rijk/wet/wijzigingswet-wet-op-de-bezoldiging-van-de-rechterlijke-ambtenaren-enz-wijziging/BWBR0006451
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingswet Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren, enz. (wijziging bezoldigingsstructuur) BWBR0006451 wet geldend 1994-04-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006451 Wijzigingswet Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren, enz. (wijziging bezoldigingsstructuur)

Wijzigingswet Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren, enz. (wijziging bezoldigingsstructuur)

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel X

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XII

Wat hun bezoldiging betreft zijn de vice-presidenten van de gerechtshoven die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet als zodanig zijn benoemd, gelijkgesteld met een coördinerend vice-president.

Artikel XIII

1. De benoemingen van de ondervoorzitters van de Centrale Raad van Beroep, onderscheidenlijk de vice-voorzitters van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet als zodanig zijn benoemd, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot vice-president.

2. Wat hun bezoldiging betreft zijn zij gelijkgesteld met een coördinerend vice-president.

Artikel XIV

1. De benoemingen van de voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden van de Centrale Raad van Beroep die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet als zodanig zijn benoemd, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot president van, raadsheer in en raadsheer-plaatsvervanger in de Centrale Raad van Beroep.

2. De benoemingen van de voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden van het College van Beroep voor het bedrijfsleven die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet als zodanig zijn benoemd, worden van rechtswege gewijzigd in een benoeming tot president van, raadsheer in en raadsheer-plaatsvervanger in het College.

Artikel XV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVI

1. Indien als gevolg van deze wet het salaris, onderscheidenlijk het maximum salaris, van een rechterlijk ambtenaar of een rechterlijk ambtenaar in opleiding op een gelijk of een hoger bedrag wordt bepaald, geschiedt de inpassing in de op grond van deze wet van toepassing zijnde salariscategorie met terugwerkende kracht tot en met 1 juni 1992, onderscheidenlijk tot en met de datum van indiensttreding of de datum van een opvolgende benoeming gelegen na 1 juni 1992.

2. Voor de toepassing van het eerste lid zijn de voorzitters van de raden van beroep gelijkgesteld met een coördinerend vice-president van een arrondissementsrechtbank en de ondervoorzitters met een rechter in een arrondissementsrechtbank.

3. De inpassing geschiedt op het salarisbedrag dat de rechterlijk ambtenaar of de rechterlijk ambtenaar in opleiding op 1 juni 1992, onderscheidenlijk op de datum van indiensttreding of de datum van een opvolgende benoeming gelegen na 1 juni 1992, genoot, dan wel, indien dat bedrag in de van toepassing zijnde salariscategorie niet voorkomt, op het naast hogere bedrag in die salariscategorie.

4. Voor de toepassing van het derde lid worden de salarisbedragen waarop de inpassing geschiedt, herleid overeenkomstig de bijlage die bij deze wet behoort.

Artikel XVII

Artikel XVI is van overeenkomstige toepassing op rechterlijke ambtenaren als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet als zodanig zijn aangewezen en die in aansluiting op hun aanwijzing worden benoemd tot rechterlijk ambtenaar als bedoeld in de artikelen 1 en 1a van die wet.

Artikel XVIII

1. Indien als gevolg van deze wet het salaris van een rechterlijk ambtenaar of een rechterlijk ambtenaar in opleiding op een hoger bedrag is bepaald en aan hem in de periode van 1 januari 1992 tot en met 31 december 1994 ontslag is of wordt verleend en aan hem tegelijkertijd een ouderdomspensioen of een invaliditeitspensioen is of wordt toegekend, wordt aan hem in verband met gederfde pensioenaanspraken een eenmalige uitkering toegekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

2. Indien een rechterlijk ambtenaar of een rechterlijk ambtenaar in opleiding wiens salaris als gevolg van deze wet op een hoger bedrag is bepaald, in de periode van 1 januari 1992 tot en met 31 december 1994 is overleden of overlijdt, wordt aan diens nagelaten betrekkingen aan wie een weduwen- en wezenpensioen is of wordt toegekend, in verband met gederfde pensioenaanspraken een eenmalige uitkering toegekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

3. Indien als gevolg van deze wet het salaris van een rechterlijk ambtenaar of een rechterlijk ambtenaar in opleiding aan wie in de periode van 1 juni 1991 tot en met de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deze wet ontslag is verleend en aan wie tegelijkertijd een uitkering op grond van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden is toegekend, op een hoger bedrag is bepaald, wordt aan hem in verband met gederfde pensioenaanspraken en in verband met een te laag vastgestelde uitkering op grond van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden een eenmalige uitkering toegekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

4. Indien als gevolg van deze wet het salaris van een rechterlijk ambtenaar of een rechterlijk ambtenaar in opleiding aan wie in de periode van 1 juni 1991 tot en met 31 mei 1992 ontslag is verleend en aan wie tegelijkertijd een wachtgeld of een uitkering op grond van de Uitkeringsregeling 1966 is toegekend, op een hoger bedrag is bepaald, wordt aan hem in verband met een te laag vastgesteld wachtgeld of een te laag vastgestelde uitkering op grond van de Uitkeringsregeling 1966 een eenmalige uitkering toegekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.

Artikel XIX

De bijlage, bedoeld in artikel XVI, vierde lid, wordt als volgt vastgesteld:

Bijlage bij de Wet van 4 februari 1994, Stb. 81, houdende wijziging van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten (wijziging bezoldigingsstructuur)

A = salaris in guldens per maand met ingang van 1 juni 1992. B = salaris in guldens per maand met ingang van 1 januari 1993. C = salaris in guldens per maand met ingang van 1 april 1993.

Artikel XX

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.