rijk/wet/wijzigingswet-auteurswet-1912-enz-richtlijn-raad-van-de-europese-gemeenschappen/BWBR0007793
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingswet Auteurswet 1912, enz. (richtlijn Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende verhuurrecht, uitleenrecht en bepaalde naburige rechten) BWBR0007793 wet geldend 1995-12-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007793 Wijzigingswet Auteurswet 1912, enz. (richtlijn Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende verhuurrecht, uitleenrecht en bepaalde naburige rechten)

Wijzigingswet Auteurswet 1912, enz. (richtlijn Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende verhuurrecht, uitleenrecht en bepaalde naburige rechten)

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

1. Deze wet laat vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet verrichte exploitatiehandelingen onverlet.

2. Voor het verhuren van een werk in de zin van de Auteurswet en van een prestatie in de zin van de Wet op de naburige rechten, waarvan de verhuurder aantoont dat hij daarover vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op rechtmatige wijze de beschikking heeft gekregen, wordt de rechthebbende geacht toestemming te hebben gegeven, onverminderd het recht van de rechthebbende op een billijke vergoeding.

3. Het recht op een billijke vergoeding bedoeld in artikel 12a, en artikel 45d, zesde zin, van de Auteurswet en in artikel 2a van de Wet op de naburige rechten, voortvloeiend uit een vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet gesloten overeenkomst, wordt uiterlijk op 31 december 1996 ingeroepen.

Artikel IV

1. Onze Minister van Justitie zendt in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vóór 1 januari 2000 aan de Staten-Generaal een verslag over de werking en het effect van de in de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten opgenomen regeling terzake van het leenrecht.

2. De stichting, bedoeld in artikel 15d van de Auteurswet onderscheidenlijk artikel 15b van de Wet op de naburige rechten, en de rechtspersoon, bedoeld in artikel 15f van de Auteurswet onderscheidenlijk artikel 15a van de Wet op de naburige rechten, zijn verplicht de voor het in het eerste lid bedoelde verslag noodzakelijke gegevens te verschaffen en voor het overige hun medewerking te verlenen aan de voorbereiding van dit verslag.

Artikel V

De Auteurswet is op het uitlenen door openbare bibliotheken van publikaties als bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de Tijdelijke wet leenvergoeding van toepassing met ingang van het tijdstip waarop de Tijdelijke wet leenvergoeding vervalt.

Artikel VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VII

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.