rijk/wet/wijzigingswet-algemene-wet-bijzondere-ziektekosten-enz-vrijwillige-verzekering-a/BWBR0012087
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingswet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, enz. (vrijwillige verzekering AWBZ) BWBR0012087 wet geldend 2000-12-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012087 Wijzigingswet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, enz. (vrijwillige verzekering AWBZ)

Wijzigingswet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, enz. (vrijwillige verzekering AWBZ)

Artikel I

Wijzigt de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Artikel II

Wijzigt de Wet financiering volksverzekeringen.

Artikel III

1. In afwijking van artikel 32b, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten geschiedt aanmelding voor de vrijwillige verzekering van de in artikel 32a, eerste en tweede lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten bedoelde personen, van wie de verzekering ingevolge artikel 5 van die wet is geëindigd vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, uiterlijk twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze wet.

2. De vrijwillige verzekering ingevolge Hoofdstuk IV van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten gaat voor de in het eerste lid bedoelde personen in op de dag volgend op die waarop de verzekering ingevolge artikel 5 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is geëindigd, doch niet vroeger dan 1 januari 2000.

3. In afwijking van artikel 25 van de Wet financiering volksverzekeringen zijn personen, bedoeld in het eerste lid, eerst premie verschuldigd met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

4. Indien een persoon als bedoeld in het eerste lid is overleden tussen 31 december 1999 en de datum van inwerkingtreding van deze wet, hebben diens erfgenamen, ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, ter zake van kosten van zorg als bedoeld in het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering, niet omvattende de intramurale zorg als bedoeld in de paragrafen 3, 4, 5, 6, en 7, van dat besluit, recht op een vergoeding ter zake van die kosten, voorzover de overledene op 31 december 1999, ingevolge artikel 34, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, van dat besluit, in verbinding met de Regeling hulp in bijzondere omstandigheden AWBZ, voor rekening van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten die aanspraak had, en die zorg op een tijdstip gelegen uiterlijk op die dag is aangevangen. Artikel 34, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering, in verbinding met de Regeling hulp in bijzondere omstandigheden AWBZ, is van overeenkomstige toepassing.

5. De erfgenamen, bedoeld in het vierde lid, wenden zich voor het tot gelding brengen van het recht op vergoeding, binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze wet tot de Sociale Verzekeringsbank. De Sociale Verzekeringsbank beoordeelt of de overledene tot de vrijwillige verzekering had kunnen toetreden indien hij nog had geleefd, met dien verstande dat bij die beoordeling artikel 32a, tweede lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten buiten toepassing blijft. De Sociale Verzekeringsbank geeft aan de erfgenamen een verklaring af. Voor het verkrijgen van een vergoeding wenden de erfgenamen zich tot het uitvoeringsorgaan waarbij de overledene tot het overlijden als verzekerde was ingeschreven, onder overlegging van de door de SVB afgegeven verklaring.

Artikel IV

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.