40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregel ter uitvoering van artikel 6 van het Loodsplichtbesluit 1995 | BWBR0040651 | zbo | geldend | 2018-02-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0040651 | Beleidsregel ter uitvoering van artikel 6 van het Loodsplichtbesluit 1995 |
Beleidsregel ter uitvoering van artikel 6 van het Loodsplichtbesluit 1995
Artikel 1
Met deze beleidsregel wordt nadere invulling gegeven aan de begrippen “constructie” en “gebruikt of zal worden gebruikt”, als bedoeld in artikel 1, onderdelen j en k, van het Loodsplichtbesluit 1995. Bij beoordeling door de regionale autoriteit van aanvragen als bedoeld in artikel 6, derde lid, van het Loodsplichtbesluit 1995 om als lage kruiplijn-coaster of binnen/buiten-schip te worden ingeschreven in het Register loodsplicht kleine zeeschepen worden bij toetsing de navolgende criteria aangehouden:
Binnen/buiten-schip (Loodsplichtbesluit 1995, artikel 1, onder j):
-
- Lengte over alles van minder dan 115 meter;
-
-
Blijkens zijn constructie vergelijkbaar is met een binnenschip;
a. geringe diepgang: zomerdiepgang van minder dan of gelijk aan 5,5 meter; b. lage opbouw (airdraft): hoogte van minder of gelijk aan 18 meter, gemeten van de kiel tot het hoogste vaste punt van het schip; c. relatief lang en slank schip: verhouding lengte/breedte is groter of gelijk aan 6,0.
-
a. a. geringe diepgang: zomerdiepgang van minder dan of gelijk aan 5,5 meter; b. b. lage opbouw (airdraft): hoogte van minder of gelijk aan 18 meter, gemeten van de kiel tot het hoogste vaste punt van het schip; c. c. relatief lang en slank schip: verhouding lengte/breedte is groter of gelijk aan 6,0. 3. 3. Aangetoond wordt dat het schip gebruikt wordt of zal worden gebruikt voor de vaart op de binnenwateren die niet zijn opgenomen in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet (dus op niet-loodsplichtige binnenwateren) en in een beperkt vaargebied op zee, in het bijzonder de kustwateren (binnen 200 nautische mijlen uit de kust).
Lage kruiplijn-coaster (Loodsplichtbesluit 1995, artikel 1, onder k):
-
- Lengte over alles van minder dan 115 meter;
-
-
een zodanige vorm of constructie heeft dat het geschikt is voor de vaart op niet-loodsplichtige binnenwateren en daarvoor wordt gebruikt of zal worden gebruikt:
a. geringe diepgang: zomerdiepgang van minder dan of gelijk aan 5,5 meter; b. lage opbouw (airdraft): hoogte van minder of gelijk aan 9,1 meter, gemeten vanaf de waterlijn op zomerdiepgang tot het hoogste vaste punt van het schip.
-
a. a. geringe diepgang: zomerdiepgang van minder dan of gelijk aan 5,5 meter; b. b. lage opbouw (airdraft): hoogte van minder of gelijk aan 9,1 meter, gemeten vanaf de waterlijn op zomerdiepgang tot het hoogste vaste punt van het schip.
Artikel 2
Deze beleidsregel wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst en treedt in werking op de dag na die waarop deze in de Staatcourant is geplaatst.
Artikel 3
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ter uitvoering van artikel 6 van het Loodsplichtbesluit 1995.