rijk/zbo/allocatiecode-gas/BWBR0037931
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Allocatiecode gas BWBR0037931 zbo geldend 2016-05-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0037931 Allocatiecode gas

Allocatiecode gas

Hoofdstuk 1. Werkingssfeer en definities

Paragraaf 1.1. Werkingssfeer en Definities

Artikel 1.1.1

Het bepaalde in deze code betreft het proces van allocatie ten behoeve van erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers op grond van gegevens van aangeslotenen op de regionale gasttransportnetten en op het landelijk gastransportnet, alsmede de daarbij behorende instrumenten en informatiestromen.

Artikel 1.1.2

Begrippen, die in de Gaswet of de Begrippencode gas zijn gedefinieerd, hebben de in de Gaswet of Begrippencode gas gedefinieerde betekenis.

Artikel 1.1.3

Onder off line allocatie wordt binnen deze code verstaan de maandelijkse allocatie op de 6e en 16e werkdag na afloop van de maand en de 10e werkdag van de vierde maand na afloop van de maand.

Hoofdstuk 2. Tijdschema allocatie

Paragraaf 2.0. Near-real-time allocatie

Artikel 2.0.1

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verzamelt elk uur, kort na het volle uur, voor alle entry- en exitpunten met een jaarlijkse hoeveelheid gemeten gas ≥ 170.000 m^3 de meetwaarden per uur.

Artikel 2.0.2

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt uiterlijk 5 minuten na afloop van het uur waarop de gegevens betrekking hebben, aan erkende programmaverantwoordelijke(n) de near-real-time allocatiegegevens, samengesteld op grond van de conform 2.0.1 verzamelde meetwaarden.

Artikel 2.0.3

In afwijking van 2.0.2 verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet aan erkende programmaverantwoordelijke(n) de near-real-time allocatiegegevens, samengesteld op grond van de conform 2.0.1 verzamelde meetwaarden voor de exitpunten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een regionaal gastransportnet uiterlijk 15 minuten na afloop van het uur waarop de gegevens betrekking hebben.

Artikel 2.0.4

Voor informatieve doeleinden verzamelt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de in 2.0.1 genoemde meetwaarden ook voor alle intervallen van 5 minuten binnen een uur. Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet niet tijdig een in 2.0.1 genoemde meetwaarde voor een uur beschikbaar heeft, gebruikt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet in plaats van de uurwaarde een lineaire extrapolatie van de laatst ontvangen 5 minuten waarde.

Artikel 2.0.5

Indien de in 2.0.4 genoemde 5 minuten waarde niet beschikbaar is gebruikt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de laatst beschikbare uurwaarde.

Artikel 2.0.6

Met behulp van het Centraal Systeem Stuursignaal wordt, uitgaande van de meetwaarden afkomstig van meetinrichtingen op de exitpunten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een regionaal gastransportnet, elk uur, kort na het volle uur, de allocatie van de meetwaarde per erkende programmaverantwoordelijke per netgebied per afnamecategorie uitgevoerd.

Artikel 2.0.7

Bij het bepalen van de allocaties conform 2.0.6 wordt gebruik gemaakt van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij aangeslotenen die voorzien zijn van afnamecategorie GGV en GIS en die zijn aangesloten op een regionaal gastransportnet en van het aansluitingenregister van de regionale netbeheerder.

Artikel 2.0.7a

Bij het bepalen van de allocaties conform 2.0.6 wordt voor aansluitingen op gesloten distributiesystemen aangesloten op een regionaal distributienet waarvan de beheerder heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, gebruik gemaakt van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij aangeslotenen op dat gesloten distributiesysteem die voorzien zijn van afnamecategorie GGV en GIS en van het aansluitingenregister van de beheerder van het gesloten distributiesysteem. Deze gegevens treden in de plaats van de gegevens van de aansluiting van het gesloten distributiesysteem op het regionale gastransportnet. Indien de gegevens van de beheerder van het gesloten distributiesysteem ontbreken worden de gegevens van de aansluiting van het gesloten distributiesysteem op het regionale gastransportnet gebruikt.

Artikel 2.0.8

Bij het samenstellen conform 2.0.6 van de allocatiegegevens van aangeslotenen op gastransportnetten van regionale netbeheerders niet behorende tot de afnamecategorie GGV of GIS of met de afnamecategorie GGV of GIS, maar waarvoor geen meetwaarden zijn aangeleverd, worden de rekenregels toegepast van de methodiek Verbruiksprofielen, beschreven in respectievelijk bijlage 1a van deze code en bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas.

Artikel 2.0.8a

Bij het samenstellen conform 2.0.6 van de allocatiegegevens van aangeslotenen op gesloten distributiesystemen aangesloten op een regionaal net waarvan de beheerder van het gesloten distributiesysteem heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, niet behorende tot de afnamecategorie GGV of GIS of met de afnamecategorie GGV of GIS, maar waarvoor geen meetwaarden zijn aangeleverd, worden de rekenregels toegepast van de methodiek Verbruiksprofielen, beschreven in bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas.

Artikel 2.0.9

Nadere regels voor het uit te voeren allocatieproces zijn opgenomen in de hoofdstukken 4 en 4a en in bijlage 2a.

Paragraaf 2.1. Dagelijkse allocatie

Artikel 2.1.1

Vervallen

Artikel 2.1.2

Vervallen

Artikel 2.1.3

Vervallen

Artikel 2.1.4

Vervallen

Paragraaf 2.2. Maandelijkse allocatie

Artikel 2.2.1

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet, de regionale netbeheerders en de beheerders van gesloten distributiesystemen die hebben aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten verzamelen maandelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen bij de telemetriegrootverbruikers die rechtstreeks zijn aangesloten op hun net. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verzamelt maandelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen op de entrypunten met uurmeting en op de overige exitpunten met uurmeting.

Artikel 2.2.2

1. De regionale netbeheerder maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij verbruikers en systeemverbindingen en van het aansluitingenregister van het distributienet.

2. De beheerder van een gesloten distributienet die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens geregistreerd door meetinrichtingen bij verbruikers en van het aansluitingenregister van het gesloten distributiesysteem.

3. Voor exitpunten die de verbinding vormen tussen het landelijk gastransportnet en een regionaal gastransportnet maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op de punten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een regionaal gastransportnet en van de door de regionale netbeheerder aangeleverde allocatiegegevens en van de allocatiegegevens die zijn aangeleverd door de beheerder van een gesloten distributiesysteem.

4. Voor exitpunten die gekoppeld zijn aan de aansluiting van een verbruiker op het landelijk gastransportnet maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, van confirmaties en van zijn aansluitingenregister.

5. Voor overige entry- en exitpunten maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocaties gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op deze entry- en exitpunten en van confirmaties.

Artikel 2.2.3

De regionale netbeheerder past bij het samenstellen van de allocatiegegevens afkomstig van meetinrichtingen van de op zijn net aangesloten profielgrootafnemers, de rekenregels toe van de methodiek Verbruiksprofielen, beschreven in bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas.

Artikel 2.2.4

Nadere regels voor het maandelijks uit te voeren allocatieproces zijn opgenomen in de hoofdstukken 4 en 4a en bijlage 2.

Paragraaf 2.3. Dagelijkse allocatie: Allocatiegegevens op de 6e werkdag na afloop van de dag

Artikel 2.3.1

Vervallen

Artikel 2.3.2

Vervallen

Artikel 2.3.3

Vervallen

Paragraaf 2.4. Maandelijkse allocatie: Allocatiegegevens op de 6e werkdag na afloop van de maand

Artikel 2.4.1

1. De regionale netbeheerder verstrekt uiterlijk op de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s).

2. De beheerder van een gesloten distributienet die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, verstrekt uiterlijk op de zevende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s).

3. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt uiterlijk de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, door middel van berichten aan erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s) de allocatiegegevens, samengesteld op grond van de op het landelijk gastransportnet aangesloten verbruikers.

Artikel 2.4.2

De allocatiegegevens die verstrekt zijn volgens het bepaalde in artikel 2.4.1worden beschouwd als de voorlopige allocatie.

Artikel 2.4.3

Indien de regionale netbeheerder of de beheerder van een gesloten distributiesysteem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten met betrekking tot een aansluiting niet tijdig of niet volledig meetgegevens heeft ontvangen van de erkende meetverantwoordelijke zal hij ten behoeve van de maandelijkse allocatie een schatting maken van het verbruik van de betreffende aansluiting voor de betreffende periode en dit verbruik vlak verdelen over de uren.

Paragraaf 2.5. Maandelijkse allocatie: Allocatiegegevens op de 16e werkdag na afloop van de maand

Artikel 2.5.1

De regionale netbeheerder en de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten verstrekken uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s). De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, door middel van berichten aan erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s) de allocatiegegevens, samengesteld op grond van de op het landelijk gastransportnet aangesloten verbruikers. Voor de overige entry- en exitpunten verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatiegegevens uiterlijk de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben aan erkende programmaverantwoordelijke(n). Voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatiegegevens aan erkende programmaverantwoordelijke(n) 2 werkdagen na de ontvangst van de door alle regionale beheerders aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte allocatiegegevens.

Artikel 2.5.2

Indien een regionale netbeheerder niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.5.1 gestelde termijn, kan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet na overleg met betrokkenen waaronder in elk geval worden begrepen de desbetreffende regionale netbeheerder en de betrokken erkende programmaverantwoordelijke(n) de allocatie vaststellen met behulp van door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet geschatte waardes.

Artikel 2.5.2a

Indien een beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.5.1 gestelde termijn, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatie vaststellen met behulp van door de regionale netbeheerder aangeleverde gegevens over de aansluiting van het gesloten distributiesysteem op het regionale distributienet.

Artikel 2.5.3

De allocatiegegevens die verstrekt zijn volgens het bepaalde in artikel 2.5.1 of 2.5.2 worden beschouwd als de definitieve allocatie die de basis vormt voor de financiële afwikkeling van handels- en/of transporttransacties.

Paragraaf 2.6. Maandelijkse allocatie: Allocatiegegevens op de 10e werkdag van de vierde maand na afloop van de maand

Artikel 2.6.1

1. De regionale netbeheerder en de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten verstrekken uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s).

2. Voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatiegegevens aan erkende programmaverantwoordelijke(n) twee werkdagen na de ontvangst van de door alle regionale beheerders aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte allocatiegegevens.

Artikel 2.6.2

Indien een regionale netbeheerder niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.6.1 gestelde termijn, kan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet na overleg met betrokkenen waaronder in elk geval worden begrepen de desbetreffende regionale netbeheerder en de betrokken erkende programmaverantwoordelijke(n) de allocatie vaststellen met behulp van door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet geschatte waardes.

Artikel 2.6.2a

Indien een beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in artikel 2.6.1 gestelde termijn, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatie vaststellen met behulp van door de regionale netbeheerder aangeleverde gegevens.

Artikel 2.6.3

De allocatiegegevens die verstrekt zijn volgens het bepaalde in artikel 2.6.1 of 2.6.2 worden beschouwd als correcties op de definitieve allocatie, die de basis vormen voor correcties op de financiële afwikkeling van handels- en/of transporttransacties.

Paragraaf 2.7. Consistentie van de aangeleverde gegevens

Artikel 2.7.1

De regionale netbeheerder en de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code draagt er zorg voor dat informatie, die aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers wordt verschaft, consistent is (inclusief de restvolumes en correctievolumes).

Artikel 2.7.2

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet draagt er zorg voor dat informatie, die aan erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers wordt verschaft, consistent is (inclusief de restvolumes en correctievolumes).

Hoofdstuk 3. Tijdschema reconciliatie

Artikel 3.1

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet en de regionale netbeheerders voeren maandelijks de reconciliatie uit aan de hand van de door de meetverantwoordelijke voor aangeslotenen op de regionale gastransportnetten aangeleverde standen en verbruiken. De verrekening van de reconciliatie vindt tweemaal per jaar plaats.

Artikel 3.2

De regionale netbeheerders zenden uiterlijk op de negende werkdag van elke maand de reconciliatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en de betrokken erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers. In aanmerking nemende dat de regionale netbeheerders de allocatiegegevens conform het bepaalde in 2.6.1 uiterlijk op de tiende werkdag verstrekken, voeren de regionale netbeheerders de maandelijkse reconciliatie uit in de periode tussen de tiende werkdag van elke maand en de negende werkdag van elke daaropvolgende maand. De regionale netbeheerder draagt er zorg voor dat informatie, die aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers wordt verschaft, consistent is.

Artikel 3.3

In uitzonderlijke gevallen kan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet een regionale netbeheerder toestaan de reconciliatiegegevens na het in het vorige artikel gestelde tijdstip te verstrekken.

Artikel 3.4

Nadat alle regionale netbeheerders de gegevens ter beschikking hebben gesteld totaliseert de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de aangeleverde te reconciliëren hoeveelheden gas en verrekent dit tweemaal per jaar met de betrokken erkende programmaverantwoordelijken. Dit betreft in principe een herverdeling van een reeds eerder berekende hoeveelheid gas, waarbij het saldo van de verrekening over een kalendermaand nul is. De reconciliatie betreft vooral een verrekening tussen erkende programmaverantwoordelijken, waarbij de netbeheerder van het landelijk gastransportnet een faciliterende rol speelt.

Artikel 3.5

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verzendt tweemaal per jaar, in april en in oktober, op uiterlijk de veertiende werkdag van de maand de debetfacturen naar de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken. Deze facturering is gebaseerd op de in de voorgaande kalendermaanden ontvangen reconciliatiegegevens.

Artikel 3.6

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet stelt de creditfacturen op en verzendt deze, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 14 werkdagen nadat alle debetfacturen zijn voldaan, naar de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken. Op deze creditnotas zijn de betalingen op de debetnotas verwerkt, die inmiddels door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet zijn ontvangen. In het geval dat na 3 maanden na de verzending van de debetfacturen (nog) niet alle debetfacturen zijn betaald door de erkende programmaverantwoordelijken, zal de uitbetaling van de creditnotas onder vermindering van het nog niet betaalde bedrag worden uitbetaald aan de erkende programmaverantwoordelijken. De uitbetaling van de creditfacturen (zo nodig onder aftrek van niet-betaalde debetfacturen) wordt door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet uitgevoerd op de veertiende werkdag na de factuurdatum. Betalingen op debetfacturen, die door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet zijn ontvangen nadat de creditfacturen zijn opgesteld, zullen worden verwerkt in gecorrigeerde creditfacturen, die door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de eerstvolgende keer zullen worden opgesteld.

Artikel 3.7

Nadere regels voor het maandelijks uit te voeren reconciliatieproces zijn opgenomen in paragraaf 5.

Hoofdstuk 4. Het allocatieproces voor netgebieden

Paragraaf 4.0. Toegestane programmaverantwoordelijken

Artikel 4.0.1

Op aansluitingen van een verbruiker of een invoeder die zijn verbonden met een netgebied is slechts één erkende programmaverantwoordelijke toegestaan.

Artikel 4.0.2

Op exitpunten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een netgebied zijn meerdere erkende programmaverantwoordelijken toegestaan.

Paragraaf 4.1. Verstrekking van basisgegevens door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet

Artikel 4.1.0

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet zorgt er voor dat de gegevens, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de near-real-time allocatie op exitpunten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een regionaal gastransportnet, uiterlijk vijf minuten na afloop van het uur in het Centraal Systeem Stuursignaal beschikbaar zijn. Indien B5.2 van toepassing is in situatie B5.2.4 zorgt de regionale netbeheerder die de meetinrichting beheert dat de gegevens, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de near-real-time allocatie op exitpunten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een regionaal gastransportnet, uiterlijk vijf minuten na afloop van het uur in het Centraal Systeem Stuursignaal beschikbaar zijn.

Artikel 4.1.1

Vervallen

Artikel 4.1.2

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt de gegevens, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de maandelijkse allocatie, uiterlijk de vierde werkdag na afloop van de maand om 07.00 uur aan de regionale netbeheerder door middel van het bericht MINFO. Deze gegevens worden beschouwd als zijnde definitieve gegevens.

Artikel 4.1.3

Voor elk relevant netgebied worden voor elk uur van de betreffende periode de volgende gegevens verstrekt:

de gemeten hoeveelheid gas (uitgedrukt in MJ) de calorische bovenwaarde van het gas de voor de allocatie relevante gegevens betreffende de gaskwaliteit.

Tevens wordt bij de maandelijkse allocatie restenergie verstrekt conform bijlage B3.1.1.

Paragraaf 4.1a. Verstrekking van basisgegevens door de regionale netbeheerder

Artikel 4.1a.1

Uiterlijk de zesde werkdag na afloop van de maand verstrekt de regionale netbeheerder aan de beheerder van een gesloten distributiesysteem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten en die op zijn netgebied is aangesloten voor elk uur van de betreffende periode de te gebruiken calorische bovenwaarde.

Artikel 4.1a.2

De regionale netbeheerder gebruikt hiervoor de calorische waarde die hij heeft ontvangen van de netbeheerder van het landelijk transportnet of, indien van toepassing, de waarde die hij conform B5.6.13 heeft berekend.

Paragraaf 4.2. Allocatie per netgebied

Artikel 4.2.1

De regionale netbeheerder voert voor elk relevant netgebied de off line allocatie uit. Daarvoor bepaalt de regionale netbeheerder voor elke verbruiker via welk netgebied het gas voor de verbruiker in het distributienet van de regionale netbeheerder wordt gevoed en legt dit vast in het aansluitingenregister. Ten behoeve van de near-real-time allocatie zorgt de regionale netbeheerder dat deze informatie ook dagelijks beschikbaar is in het Centraal Systeem Stuursignaal.

Artikel 4.2.1a

Met behulp van het Centraal Systeem Stuursignaal wordt voor elk relevant netgebied de near-real-time allocatie uitgevoerd.

Artikel 4.2.2

Bij het uitvoeren van de allocatie wordt er voor gezorgd dat de som van de verstrekte allocaties (betreffende de verbruikers) van een netgebied voor elk uur gelijk is aan de op het netgebied gemeten hoeveelheid gas van het desbetreffende uur.

Paragraaf 4.3. Sommatie per afnamecategorie

Artikel 4.3.1

De allocaties worden samengesteld, gesommeerd per afnamecategorie, waarbij per verbruiker de afnamecategorie bepalend is welke in het aansluitingenregister is opgenomen.

Artikel 4.3.1.1

Voor die profielafnemers, waarvoor met behulp van de verbruiksprofielenmethodiek het verbruik per uur wordt berekend, gelden de respectievelijke profielcategorieën volgens bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas als afnamecategorie.

Artikel 4.3.1.2

Toewijzing van afnamecategorieën door de regionale netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk gastransportnet aan grootverbruikers gebeurt jaarlijks per 1 augustus op basis van de op dat moment bekende gegevens en de onderstaande toewijzingscriteria en is geldig vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar.

Artikel 4.3.1.2a

Indien op grond van 4.3.1.2 de afnamecategorie van een aangeslotene wijzigt, informeert de netbeheerder, uiterlijk per 1 september volgend op de toewijzing, de betreffende aangeslotene, zijn meetverantwoordelijke en leverancier schriftelijk over de toegewezen afnamecategorie.

Artikel 4.3.1.3

Voor grootverbruikers met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3(n;35,17) of die beschikken over een aansluiting met een aansluitcapaciteit groter dan 2.500 m³(n;35,17) per uur wordt de afnamecategorie GGV gebruikt.

Artikel 4.3.1.4

Voor andere dan de in 4.3.1.3 bedoelde grootverbruikers, die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting kan op verzoek van de aangeslotene de afnamecategorie GGV worden gebruikt.

Artikel 4.3.1.5

Voor andere dan de in 4.3.1.3 of 4.3.1.4 bedoelde grootverbruikers met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 170.000 m^3 (n;35,17) dan wel een verbruik over de laatste 12 maanden van meer dan 250.000 m^3 (n;35,17) of die beschikken over een aansluiting met een aansluitcapaciteit groter dan 400 m³(n;35,17) per uur wordt de afnamecategorie GXX gebruikt.

Artikel 4.3.1.6

Voor andere dan de in 4.3.1.3 of 4.3.1.4 of 4.3.1.5 bedoelde grootverbruikers, die beschikken over een dagelijks op afstand uitleesbare meetinrichting kan op verzoek van de aangeslotene de afnamecategorie GXX worden gebruikt.

Artikel 4.3.1.7

Voor andere dan in 4.3.1.3 of 4.3.1.4 of 4.3.1.5 of 4.3.1.6 bedoelde grootverbruikers wordt de afnamecategorie G2C gebruikt.

Artikel 4.3.1.8

Voor een aansluiting op een regionaal gastransportnet waar gas in het gastransportnet gevoed wordt met een gemiddeld jaarvolume over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3 (n;35,17) wordt de afnamecategorie GIS gebruikt.

Artikel 4.3.1.9

Voor andere dan de in 4.3.1.8 bedoelde aansluitingen aan een regionaal gastransportnet waar gas in het gastransportnet gevoed wordt en die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting kan op verzoek van de aangeslotene de afnamecategorie GIS worden gebruikt.

Artikel 4.3.1.10

Voor andere dan de in 4.3.1.8 en 4.3.1.9 bedoelde aansluitingen op een regionaal gastransportnet met een capaciteit groter dan 40 m³(n)/uur waar gas in het gastransportnet gevoed wordt, wordt afnamecategorie GIN gebruikt.

Artikel 4.3.1.11

Voor een aansluiting op een regionaal transportnet met een capaciteit kleiner dan of gelijk aan 40 m³(n)/uur waar gas in het gastransportnet gevoed wordt, wordt de afnamecategorie G2A gebruikt. Ten behoeve van de allocatie wordt het standaard jaarverbruik gelijkgesteld aan 0.

Artikel 4.3.1.12

Voor een aansluiting waar een netbeheerder het netverlies van een netgebied op administreert wordt de afnamecategorie GMN gebruikt.

Artikel 4.3.1.13

Voor de indeling in afnamecategorieën van aansluitingen op een gesloten distributiesysteem, aangesloten op een regionaal gastransportnet, waarvan de beheerder van het gesloten distributiesysteem aangegeven heeft gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten geldt dat:

a. a. voor verbruikers met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3(n;35,17) de afnamecategorie GGV wordt gebruikt; b. b. voor overige verbruikers die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting, op verzoek van de aangeslotene, de afnamecategorie GGV kan worden gebruikt; c. c. voor overige verbruikers de afnamecategorie GXX wordt gebruikt; d. d. voor een aansluiting waar gas in het gastransportnet gevoed wordt met een gemiddeld jaarvolume over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m^3(n;35,17) de afnamecategorie GIS wordt gebruikt; e. e. voor andere aansluitingen waar gas in het gastransportnet gevoed wordt en die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting, op verzoek van de aangeslotene, de afnamecategorie GIS wordt gebruikt; f. f. voor overige aansluitingen waar gas in het gastransportnet gevoed wordt, de afnamecategorie GIN wordt gebruikt.

Paragraaf 4.4. Samenstellen van de allocatiegegevens door regionale netbeheerder

Artikel 4.4.1

De regionale netbeheerder stelt de allocatiegegevens per netgebied vast op grond van gegevens van de op zijn net aangesloten verbruikers. De regionale netbeheerder voert voor elk uur van de maand de allocatie uit. In bijlage 2 (het allocatieproces door de RNB) zijn de door de regionale netbeheerder uit te voeren activiteiten stapsgewijs uitgewerkt.

Artikel 4.4.2

De regionale netbeheerder is gehouden de samengestelde allocatiegegevens uitsluitend toe te wijzen aan tot het landelijk gastransportnet toegelaten erkende programmaverantwoordelijken met erkenning LB.

Artikel 4.4.3

Als de netbeheerder van het landelijk gastransportnet constateert dat (een gedeelte van) de door een regionale netbeheerder samengestelde allocatiegegevens zijn toegewezen aan niet-erkende programmaverantwoordelijken of aan erkende programmaverantwoordelijken zonder erkenning LB, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de betreffende regionale netbeheerder hierop wijzen en in de gelegenheid stellen de verstrekte gegevens te corrigeren. Indien de regionale netbeheerder de correctie niet binnen de in 2.6.1 gestelde termijn uitvoert, of indien, na correctie, de verstrekte allocatiegegevens nog niet voldoen aan het in hiervoor gestelde, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de regionale netbeheerder voor de desbetreffende allocatie beschouwen als een levering aan de regionale netbeheerder en derhalve de geleverde transportdienst volgens de standaard voorwaarden factureren aan de regionale netbeheerder, tenzij dit niet aan de regionale netbeheerder kan worden toegerekend.

Paragraaf 4.5. Restenergie

Artikel 4.5.1

De restenergie wordt vastgesteld conform de Meetcode gas LNB. De wijze waarop de restenergie zal worden verwerkt in de allocatiegegevens is uitgewerkt in bijlage 3 (Verwerken van restenergie).

Artikel 4.5.2

In geval van de near-real-time allocatie wordt de restenergie op nul gesteld.

Paragraaf 4.6. Correcties op allocaties

Artikel 4.6.0

Verschillen tussen near-real-time allocaties en de allocaties op de 10^e werkdag van de vierde maand na afloop van de maand worden verrekend via het settlement proces conform 4.1.6 van de Transportcode gas LNB. Het portfolio onbalans signaal en het systeem balans signaal worden niet opnieuw berekend naar aanleiding van off line allocaties.

Artikel 4.6.1

Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet binnen drie maanden nadat de gegevens conform 4.1.2 verstuurd zijn, constateert dat een conform 4.1.2 en 4.1.3 aan de regionale netbeheerder beschikbaar gestelde uurhoeveelheid voor een netgebied of een hoeveelheid restenergie op een netgebied onjuist is, verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet na overleg met de regionale netbeheerder aangepaste gegevens conform 4.1.2 en 4.1.3.

Artikel 4.6.2

Indien een regionale netbeheerder binnen 80 dagen nadat de gegevens conform 2.5.1 verstuurd zijn, vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven onjuist is, zal de daaruit voortvloeiende correctie worden uitgevoerd in het allocatieproces conform 2.6.1.

Artikel 4.6.3

Erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers zijn gehouden de conform de artikelen 2.4.1 en 2.5.1 door de regionale netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte gegevens bij ontvangst te controleren op plausibiliteit en eventuele vermeende fouten zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vijf werkdagen vóór de verstrekking van nieuwe gegevens conform respectievelijk de artikelen 2.4.1, 2.5.1 en 2.6.1, te melden bij de regionale netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en, in geval van vermeende fouten in de meting, bij de partij die de meting verricht, opdat deze fouten gecorrigeerd kunnen worden vóór de verstrekking van nieuwe gegevens conform respectievelijk de artikelen 2.4.1, 2.5.1 en 2.6.1.

Artikel 4.6.4

Indien een regionale netbeheerder vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven, dat betrekking heeft op (een uur van) een maand binnen de reconciliatieperiode, onjuist is, zal de daaruit voortvloeiende correctie (de zogenaamde correctie-energie) worden uitgevoerd in het reconciliatieproces. Deze correcties kunnen alleen worden uitgevoerd ingeval de correctie betrekking heeft op een binnen de reconciliatieperiode vallende periode.

Artikel 4.6.5

De wijze waarop de correctie-energie zal worden verwerkt in de reconciliatiegegevens is uitgewerkt in bijlage 4 (Verwerken van correctie-energie).

Paragraaf 4.7. Bijzondere omstandigheden

Artikel 4.7.1

De allocatieregels richten zich op de normale omstandigheden. Een strikte toepassing van de regels kan in bijzondere omstandigheden leiden tot onbetrouwbare uitkomsten van het allocatieproces. Een aantal van deze bijzondere situaties, inclusief de te volgen werkwijze bij de allocatie, zijn beschreven in bijlage 5 (Bijzondere omstandigheden). In overige uitzonderingssituaties, indien deze het allocatieproces dreigen te verstoren, beslist de regionale netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, na overleg met betrokkenen.

Paragraaf 4.8. Verstrekking van off line allocatiegegevens

Artikel 4.8.1

Van regionale netbeheerder naar de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, betreffende erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers: Voor elk relevant Netgebied: de berekende meetcorrectiefactor; hiervoor wordt het bericht CINFO gebruikt.

Artikel 4.8.2

Van de regionale netbeheerder respectievelijk de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code naar de netbeheerder van het landelijk gastransportnet:

Voor elk relevant netgebied respectievelijk gesloten distributiesysteem: de gesommeerde allocaties voor elke voorkomende combinatie van erkende programmaverantwoordelijken, leverancier en afnamecategorie wordt het bericht LALL gebruikt.

Artikel 4.8.3

Van de regionale netbeheerder respectievelijk de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code naar desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken:

Voor elk relevant netgebied respectievelijk gesloten distributiesysteem: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijke voor elke voorkomende combinatie met een leverancier en afnamecategorie wordt het bericht LALL gebruikt.

Van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet naar desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken:

Bij een verbruiker met een aansluiting op het landelijk gastransportnet, voor elk relevant netgebied: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijke voor elke voorkomende combinatie met een leverancier en afnamecategorie wordt het bericht LALL gebruikt.

Artikel 4.8.4

Van de regionale netbeheerder respectievelijk de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code naar desbetreffende leveranciers:

• • voor elk relevant netgebied respectievelijk gesloten distributiesysteem: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende leverancier voor elke voorkomende combinatie met een erkende programmaverantwoordelijke en afnamecategorie wordt het bericht LALL gebruikt; • • voor elke telemetriegrootverbruiker: de gealloceerde uurhoeveelheid; hiervoor wordt het bericht BALL gebruikt.

Van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet naar desbetreffende leveranciers geldt dat:

• • bij een verbruiker met een aansluiting op het landelijk gastransportnet: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende leverancier voor elke voorkomende combinatie met een erkende programmaverantwoordelijke en afnamecategorie wordt het bericht LALL gebruikt; • • voor elke telemetriegrootverbruiker: de gealloceerde uurhoeveelheid; hiervoor wordt het bericht BALL gebruikt.

Paragraaf 4.9. Vaststelling te alloceren netverlies

Artikel 4.9.1

Ten behoeve van de allocatie van het netverlies, berekent de regionale netbeheerder jaarlijks voor 1 oktober per netgebied het te alloceren netverlies per uur voor het daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 4.9.2

Uiterlijk op de vijfde werkdag in oktober publiceert de netbeheerder het te alloceren netverlies, bedoeld in het eerste lid, op elektronische wijze op een publiek toegankelijke plaats.

Artikel 4.9.3

Bij de berekening, bedoeld in het eerste lid, volgt de netbeheerder achtereenvolgens de volgende stappen.

a. a. De netbeheerder berekent per netgebied voor elke maand van het eerstvolgende kalenderjaar het gemiddelde gerealiseerde netverlies per maand van de drie meest recente volledig gereconcilieerde kalenderjaren. b. b. Met het gemiddelde gerealiseerde netverlies als bedoeld in onderdeel a berekent de netbeheerder voor zijn gehele verzorgingsgebied:

      1°
      de som van het netverlies per maand;
    
    
      2°
      de som van het netverlies per jaar;
    
    
      3°
      de som van het netverlies per jaar voor zover de som van het netverlies per maand bedoeld in sub 1° positief is.

1° 1° de som van het netverlies per maand; 2° 2° de som van het netverlies per jaar; 3° 3° de som van het netverlies per jaar voor zover de som van het netverlies per maand bedoeld in sub 1° positief is. c. c. De netbeheerder berekent een jaarcorrectiefactor door de som van het netverlies per jaar bedoeld in onderdeel b, sub 2° te delen door de som van het netverlies per jaar bedoeld in onderdeel b, sub 3°. d. d. Indien de som van het netverlies per maand bedoeld in onderdeel b, sub 1° negatief is, stelt de netbeheerder het te alloceren netverlies voor die maand in alle netgebieden gelijk aan nul. e. e. Per maand, per netgebied waarvan de netbeheerder het netverlies niet gelijk heeft gesteld aan nul op grond van onderdeel d, berekent de netbeheerder een gecorrigeerd netverlies door het gemiddelde gerealiseerde netverlies per maand, bedoeld in onderdeel a, te vermenigvuldigen met de jaarcorrectiefactor. f. f. Met het gecorrigeerde netverlies bedoeld in onderdeel e berekent de netbeheerder voor zijn gehele verzorgingsgebied:

      1°
      de som van het gecorrigeerde netverlies per maand;
    
    
      2°
      de som van het gecorrigeerde netverlies per maand voor zover het gecorrigeerde netverlies positief is.

1° 1° de som van het gecorrigeerde netverlies per maand; 2° 2° de som van het gecorrigeerde netverlies per maand voor zover het gecorrigeerde netverlies positief is. g. g. De netbeheerder berekent per maand een maandcorrectiefactor door de som van het gecorrigeerde netverlies bedoeld in onderdeel f, sub 1° te delen door de som van het gecorrigeerde netverlies bedoeld in onderdeel f, sub 2°. h. h. Voor elke maand waarin het gecorrigeerde netverlies, bedoeld in onderdeel e, negatief is, stelt de netbeheerder het te alloceren netverlies gelijk aan nul. i. i. Voor de maanden waarin het gecorrigeerde netverlies niet gelijk is gesteld aan nul op grond van onderdeel h, berekent de netbeheerder het te alloceren netverlies per maand per netgebied door het gecorrigeerde netverlies, bedoeld in onderdeel e, te vermenigvuldigen met de maandcorrectiefactor. j. j. De netbeheerder berekent voorts het te alloceren netverlies per netgebied, per uur door het te alloceren netverlies per maand, zoals berekend op basis van de voorgaande stappen te vermenigvuldigen met het quotiënt van de profielfractie van het G2C-profiel bij standaardtemperatuur van het betreffende uur en de som van dezelfde profielfracties van de betreffende gasmaand.

Artikel 4.9.4

Bij de berekening van het gerealiseerde netverlies bedoeld in het eerste lid, houdt de netbeheerder rekening met historische verschillen in de berekeningswijze van de volumeherleiding. Dit houdt in ieder geval in dat de netbeheerder voor de periode vanaf 1 januari 2015 tot en met 31 december 2016 de reconciliatieresultaten corrigeert op basis van een MMCF van 1, een volumeherleidingsfactor van 0,99203 voor de afnamecategorieën G1A en G2A en een volumeherleidingsfactor van 1 voor de afnamecategorie G2C, waarbij verondersteld wordt dat elk volume in het kleinverbruiksegment tot stand is gekomen met de administratieve volumeherleiding.

Hoofdstuk 4a. Het allocatieproces voor overige entry- en exitpunten

Paragraaf 4a.1. Allocatierollen

Artikel 4a.1.1

In beginsel is de allocatie gelijk aan de confirmatie. Indien de meting ongelijk is aan de som van de confirmaties, wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd volgens artikelen 4a.1.1.1 tot en met 4a.1.1.3. Hierbij geeft de netbeheerder van het landelijk gastransportnet op alle overige entry- en exitpunten aan de erkende programmaverantwoordelijken de keuze tussen de allocatierollen Balancerend en Proportioneel.

Artikel 4a.1.1.1

Indien er op een entry- of exitpunt voor het uur waarvoor de allocatie wordt uitgevoerd een OBA, als bedoeld in artikel 5.1.8 van de Invoedcode gas LNB, actief is, wordt voor dat uur het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties toegekend aan de OBA.

Indien een OBA actief wordt op een entry- of exitpunt, krijgen alle portfolios op dat entry- of exitpunt de allocatierol Proportioneel. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet publiceert op haar website op welke entry- en exitpunten een OBA actief is.

Indien een OBA inactief of niet aanwezig is, wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd conform artikel 4a.1.1.2 of 4a.1.1.3.

Artikel 4a.1.1.2

Indien er op een entry- of exitpunt één of meerdere portfolio(s) met de allocatierol Balancerend aanwezig zijn, geldt het volgende. Het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties wordt toegekend aan de portfolios met de allocatierol Balancerend waarvan de richting van de gasstroom overeenkomt met de richting van de gasstroom van het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties. Het verschil wordt pro rata aan de confirmaties toegekend aan deze portfolios. De allocatie is dan gelijk aan de confirmatie plus het pro rata bepaalde verschil.

Indien er geen portfolio met de allocatierol Balancerend is waarvan de richting van de gasstroom overeenkomt met de richting van de gasstroom van het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties, wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd conform artikel 4a.1.1.3.

Artikel 4a.1.1.3

Indien er op een entry- of exitpunt geen OBA actief is en de allocatierol Balancerend ook niet voorkomt, geldt het volgende. Het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties wordt toegekend aan de portfolios waarvan de confirmatie dezelfde richting van de gasstroom heeft als de meting. Het verschil wordt pro rata aan de betreffende confirmaties toegekend aan deze portfolios. De allocatie is dan gelijk aan de confirmatie plus het pro rata bepaalde verschil.

Artikel 4a.1.2

Indien een erkende programmaverantwoordelijke volgens 4a.1.1 op een entry- of exitpunt de keuze heeft tussen verschillende allocatierollen, zal de erkende programmaverantwoordelijke de netbeheerder van het landelijk gastransportnet per entry- en exitpunt schriftelijk melden welke allocatierol hij zal vervullen. Indien de netbeheerder van het landelijk gastransport deze informatie niet uiterlijk 5 werkdagen voor aanvang van de programmaverantwoordelijkheid op het betreffende entry- of exitpunt ontvangt zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet aan de erkende programmaverantwoordelijke de rol proportioneel toekennen.

Artikel 4a.1.3

Indien een erkende programmaverantwoordelijke kiest voor de allocatierol balancerend terwijl er al een andere balancerende erkende programmaverantwoordelijke op het entry- of exitpunt aanwezig is, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet in overleg gaan met zowel de oorspronkelijke balancerende erkende programmaverantwoordelijke als de nieuwe balancerende erkende programmaverantwoordelijke, met als resultaat een van de volgende situaties:

    1. Beide erkende programmaverantwoordelijken krijgen de allocatierol balancerend.
    1. Een van beide partijen verandert zijn allocatierol in proportioneel.

Artikel 4a.1.4

Indien de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit of het gebruiksrecht van de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit wordt overgedragen aan een andere erkende programmaverantwoordelijke dan wordt de allocatierol ook overgedragen, tenzij de ontvangende erkende programmaverantwoordelijke anders aangeeft. Indien de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit of het gebruiksrecht van de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit gedeeltelijk wordt overgedragen, zullen de betrokken erkende programmaverantwoordelijken handelen volgens 4a.1.2. Indien de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit of het gebruiksrecht van de gecontracteerde entry- en/of exitcapaciteit wordt overgedragen aan een andere erkende programmaverantwoordelijke die reeds actief is op het betreffende entry- en/of exitpunt, dan wordt de vigerende allocatierol van de ontvangende erkende programmaverantwoordelijke toegepast op de extra entry- en/of exitcapaciteit, tenzij anders aangegeven volgens 4a.1.2.

Artikel 4a.1.5

Indien uitvoering van de artikelen 4a.1.2, 4a.1.3 en 4a.1.4 niet uiterlijk 5 werkdagen voor aanvang van de programmaverantwoordelijkheid op het betreffende entry- en/of exitpunt leiden tot een uitvoerbaar allocatiealgoritme zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de betrokken erkende programmaverantwoordelijken een allocatierol toedelen en deze hierover informeren.

Artikel 4a.1.6

Binnen de condities van artikel 4a.2 is een erkende programmaverantwoordelijke bevoegd zijn allocatierol te wijzigen volgens de volgende regels. De erkende programmaverantwoordelijke zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet zijn nieuwe allocatierol schriftelijk melden. Deze nieuwe allocatierol zal in werking treden op de eerste gasdag van de eerstkomende gasmaand, rekening houdend met een verwerkingstijd van 5 werkdagen door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet na ontvangst van de melding, tenzij anders overeen gekomen. Indien ten gevolge van voorgenoemde melding, of ten gevolge van het niet langer contracteren van entry- en/of exitcapaciteit door een erkende programmaverantwoordelijke met de allocatierol balancerend, niet langer een erkende programmaverantwoordelijke met de allocatierol balancerend op een entry- en/of exitpunt aanwezig is, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de andere erkende programmaverantwoordelijken op het betreffende entry- en/of exitpunt uiterlijk drie werkdagen voordat de wijziging in werking treedt schriftelijk op de hoogte brengen. Indien ten gevolge van een wijziging van de allocatierol van een erkende programmaverantwoordelijke of ten gevolge van de aanvang van het contracteren door een erkende programmaverantwoordelijke met de allocatierol balancerend, een erkende programmaverantwoordelijke met de allocatierol balancerend actief wordt op een entry- en/of exitpunt, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de andere erkende programmaverantwoordelijken op het betreffende entry- en/of exitpunt uiterlijk drie werkdagen voordat de wijziging in werking treedt schriftelijk op de hoogte brengen.

Artikel 4a.1.7

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet zal per entry- en exitpunt per erkende programmaverantwoordelijke de allocatierol opnemen in zijn administratie. Deze informatie is opvraagbaar voor erkende programmaverantwoordelijken die actief zijn op de betreffende entry- en/of exitpunten en zal verstrekt worden rekening houdend met belangen van alle betrokken partijen.

Paragraaf 4a.2. Allocatie op het TTF

Artikel 4a.2.1

Vervallen

Artikel 4a.2.2

Vervallen

Artikel 4a.2.3

Vervallen

Artikel 4a.2.4

Allocatie op het TTF

Op het TTF geldt dat de gealloceerde hoeveelheid gelijk is aan de geconfirmeerde hoeveelheid; een uitzondering hierop is de balansrelatie.

Artikel 4a.2.5

Balansrelatie op het TTF

In een balansrelatie wordt de op het TTF gealloceerde hoeveelheid tussen één of meer balansleverende- en één balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke bepaald op basis van de fysieke levering op binnenlandse verbruikspunten in een portfolio van de balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke. Met behulp van de balansrelatie kan daarmee onbalansrisico op binnenlandse verbruikspunten over één- of meerdere balansleverende partijen verdeeld worden.

De gealloceerde hoeveelheid wordt bepaald door de inzet van één of meer van de onderstaande varianten:

Een balansleverende- en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke kunnen een balansrelatie beperken tot een of meer gespecificeerde afnamecategorieën binnen het gemeten verbruik binnen de balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke.

De verdeling van de fysieke levering vindt plaats op basis van een vooraf door de balansleverende- en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijken genomineerd en geconfirmeerd percentage.

De gealloceerde hoeveelheid op het TTF tussen een balansleverende en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde bovengrens.

De gealloceerde hoeveelheid op het TTF tussen een balansleverende en een balansontvangende erkende programmaverantwoordelijke heeft een vooraf gespecificeerde ondergrens waaronder geen overdracht plaats heeft.

Voor de toepassing van een balansrelatie op het TTF:

staat de balansontvangende partij als erkende programmaverantwoordelijke in het aansluitingenregister van de betreffende netbeheerder vermeld wordt de overdracht tussen de balansleverende en de balansontvangende partij geacht plaats te vinden bij de fysieke exit. worden de realisaties van de balansleverende partij onder de balansrelatie beschouwd als exitallocaties.

Paragraaf 4a.3. Overige bepalingen

Artikel 4a.3.1

Erkende programmaverantwoordelijken op een entry- en/of exitpunt kunnen de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verzoeken de allocatie op het betreffende entry- en/of exitpunt door een andere partij te laten uitvoeren. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet en de betreffende erkende programmaverantwoordelijken dienen vooraf overeenstemming te bereiken over de werkwijze. Als voorwaarde geldt dat de gemeten hoeveelheid energie en de som van de allocaties voor het betreffende entry- en/of exitpunt voor elk uur exact overeen dienen te komen; tevens geldt dat het tijdstip van beschikbaarstelling van de allocaties aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet overeen dient te komen met 2 minuten voor het in 2.0.3 genoemde tijdstip voor de near-real-time allocaties en met 2 werkdagen voor het in 2.5 genoemde moment voor de definitieve off line allocaties.

Artikel 4a.3.2

Indien de netbeheerder van het landelijk gastransport niet conform 4a.3.1 en de overige met die andere partij gemaakte afspraken de allocaties krijgt aangeleverd, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet zelf die allocaties voor het betreffende entry- en/of exitpunt bepalen in overeenstemming met het bepaalde in deze Allocatiecode gas.

Paragraaf 4a.4. Correcties op allocaties

Artikel 4a.4.1

Verschillen tussen near-real-time allocaties en de definitieve allocaties worden verrekend via het settlement proces conform 4.1.6 van de Transportcode gas LNB. Het portfolio onbalans signaal en het systeem balans signaal worden niet opnieuw berekend naar aanleiding van off line allocaties.

Artikel 4a.4.2

Erkende programmaverantwoordelijken zijn gehouden de conform artikel 2.4.1 door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte gegevens bij ontvangst te controleren op plausibiliteit en eventuele vermeende fouten zo spoedig mogelijk te melden bij de netbeheerder van het landelijk gastransportnet en, in geval van vermeende fouten in de meting, bij de partij die de meting verricht, opdat deze fouten gecorrigeerd kunnen worden binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1.

Artikel 4a.4.3

Indien de netbeheerder van het landelijk gastransportnet binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1 vaststelt dat een door hem samengesteld allocatiegegeven onjuist is, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet:

informatie verstrekken over de correctie aan de erkende programmaverantwoordelijke met betrekking tot de aansluiting waarop de gecorrigeerde uurwaarde betrekking heeft; een correctie uitvoeren op de gealloceerde uurhoeveelheid binnen de termijn zoals genoemd in 2.5.1.

Artikel 4a.4.4

Vervallen

Hoofdstuk 5. Nadere reconciliatieregels

Paragraaf 5.1. Reconciliatie per netgebied

Artikel 5.1.1

De regionale netbeheerders voeren de reconciliatie uit per netgebied. De regionale netbeheerders zorgen er voor dat tijdens het uitvoeren van het reconciliatieproces (gegevens van de) verbruikers aan hetzelfde netgebied zijn gekoppeld als ten tijde van het uitvoeren van het allocatieproces.

Artikel 5.1.2

Voor elke profielafnemer waarvoor bij het samenstellen van de allocatiegegevens gedurende (een deel van) de reconciliatieperiode het verbruik per uur met behulp van de verbruiksprofielenmethodiek is berekend, berekent de regionale netbeheerder tijdens het reconciliatieproces het verbruik. De door de regionale netbeheerders uit te voeren bewerkingen zijn gespecificeerd in paragraaf B6.2 van bijlage 6 (Rekenregels reconciliatie). Van de verbruikers waarvoor slechts gedurende een gedeelte van de reconciliatieperiode het verbruik per uur met behulp van de verbruiksprofielenmethodiek is berekend, worden uitsluitend de gegevens van het desbetreffende deel van de reconciliatieperiode berekend conform het bepaalde in paragraaf B6.2 van bijlage 6 (Rekenregels reconciliatie).

Artikel 5.1.3

Voor elke verbruiker waarvoor de in het vorige artikel genoemde voorwaarden niet gelden, berekent de regionale netbeheerder tijdens het reconciliatieproces het verbruik per uur. De door de regionale netbeheerder uit te voeren bewerkingen zijn gespecificeerd in paragraaf B6.3 van bijlage 6 (Rekenregels reconciliatie). Van de verbruikers waarvoor slechts gedurende een gedeelte van de reconciliatieperiode het verbruik per uur met behulp van de verbruiksprofielenmethodiek is berekend, berekent de regionale netbeheerder de gegevens van het deel van de reconciliatieperiode dat niet met behulp van de verbruiksprofielenmethodiek is bepaald, conform het bepaalde paragraaf B6.3 van bijlage 6 (Rekenregels reconciliatie).

Artikel 5.1.4

Nadat de berekeningen voor alle relevante verbruikers door de regionale netbeheerder zijn uitgevoerd, berekent de regionale netbeheerder het netverlies van de desbetreffende maand van het desbetreffende netgebied, zoals uitgewerkt in paragraaf B6.4 van bijlage 6 (Rekenregels reconciliatie). De regionale netbeheerder informeert de betrokken erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers over het netverlies.

Artikel 5.1.5

De regionale netbeheerder berekent voor elk netgebied voor iedere erkende programmaverantwoordelijke /leverancier combinatie voor elke kalendermaand de door de in 5.1.2 en 5.1.3 bedoelde verbruikers afgenomen hoeveelheid energie. Dit is het maandtotaal per erkende programmaverantwoordelijke /leverancier combinatie. De wijze van berekening is beschreven in paragraaf B6.5 van bijlage 6 (Rekenregels reconciliatie).

Paragraaf 5.2. Verrekening door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet

Artikel 5.2.1

Nadat de reconciliatiegegevens door alle regionale netbeheerders zijn aangeleverd sommeert de netbeheerder van het landelijk gastransportnet deze aangeleverde reconciliatiegegevens tot een met de betreffende erkende programmaverantwoordelijke te verrekenen hoeveelheid per kalendermaand.

Artikel 5.2.2

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet bepaalt per kalendermaand de verrekenprijs. Als verrekenprijs zal de maandgemiddelde prijs worden gebruikt van de in artikel 4.1.6.4 van de Transportcode gas LNB bepaalde gasprijs.

Paragraaf 5.3. Verstrekking van reconciliatiegegevens

Artikel 5.3.1

Door regionale netbeheerder aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, betreffende erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers: Voor elk netgebied: per kalendermaand per afnamecategorie voor elke voorkomende erkende programmaverantwoordelijke /leverancier combinatie de tijdens het lopende reconciliatieproces vastgestelde totale hoeveelheid gas (uitgedrukt in MJ), de totale hoeveelheid gas vóór de uitvoering van dit reconciliatieproces, alsmede het netverlies van de desbetreffende maand; hiervoor wordt het bericht RNINFO gebruikt.

Artikel 5.3.2

Door de netbeheerder van het landelijk gastransportnet aan de betreffende erkende programmaverantwoordelijken: Per kalendermaand de te reconciliëren hoeveelheid gas (verschil tussen de tijdens het lopende reconciliatieproces vastgestelde totale hoeveelheid gas en de totale hoeveelheid gas vóór de uitvoering van dit reconciliatieproces), uitgedrukt in MJ, en het bij deze hoeveelheid behorende factuurbedrag; hiervoor wordt het bericht RSINFO gebruikt.

Artikel 5.3.3

Door de netbeheerder aan de leveranciers:

Per gereconcilieerde aansluiting per kalendermaand het toegerekende volume, het verbruik dat aanleiding is geweest voor de toerekening van de volumes, de afnamecategorie en het standaardjaarverbruik gas die zijn toegepast in de toerekening aan de desbetreffende leverancier.

Hoofdstuk 6. Settlement (verrekening van verschillen tussen near-real-time allocaties en off line allocaties)

Artikel 6.1

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet voert maandelijks de settlement uit aan de hand van de near-real-time allocaties per uur conform 2.0, de definitieve allocatiegegevens conform 2.5 en de correcties op de definitieve allocatiegegevens conform 2.6.

Artikel 6.2

Het settlement voorschot wordt berekend met behulp van de definitieve allocatiegegevens conform 2.5 door van de vastgestelde netto afwijking van de off line allocaties conform 2.5 ten opzichte van het goedgekeurde entry- en/of exitprogramma af te trekken de vastgestelde netto afwijking van de near-real-time allocaties ten opzichte van het goedgekeurde entry- en/of exitprogramma.

Artikel 6.3

De settlement afrekening wordt berekend met behulp van de correcties op de definitieve allocatiegegevens conform 2.6 door van de vastgestelde netto afwijking van de off line allocaties conform 2.6 ten opzichte van het goedgekeurde entry- en/of exitprogramma af te trekken de vastgestelde netto afwijking van de off line allocaties conform 2.5 ten opzichte van het goedgekeurde entry- en/of exitprogramma.

Artikel 6.4

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet totaliseert de te verrekenen hoeveelheden gas en verrekent dit met de betrokken erkende programmaverantwoordelijken. Dit betreft in principe een herverdeling van een reeds eerder berekende hoeveelheid gas, waarbij het saldo van de verrekening over een gasmaand nul is. De settlement betreft vooral een verrekening tussen erkende programmaverantwoordelijken, waarbij de netbeheerder van het landelijk gastransportnet een faciliterende rol speelt.

Artikel 6.5

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet stelt de debetfacturen op en verzendt deze naar de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken aan het eind van elke maand. Deze facturering is gebaseerd op de in deze kalendermaand ontvangen off line allocatiegegevens.

Artikel 6.6

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet stelt de creditfacturen op en verzendt deze naar de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken uiterlijk 10 werkdagen volgend op het moment dat de debetfacturen zijn gemaakt.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 7.1

De Allocatievoorwaarden Gas, zoals vastgesteld bij besluit van 27 juni 2006 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken.

Artikel 7.2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het is geplaatst.

Artikel 7.3

Dit besluit wordt aangehaald als: Allocatiecode gas.

Bijlage