40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag | BWBR0049209 | zbo | geldend | 2024-01-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0049209 | Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag |
Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
-
Besluit:
Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG van 24 augustus 2012. -
Bijlage:
Bijlage bij artikel 2 van het Besluit. -
Beschikbaarheidbijdrage:
Bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg. -
dbc-omzet (integrale tarieven) brandwondenzorg:
De in het betreffende jaar gerealiseerde dbc’s en de daarbij gerealiseerde ic add-on’s. -
IGJ:
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd -
Jaar t:
Jaar t is het betreffende subsidiejaar waarop deze beleidsregel van toepassing is. -
minister:
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. -
Orgaancentrum:
Instelling zoals bedoeld in artikel 24 van de Wet op de orgaandonatie. Hiermee wordt gedoeld op de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). -
OTO:
Opleiden, Trainen en Oefenen bij rampen en crises zoals vastgelegd op 16 oktober 2008 in het Convenant inzake Opleiden, trainen en oefenen ter voorbereiding van rampen en crises. -
SEH-consult:
Spoedeisende hulp contact op de seh-afdeling met code 190015 als bedoeld in de Regeling medisch-specialistische zorg. -
Uniform kader:
Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa. -
Wbmv:
Wet bijzondere medische verrichtingen.
Artikel 2
Voor een aantal activiteiten en voorzieningen van zorgaanbieders is het niet mogelijk en/of wenselijk om deze rechtstreeks aan zorgproducten voor individuele consumenten toe te rekenen. Het gaat om specifieke functies of kenmerken van de zorgverlening, zoals beschikbaarheid, specifieke deskundigheid of specifieke voorzieningen. Doel van deze beleidsregel betreft het vaststellen van de wijze van bekostiging van deze activiteiten en voorzieningen, in aanvulling op de Beleidsregel ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’.
Artikel 3
Deze beleidsregel is van toepassing op het beschikbaar hebben en bekostigen van zorg als bedoeld in artikel 2 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, juncto onderdeel B, onder 3 tot en met 10, 15 en 16 van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG. De volgende vormen van zorg komen in aanmerking voor een beschikbaarheidbijdrage:
a. a. gespecialiseerde brandwondenzorg; b. b. zorg door mobiel medisch team met helikopter; c. c. spoedeisende hulp; d. d. acute verloskunde; e. e. post mortem uitname bij donoren van organen; f. f. traumazorg voor zover het gaat om Opleiden, Trainen en Oefenen; g. g. zorg verleend door het calamiteitenhospitaal; h. h. coördinatie traumazorg en regionaal overleg acute zorg; i. i. zorg door mobiel medisch team met voertuig; j. j. gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de landelijke kennis en expertisefunctie; k. k. spoedeisende ambulancezorg met vervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden; l. l. post mortem uitname bij donoren van weefsel.
Artikel 4
Bij het Besluit heeft de minister de in artikel 1 genoemde vormen van zorg aangewezen waarvoor de NZa een beschikbaarheidbijdrage kan vaststellen. Mede op basis van dit Besluit heeft de NZa onderhavig beleid ten aanzien van de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage op aanvraag door zorgaanbieders vastgesteld.
Het Uniform kader omschrijft de procedure die gehanteerd wordt ten aanzien van de verlening en de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage door de NZa. In enkele gevallen is een uitzondering op de uniforme procedure nodig. Deze uitzondering staat in dat geval omschreven in de onderhavige beleidsregel en bij de betreffende zorgfunctie.
Indien een aanvraag voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4, tweede lid en aan de zorgfunctie-specifieke bepalingen zoals opgenomen in deze beleidsregel, zal de NZa op grond van artikel 56a, zevende lid, van de Wmg de zorgaanbieder belasten met een dienst van algemeen economisch belang of dienst van algemeen belang.
Artikel 5
Gespecialiseerde brandwondenzorg als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 9, van de Bijlage.
Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde brandwondenzorg indien zij de in artikel 5, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren. Dat betekent dat voor de benodigde specifieke vaardigheden en personele inzet wordt aangesloten bij de Europese richtlijnen conform de nota van toelichting bij Onderdeel B, aanhef en onder 9.
Op grond van het Besluit belast de NZa drie zorgaanbieders met de beschikbaarheid van de gespecialiseerde brandwondenzorg.
In aanvulling op het Uniform kader is dit artikel van toepassing op de procedure ten aanzien van de gespecialiseerde brandwondenzorg.
De verlening voor de zorgfunctie gespecialiseerde brandwondenzorg is gelijk aan de hoogte van de vastgestelde maximale beschikbaarheidbijdrage in jaar t-3. Dit bedrag wordt naar jaar t geïndexeerd.
Op de maximale beschikbaarheidbijdrage voor de verlening (jaar t-3, geïndexeerd naar jaar t) worden de (verwachte) gerealiseerde dbc-omzet (integrale tarieven) door het brandwondencentrum en de bij deze dbc’s gerealiseerde IC add on’s voor jaar t in mindering gebracht.
De maximale vastgestelde beschikbaarheidbijdrage uit jaar t-3 wordt als volgt geïndexeerd: De personele kosten met het prijsindexcijfer voor personele kosten; de materiële kosten met het prijsindexcijfer voor materiële kosten.
De uiteindelijke hoogte van de beschikbaarheidbijdrage voor gespecialiseerde brandwondenzorg wordt bepaald op basis van nacalculatie. Dat betekent dat de beschikbaarheidbijdrage afhankelijk is van de gerealiseerde kosten en opbrengsten en dus de verantwoorde gegevens van het desbetreffende brandwondencentrum. Daarnaast vraagt de NZa gegevens uit over de daadwerkelijke bezettingsgraad over het betreffende jaar.
In afwijking van het Uniform kader dient de zorgaanbieder vóór 1 juli na afloop van het subsidiejaar een aanvraag voor vaststelling van een beschikbaarheidbijdrage in bij de NZa.
De NZa gaat de brandwondencentra op basis van de ingediende verantwoordingen benchmarken. Indien er significante afwijkingen zijn op bepaalde kostenposten wordt het desbetreffende brandwondencentrum door de NZa verzocht om daar een nadere toelichting met onderbouwing of bewijs op te geven.
De NZa toetst per brandwondencentrum op welke wijze zij de indirecte kosten toerekenen aan het brandwondencentrum. De toerekening van het brandwondencentrum is bepalend voor de uiteindelijke hoogte van de indirecte kosten voor het brandwondencentrum. De methodiek van de weging die een zorgaanbieder vanaf 2015 toepast voor de toerekening van de indirecte kosten aan het brandwondencentrum (ten opzichte van de rest van het ziekenhuis) moet de komende jaren gelijk blijven (tot het eerst volgende kostenonderzoek) en mag gedurende die periode niet gewijzigd worden.
Voor de bepaling van de dbc-omzet wordt uitgegaan van alle dbc’s die geleverd worden vanuit het brandwondencentrum en daarbij behorende IC add-ons. De gespecialiseerde brandwondenzorg dbc’s en IC add-ons kennen een max-maximum tarief (tariefstructuur). De NZa zal bij de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor het bepalen van de omzet voor de gespecialiseerde brandwondenzorg dbc’s en bijbehorende IC Add-ons uitgaan van het reguliere, basis maximumtarief, ongeacht de hoogte van het tarief dat in werkelijkheid is overeengekomen en/of gedeclareerd tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar. Voor de andere dbc’s zal de NZa de gecontracteerde tarieven hanteren.
Artikel 6
Zorg door mobiel medisch team (MMT’s) met helikopter als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 6, van de Bijlage
Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage zorg door MMT met helikopter indien zij de in artikel 6, eerste lid genoemde vorm van zorg leveren.
Op grond van het Besluit verstrekt de NZa de beschikbaarheidbijdrage voor zorg door MMT met helikopter aan vier zorgaanbieders.
a. a. De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de posten in onderstaande tabellen. In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe de bedragen jaarlijks worden geïndexeerd. b. b. Voor de vergoeding wordt onderscheid gemaakt tussen drie verschillende situaties die verband houden met de wijze waarop de brandwacht wordt geregeld op de standplaats van de MMT en de uitgevoerde taken door de Helicopter Landing Officer (HLO). De drie situaties zijn:
−
**Situatie 1**: Externe locatie waarbij brandwachtvoorziening van het vliegveld 24/7 aanwezig is en geen HLO door het MMT wordt ingehuurd (*voorheen standplaats B*);
−
**Situatie 2**: Externe locatie waarbij brandwachtvoorziening van het vliegveld niet 24/7 aanwezig is en een HLO door het MMT wordt ingehuurd. De HLO is naast brandwacht ook chauffeur, is onderdeel van het team en telt mee voor de vergoeding van de dienstkleding (*voorheen standplaats C*);
−
**Situatie 3**: Externe locatie waarbij brandwachtvoorziening van het vliegveld niet 24/7 aanwezig is en een HLO door de MMT wordt ingehuurd. De HLO vervult alleen de taak van brandwacht, is geen onderdeel van het team en telt niet mee voor de vergoeding van de dienstkleding.
Indien we onderscheid maken in de vergoedingsbedragen op basis van de situatie is dit toegelicht in de tabellen.
− −
**Situatie 1**: Externe locatie waarbij brandwachtvoorziening van het vliegveld 24/7 aanwezig is en geen HLO door het MMT wordt ingehuurd (*voorheen standplaats B*);
− −
**Situatie 2**: Externe locatie waarbij brandwachtvoorziening van het vliegveld niet 24/7 aanwezig is en een HLO door het MMT wordt ingehuurd. De HLO is naast brandwacht ook chauffeur, is onderdeel van het team en telt mee voor de vergoeding van de dienstkleding (*voorheen standplaats C*);
− −
**Situatie 3**: Externe locatie waarbij brandwachtvoorziening van het vliegveld niet 24/7 aanwezig is en een HLO door de MMT wordt ingehuurd. De HLO vervult alleen de taak van brandwacht, is geen onderdeel van het team en telt niet mee voor de vergoeding van de dienstkleding.
c. c. Helikopter, standplaats en voertuig
Onderdeel
Deelpost
Toelichting
Prijspeil 2023
Helikopter
Vaste kosten
Vaste kosten uit het contract van de helikopter
Werkelijke kosten
Vlieguren
Variabele kosten per vlieguur
Werkelijke kosten
Buitenlandse inzet
Kosten van inzetten in Nederland door een buitenlandse helikopter worden op nacalculatie vergoed. De opbrengsten van buitenlandse inzetten worden in mindering gebracht.
Werkelijke kosten -/- werkelijke opbrengsten
Standplaats
Externe locatie
Kosten worden op nacalculatiebasis vergoed.
Werkelijke kosten
Voertuig
Voertuigkosten
Genormeerd
€ 29.655
Brandstof
Brandstof wordt op nacalculatiebasis vergoed.
Werkelijke kosten
d. d. Personele inzet
Onderdeel
Deelpost
Toelichting
Prijspeil 2023
Personele inzet
per functie
MMT-verpleegkundige
Genormeerd
€ 786.236
MMT-arts
Genormeerd
€ 1.490.892
Helicopter landing officer – *alleen bij situatie 2 en 3*
Genormeerd
€ 452.463
Ondersteunend personeel:
*chief nurse*
*manager*
*medisch coördinator*
*secretariaat*
Genormeerd
€ 197.634
e. e. Opleidingen
Onderdeel
Deelpost
Toelichting
Prijspeil 2023
Opleidingen
Externe kostencomponent
Initieel
MMT-verpleegkundige (excl. stages)
Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon
€ 15.032
MMT-verpleegkundige – stages
n.v.t.
n.v.t.
MMT-arts (excl. stages)
Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon
€ 13.784
MMT-arts – stages
Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon per stage
Zie bijlage 2
MMT-chauffeur
Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon
€ 3.692
Vliegoperationele opleidingen *Initieel*
MMT-verpleegkundige
Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon
€ 52.627
Opleidingen externe kostencomponent Periodiek
MMT-verpleegkundige (excl. stages)
Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon
€ 5.383
MMT-verpleegkundige – stages
n.v.t.
n.v.t.
MMT-arts
Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon
€ 7.300
MMT-chauffeur
Werkelijke kosten met een maximum norm per persoon
€ 910
Vliegoperationele opleidingen *Periodiek*
MMT-verpleegkundige
n.v.t.
n.v.t.
Opleidingen urencomponent
Norm per opleiding per persoon
Zie bijlage 2
f. f. Overige directe kosten, overhead en overige opbrengsten
Onderdeel
Deelpost
Toelichting
Prijspeil 2023
Dienstkleding
Norm inclusief Helicopter landing officer -*bij situatie 2*
Genormeerd
€ 24.858
Norm exclusief Helicopter landing officer – *bij situatie 1 en 3*
Genormeerd
€ 21.105
Overige directe kosten
Normatief bedrag voor de volgende kostenposten:
• patiëntgebonden kosten
• hotelmatige kosten
• algemene materiële kosten
• algemene personele kosten
€ 205.197
Overhead
Genormeerd
€ 421.865
Overige opbrengsten
Opbrengsten/kortingsposten
Nacalculatie – in mindering
Werkelijke opbrengsten
g. g. Bloed, bloedproducten en ECMO
Onderdeel
Deelpost
Toelichting
Prijspeil 2023
Bloed en bloedproducten
Erytrocytenconcentraat (bloed)
Vergoeding op basis van P x Q (gerealiseerd aantal verbruikte packaged cells)
€ 262
Fibrinogeen
(stollingsfactor)
Vergoeding op basis van P x Q (gerealiseerd aantal verbruikte gram fibrinogeen)
€ 362
Logistieke kosten
Logistieke kosten voor wisselingen van bloed en bloedproducten.
Werkelijke kosten
Vanaf 2022 wordt de Extracorporeal membrane oxygenation, ofwel de Hart-long machine (ECMO) vergoed als onderdeel van de MMT met helikopter. De vergoeding geldt per jaar vanaf moment van ingebruikname. Voor het gebruik van ECMO wordt opleidingstijd vergoed. De initiële opleiding komt alleen in aanmerking voor vergoeding indien dit gaat om het eerste jaar waarin de ECMO in gebruik wordt genomen óf in het jaar wanneer een teamlid start bij een MMT.
Artikel 7
Spoedeisende hulp (SEH) als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 7, van de Bijlage.
Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage SEH indien zij de in artikel 7, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:
a. a. de SEH moet voldoen aan de geldende (minimum)normen die worden gesteld aan een SEH; b. b. de SEH moet onvoldoende inkomsten uit de tarieven hebben om de kosten van de SEH te dekken; c. c. de SEH moet gevoelig zijn voor de 45-minutennorm volgens de meest relevante analyse van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De meest relevante analyse voor de beschikbaarheidbijdrage SEH jaar t betreft de bereikbaarheidsanalyse jaar t-1 die jaarlijks door het RIVM wordt uitgebracht.
De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage SEH bestaat uit een aanvraagformulier. In het aanvraagformulier kan de aanvrager een opgave van kosten en opbrengsten geven ten behoeve van het tweede criterium (sub b) genoemd in artikel 7, tweede lid. Het eerste criterium (sub a) uit artikel 7, tweede lid wordt getoetst op basis van signalen van de IGJ. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat een SEH voldoet aan de geldende (minimum)normen tenzij de IGJ dit bij de NZa aangeeft. De NZa zal voor afgifte van de verlening bij de IGJ de laatste stand van zaken opvragen. Indien gewenst zal een nadere onderbouwing van dit criterium middels een brief worden gevraagd.
Voorwacht:
Om 24/7 beschikbaarheid te borgen gaat de NZa uit van de volgende personele inzet en bijbehorende salariskosten:
De salariskosten van de SEH-verpleegkundige en de salariskosten van de SEH-arts of arts SEH zijn inclusief onregelmatigheidstoeslag (ort).
De personele kosten worden jaarlijks geïndexeerd. In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe deze indexatie plaatsvindt.
De NZa gaat uit van een totaal aan materiële kosten en overheadkosten van € 1.025.434,– (prijspeil 2023). De materiële kosten (€ 727.544,–) worden jaarlijks met het prijsindexcijfer voor de materiële kosten geïndexeerd. De overheadkosten (€ 297.890,–) worden conform het indexcijfer voor kostenbedragen van (dbc) zorgproducten geïndexeerd.
De opslag voor kapitaallasten bedraagt € 186.709,– (prijspeil 2023). De kapitaallasten worden niet geïndexeerd.
De beschikbaarheidbijdrage beoogt alleen een eventueel tekort te dekken. Opbrengsten die een SEH genereert, worden in mindering gebracht op de normbedragen als bedoeld in sub a, b en c van dit artikel. De opbrengsten worden bepaald op basis van het totaal aantal unieke SEH-patiënten van de zorgaanbieder, gecorrigeerd met het afslagpercentage waarbij de volgende formule geldt:
Het unieke aantal SEH-patiënten betreft het aantal patiënten in het betreffende jaar. Eenzelfde SEH-patiënt met meerdere SEH-consulten per dag, telt mee als één unieke SEH-patiënt.
Het gecorrigeerde aantal unieke SEH-patiënten wordt vermenigvuldigd met de normatieve opbrengst per unieke SEH-patiënt van € 197,50 (prijspeil 2023). Indien de totale opbrengsten van de (gecorrigeerde) unieke SEH-patiënten hoger zijn dan het normbedrag voor de voorwacht, dan ontvangt de zorgaanbieder een beschikbaarheidbijdrage ter hoogte van de achterwachtkosten (het normbedrag als bedoeld in sub e van dit artikel). De opbrengsten worden jaarlijks geïndexeerd conform het indexcijfer voor kostenbedragen van (dbc) zorgproducten.
De NZa gaat uit van achterwachtkosten van € 902.345 (prijspeil 2023). De achterwachtkosten worden jaarlijks geïndexeerd. In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe deze indexatie plaatsvindt.
Artikel 8
Acute verloskunde als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 8, van de Bijlage.
Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde indien zij de in artikel 8, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:
– – de afdeling voor acute verloskunde moet voldoen aan de geldende (minimum)normen die worden gesteld aan acute verloskundige zorg; – – de afdeling voor acute verloskunde moet onvoldoende inkomsten uit de tarieven hebben om de kosten van de acute verloskundige zorg te dekken; – – de afdeling voor acute verloskunde moet gevoelig zijn voor de 45-minutennorm volgens de meest relevante analyse van het RIVM. De meest relevante analyse voor de beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde jaar t betreft de bereikbaarheidsanalyse jaar t-1 die jaarlijks door het RIVM wordt uitgebracht.
De aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage acute verloskunde bestaat uit een aanvraagformulier. In het aanvraagformulier kan de aanvrager een opgave van kosten en opbrengsten geven ten behoeve van het tweede criterium genoemd in artikel 8, tweede lid. Het eerste criterium uit artikel 8, tweede lid wordt getoetst op basis van signalen van de IGJ. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat een afdeling voor acute verloskunde voldoet aan de geldende (minimum)normen tenzij de IGJ dit bij de NZa aangeeft. De NZa zal voor afgifte van de verlening bij de IGJ de laatste stand van zaken opvragen. Indien gewenst zal een nadere onderbouwing van het criterium middels een brief worden gevraagd.
Om 24/7 beschikbaarheid te borgen gaat de NZa uit van 6,13 fte obstetrisch professional of 5,09 fte gynaecoloog. Als de gynaecoloog en de obstetrisch professional elkaar afwisselen in diensten zal de verhouding worden bepaald op basis van opgegeven inzet. De fte voor de gynaecoloog worden meegenomen tot 5,09 fte. Indien de fte voor de gynaecoloog minder dan 5,09 fte bedraagt, wordt de fte voor de obstetrisch professional in verhouding meegenomen. In de toelichting van de beleidsregel is hiervan een rekenvoorbeeld opgenomen.
Naast bovengenoemde personele inzet gaat de NZa uit van bijbehorende personele kosten:
De salariskosten voor de obstetrisch professional zijn inclusief onregelmatigheidstoeslag (ort). De personele kosten worden jaarlijks geïndexeerd. In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe deze indexatie plaatsvindt.
De NZa gaat uit van een totaal aan materiële kosten en overheadkosten van € 587.859,– (prijspeil 2023). De materiële kosten (€ 464.080,–) worden jaarlijks met het prijsindexcijfer materiële kosten geïndexeerd. De overheadkosten (€ 123.779,–) worden conform het indexcijfer voor kostenbedragen van (dbc) zorgproducten geïndexeerd.
De opslag voor kapitaallasten bedraagt € 119.097,– (prijspeil 2023). De kapitaallasten worden niet geïndexeerd.
De beschikbaarheidbijdrage beoogt alleen een eventueel tekort te dekken. De opbrengsten worden bepaald op basis van het aantal gerealiseerde dbc-producten acute verloskunde. De NZa heeft per product een percentage vastgesteld van de mate waarin het betreffende product kan worden toegerekend aan de activiteiten van de beschikbare gynaecoloog/obstetrisch professional. In de bijlage van deze beleidsregel is een overzicht van deze producten opgenomen. Deze verloskunde-dbc’s maken deel uit van het vrije segment. Voor de bepaling van de omzet van acute verloskunde wordt daarbij uitgegaan van het gemiddelde tarief van de ziekenhuizen uit het kostenonderzoek 2019 voor de verloskunde-dbc’s. De dbc omzet wordt in mindering gebracht op de normbedragen als bedoeld in sub a, b en c van dit artikel. Indien de dbc omzet die aan deze functie wordt toegerekend hoger is dan de normbedragen, ontvangt de zorgaanbieder geen beschikbaarheidbijdrage.
Jaarlijks worden de gemiddelde tarieven van de betreffende verloskunde dbc’s aangepast naar het actuele prijspeil dat voor dat jaar geldt. De bedragen worden geïndexeerd met het geldende indexcijfer voor de kostenbedragen van (dbc)zorgproducten. Deze indexcijfers publiceert de NZa op haar website. De resultaten worden doorgevoerd in de kolom ‘Bedrag beleidsregel (ultimo 2023)’ in de tabel ‘Zorgproducten Acute verloskunde met percentage en bedragen’ in bijlage 1.
Artikel 9
Post mortem orgaanuitname bij donoren (PMD) zoals bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 3a van de Bijlage.
Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage PMD indien zij de in artikel 9, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij een overeenkomst met de Nederlandse Transplantatiestichting (NTS) hebben gesloten.
De NZa verstrekt de beschikbaarheidbijdrage conform de aanwijzing van 29 september 2017 (kenmerk 1223399-167180-MC) aan drie zorgaanbieders.
De verlening wordt vastgesteld op het bedrag van de verlening in t-1 (2023) plus indexatie.
De betrokken zorgaanbieders dienen ten behoeve van de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage de volgende gegevens te registreren per uitname:
De beschikbaarheidbijdrage vergoedt de personele en materiële kosten van het zelfstandige uitnameteam (ZUT), inclusief huisvestingskosten en overhead.
Het ZUT is 7 x 24 uur beschikbaar en bestaat uit twee chirurgen, waarvan een gecertificeerd uitnamechirurg, een anesthesioloog, een anesthesiemedewerker, twee OK-assistenten, perfusiemedewerker ten behoeve van de machinepreservatie nieren en een OK transplantatiecoördinator.
De maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage is als volgt opgebouwd:
Hoogte beschikbaarheidbijdrage per team:
Ten behoeve van de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage levert de zorgaanbieder de gerealiseerde kosten van de machinepreservatie nieren aan.
Indien van de bovenstaande fte’s wordt afgeweken zal de beschikbaarheidbijdrage hiervoor worden aangepast. De zorgaanbieder dient in dat geval bij de vaststelling de ingeroosterde fte van het ZUT team op te geven. Hierbij worden de bovenstaande fte’s als maximum gehanteerd.
De hoogte van het bedrag voor de machinepreservatie nieren bedraagt maximaal € 436.930,– per ZUT (prijspeil ultimo 2023). Het betreft de kosten van de perfusie, voor zover die betrekking hebben op de materiaalkosten van de machines en de personeelskosten van de perfusiemedewerker. De vervoerskosten vallen buiten de beschikbaarheidbijdrage. Als de gerealiseerde kosten voor de machinepreservatie nieren lager zijn dan het vastgestelde maximum worden de gerealiseerde kosten vergoed.
Van het normbedrag voor materiaalkosten ZUT wordt alleen afgeweken indien er een significante stijging van het totale aantal landelijke uitnamen plaatsvindt. Er is sprake van een significante stijging indien er een toename van twee maal de standaardafwijking boven het gemiddeld aantal uitnamen in de periode 2013-2017 is. In deze periode bedroeg het gemiddeld aantal uitnamen 268 per jaar, met een dubbele standaardafwijking van 30 uitnamen. Derhalve is er bij een landelijke stijging naar 298 uitnamen per jaar sprake van een significante stijging en daarmee een herberekening van de materiaalkosten door de NZa aan de orde.
De indexatie van de bovenstaande bedragen gaat als volgt:
• • De personeelskosten zijn in 2017 vastgesteld en worden jaarlijks geïndexeerd met de personele index. • • Het bedrag en de verdeling van de kosten voor de machinepreservatie nieren wordt jaarlijks aangepast met de personele en materiële index. • • De materiaalkosten ZUT worden jaarlijks aangepast met de materiële index. • • De overhead per fte stijgt met de cao door middel van de personele index, de overhead per m^2 en de huisvestingskosten stijgen met de materiële index. • • De huisvesting wordt niet geïndexeerd.
Artikel 10
Traumazorg voor wat betreft Opleiden, Trainen en Oefenen ten behoeve van rampen en crises (OTO), als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 5, sub b van de Bijlage.
Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage OTO indien zij de in artikel 10, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij in het bezit zijn van een erkenning als traumacentrum.
De beschikbaarheidbijdrage voor OTO is opgebouwd uit een vaste component en een flexibele component. De vergoedingen in dit artikel zullen lumpsum verstrekt worden, maar moeten wel aan OTO worden besteed.
1 1 Basisteam: Voor de beschikbaarheidbijdrage OTO gaan we in ieder geval uit van een vaste vergoeding van € 223.756 (prijspeil ultimo 2023) voor het basisteam, deze vergoeding is gebaseerd op de in het kostenonderzoek waargenomen gemiddelde opbouw van personeelsfuncties, zie tabel 2 in de toelichting. In de praktijk kan de precieze opbouw afwijken; de vergoeding kan dus ook worden gebruikt voor een andere functiemix in het basisteam. 2 2 Materiële kosten en overhead: de aanbieder ontvangt een vast bedrag van € 93.785 (prijspeil ultimo 2023) ter dekking van de materiële kosten en overhead. 3 3 Convenantspartners: Daarnaast gaan we uit van een vaste vergoeding van € 648.198 (prijspeil ultimo 2023) voor de convenantspartners, opgebouwd uit gemiddeld genomen 6 huisartsenposten (HAP’s), 6 ziekenhuizen (locaties met SEH), 2 regionale ambulance voorzieningen (RAV’s) en 2 gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD’s).
4 4 Indien de aanbieder meer convenantpartners in het netwerk bedient dan de aantallen genoemd in artikel 3, sub a onder 3, ontvangt de aanbieder een extra normatief bedrag per soort convenantpartner die zij meer bedient.
Soort convenantpartner
Normatieve vergoeding per partner
(prijspeil ultimo 2023)
HAP
€ 9.276
Ziekenhuis (locaties met SEH)
€ 47.329
RAV
€ 98.126
GGD
€ 56.158
a. a. De NZa verleent de beschikbaarheidbijdrage OTO op basis van het aantal en soort convenantpartners in het netwerk in het jaar t-2. b. b. De NZa stelt de beschikbaarheidbijdrage OTO vast op basis van het definitieve aantal en soort convenantpartners (peildatum 31 december) in het netwerk over het subsidiejaar t. c. c. In de verlening van jaar t zijn de gegevens van jaar t-2 (onder lid 4 sub a) vooraf ingevuld in de aanvraag. Bij de vaststelling van jaar t vullen de traumacentra de werkelijke aantallen in. De NZa controleert de ingevulde gegevens bij de vaststelling van jaar t aan de hand van de gegevens (onder lid 4 sub b) die zij jaarlijks ontvangt van het LNAZ op 1 juli jaar t+1.
1 1 Het basisteam in de vaste component wordt jaarlijks geïndexeerd met index voor personele kosten. 2 2 Voor indexering van de overige componenten wordt een verhouding aangehouden van 90% van de index voor de personele kosten en 10% van de index voor de materiële kosten.
Artikel 11
Het betreft zorg verleend als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 4, van de Bijlage.
Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal indien zij:
a. a. De in artikel 11, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en b. b. Een convenant hebben gesloten met de Staat der Nederlanden tot het beschikbaar houden van deze vorm van zorg.
De beoordeling van de beschikbaarheidbijdrage vindt -naast het gestelde in de beleidsregel- plaats op basis van het Convenant Calamiteitenhospitaal, gesloten tussen het Ministerie van Defensie, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Universitair Medisch Centrum Utrecht.
-
- In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal compleet indien bij de aanvraag het bedrijfsplan inclusief begroting is gevoegd.
-
- Bij de aanvraag tot verlening omschrijft de zorgaanbieder voor welke activiteiten en voorzieningen de beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze activiteiten en voorzieningen zijn.
-
-
Kosten komen alleen voor vergoeding middels de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
• De kosten worden alleen gemaakt ten behoeve van het calamiteitenhospitaal, of; • De gedeclareerde productie per openstelling dekt niet de extra personele kosten die hiermee gemoeid zijn (inefficiëntie).
-
• • De kosten worden alleen gemaakt ten behoeve van het calamiteitenhospitaal, of; • • De gedeclareerde productie per openstelling dekt niet de extra personele kosten die hiermee gemoeid zijn (inefficiëntie). 2. 2. Bij de verlening worden alleen de vaste kosten van de beschikbaarheidbijdrage vergoed.
In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot vaststelling compleet indien het jaarverslag bij de aanvraag tot vaststelling is gevoegd. Hierin wordt in ieder geval ingegaan op het gebruik van het calamiteitenhospitaal, uitgesplitst naar scenario, verzoeker, het aantal opgenomen slachtoffers en het aantal dagen per openstelling.
-
-
In het aanvraagformulier voor de vaststelling omschrijft de aanbieder de voorzieningen en activiteiten, waaronder:
− het aantal openstellingen; − de duur per openstelling; − het aantal opgenomen slachtoffers per openstelling, waarvoor een beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal is verleend; − investeringen gedurende het jaar;
-
− − het aantal openstellingen; − − de duur per openstelling; − − het aantal opgenomen slachtoffers per openstelling, waarvoor een beschikbaarheidbijdrage calamiteitenhospitaal is verleend; − − investeringen gedurende het jaar; 2. 2. In het aanvraagformulier voor de vaststelling geeft de aanbieder de gerealiseerde kosten op van de omschreven activiteiten. 3. 3. De aanbieder kan btw-kosten met terugwerkende kracht vanaf 2015 opgeven in de aanvraag tot vaststelling. De btw-kosten worden alleen opgevoerd in de vaststellingsaanvraag als de btw-aangifte van een subsidiejaar volledig is afgerond en niet eerder al is opgegeven. In de vaststellingsaanvraag voegt de aanbieder in ieder geval de volgende stukken toe:
−
btw-factuur van het betreffende subsidiejaar;
−
berekening btw-kosten;
−
schriftelijke afspraken met de Belastingdienst over de btw.
− − btw-factuur van het betreffende subsidiejaar; − − berekening btw-kosten; − − schriftelijke afspraken met de Belastingdienst over de btw.
a. a. Het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage is bestemd voor de instandhouding van het Calamiteitenhospitaal. De hoogte van het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal € 1.949.046 (prijspeil ultimo 2023) en wordt gebaseerd op de volgende posten:
Groep
Omschrijving
Bedrag (euro)
Prijspeil 2023
Voorbereiding en preparatie
3,0 fte poortartsen, 30 dagen per jaar
28.352
3,0 fte seh-verpleegkundigen, 30 dagen per jaar
24.998
1,2 fte ic-verpleegkundigen (divisie vitale functies) 30 dagen per jaar
15.774
3,0 fte ic-verpleegkundigen (CMH), 30 dagen per jaar
38.984
9 fte verpleegkundigen, 30 dagen per jaar
66.599
0,5 fte arts-coördinator (infectieziekten), 30 dagen per jaar
10.378
Algemene opleidingskosten personeel
58.253
Personeel instandhouding
Dagelijkse leiding en personeel CMH en UMCU (6 fte)
491.464
SLA’s nullijnen
Vitale functies (ondersteuning bedrijfsbureau)
51.780
Radiologie, anesthesie, hygiëne
64.725
Directie Raad van Bestuur
90.615
Directie P&O
12.945
Directie Informatievoorziening en Financiën
25.890
Facilitair Bedrijf
103.560
Materieel
Materiële kosten en verbruiksgoederen
155.454
Onderhoud infrastructuur en instrumenten
105.644
Regulier Onderhoud
292.173
Kapitaallasten
461.914
Afschrijving apparatuur
518.180
Algemeen
Nutsvoorziening (water, elektriciteit)
103.636
Communicatie en informatie delen
38.864
Projecten informatievoorziening
38.864
Totaal
Bijdrage Ministerie van Defensie
Beschikbaarheidbijdrage NZa
2.799.046
850.000
1.949.046
b. b. Het variabele deel van de beschikbaarheidbijdrage is bestemd voor de extra personele kosten tijdens de eerste 12 uur per openstelling. Dit deel van de beschikbaarheidbijdrage is afhankelijk van het aantal openstellingen en het aantal slachtoffers waarvoor het calamiteitenhospitaal wordt opengesteld. Hierbij worden drie scenario’s onderscheiden (prijspeil ultimo 2023):
Aantal slachtoffers
T/m 25
T/m 100
T/m 200
Vergoeding (euro)
67.314
117.800
178.642
De variabele vergoeding wordt gebaseerd op de aantallen vereiste functionarissen per scenario.
c. c. De beschikbaarheidbijdrage wordt als volgt geïndexeerd. De personele kosten (voorbereiding en preparatie, personeel instandhouding en SLA’s nullijnen) worden geïndexeerd met het prijsindexcijfer voor personele kosten. De materiële kosten (algemeen en materieel -met uitzondering van de kapitaallasten) met het prijsindexcijfer voor materiële kosten. De kapitaallasten en de btw-kosten worden niet geïndexeerd. Indien blijkt bij de vaststelling dat de kosten met betrekking tot kapitaallasten significant afwijken van het normbedrag wordt beoordeeld of dit normbedrag aanpassing behoeft. Voor wat betreft kapitaallasten is er sprake van een significante afwijking indien er in een jaar een investering is gerealiseerd hoger dan € 230.000. Het normbedrag van € 461.914 (prijspeil 2023) wordt in dat geval tot aan de eerstvolgende herijking verhoogd met 10% van het meerdere boven de € 230.000.
Artikel 12
Acute zorg als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 5, sub a van de Bijlage.
Coördinatie traumazorg, regionaal overleg acute zorgketen, patiëntenspreiding alsmede inzicht in capaciteit en druk op de zorg:
Het gaat hierbij om:
• • het organiseren van de beschikbaarheid en bereikbaarheid van traumazorg in instellingen voor medisch specialistische zorg; • • het onderhouden en ontwikkelen van het traumazorgnetwerk en de kenniscentrumfunctie voor traumazorg alsmede het uitvoeren van activiteiten gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de traumazorg. • • het uitvoeren van de activiteiten, omschreven in de artikelen 8A.2 en 8A.3 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz; • • het, ten behoeve van de beschikbaarheid van de acute zorg, verkrijgen en bieden van zoveel mogelijk inzicht in de actuele en toekomstige capaciteit van zorgaanbieders en druk op de zorg, in de eigen regio en, samen met de andere traumacentra, in alle regio’s gezamenlijk; • • het coördineren van de spreiding en plaatsing van patiënten binnen de eigen regio alsmede het coördineren van de spreiding van patiënten tussen verschillende regio’s en zo nodig en mogelijk in het buitenland, als de beschikbaarheid van de acute zorg in één of meerdere regio’s onder druk staat; • • het coördineren van het vervoer van patiënten die bovenregionaal of internationaal gespreid worden.
Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage Coördinatie traumazorg en Regionaal overleg acute zorgketen (CTR) indien zij de in artikel 12, eerste lid van deze beleidsregel genoemde vorm van zorg leveren en indien zij in bezit zijn van een erkenning als traumacentrum.
De beschikbaarheidbijdrage voor CTR is opgebouwd uit een vaste component en een flexibele component. De vergoedingen in dit artikel zullen lumpsum verstrekt worden, maar moeten wel aan CTR worden besteed.
-
- Basisteam: Voor de beschikbaarheidbijdrage CTR gaan we in ieder geval uit van een vaste vergoeding van € 1.665.934 (prijspeil ultimo 2024) voor het basisteam, deze vergoeding is gebaseerd op de in het kostenonderzoek waargenomen gemiddelde opbouw van personeelsfuncties van de vijf traumaregio’s die in 2022 en 2023 alleen de basisvergoeding ontvangen, zie tabel 5 in de toelichting. In de praktijk kan de precieze opbouw afwijken; de vergoeding kan dus ook worden gebruikt voor een andere functiemix in het basisteam.
-
- Materiële kosten en overhead: het netwerk ontvangt een vast bedrag van € 567.253 (prijspeil voorlopig 2024) ter dekking van de materiële kosten en overhead.
-
- Vergoeding van kosten via de netwerken: het netwerk ontvangt een vast bedrag van € 468.355 (prijspeil ultimo 2024) ter dekking van kosten van het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ), het Landelijk Platform Zorgcoördinatie (LPZ) en het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS). De vergoedingen voor kosten die via de netwerken verlopen zijn geoormerkt. De vergoeding mag dus niet worden gebruikt ter dekking van andere kosten.
Het basisteam kan worden aangevuld bij gebleken extra complexiteit of omvang van de traumaregio. De variabelen waarmee een uitbreiding toegekend kan worden op omvang zijn: convenantpartners, inwoners en traumaregistraties.
-
-
Inwoners en convenantpartners: voor deze variabelen wordt er uitgebreid met fte’s secretariële ondersteuning en beleidsmedewerkers naar rato van het aantal fte per functie in het basisteam. De extra fte’s zijn niet cumulatief maar moeten worden gezien als twee aparte uitkomsten. Scoort een netwerk bij één van deze variabelen complexiteitsniveau 1 en bij de andere variabele complexiteitsniveau 2, dan gaan we uit van complexiteitsniveau 2 en de daarbij horende aanvulling in fte op het basisteam.
Convenantpartners^1 Aantal Aanvulling in fte Uitsplitsing in fte Vergoeding Personeel Prijspeil definitief 2024 Materieel Prijspeil voorlopig 2024 Basisteam Tot 20 nvt Nvt nvt nvt Complexiteitsniveau 1 20-30 2,90 0,80 secretariële ondersteuning € 47.912 € 90.238 2,10 beleidsmedewerker € 204.289 Complexiteitsniveau 2 30-40 4,90 1,40 secretariële ondersteuning € 83.847 € 152.471 3,50 beleidsmedewerker € 340.482 Complexiteitsniveau 3 40-50 6,90 2,00 secretariële ondersteuning € 119.781 € 214.704 4,90 beleidsmedewerker € 476.675 Complexiteitsniveau 4 50-60 8,90 2,60 secretariële ondersteuning € 155.715 € 276.937 6,30 beleidsmedewerker € 612.868 Complexiteitsniveau 5 >60 10,90 3,20 secretariële ondersteuning € 191.649 € 339.169 7,70 beleidsmedewerker € 749.061^1 HAPS, ziekenhuizen, GGD en RAV
Inwoners Aantal Aanvulling in fte Uitsplitsing in fte Vergoeding Personeel Prijspeil definitief 2024 Materieel Prijspeil voorlopig 2024 Basisteam Tot 1,5 miljoen nvt Nvt nvt nvt Complexiteitsniveau 1 1,5-2,0 miljoen 2,90 0,80 secretariële ondersteuning € 47.912 € 90.238 2,10 beleidsmedewerker € 204.289 Complexiteitsniveau 2 2,0-2,5 miljoen 4,90 1,40 secretariële ondersteuning € 83.847 € 152.471 3,50 beleidsmedewerker € 340.482 Complexiteitsniveau 3 2,5-3,0 miljoen 6,90 2,00 secretariële ondersteuning € 119.781 € 214.704 4,90 beleidsmedewerker € 476.675 Complexiteitsniveau 4 3,0-3,5 miljoen 8,90 2,60 secretariële ondersteuning € 155.715 € 276.937 6,30 beleidsmedewerker € 612.868 Complexiteitsniveau 5 >3,5 miljoen 10,90 3,20 secretariële ondersteuning € 191.649 € 339.169 7,70 beleidsmedewerker € 749.061
-
-
-
Traumaregistraties: voor de variabele traumaregistratie wordt er uitgebreid met fte data-functionaris.
Traumaregistraties Aantal Aanvulling in fte Vergoeding Personeel Prijspeil definitief 2024 Materieel Prijspeil voorlopig 2024 Basisteam Tot 6.500 Geen Geen Complexiteitsniveau 1 6.500 – 8.500 0,25 € 18.403 € 7.779 Complexiteitsniveau 2 >8.500 0,50 € 36.806 € 15.558
-
a. a. De NZa verleent de beschikbaarheidbijdrage CTR op basis van de volgende gegevens in het netwerk in het jaar t-2:
−
het aantal en soort convenantpartners; en
−
het aantal inwoners; en
−
het aantal traumaregistraties.
− − het aantal en soort convenantpartners; en − − het aantal inwoners; en − − het aantal traumaregistraties. b. b. De NZa stelt de beschikbaarheidbijdrage CTR vast op basis van de volgende definitieve gegevens in het netwerk over het subsidiejaar t:
−
het aantal en soort convenantpartners (peildatum 31 december); en
−
het aantal inwoners (peildatum 31 december); en
−
het totaal aantal traumaregistraties in het subsidiejaar.
− − het aantal en soort convenantpartners (peildatum 31 december); en − − het aantal inwoners (peildatum 31 december); en − − het totaal aantal traumaregistraties in het subsidiejaar. c. c. In de verlening van jaar t zijn de gegevens van jaar t-2 (onder lid 4 sub a) vooraf ingevuld in de aanvraag. Bij de vaststelling van jaar t vullen de traumacentra de werkelijke aantallen in. De NZa controleert de ingevulde gegevens bij de vaststelling van jaar t aan de hand van de gegevens (onder lid 4 sub b) die zij jaarlijks ontvangt van het LNAZ op 1 juli jaar t+1.
a. a. Het basisteam in de vaste component wordt jaarlijks geïndexeerd met index voor personele kosten. b. b. Voor indexering van materiële kosten en overhead in de vaste component wordt een verhouding aangehouden van 90% van de index voor de personele kosten en 10% van de index voor de materiële kosten. c. c. Voor indexering van de vergoeding van de kosten via de netwerken in de vaste component wordt een verhouding aangehouden van 50% van de index voor personele kosten en 50% van de index voor de materiële kosten. d d In 2023 is een kostenonderzoek uitgevoerd met als resultaat nieuwe vergoedingsbedragen vanaf 2024. De looncomponenten van de vergoedingsbedragen en de vergoeding van de kosten via de netwerken in deze beleidsregel zijn daarom al op prijspeil ultimo 2024. Deze worden dus niet nogmaals geïndexeerd bij de verlening en vaststelling. De materiële componenten van de vergoedingsbedragen zijn in deze beleidsregel weergegeven op prijspeil voorlopig 2024. Voor de materiële componenten wordt bij de vaststelling 2024 de definitieve index 2024 gebruikt.
Artikel 13
Zorg door mobiel medische teams (MMT’s) als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 6, van de Bijlage.
De NZa verstrekt de beschikbaarheidbijdrage voor Zorg door MMT’s met voertuig aan twee zorgaanbieders, verdeeld over Utrecht en Enschede.
De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de posten in onderstaande tabel. De hoogte van bepaalde genormeerde kostenposten hangt samen met de zorgaanbieder. In de toelichting van de beleidsregel staat beschreven hoe de bedragen jaarlijks worden geïndexeerd.
Artikel 14
Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie als bedoeld in onderdeel B, aanhef 10 van de bijlage en aangevuld met het bepaalde in de aanwijzing van de minister.
Aanbieders kunnen in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage indien zij de in artikel 14, eerste lid van deze beleidsregel beschreven vorm van zorg levert en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:
− − De aanbieder levert derdelijns psychotraumazorg aan mensen met complexe psychotraumaklachten, die het gevolg zijn van bijvoorbeeld ernstige incidenten, geweld, of misbruik, waarvoor een landelijke kennisinfrastructuur noodzakelijk is; − − De aanbieder bezit de landelijke kennis- en expertisefunctie voor derdelijns en gespecialiseerde psychotraumazorg; − − De aanbieder borgt of ontwikkelt de expertise voor het bieden van psychotraumazorg aan specifieke doelgroepen en vertaalt deze expertise in specifiek behandelaanbod.
In aanvulling op het Uniform kader is hetgeen in dit artikel en de artikelen 14, vierde lid en 14, vijfde lid is bepaald, van toepassing voor wat betreft de procedure ten aanzien van de beschikbaarheidbijdrage Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie.
In het aanvraagformulier omschrijft de aanbieder voor welke taken en activiteiten een beschikbaarheidbijdrage Gespecialiseerde en derdelijns psychotraumazorg, voor zover het gaat om de kennis- en expertisefunctie, wordt aangevraagd en wat de begrote kosten voor deze taken en activiteiten zijn.
De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de kosten van de volgende activiteiten met een maximale hoogte aan vergoeding per activiteit of activiteitengroep:
Indien een opgegeven activiteit niet voldoet aan bovengenoemde afbakening, dan worden de begrote kosten voor deze activiteit in mindering gebracht op het bedrag van de aangevraagde verlening.
Activiteiten met bijbehorende kosten die zijn toe te rekenen aan dbc ggz zorgproducten en in rekening zijn te brengen door middel van de in de curatieve ggz geldende prestaties en tarieven, komen niet voor vergoeding via de beschikbaarheidbijdrage in aanmerking.
De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage bedraagt maximaal € 4.985.900 (prijspeil ultimo 2023), waarbij de zes onderliggende activiteiten/activiteitengroep ook aan een maximum gebonden zijn.
Indien de aanvraag de maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage overschrijdt, wordt de aanvraag voor het gedeelte van het bedrag dat boven de maximale hoogte van de beschikbaarheidbijdrage uitgaat afgewezen. Hetzelfde geldt als de aanvraag de maximale hoogte van één van de activiteiten/activiteitengroep, zoals opgenomen in bovenstaand tabel, overschrijdt. Ook in dat geval wordt de aanvraag voor het gedeelte van het bedrag dat boven de maximale hoogte van die activiteit uitgaat afgewezen.
Voor de indexering van deze bijdrage geldt dat de toe te passen index het gewogen gemiddelde is van de loon- en materiële indices waarbij wordt uitgegaan van een aandeel van 85% loonkosten en 15% materiële kosten.
Artikel 15
Spoedeisende ambulancezorg met vervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 16, van de Bijlage.
De Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Fryslân kan in aanmerking komen voor de verstrekking van een beschikbaarheidbijdrage voor spoedeisende ambulancezorg met vervoer per ambulancehelikopter vanaf de Friese Waddeneilanden indien zij de in artikel 15, eerste lid genoemde vorm van zorg leveren en als aan elk van de volgende criteria is voldaan:
a. a. 7x24 uur beschikbaarheid van een ambulancehelikopter; b. b. spoedeisende ambulancezorg met vervoer per ambulancehelikopter is noodzakelijk om een dreigende verslechtering te voorkomen ten opzichte van de thans bestaande landelijke situatie, uitgaande van gevoeligheid voor de zogenaamde 45-minuten bereikbaarheidsnorm als bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 16, van de Bijlage.
a. a. De hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt gebaseerd op de kostenposten in onderstaande tabel.
Onderdeel
Kostenpost
Toelichting
Prijspeil 2023
Helikopter
Vaste kosten
Op basis van
contract helikopter (inclusief piloot)
Werkelijke kosten
Vlieguren
Aantal vlieguren vermenigvuldigd met een bedrag gebaseerd op een aantal kostencomponenten, waaronder:
• het bedrag per vlieguur
• de luchtverkeersleidings-kosten (ATC)
• de landingsgelden
• de brandstofkosten
Werkelijke kosten
Opbrengsten/kortingsposten
Nacalculatie – in mindering
Werkelijke opbrengsten
Standplaats
Helikopter op externe locatie (kosten huur, dienstverlening en nutsvoorzieningen)
Normbedrag
€ 114.221
Kapitaallasten
Afschrijving inventaris
Afschrijving inventaris waarbij in principe een afschrijftermijn van 5 jaar geldt
Werkelijke kosten
Dienstkleding
Kosten voor o.a. kleding, schoeisel, helmen en beschermingsmiddelen
Normbedrag
€ 15.203
Overige kosten
Reiskosten, patiëntgebonden kosten, hotelmatige kosten en indirecte kosten
Normbedrag
€ 95.759
Overhead
Normbedrag
€ 109.216
Personele inzet
*Teamleden*
Ambulanceverpleegkundige
Normbedrag
€ 681.130
Ambulancechauffeur of navigator (HCM)
Normbedrag
€ 668.557
Personele inzet
*Ondersteunend personeel*
Manager
Normbedrag
€ 107.580
Opleidingen
Initieel
Initiële opleidingskosten (incl. verletkosten)
Normbedrag per nieuw opgeleide HCM
€ 31.254
Opleidingen
periodiek
Periodieke opleidingskosten (alleen kosten opleiden, excl. verletkosten)
Normbedrag
€ 139.119
b. b. Als de kosten uit de tabel tevens betrekking hebben op andere activiteiten dan de in artikel 15, eerste lid genoemde vorm van zorg, dan geeft de zorgaanbieder ook de opbrengsten van de overige activiteiten op in de aanvraag tot vaststelling. Deze opbrengsten worden in mindering gebracht op de beschikbaarheidbijdrage.
Artikel 16
a. a. Post mortem weefseluitname bij donoren zoals bedoeld in onderdeel B, aanhef en onder 3b van de Bijlage. b. b. Uitgangspunt voor de verstrekking van de beschikbaarheidbijdrage is dat deze de noodzakelijke exploitatiekosten voor de postmortale weefseluitname omvat om uiterlijk 24 uur na overlijden van de donor landelijk beschikbaar te zijn, ervoor te zorgen dat binnen 24 uur na overlijden (circulatiestilstand) gestart wordt met de uitnameprocedure van weefsels, en dat die uitgenomen weefsels direct worden getransporteerd naar een weefselbank.
Een uitname-organisatie, die een overeenkomst heeft gesloten met het orgaancentrum om met uitnameteams zorg te dragen voor alle postmortale uitnames van weefsel bij donoren in Nederland, kan bij de NZa een beschikbaarheidbijdrage aanvragen.
a. a. De beschikbaarheidbijdrage bestaat uit een vergoeding voor posten die zijn omschreven in de brief ‘Actualisatie Kaders en uitgangspunten beschikbaarheidsbijdrage weefseluitname’ van het Ministerie van VWS’ (kenmerk 1744747-210154-GMT). Deze posten zijn te onderscheiden in de hoofdcategorieën: personeel, materiaal, vervoer, overhead en kapitaallasten. b. b. De beschikbaarheidbijdrage bestaat uit een vast en een variabel deel. Het variabele deel van de beschikbaarheidbijdrage bestaat uit een vergoedingsbedrag per soort uitname voor personeel en materieel. Het vergoedingsbedrag voor materieel is voor alle soorten uitnamen gelijk gesteld op € 561,15 (prijspeil 2023) per donor. Dit vergoedingsbedrag wordt jaarlijks geïndexeerd tegen de materiële index. De vergoedingsbedragen voor het uitnameteam variëren met de duur van de procedure en met de samenstelling en omvang van het uitnameteam per soort uitname. Voor de gevallen dat er ter plaatste blijkt dat een donor toch niet geschikt is, gelden er separate vergoedingsbedragen. Deze zijn meestal lager omdat de duur van de uitnameprocedure korter is. De vergoedingsbedragen uitnameteam per type uitname (prijspeil 2022) staan in onderstaande tabel:
Variabel
Bedrag per donor
Bedrag bij afwijzing donor
Oogweefsel
€ 571,59
€ 571,59
Huid
€ 695,64
€ 695,64
Hartklep
€ 1.206,54
€ 1.117,48
Bot
€ 2.549,33
€ 1.642,59
Oogweefsel + bot
€ 2.662,67
€ 1.642,59
Oogweefsel + hartklep
€ 1.295,59
€ 1.117,48
Oogweefsel + hartklep + bot
€ 3.143,37
€ 1.786,10
Oogweefsel + huid
€ 750,36
€ 695,64
Oogweefsel + huid + bot
€ 2.832,69
€ 1.642,59
Oogweefsel + huid + hartklep
€ 1.518,23
€ 1.295,59
Hartklep + bot
€ 3.019,98
€ 1.786,10
Huid + bot
€ 2.719,34
€ 1.642,59
Huid + hartklep
€ 1.340,12
€ 1.295,59
Afwijzing weefsel
€ 371,19
De bovenstaande bedragen worden jaarlijks met de personele index geïndexeerd, met uitzondering van de component maaltijdenvergoeding (zijnde € € 23,33 per donor). Voor maaltijdvergoeding wordt de materiële index gehanteerd.
c. c. Het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage bestaat uit de volgende kosten (prijspeil 2023):
Vast
Bedrag
Personeelskosten
€ 982.073,59
Overhead
€ 453.509,11
Kapitaal
€ 96.806,73
De indexatie van de bovenstaande bedragen gaat als volgt:
−
De personeelskosten worden jaarlijks geïndexeerd met de personele index.
−
De overhead wordt jaarlijks geïndexeerd met de materiële index.
− − De personeelskosten worden jaarlijks geïndexeerd met de personele index. − − De overhead wordt jaarlijks geïndexeerd met de materiële index.
a. a. In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot verlening van de beschikbaarheidbijdrage post mortem weefseluitname compleet indien bij de aanvraag het contract met de NTS is gevoegd. b. b. Voor het aantal uitnamen wordt uitgegaan van de prognose afgegeven door de Nederlandse Transplantatiestichting (NTS).
In aanvulling op het Uniform kader is de aanvraag tot vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage post mortem weefseluitname compleet indien bij de aanvraag de volgende stukken zijn gevoegd:
-
- Een schriftelijke bevestiging van de NTS waarin staat dat met betrekking tot de uitvoering van taken rond het uitnemen van genoemde typen weefsels de functie conform contract is uitgeoefend. In deze bevestiging staan tevens de werkelijke aantallen uitgenomen donoren, uitgesplitst naar de combinaties, als bedoeld in de tabel van artikel 16, derde lid, onder b;
-
- Jaarrekening;
-
- Controleverklaring bij de jaarrekening;
-
- Een verantwoordingsoverzicht van de gerealiseerde kosten voor de verzelfstandiging met aansluiting naar de jaarrekening.
-
- De materiële kosten worden op basis van nacalculatie vergoed, op basis van het bedrag per donor.
-
- Als de variabele kosten voor het uitnameteam op basis van gerealiseerde aantallen uitnamen hoger zijn dan verleend, dan wordt het hogere bedrag volledig vergoed op basis van nacalculatie.
-
- Als de variabele kosten voor het uitnameteam op basis van de gerealiseerde aantallen uitnamen lager zijn dan het verleende bedrag, dan wordt het verschil tussen de kosten voor het uitnameteam op basis van de prognose en de werkelijke aantallen donoren vermenigvuldigd met 14,30 procent. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op het verleende bedrag.
Artikel 17
Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze Beleidsregel Beschikbaarheidbijdrage op aanvraag wordt de Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag, met kenmerk BR/REG-23141b, ingetrokken.
Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag wordt de gepubliceerde maar nog niet in werking getreden Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag’, met kenmerk BR/REG-24147, ingetrokken.
Artikel 18
De ‘Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag’, met kenmerk BR/REG- 23141b blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.
Artikel 19
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.
Indien de Staatscourant waarin de beleidsregel ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2023, treedt de beleidsregel in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de beleidsregel wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2024.
De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.
Artikel 20
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: ‘Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage op aanvraag’.
Bijlage 1. Zorgproducten acute verloskunde met percentage en bedragen
Bijlage 2. Vergoedingsbedragen opleidingen teamleden MMT met helikopter
Deze bijlage bevat de tabellen met vergoedingsbedragen voor de opleidingen van de MMT-leden op basis van de beleidsregelwaarden voor 2023. De totale vergoeding voor de opleidingen bestaat uit een kostencomponent en een naar euro’s omgerekende urencomponent.
De kostencomponent betreft een maximum bedrag per persoon per jaar voor de cursus die in de eerste kolom genoemd wordt. Het maximumbedrag heeft betrekking op de externe kosten voor de betreffende cursussen. De kosten worden op basis van werkelijke kosten vergoed tot het aangegeven maximumbedrag.
In sommige gevallen is een blok met verschillende cursussen die in de eerste kolom genoemd worden gekoppeld aan hetzelfde maximum bedrag in de kolom met maximum cursuskosten per persoon. Indien een teamlid meerdere cursussen van zo’n blok heeft gevolgd, moeten de afzonderlijke kosten van de verschillende cursussen worden opgeteld om de totale werkelijke kosten per persoon voor dit blok te berekenen.
De compensatie in tijd wordt vergoed per teamlid dat de cursus heeft gevolgd. Hierbij is het van belang dat de cursus daadwerkelijk is gevolgd en dat de periode tussen de vorige keer dat deze cursus is gevolgd en deze keer binnen de aangegeven frequentie valt. Enkele cursussen komen alleen in aanmerking voor vergoeding bij een specifieke vooropleiding. Dit is opgenomen in de tabel. Het is de verantwoordelijkheid van de MMT’s om bij te houden welke teamleden welke cursussen hebben gevolgd en dit aan te kunnen tonen. Eenmalige opleidingen kunnen maximaal één keer voor een MMT-teamlid worden vergoed zolang ze werkzaam zijn voor een MMT. Voor periodieke opleidingen geldt dat, afhankelijk van de frequentie een opleiding maximaal eens per x jaar wordt vergoed.
^1 Compensatie voor tijd is meegenomen bij vergoeding voor personele inzet.
^1 Compensatie voor tijd meegenomen bij vergoeding voor personele inzet.