Artikel 356

De beoordeeling van de bewijskracht van scheepsdagboeken en scheepsverklaringen, ten aanzien van de daarin vermelde voorvallen der reis, is voor ieder geval aan den rechter overgelaten.

Artikel 357

De kapitein is bevoegd, indien dit tot behoud van schip of lading noodzakelijk is, scheepstoebehooren en bestanddeelen van de lading zoowel over boord te werpen als te verbruiken.

Artikel 358

De kapitein is in geval van nood gedurende de reis bevoegd, levensmiddelen, welke in het bezit zijn van opvarenden of tot de lading behooren, tegen schadevergoeding tot zich te nemen, ten einde die te verbruiken in het belang van allen die zich aan boord bevinden.

Artikel 358a

1. De kapitein is verplicht aan personen, die in gevaar verkeeren, en in het bijzonder, als zijn schip bij eene aanvaring betrokken is geweest, aan de andere daarbij betrokken schepen en de personen, die zich aan boord dier schepen bevinden, de hulp te verleenen, waartoe hij bij machte is, zonder zijn eigen schip en de opvarenden daarvan aan ernstig gevaar bloot te stellen.

2. Hij is bovendien verplicht, voor zooverre hem dit mogelijk is, aan de andere bij de aanvaring betrokken schepen op te geven den naam van zijn schip, van de haven waar het thuis behoort en van de havens van waar het komt en waarheen het bestemd is.

3. Niet-nakoming van deze verplichtingen door den kapitein geeft geen aanspraak tegen hem, die uit welken hoofde dan ook verantwoordelijk is voor het optreden van de kapitein.

Artikel 358b

1. De kapitein van een Nederlandsch, naar Nederland bestemd schip, in eene buitenlandsche haven vertoevend, is verplicht, zich daar bevindende, hulpbehoevende Nederlandsche zeelieden, voorzoover aan boord voor hen plaats is, op verlangen van den Nederlandschen consulairen ambtenaar of, waar deze ontbreekt, van de plaatselijke overheid, naar Nederland over te brengen.

2. De kosten hiervan zijn voor rekening van den Staat. De vaststelling dier kosten geschiedt op den grondslag door Ons te bepalen.

Artikel 359

De kapitein heeft de zorg voor alles wat met het beladen en het lossen van het schip in verband staat, voor zooverre niet andere personen daarmee zijn belast.

Artikel 360

Vervallen

Artikel 361

Vervallen

Artikel 362

Vervallen

Artikel 363

Vervallen

Artikel 364

Vervallen

Artikel 365

Vervallen

Artikel 366

Vervallen

Artikel 367

De kapitein, vernemende dat de vlag, waaronder hij vaart, onvrij is geworden, is verplicht in de meest in de nabijheid gelegen onzijdige haven binnen te loopen en aldaar te blijven liggen, totdat hij op veilige wijze kan vertrekken of van hem die daartoe bevoegd is stellige orders om te vertrekken heeft ontvangen.

Artikel 368

Indien den kapitein blijkt, dat de haven, waarheen het schip is bestemd, wordt geblokkeerd, is hij verplicht in de meest geschikte in de nabijheid gelegen haven binnen te loopen.

Artikel 369

Vervallen

Artikel 370

De kapitein mag van den koers, welken hij moet volgen, afwijken ter redding van menschenlevens.

Artikel 371

Vervallen

Artikel 371a

Indien gedurende de reis iemand aan boord wordt ontdekt, die niet in het bezit is van een geldig reisbiljet en niet bereid of niet in staat is op eerste aanmaning van den kapitein vracht te betalen, heeft deze het recht hem aan boord werk te laten verrichten, waartoe hij in staat is, en hem bij de eerste gelegenheid die zich voordoet van boord te verwijderen.

Artikel 372

Noch de kapitein, noch een opvarende mag voor eigen rekening goederen in het schip vervoeren, tenzij krachtens overeenkomst met of verlof van de eigenaar en, indien het schip is vervracht, ook van den bevrachter.

Artikel 373

Vervallen

Artikel 374

1. Artikel 347, het tweede lid van artikel 348 en artikel 349, eerste lid, zijn niet van toepassing op zeevissersschepen.

2. Aan boord moeten aanwezig zijn een uittreksel uit de registratie voor schepen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Kadasterwet vermeldende tenminste de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder a, c, d, e, f, g en j, van die wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen, welk uittreksel op een zodanig tijdstip moet zijn afgegeven door de bewaarder van het kadaster en de openbare registers dat de daarin vermelde gegevens overeenstemmen met die welke in de registratie voor schepen ten aanzien van het betrokken schip staan vermeld ten tijde van het uitvaren van dat schip, en de wetten en reglementen op deze schepen van toepassing.

Artikel 375

Vervallen

Artikel 376

Vervallen

Artikel 377

Vervallen

Artikel 378

Vervallen

Artikel 379

Vervallen

Artikel 380

Vervallen

Artikel 381

Vervallen

Artikel 382

Vervallen

Artikel 383

Vervallen

Artikel 384

Vervallen

Artikel 385

Vervallen

Artikel 386

Vervallen

Artikel 387

Vervallen

Artikel 388

Na afloop van eene reis is de kapitein verplicht de scheepspapieren aan de werkgever af te geven tegen ontvangstbewijs.

Artikel 389

Vervallen

Artikel 390

Vervallen

Artikel 391

Vervallen

Artikel 392

Vervallen

Artikel 392a

Vervallen

Titel Vierde. Van de schepelingen

Paragraaf 1. Algemeene bepalingen

Artikel 393

Vervallen

Artikel 394

Vervallen

Artikel 395

Vervallen

Paragraaf 2. Van de arbeidsovereenkomst tot de vaart ter zee

Artikel 396

Vervallen

Artikel 397

Vervallen

Artikel 398

Vervallen

Artikel 399

Vervallen

Artikel 400

Vervallen

Artikel 401

Vervallen

Artikel 402

Vervallen

Artikel 403

Vervallen

Artikel 404

Vervallen

Artikel 405

Vervallen

Artikel 406

Vervallen

Artikel 407

Vervallen

Artikel 408

Vervallen

Artikel 409

Vervallen

Artikel 410

Vervallen

Artikel 411

Vervallen

Artikel 412

Vervallen

Artikel 413

Vervallen

Artikel 414

Vervallen

Artikel 415

Vervallen

Artikel 415a

Vervallen

Artikel 415b

Vervallen

Artikel 415c

Vervallen

Artikel 415d

Vervallen

Artikel 415e

Vervallen

Artikel 415f

Vervallen

Artikel 415g

Vervallen

Artikel 415h

Vervallen

Artikel 415i

Vervallen

Artikel 416

Vervallen

Artikel 417

Vervallen

Artikel 418

Vervallen

Artikel 419

Vervallen

Artikel 420

Vervallen

Artikel 421

Vervallen

Artikel 422

Vervallen

Artikel 423

Vervallen

Artikel 424

Vervallen

Artikel 425

Vervallen

Artikel 426

Vervallen

Artikel 427

Vervallen

Artikel 428

Vervallen

Artikel 429

Vervallen

Artikel 430

Vervallen

Artikel 431

Vervallen

Artikel 432

Vervallen

Artikel 433

Vervallen

Artikel 434

Vervallen

Artikel 435

Vervallen

Artikel 436

Vervallen

Artikel 437

Vervallen

Artikel 438

Vervallen

Artikel 439

Vervallen

Artikel 440

Vervallen

Artikel 441

Vervallen

Artikel 442

Vervallen

Artikel 443

Vervallen

Artikel 444

Vervallen

Artikel 445

Vervallen

Artikel 446

Vervallen

Artikel 447

Vervallen

Artikel 448

Vervallen

Artikel 449

Vervallen

Artikel 450

Vervallen

Artikel 450a

Vervallen

Artikel 450aa

Vervallen

Artikel 450b

Vervallen

Artikel 450c

Vervallen

Artikel 450d

Vervallen

Paragraaf 3. Van de monsterrol en het monsterboekje

Artikel 450e

Vervallen

Artikel 451

Vervallen

Artikel 451a

Vervallen

Artikel 451b

Vervallen

Artikel 451c

Vervallen

Artikel 451d

Vervallen

Artikel 451e

Vervallen

Artikel 451f

Vervallen

Artikel 451g

Vervallen

Artikel 451h

Vervallen

Artikel 451i

Vervallen

Artikel 451j

Vervallen

Paragraaf 4. Van de schepelingen ter visscherij

Artikel 452

Vervallen

Paragraaf 5. Van de schepelingen ter zeevisserij die een arbeidsovereenkomst met de zeewerkgever hebben gesloten

Artikel 452a

Vervallen

Artikel 452b

Vervallen

Artikel 452c

Vervallen

Artikel 452d

Vervallen

Artikel 452e

Vervallen

Artikel 452f

Vervallen

Artikel 452g

Vervallen

Artikel 452h

Vervallen

Artikel 452i

Vervallen

Artikel 452j

Vervallen

Artikel 452k

Vervallen

Artikel 452l

Vervallen

Artikel 452m

Vervallen

Artikel 452n

Vervallen

Artikel 452o

Vervallen

Artikel 452p

Vervallen

Paragraaf 6. Van de kapitein en de schepelingen ter zeevisserij die een maatschapsovereenkomst hebben gesloten

Artikel 452q

Vervallen

Artikel 452r

Vervallen

Artikel 452s

Vervallen

Artikel 452t

Vervallen

Artikel 452u

Vervallen

Artikel 452v

Vervallen

Artikel 452w

Vervallen

Titel Vijfde. Van vervrachting en bevrachting van schepen

Paragraaf 1. Algemeene bepalingen

Artikel 453

Vervallen

Artikel 454

Vervallen

Artikel 455

Vervallen

Artikel 456

Vervallen

Artikel 457

Vervallen

Artikel 458

Vervallen

Artikel 459

Vervallen

Artikel 459a

Vervallen

Paragraaf 2. Tijd-bevrachting

Artikel 460

Vervallen

Artikel 461

Vervallen

Artikel 462

Vervallen

Artikel 463

Vervallen

Artikel 464

Vervallen

Artikel 465

Vervallen

Titel A. Van het vervoer van goederen

Paragraaf 1. Algemeene bepalingen

Artikel 466

Vervallen

Artikel 467

Vervallen

Artikel 467a

Vervallen

Artikel 468

Vervallen

Artikel 469

Vervallen

Artikel 469a

Vervallen

Artikel 469b

Vervallen

Artikel 470

Vervallen

Artikel 470a

Vervallen

Artikel 471

Vervallen

Artikel 472

Vervallen

Artikel 473

Vervallen

Artikel 473a

Vervallen

Artikel 474

Vervallen

Artikel 475

Vervallen

Artikel 476

Vervallen

Artikel 477

Vervallen

Artikel 478

Vervallen

Artikel 479

Vervallen

Artikel 480

Vervallen

Artikel 481

Vervallen

Artikel 482

Vervallen

Artikel 483

Vervallen

Artikel 484

Vervallen

Artikel 485

Vervallen

Artikel 486

Vervallen

Artikel 487

Vervallen

Artikel 488

Vervallen

Artikel 489

Vervallen

Artikel 490

Vervallen

Artikel 491

Vervallen

Artikel 492

Vervallen

Artikel 493

Vervallen

Artikel 494

Vervallen

Artikel 495

Vervallen

Artikel 496

Vervallen

Artikel 497

Vervallen

Artikel 498

Vervallen

Artikel 499

Vervallen

Artikel 500

Vervallen

Artikel 501

Vervallen

Artikel 502

Vervallen

Artikel 503

Vervallen

Artikel 504

Vervallen

Artikel 505

Vervallen

Artikel 506

Vervallen

Artikel 507

Vervallen

Artikel 508

Vervallen

Artikel 509

Vervallen

Artikel 510

Vervallen

Artikel 511

Vervallen

Artikel 512

Vervallen

Artikel 513

Vervallen

Artikel 513a

Vervallen

Artikel 514

Vervallen

Artikel 515

Vervallen

Artikel 516

Vervallen

Artikel 517

Vervallen

Artikel 517a

Vervallen

Artikel 517b

Vervallen

Artikel 517c

Vervallen

Artikel 517d

Vervallen

Paragraaf 2. Vaste lijnen

Artikel 517e

Vervallen

Artikel 517f

Vervallen

Artikel 517g

Vervallen

Artikel 517h

Vervallen

Artikel 517i

Vervallen

Artikel 517j

Vervallen

Artikel 517k

Vervallen

Artikel 517l

Vervallen

Artikel 517m

Vervallen

Artikel 517n

Vervallen

Artikel 517o

Vervallen

Artikel 517p

Vervallen

Artikel 517q

Vervallen

Artikel 517r

Vervallen

Artikel 517s

Vervallen

Artikel 517t

Vervallen

Artikel 517u

Vervallen

Artikel 517ubis

Vervallen

Artikel 517v

Vervallen

Artikel 517w

Vervallen

Artikel 517x

Vervallen

Artikel 517ij

Vervallen

Paragraaf 3. Tijd-bevrachting

Artikel 517z

Vervallen

Artikel 518

Vervallen

Artikel 518a

Vervallen

Artikel 518b

Vervallen

Artikel 518c

Vervallen

Artikel 518d

Vervallen

Artikel 518e

Vervallen

Artikel 518f

Vervallen

Artikel 518g

Vervallen

Paragraaf 4. Reis-bevrachting

Artikel 518h

Vervallen

Artikel 518i

Vervallen

Artikel 518j

Vervallen

Artikel 518k

Vervallen

Artikel 518l

Vervallen

Artikel 518m

Vervallen

Artikel 518n

Vervallen

Artikel 518o

Vervallen

Artikel 518p

Vervallen

Artikel 518q

Vervallen

Artikel 518r

Vervallen

Artikel 518s

Vervallen

Artikel 518t

Vervallen

Artikel 518u

Vervallen

Artikel 518v

Vervallen

Artikel 518w

Vervallen

Artikel 518x

Vervallen

Artikel 518ij

Vervallen

Artikel 518z

Vervallen

Artikel 519

Vervallen

Artikel 519a

Vervallen

Artikel 519b

Vervallen

Artikel 519c

Vervallen

Artikel 519d

Vervallen

Artikel 519e

Vervallen

Artikel 519f

Vervallen

Artikel 519g

Vervallen

Artikel 519h

Vervallen

Artikel 519i

Vervallen

Artikel 519j

Vervallen

Artikel 519k

Vervallen

Artikel 519l

Vervallen

Artikel 519m

Vervallen

Artikel 519n

Vervallen

Artikel 519o

Vervallen

Artikel 519p

Vervallen

Artikel 519q

Vervallen

Artikel 519r

Vervallen

Artikel 519s

Vervallen

Artikel 519t

Vervallen

Artikel 519u

Vervallen

Artikel 519v

Vervallen

Artikel 519w

Vervallen

Artikel 519x

Vervallen

Artikel 519ij

Vervallen

Artikel 519z

Vervallen

Artikel 520

Vervallen

Artikel 520a

Vervallen

Artikel 520abis

Vervallen

Artikel 520b

Vervallen

Artikel 520c

Vervallen

Artikel 520d

Vervallen

Artikel 520e

Vervallen

Artikel 520f

Vervallen

Paragraaf 5. Vervoer van stukgoederen

Artikel 520g

Vervallen

Artikel 520h

Vervallen

Artikel 520i

Vervallen

Artikel 520j

Vervallen

Artikel 520k

Vervallen

Artikel 520l

Vervallen

Artikel 520m

Vervallen

Artikel 520n

Vervallen

Artikel 520o

Vervallen

Artikel 520p

Vervallen

Artikel 520q

Vervallen

Artikel 520r

Vervallen

Artikel 520s

Vervallen

Artikel 520t

Vervallen

Titel B. Van het vervoer van personen

Paragraaf 1. Algemeene bepalingen

Artikel 521

Vervallen

Artikel 522

Vervallen

Artikel 523

Vervallen

Artikel 524

Vervallen

Artikel 524a

Vervallen

Artikel 524b

Vervallen

Artikel 525

Vervallen

Artikel 526

Vervallen

Artikel 527

Vervallen

Artikel 528

Vervallen

Artikel 529

Vervallen

Artikel 530

Vervallen

Artikel 531

Vervallen

Artikel 532

Vervallen

Artikel 533

Vervallen

Artikel 533a

Vervallen

Artikel 533b

Vervallen

Artikel 533c

Vervallen

Paragraaf 2. Vaste lijnen

Artikel 533d

Vervallen

Artikel 533e

Vervallen

Artikel 533f

Vervallen

Artikel 533g

Vervallen

Artikel 533h

Vervallen

Artikel 533i

Vervallen

Artikel 533j

Vervallen

Artikel 533k

Vervallen

Artikel 533l

Vervallen

Artikel 533m

Vervallen

Artikel 533mbis

Vervallen

Paragraaf 3. Tijd-bevrachting

Artikel 533n

Vervallen

Artikel 533o

Vervallen

Artikel 533p

Vervallen

Paragraaf 4. Reis-bevrachting

Artikel 533q

Vervallen

Artikel 533r

Vervallen

Artikel 533s

Vervallen

Artikel 533t

Vervallen

Artikel 533u

Vervallen

Paragraaf 5. Vervoer van enkele personen

Artikel 533v

Vervallen

Artikel 533w

Vervallen

Artikel 533x

Vervallen

Artikel 533ij

Vervallen

Artikel 533z

Vervallen

Titel Zesde. Van aanvaring

Artikel 534

Vervallen

Artikel 535

Vervallen

Artikel 536

Vervallen

Artikel 536a

Vervallen

Artikel 537

Vervallen

Artikel 538

Vervallen

Artikel 539

Vervallen

Artikel 540

Vervallen

Artikel 541

Vervallen

Artikel 542

Vervallen

Artikel 543

Vervallen

Artikel 544

Vervallen

Artikel 544a

Vervallen

Titel Zevende. Van hulp en berging

Artikel 545

Vervallen

Artikel 546

Vervallen

Artikel 547

Vervallen

Artikel 548

Vervallen

Artikel 549

Vervallen

Artikel 550

Vervallen

Artikel 551

Vervallen

Artikel 552

Vervallen

Artikel 553

Vervallen

Artikel 554

Vervallen

Artikel 555

Vervallen

Artikel 556

Vervallen

Artikel 557

Vervallen

Artikel 558

Vervallen

Artikel 559

Vervallen

Artikel 560

Vervallen

Artikel 561

Vervallen

Artikel 562

Vervallen

Artikel 563

Vervallen

Artikel 564

Vervallen

Artikel 565

Vervallen

Artikel 566

Vervallen

Artikel 567

Vervallen

Artikel 568

Vervallen

Artikel 569

Vervallen

Artikel 570

Vervallen

Artikel 571

Vervallen

Artikel 572

Vervallen

Artikel 573

Vervallen

Artikel 574

Vervallen

Artikel 575

Vervallen

Artikel 576

Vervallen

Titel Achtste. Van bodemerij

Artikel 577

Vervallen

Artikel 578

Vervallen

Artikel 579

Vervallen

Artikel 580

Vervallen

Artikel 581

Vervallen

Artikel 582

Vervallen

Artikel 583

Vervallen

Artikel 584

Vervallen

Artikel 585

Vervallen

Artikel 586

Vervallen

Artikel 587

Vervallen

Artikel 588

Vervallen

Artikel 589

Vervallen

Artikel 590

Vervallen

Artikel 591

Vervallen

Titel Negende. Van verzekering tegen de gevaren der zee en die der slavernij

Afdeling Eerste. Van den vorm en den inhoud der verzekering

Artikel 592

Vervallen

Artikel 593

Vervallen

Artikel 594

Vervallen

Artikel 595

Vervallen

Artikel 596

Vervallen

Artikel 597

Vervallen

Artikel 598

Vervallen

Artikel 599

Vervallen

Artikel 600

Vervallen

Artikel 601

Vervallen

Artikel 602

Vervallen

Artikel 603

Vervallen

Artikel 604

Vervallen

Artikel 605

Vervallen

Artikel 606

Vervallen

Artikel 607

Vervallen

Artikel 608

Vervallen

Artikel 609

Vervallen

Artikel 610

Vervallen

Artikel 611

Vervallen

Artikel 612

Vervallen

Artikel 613

Vervallen

Artikel 614

Vervallen

Artikel 615

Vervallen

Artikel 616

Vervallen

Artikel 617

Vervallen

Artikel 618

Vervallen

Afdeling Tweede. Van de begrooting der verzekerde voorwerpen

Artikel 619

Vervallen

Artikel 620

Vervallen

Artikel 621

Vervallen

Artikel 622

Vervallen

Artikel 623

Vervallen

Afdeling Derde. Van het begin en het einde van het gevaar

Artikel 624

Vervallen

Artikel 625

Vervallen

Artikel 626

Vervallen

Artikel 627

Vervallen

Artikel 628

Vervallen

Artikel 629

Vervallen

Artikel 630

Vervallen

Artikel 631

Vervallen

Artikel 632

Vervallen

Artikel 633

Vervallen

Artikel 634

Vervallen

Afdeling Vierde. Van de regten en pligten van den verzekeraar en den verzekerde

Artikel 635

Vervallen

Artikel 636

Vervallen

Artikel 637

Vervallen

Artikel 638

Vervallen

Artikel 639

Vervallen

Artikel 640

Vervallen

Artikel 641

Vervallen

Artikel 642

Vervallen

Artikel 643

Vervallen

Artikel 644

Vervallen

Artikel 645

Vervallen

Artikel 646

Vervallen

Artikel 647

Vervallen

Artikel 648

Vervallen

Artikel 649

Vervallen

Artikel 650

Vervallen

Artikel 651

Vervallen

Artikel 652

Vervallen

Artikel 653

Vervallen

Artikel 654

Vervallen

Artikel 655

Vervallen

Artikel 656

Vervallen

Artikel 657

Vervallen

Artikel 658

Vervallen

Artikel 659

Vervallen

Artikel 660

Vervallen

Artikel 661

Vervallen

Artikel 662

Vervallen

Afdeling Vijfde. Van abandonnement

Artikel 663

Vervallen

Artikel 664

Vervallen

Artikel 665

Vervallen

Artikel 666

Vervallen

Artikel 667

Vervallen

Artikel 668

Vervallen

Artikel 669

Vervallen

Artikel 670

Vervallen

Artikel 671

Vervallen

Artikel 672

Vervallen

Artikel 673

Vervallen

Artikel 674

Vervallen

Artikel 675

Vervallen

Artikel 676

Vervallen

Artikel 677

Vervallen

Artikel 678

Vervallen

Artikel 679

Vervallen

Artikel 680

Vervallen

Afdeling Zesde. Van de plichten en rechten van tussenpersonen in zee-assurantiën

Artikel 681

Vervallen

Artikel 682

Vervallen

Artikel 683

Vervallen

Artikel 684

Vervallen

Artikel 685

Vervallen

Artikel 685a

Vervallen

Titel Tiende. Van verzekering tegen de gevaren van den vervoer te lande en op binnenwateren

Artikel 686

Vervallen

Artikel 687

Vervallen

Artikel 688

Vervallen

Artikel 689

Vervallen

Artikel 690

Vervallen

Artikel 691

Vervallen

Artikel 692

Vervallen

Artikel 693

Vervallen

Artikel 694

Vervallen

Artikel 695

Vervallen

Titel Elfde. Van avarijen

Artikel 696

Vervallen

Artikel 697

Vervallen

Artikel 698

Vervallen

Artikel 699

Vervallen

Artikel 700

Vervallen

Artikel 701

Vervallen

Artikel 702

Vervallen

Artikel 703

Vervallen

Artikel 704

Vervallen

Artikel 705

Vervallen

Artikel 706

Vervallen

Artikel 707

Vervallen

Artikel 708

Vervallen

Artikel 709

Vervallen

Artikel 710

Vervallen

Artikel 711

Vervallen

Artikel 712

Vervallen

Artikel 713

Vervallen

Artikel 714

Vervallen

Artikel 715

Vervallen

Artikel 716

Vervallen

Artikel 717

Vervallen

Artikel 718

Vervallen

Artikel 719

Vervallen

Artikel 720

Vervallen

Artikel 721

Vervallen

Artikel 722

Vervallen

Artikel 723

Vervallen

Artikel 724

Vervallen

Artikel 725

Vervallen

Artikel 726

Vervallen

Artikel 727

Vervallen

Artikel 728

Vervallen

Artikel 729

Vervallen

Artikel 730

Vervallen

Artikel 731

Vervallen

Artikel 732

Vervallen

Artikel 733

Vervallen

Artikel 734

Vervallen

Artikel 735

Vervallen

Artikel 736

Vervallen

Artikel 737

Vervallen

Artikel 738

Vervallen

Artikel 739

Vervallen

Artikel 740

Vervallen

Titel A. Van de beperking der aansprakelijkheid

Artikel 740a

Vervallen

Artikel 740b

Vervallen

Artikel 740c

Vervallen

Artikel 740d

Vervallen

Artikel 740e

Vervallen

Artikel 740f

Vervallen

Artikel 740g

Vervallen

Artikel 740h

Vervallen

Artikel 740i

Vervallen

Artikel 740j

Vervallen

Titel Twaalfde. Van het te niet gaan der verbindtenissen in den zeehandel

Artikel 741

Vervallen

Artikel 742

Vervallen

Artikel 743

Vervallen

Artikel 744

Vervallen

Artikel 745

Vervallen

Artikel 746

Vervallen

Artikel 747

Vervallen

Titel Dertiende. Van de binnenvaart

Afdeling Eerste. Binnenschepen en voorwerpen aan boord daarvan

Paragraaf 1. Rechten op binnenschepen

Artikel 748

Vervallen

Artikel 749

Vervallen

Artikel 750

Vervallen

Artikel 751

Vervallen

Artikel 752

Vervallen

Artikel 753

Vervallen

Artikel 754

Vervallen

Artikel 755

Vervallen

Artikel 756

Vervallen

Artikel 757

Vervallen

Artikel 758

Vervallen

Artikel 759

Vervallen

Artikel 760

Vervallen

Artikel 761

Vervallen

Artikel 762

Vervallen

Artikel 763

Vervallen

Artikel 764

Vervallen

Artikel 765

Vervallen

Artikel 765a

Vervallen

Artikel 765b

Vervallen

Artikel 765c

Vervallen

Artikel 765d

Vervallen

Artikel 765e

Vervallen

Artikel 765f

Vervallen

Artikel 765g

Vervallen

Artikel 765h

Vervallen

Artikel 765i

Vervallen

Artikel 765j

Vervallen

Artikel 765k

Vervallen

Artikel 765l

Vervallen

Artikel 765m

Vervallen

Artikel 765n

Vervallen

Paragraaf 2. Voorrechten op binnenschepen

Artikel 766

Vervallen

Artikel 767

Vervallen

Artikel 768

Vervallen

Artikel 769

Vervallen

Artikel 770

Vervallen

Artikel 771

Vervallen

Artikel 772

Vervallen

Artikel 773

Vervallen

Artikel 774

Vervallen

Paragraaf 3. Voorrechten op voorwerpen aan boord van binnenschepen

Artikel 775

Vervallen

Artikel 775a

Vervallen

Artikel 775b

Vervallen

Artikel 775c

Vervallen

Artikel 775d

Vervallen

Artikel 775e

Vervallen

Artikel 775f

Vervallen

Artikel 776

Vervallen

Artikel 777

Vervallen

Artikel 778

Vervallen

Artikel 779

Vervallen

Afdeling Tweede. Van den eigenaar en den gebruiker van een binnenschip

Artikel 780

Vervallen

Artikel 781

Vervallen

Afdeling Derde. Van den schipper en de schepelingen

Artikel 782

1. De schipper is verplicht de gebruikelijke regels en de bestaande voorschriften ter verzekering van de deugdelijkheid en de veiligheid van het schip voor de vaart op binnenwateren, van de veiligheid der opvarenden en der zaken aan boord met nauwgezetheid op te volgen.

2. Hij onderneemt de reis niet, tenzij het schip tot het volvoeren daarvan geschikt, naar behooren uitgerust en voldoende bemand is.

Artikel 783

1. De schipper kan na aankomst in eene haven door een notaris eene scheepsverklaring doen opmaken omtrent de voorvallen der reis. Buiten Nederland wendt hij zich tot den Nederlandschen consulairen ambtenaar of, bij ontstentenis van zoodanigen ambtenaar, tot het bevoegde gezag.

2. De notaris en de consulaire ambtenaar zijn verplicht van scheepsverklaringen tegen betaling van kosten afschrift uit te reiken aan ieder, die het verlangt.

Artikel 784

Vervallen

Artikel 785

1. De schipper is verplicht aan personen, die in gevaar verkeeren, en in het bijzonder, als zijn schip bij eene aanvaring betrokken is geweest, aan de andere daarbij betrokken schepen en de personen, die zich aan boord dier schepen bevinden, de hulp te verleenen, waartoe hij bij machte is zonder zijn eigen schip en de opvarenden daarvan aan ernstig gevaar bloot te stellen.

2. Hij is bovendien verplicht, voor zooverre hem dit mogelijk is, aan de andere bij de aanvaring betrokken schepen op te geven den naam van zijn schip, van de plaats, waar het thuis behoort, van de plaats, vanwaar het komt en waarheen het bestemd is, alsmede inzage te verstrekken van het bewijs van inschrijving in het register.

3. Niet-nakoming van deze verplichtingen door den schipper geeft geen aanspraak jegens hem, die uit welken hoofde dan ook verantwoordelijk is voor het optreden van de schipper.

Artikel 786

Vervallen

Artikel 787

Vervallen

Afdeling Vierde. Van vervrachting en bevrachting van binnenschepen in het algemeen

Artikel 788

Vervallen

Artikel 789

Vervallen

Artikel 790

Vervallen

Artikel 791

Vervallen

Artikel 791a

Vervallen

Artikel 792

Vervallen

Artikel 793

Vervallen

Artikel 794

Vervallen

Artikel 795

Vervallen

Artikel 796

Vervallen

Artikel 797

Vervallen

Artikel 798

Vervallen

Artikel 799

Vervallen

Artikel 800

Vervallen

Artikel 801

Vervallen

Artikel 802

Vervallen

Artikel 803

Vervallen

Artikel 804

Vervallen

Artikel 805

Vervallen

Artikel 806

Vervallen

Artikel 807

Vervallen

Artikel 808

Vervallen

Afdeling Vijfde. Van het vervoer van goederen

Artikel 809

Vervallen

Artikel 810

Vervallen

Artikel 811

Vervallen

Artikel 812

Vervallen

Artikel 813

Vervallen

Artikel 814

Vervallen

Artikel 815

Vervallen

Artikel 815a

Vervallen

Artikel 816

Vervallen

Artikel 817

Vervallen

Artikel 818

Vervallen

Artikel 819

Vervallen

Artikel 820

Vervallen

Artikel 821

Vervallen

Artikel 822

Vervallen

Artikel 823

Vervallen

Artikel 824

Vervallen

Artikel 825

Vervallen

Artikel 826

Vervallen

Artikel 827

Vervallen

Artikel 828

Vervallen

Artikel 829

Vervallen

Artikel 830

Vervallen

Artikel 831

Vervallen

Artikel 832

Vervallen

Artikel 833

Vervallen

Artikel 834

Vervallen

Artikel 835

Vervallen

Artikel 836

Vervallen

Artikel 837

Vervallen

Artikel 838

Vervallen

Artikel 839

Vervallen

Artikel 840

Vervallen

Artikel 841

Vervallen

Artikel 842

Vervallen

Artikel 843

Vervallen

Artikel 844

Vervallen

Artikel 845

Vervallen

Artikel 846

Vervallen

Artikel 847

Vervallen

Artikel 848

Vervallen

Artikel 849

Vervallen

Artikel 850

Vervallen

Artikel 851

Vervallen

Artikel 852

Vervallen

Artikel 853

Vervallen

Artikel 854

Vervallen

Paragraaf 2. Beurtvaart

Artikel 855

Vervallen

Artikel 856

Vervallen

Artikel 857

Vervallen

Artikel 858

Vervallen

Artikel 859

Vervallen

Artikel 860

Vervallen

Artikel 861

Vervallen

Artikel 862

Vervallen

Artikel 863

Vervallen

Artikel 864

Vervallen

Artikel 865

Vervallen

Artikel 866

Vervallen

Artikel 867

Vervallen

Artikel 868

Vervallen

Artikel 869

Vervallen

Artikel 870

Vervallen

Artikel 871

Vervallen

Artikel 872

Vervallen

Artikel 873

Vervallen

Paragraaf 3. Reisbevrachting

Artikel 874

Vervallen

Artikel 875

Vervallen

Artikel 876

Vervallen

Artikel 877

Vervallen

Artikel 878

Vervallen

Artikel 879

Vervallen

Artikel 880

Vervallen

Artikel 881

Vervallen

Artikel 882

Vervallen

Artikel 883

Vervallen

Artikel 884

Vervallen

Artikel 885

Vervallen

Artikel 886

Vervallen

Artikel 887

Vervallen

Artikel 888

Vervallen

Artikel 889

Vervallen

Artikel 890

Vervallen

Artikel 891

Vervallen

Artikel 892

Vervallen

Artikel 893

Vervallen

Artikel 894

Vervallen

Artikel 895

Vervallen

Artikel 896

Vervallen

Artikel 897

Vervallen

Artikel 898

Vervallen

Artikel 899

Vervallen

Artikel 900

Vervallen

Artikel 901

Vervallen

Artikel 902

Vervallen

Artikel 903

Vervallen

Artikel 904

Vervallen

Artikel 905

Vervallen

Artikel 906

Vervallen

Paragraaf 4. Bevrachting voor liggen en/of varen

Artikel 907

Vervallen

Artikel 908

Vervallen

Artikel 909

Vervallen

Artikel 910

Vervallen

Artikel 911

Vervallen

Artikel 912

Vervallen

Artikel 913

Vervallen

Artikel 914

Vervallen

Artikel 915

Vervallen

Artikel 916

Vervallen

Artikel 917

Vervallen

Artikel 918

Vervallen

Afdeling Zesde. Van het vervoer van personen

Artikel 919

Vervallen

Artikel 920

Vervallen

Artikel 921

Vervallen

Artikel 921a

Vervallen

Artikel 922

Vervallen

Artikel 923

Vervallen

Artikel 924

Vervallen

Afdeling Zevende. Van het sleepen van binnenschepen

Artikel 925

Vervallen

Artikel 926

Vervallen

Artikel 927

Vervallen

Artikel 928

Vervallen

Artikel 929

Vervallen

Artikel 930

Vervallen

Artikel 931

Vervallen

Artikel 931a

Vervallen

Artikel 932

Vervallen

Artikel 933

Vervallen

Artikel 934

Vervallen

Artikel 935

Vervallen

Afdeling Achtste. Van aanvaring

Artikel 936

Vervallen

Artikel 937

Vervallen

Artikel 938

Vervallen

Artikel 939

Vervallen

Artikel 940

Vervallen

Artikel 940a

Vervallen

Artikel 941

Vervallen

Artikel 942

Vervallen

Artikel 943

Vervallen

Artikel 944

Vervallen

Artikel 945

Vervallen

Artikel 946

Vervallen

Artikel 947

Vervallen

Artikel 948

Vervallen

Artikel 949

Vervallen

Afdeling Negende. Van hulp en berging

Artikel 950

Vervallen

Afdeling Tiende. Van avarijen

Artikel 951

Vervallen

Afdeling 10A. Van de beperking der aansprakelijkheid

Artikel 951a

Vervallen

Artikel 951b

Vervallen

Artikel 951c

Vervallen

Artikel 951d

Vervallen

Artikel 951e

Vervallen

Artikel 951f

Vervallen

Artikel 951g

Vervallen

Afdeling Elfde. Van verjaring en verval

Artikel 952

Vervallen

Artikel 953

Vervallen

Artikel 954

Vervallen

Artikel 955

Vervallen

Artikel 956

Vervallen

Artikel 957

Vervallen

Titel . Algemene slotbepaling

Artikel 958

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen, gesteld in de hierna genoemde onderdelen van dit wetboek:

van het eerste boek:

Artikel 82 tweede lid, Titel IV derde en vierde afdeling en de Titels VI en VII;

van het tweede boek:

de Titels III, IV en Titel IX derde afdeling.

Zij is echter wel van toepassing op de termijnen, gesteld in de artikelen 419 en 451e.