40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Wijzigingswet Wet educatie en beroepsonderwijs, enz. (beëindiging bekostigingsrelatie tussen agrarische innovatie- en praktijkcentra en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) | BWBR0021063 | wet | geldend | 2007-08-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0021063 | Wijzigingswet Wet educatie en beroepsonderwijs, enz. (beëindiging bekostigingsrelatie tussen agrarische innovatie- en praktijkcentra en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) |
Wijzigingswet Wet educatie en beroepsonderwijs, enz. (beëindiging bekostigingsrelatie tussen agrarische innovatie- en praktijkcentra en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)
Artikel I
Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Artikel II
Wijzigt de Wet op het onderwijstoezicht.
Artikel III
Wijzigt de Kaderwet LNV-subsidies.
Artikel IV
1. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kent vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet aan de rechtspersonen waarvan de agrarische innovatie- en praktijkcentra uitgaan, in jaarlijkse termijnen gedurende maximaal vier jaar, een nader te bepalen financiële bijdrage toe.
2.
De in het eerste lid genoemde financiële bijdrage is opgebouwd uit:
a. a. een bijdrage in de personele kosten, en b. b. een overgangsbudget.
3.
De bijdrage in de personele kosten wordt door de rechtspersonen waarvan de agrarische innovatie- en praktijkcentra uitgaan in ieder geval besteed aan:
a. a. uitkeringen als gevolg van werkloosheid; b. b. uitkeringen als gevolg van arbeidsongeschiktheid; c. c. outplacement, of d. d. opleidingen.
4.
Het overgangsbudget wordt door de rechtspersonen waarvan de agrarische innovatie- en praktijkcentra uitgaan besteed aan door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan te wijzen onderwijsactiviteiten, die in ieder geval kosteloos worden aangeboden aan:
a. a. agrarische opleidingscentra; b. b. scholengemeenschappen als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs bestaande uit een agrarisch opleidingscentrum en een school voor middelbaar algemeen voorbereidend onderwijs of bestaande uit een regionaal opleidingscentrum en een school voor voorbereidend en middelbaar beroepsonderwijs in de sector landbouw; c. c. scholengemeenschappen als bedoeld in artikel 19 van de Wet op het voortgezet onderwijs met een afdeling landbouw en natuurlijke omgeving; d. d. scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs in de sector landbouw; e. e. Hogere Agrarische Opleidingen; f. f. Wageningen Universiteit; g. g. de Faculteit Diergeneeskunde Universiteit Utrecht, en h. h. buitenlandse studenten.
5. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bepaalt de hoogte van het overgangsbudget aan de hand van het bedrag van de, tot het tijdstip van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel, laatst vastgestelde rijksbijdrage voor de agrarische innovatie- en praktijkcentra, welke in maximaal 4 jaar wordt afgebouwd tot een bedrag van 0 euro.
6. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan aan het verstrekken van de financiële bijdrage nadere voorwaarden verbinden.
Artikel V
1. Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet legt het bestuur van de rechtspersoon waarvan een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum uitgaat in de jaarrekening zichtbaar verantwoording af aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het financiële beheer van het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum voor zover het betreft de financiële bijdrage als bedoeld in artikel IV. Uit de jaarrekening blijkt dat sprake is van een rechtmatige aanwending van de financiële bijdrage. Van een rechtmatige besteding is slechts sprake wanneer is voldaan aan de in of op grond van artikel IV gestelde voorwaarden.
2. Het bestuur van de rechtspersoon waarvan een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum uitgaat dient de jaarrekening voor 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar bij Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in.
3. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een door het bestuur aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek.
4. Indien de bijdrage in de personele kosten de daadwerkelijk te maken personele kosten overschrijdt dan wel indien het overgangsbudget de daadwerkelijk te maken kosten voor het verzorgen van de onderwijsactiviteiten overschrijdt, wordt door de rechtspersoon waarvan een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum uitgaat het teveel aan uitgekeerde gelden niet later dan een jaar na indiening van de laatste jaarrekening, bedoeld in het vorige lid, terugbetaald aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Artikel VI
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.