rijk/wet/wijzigingswet-wet-participatiebudget-enz-invoeren-specifieke-uitkering-educatie/BWBR0035386
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingswet Wet participatiebudget, enz. (invoeren specifieke uitkering educatie en vervallen verplichte besteding educatiemiddelen bij regionale opleidingencentra) BWBR0035386 wet geldend 2015-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0035386 Wijzigingswet Wet participatiebudget, enz. (invoeren specifieke uitkering educatie en vervallen verplichte besteding educatiemiddelen bij regionale opleidingencentra)

Wijzigingswet Wet participatiebudget, enz. (invoeren specifieke uitkering educatie en vervallen verplichte besteding educatiemiddelen bij regionale opleidingencentra)

Artikel I

Wijzigt de Wet participatiebudget.

Artikel II

Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel III

Wijzigt de Les- en cursusgeldwet.

Artikel IIIa

1.

Voor het kalenderjaar 2015 wordt de uitkering educatie die aan een college van burgemeester en wethouders van een contactgemeente van een regio wordt verstrekt, berekend volgens de formule:

{bi: bl} x bm

waarbij wordt verstaan onder:

bi: de som van de bedragen die de gemeenten binnen deze regio voor het jaar 2014 hebben ontvangen op grond van artikel 4 van het Besluit participatiebudget zoals dat luidde op 31 december 2014;

bl: het landelijk budget educatie in het jaar 2014 ingevolge de Wet participatiebudget zoals die luidde op 31 december 2014;

bm: het totale bedrag dat door Onze Minister beschikbaar is gesteld voor uitkeringen educatie voor alle regios educatie voor het kalenderjaar 2015.

2. Indien de uitkering educatie voor het kalenderjaar 2015 niet volledig is besteed, kan het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente het niet bestede bedrag tot maximaal 25% van de voor dat jaar toegekende uitkering educatie reserveren voor opleidingen educatie in het kalenderjaar 2016.

3. Indien in het kalenderjaar 2015 meer dan de uitkering educatie is besteed aan opleidingen educatie, kan het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente het meer bestede bedrag tot maximaal 25% van de voor dat jaar toegekende uitkering educatie ten laste brengen van de uitkering educatie voor het kalenderjaar 2016.

Artikel IV

1.

Artikel 14 van de Wet participatiebudget, de artikelen 1.3.1 en 2.3.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 1, onderdeel f, onder 4°, van de Les- en cursusgeldwet en artikel 15, eerste lid, onder d en e, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 zoals luidend op 31 december 2014 zijn van overeenkomstige toepassing op de besteding van

a. a. ten minste 75% van de uitkering die een contactgemeente in 2015 ontvangt op grond van artikel IIIA, b. b. ten minste 50% van de uitkering die een contactgemeente in 2016 ontvangt op grond van artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en c. c. ten minste 25% van de uitkering die een contactgemeente in 2017 ontvangt op grond van artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

2. Van de percentages, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken voor zover het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente daarover overeenstemming heeft bereikt met de instelling waarmee een college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de betreffende regio een overeenkomst uitkering educatie als bedoeld in artikel 2.3.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs heeft gesloten voor het kalenderjaar, voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet.

3. Indien de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de betreffende regio met twee of meer instellingen een overeenkomst uitkering educatie hebben gesloten voor het kalenderjaar, voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet, wordt het tweede lid voor elk van die instellingen toegepast naar rato van de educatiebedragen die voor dat jaar aan de betreffende instelling zijn betaald.

Artikel V

De artikelen 1, 2, 3, 7 en 14 van de Wet participatiebudget, 1.1.1, 1.3.1, 1.3.5, 2.3.1, 2.3.3, 2.3.4, 2.3.6, 2.3.6a, 2.3.6c, 2.3.6d, 7.3.1, 8.1.1d, 8.1.3, 8.1.8a, 8.2.1 en 8.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en 1 van de Les- en cursusgeldwet zoals luidend op de dag voor de datum van inwerkingtreding van deze wet blijven van toepassing op uitkeringen en opleidingen educatie die betrekking hebben op de periode voor de inwerkingtreding van deze wet.

Artikel VI

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel VII

1. Deze wet treedt met uitzondering van artikel II, onderdeel H, in werking met ingang van 1 januari 2015. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2014, treedt deze wet met uitzondering van artikel II, onderdeel H, in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

2. Artikel II, onderdeel H, treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.