40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregel Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken | BWBR0048693 | zbo | geldend | 2023-10-06 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0048693 | Beleidsregel Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken |
Beleidsregel Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken
De Autoriteit Consument en Markt,
Gelet op artikel 6, eerste lid, van de Mededingingswet en artikel 4:81, van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
1. Inleiding
-
- De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan bij haar missie om markten goed te laten werken voor alle mensen en bedrijven, nu en in de toekomst. Afspraken tussen ondernemingen om duurzaamheidsvoordelen te behalen kunnen op een effectieve manier bijdragen aan die missie.
-
- Het belang van dergelijke duurzaamheidsafspraken is gegroeid. Zo is er de afgelopen jaren een toename van maatschappelijke, beleidsmatige en juridische aandacht voor klimaatverandering, biodiversiteit en duurzame ontwikkeling. Als gevolg hiervan zijn concrete beleidsdoelen en bindende normen over duurzaamheid tot stand gekomen. Gedacht kan worden aan het Biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro (1992), het Klimaatverdrag van Parijs (2015), de zeventien Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties waaraan Nederland en de Europese Unie zich hebben gecommitteerd (2015) en de Klimaatwet (2019). Daarnaast heeft de Hoge Raad eind 2019 bepaald dat de Staat der Nederlanden ervoor moet zorgen dat de uitstoot van broeikasgassen per eind 2020 met 25% zal zijn verminderd ten opzichte van 1990.1Zie Hoge Raad, 20 december 2019, Staat der Nederlanden / Stichting Urgenda, ECLI:NL:2019:2006. Gedacht kan ook worden aan overkoepelende akkoorden zoals het Energieakkoord 2013, het Grondstoffenakkoord 2017, het Nationaal Preventieakkoord 2018 en het Klimaatakkoord 2019 en diverse beleidsmaatregelen. Als gevolg van de grote inspanning die moet worden geleverd om dergelijke doeleinden te bereiken, en de rol die de Nederlandse overheid daarbij ziet voor ondernemingen, zijn duurzaamheidsafspraken belangrijker geworden.
-
- Duurzaamheid en mededinging gaan vaak samen. Net zoals mededinging innovaties in de vorm van nieuwe of verbeterde producten en processen aanmoedigt, kan mededinging ook innovaties op het gebied van duurzaamheid bevorderen. Consumenten beschouwen duurzaamheid vaak als een kwaliteitsverbetering van een product. De beschikbaarheid van duurzame producten vergroot daarbij de onderlinge concurrentie en keuzemogelijkheden voor consumenten.2Daarbij is het wel belangrijk dat consumenten goed worden geïnformeerd over de duurzaamheidskenmerken van producten. Door het gebruik van juiste en duidelijke duurzaamheidsclaims kunnen consumenten met vertrouwen een duurzamere keuze maken en worden bedrijven die zich inspannen voor duurzaamheid beschermd tegen bedrijven die oneerlijk concurreren door het gebruik van misleidende claims. Voor meer informatie kan de Leidraad duurzaamheidsclaims van de ACM worden geraadpleegd: https://www.acm.nl/nl/publicaties/acm-vernieuwde-leidraad-biedt-meer-duidelijkheid-over-misleidende-vage-duurzaamheidsclaims. Echter, prijsdruk en efficiency kunnen ertoe leiden dat negatieve externe effecten (bijvoorbeeld schade aan derden als gevolg van de productie, transport en consumptie, zoals bij CO_2-uitstoot) worden afgewenteld op de samenleving. In principe heeft elke onderneming individueel de verantwoordelijkheid om schade aan derden te voorkomen. Toch kan het maatschappelijk gezien soms optimaal zijn als ondernemingen afspreken negatieve externe effecten te verminderen. Samenwerkingen op het gebied van duurzaamheid om dit tegen te gaan kunnen door de mededingingsregels worden belemmerd, zeker als bij bedrijven onzekerheid bestaat over wat wel en niet mag. De ACM erkent dat deze spanning in sommige gevallen bestaat.
-
- De ACM heeft met de eerste3ACM, 1e concept leidraad duurzaamheidsafspraken, 9 juli 2020, https://www.acm.nl/nl/publicaties/acm-biedt-meer-mogelijkheden-voor-samenwerking-tussen-bedrijven-om-klimaatdoelen-te-halen. en tweede4ACM, 2e concept leidraad duurzaamheidsafspraken, 26 januari 2021, https://www.acm.nl/nl/publicaties/2e-concept-leidraad-duurzaamheidsafspraken-mogelijkheden-binnen-het-mededingingsrecht. (concept-)Leidraad Duurzaamheidsafspraken inzicht gegeven in welke afspraken ondernemingen met elkaar kunnen maken zodat onnodige spanning kon worden weggenomen en zij duurzamer konden ondernemen. Daarnaast heeft de ACM daarmee een bijdrage willen leveren aan de internationale discussie over de toepassing van de mededingings-regels op duurzaamheidsafspraken. Ook biedt de ACM sindsdien ondernemingen de mogelijkheid contact met de ACM op te nemen om voorgenomen duurzaamheidsafspraken voor te leggen.
-
- Bij de publicatie van de tweede (concept-)Leidraad Duurzaamheidsafspraken is aangekondigd dat de ACM met het oog op de Europese ontwikkelingen en discussie nog geen definitief kader zou vaststellen.5ACM, Leidraad duurzaamheidsafspraken gereed voor verdere Europese afstemming, 26 januari 2021, https://www.acm.nl/nl/publicaties/leidraad-duurzaamheidsafspraken-gereed-voor-verdere-europese-afstemming. Veel van de afspraken die aan de ACM worden voorgelegd hebben immers een effect op het handelsverkeer tussen lidstaten van de Europese Unie (EU), waardoor de Europese mededingingsregels van toepassing zijn. Inmiddels heeft de Europese Commissie (EC) haar Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten (EC Richtsnoeren Horizontalen) herzien.6PbEU 2023/C 259/01, 21 juli 2023, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=uriserv%3AOJ.C_.2023.259.01.0001.01.ENG&toc=OJ%3AC%3A2023%3A259%3ATOC. Daarin is ook een hoofdstuk opgenomen over mededinging en duurzaamheidsafspraken. Nu de EC Richtsnoeren Horizontalen zijn vastgesteld vervangt de ACM de (concept-)Leidraad Duurzaamheidsafspraken door deze beleidsregel. In dit document geeft de ACM inzicht in de toepassing van de mededingingsregels op duurzaamheidsafspraken en op welke wijze zij invulling geeft aan toezicht op dit gebied.
-
- In hoofdstuk 2 staat het kader dat de ACM toepast op zowel horizontale als verticale duurzaamheidsafspraken. De ACM zal duurzaamheidsafspraken tussen concurrenten (mede) aan de hand van de EC Richtsnoeren Horizontalen beoordelen. Afspraken in de landbouwsector waarop de GMO-verordening van toepassing is, vallen buiten de reikwijdte van dit document.7Zie hiervoor de Leidraad samenwerking landbouwers van de ACM van 1 september 2022, https://www.acm.nl/nl/publicaties/leidraad-samenwerking-landbouwers.
-
- In hoofdstuk 3 geeft de ACM aan op welke wijze zij invulling geeft aan haar bevoegdheden. De ACM heeft als onafhankelijke toezichthouder binnen bepaalde grenzen beleidsvrijheid over de wijze waarop zij mogelijke overtredingen onderzoekt of welke sancties zij oplegt. De ACM kiest in twee situaties ervoor om in beginsel geen onderzoek te doen. Dit betekent dat de ACM niet tegen ondernemingen optreedt in die gevallen. Ondernemingen hoeven dus niet te vrezen voor een boete van de ACM.
-
De eerste situatie ziet op ondernemingen die afspraken maken over de naleving van een bindende duurzaamheidsnorm. Dergelijke afspraken die zien op de naleving van internationale regels vallen op grond van de EC Richtsnoeren Horizontalen onder voorwaarden buiten de reikwijdte van het kartelverbod van artikel 101, lid 1, Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De ACM volgt deze lijn. In aanvulling daarop doet de ACM in beginsel geen nader onderzoek naar afspraken over de naleving van bindende duurzaamheidsnormen op grond van andere regels, zoals nationale of Europese regels. Zie hiervoor paragraaf 3.1.
De tweede situatie ziet op zogenaamde milieuschadeafspraken die een efficiënte bijdrage leveren aan het behalen van een internationale of nationale norm of concreet beleidsdoel om milieuschade te voorkomen of verminderen. De ACM zal dergelijke afspraken niet nader onderzoeken als aannemelijk is dat de afspraak noodzakelijk is om het milieuvoordeel te behalen en dergelijke voordelen voldoende opwegen tegen de mogelijke nadelen voor de mededinging. Verder moeten de consumenten in de relevante markt een merkbaar en objectief aandeel van de voordelen ontvangen. Dat betekent in ieder geval dat de consumenten tot de groep moeten behoren die profiteert van de voordelen van de afspraak. Ook dient sprake te zijn van restconcurrentie. Zie hiervoor paragraaf 3.2.
2. Mededingingsregels en duurzaamheidsafspraken
2.1. Definitie duurzaamheidsafspraken
2.2. Toepassing kartelverbod op duurzaamheidsafspraken
Artikel 6, lid 1, Mededingingswet (Mw) respectievelijk artikel 101, lid 1, VWEU bevat het verbod op afspraken die ertoe strekken (ook wel: tot doel hebben) of tot gevolg hebben dat de mededinging wordt beperkt, verhindert of vervalst. Het verbod is van toepassing op afspraken tussen ondernemingen en besluiten van verenigingen van ondernemingen die met elkaar concurreren (zogeheten ‘horizontale afspraken’). Het kartelverbod geldt ook voor afspraken tussen ondernemingen uit verschillende stadia van de distributiekolom of waardeketen (zogeheten ‘verticale afspraken’).
-
Als de mededingingsbeperkende strekking van een afspraak vaststaat, hoeven de gevolgen daarvan voor de mededinging niet te worden onderzocht. Als door partijen wordt aangetoond dat hun afspraak een duurzaamheidsdoel nastreeft, en dit redelijke twijfel doet rijzen over de vraag of de overeenkomst naar haar aard de mededinging in voldoende mate schaadt om als een mededingingsbeperkende strekking te worden beschouwd, moeten de gevolgen van de afspraak voor de mededinging worden beoordeeld. Het mag dan niet gaan om een afspraak die wordt gebruikt om een mededingingsbeperkende strekking te verhullen, zoals prijsafspraken, marktverdeling of klantverdeling, of beperking van de productie of innovatie.
-
Afspraken die de mededinging beperken, omdat ze ofwel een mededingingsbeperkende strekking ofwel mededingingsbeperkende gevolgen hebben, maar ook voordelen opleveren die opwegen tegen de nadelen ervan, kunnen zijn vrijgesteld van het verbod. Deze vrijstelling staat in artikel 6, lid 3, Mw en/of artikel 101, lid 3, VWEU.9Naast deze wettelijke vrijstelling zijn er ook andere vrijstellingen van het kartelverbod. Zie hiervoor artikelen 12 en 13 Mw (groepsvrijstellingsverordeningen) alsook artikel 7 Mw (zogeheten bagatel-vrijstelling). Afspraken vallen niet onder het verbod als ze aan de volgende vier cumulatieve voorwaarden voldoen:
1. De afspraken leveren voordelen op, waaronder duurzaamheidsvoordelen; 2. De gebruikers van de betrokken producten ontvangen van die voordelen een billijk aandeel; 3. De mededingingsbeperking is noodzakelijk om de voordelen te behalen en gaat niet verder dan nodig is; en 4. De mededinging wordt niet voor een substantieel deel van de betrokken producten uitgeschakeld. -
-
De afspraken leveren voordelen op, waaronder duurzaamheidsvoordelen;
-
-
-
De gebruikers van de betrokken producten ontvangen van die voordelen een billijk aandeel;
-
-
-
De mededingingsbeperking is noodzakelijk om de voordelen te behalen en gaat niet verder dan nodig is; en
-
-
-
De mededinging wordt niet voor een substantieel deel van de betrokken producten uitgeschakeld.
-
-
De ACM volgt bij de toepassing van het verbod op mededingingsbeperkende afspraken het Europese en Nederlandse juridisch kader, waaronder de horizontale en verticale groepsvrijstellings-verordeningen en richtsnoeren, alsmede relevante nationale en Europese jurisprudentie.10Zie bijvoorbeeld http://ec.europa.eu/competition/antitrust/legislation/legislation.html (Europese mededingingsregels) de Leidraad: Afspraken tussen leveranciers en afnemers, 8 juli 2022, beschikbaar via: https://www.acm.nl/nl/publicaties/leidraad-afspraken-tussen-leveranciers-en-afnemers en de Leidraad: Samenwerking tussen concurrenten, 26 februari 2019, beschikbaar via: https://www.acm.nl/nl/publicaties/leidraad-samenwerking-tussen-concurrenten.
3. Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken
3.1. Naleving bindende duurzaamheidsnormen
3.2. Toezicht op milieuschadeafspraken
4. Informele beoordeling duurzaamheidsafspraken
4.1. Inleiding
4.2. Verzoek om een informele beoordeling
-
Een verzoek om een informele beoordeling over een duurzaamheidsafspraak kan worden ingediend door een onderneming, een ondernemingsvereniging of diens vertegenwoordiger (‘verzoeker’).
-
Het verzoek kan onder vermelding van ‘Verzoek Informele Beoordeling Duurzaamheidsafspraak Directie Mededinging’ worden gestuurd naar het volgende adres: Autoriteit Consument en Markt T.a.v. Directie Mededinging Postbus 16236 2500 BH DEN HAAG Of per e-mail naar info@acm.nl.16Voor het versturen van vertrouwelijke informatie kan gebruik worden gemaakt van Cryptshare. Zie voor meer informatie: https://www.acm.nl/nl/contact/adresgegevens/bereikbaarheid-per-e-mail.
-
Een verzoek om een informele beoordeling bevat in ieder geval de volgende informatie17De ACM beschermt uw persoonsgegevens zoals voorgeschreven in de AVG. Als u hierover meer wilt weten, raadpleeg dan de privacyverklaring op www.acm.nl.:
a. De identiteit van de betrokken ondernemingen; b. Een contactpersoon bij de verzoeker; c. Een omschrijving van de voorgenomen duurzaamheidsafspraak; d. Een toelichting waarom de afspraak kwalificeert als een duurzaamheidsafspraak (en eventueel als een milieuschadeafspraak, zie paragraaf 3.2); e. De specifieke vraag waarover een informele beoordeling wordt verzocht; f. De eigen beoordeling van de betrokken ondernemingen, voor zover mogelijk18Voor de vereiste inhoud en omvang van de eigen beoordeling houdt de ACM rekening met de omvang en middelen van de betreffende onderneming(en)., over de toepasselijkheid van de mededingingsregels op de afspraak; g. Alle overige informatie en/of documentatie die relevant is voor de ACM om een informele beoordeling te geven; h. Of er ten aanzien van de voorgenomen duurzaamheidsafspraak contact is met een andere (mededingings)autoriteit en/of er een procedure aanhangig is bij een rechterlijke instantie; en i. Of het verzoek bedrijfsvertrouwelijke informatie bevat en zo ja, welke (dit mag eventueel ook op een later tijdstip).
a. a. De identiteit van de betrokken ondernemingen; b. b. Een contactpersoon bij de verzoeker; c. c. Een omschrijving van de voorgenomen duurzaamheidsafspraak; d. d. Een toelichting waarom de afspraak kwalificeert als een duurzaamheidsafspraak (en eventueel als een milieuschadeafspraak, zie paragraaf 3.2); e. e. De specifieke vraag waarover een informele beoordeling wordt verzocht; f. f. De eigen beoordeling van de betrokken ondernemingen, voor zover mogelijk18Voor de vereiste inhoud en omvang van de eigen beoordeling houdt de ACM rekening met de omvang en middelen van de betreffende onderneming(en)., over de toepasselijkheid van de mededingingsregels op de afspraak; g. g. Alle overige informatie en/of documentatie die relevant is voor de ACM om een informele beoordeling te geven; h. h. Of er ten aanzien van de voorgenomen duurzaamheidsafspraak contact is met een andere (mededingings)autoriteit en/of er een procedure aanhangig is bij een rechterlijke instantie; en i. i. Of het verzoek bedrijfsvertrouwelijke informatie bevat en zo ja, welke (dit mag eventueel ook op een later tijdstip). 31. 31. Voorafgaand aan het indienen van een verzoek om een informele beoordeling kan contact worden opgenomen met de Directie Mededinging van de ACM via bovenstaand (e-mail)adres om dit (voor) te bespreken.
4.3. Behandeling van het verzoek om een informele beoordeling
4.4. Verstrekking informele beoordeling
-
Een informele beoordeling kan mondeling, per e-mail of per brief worden verstrekt. De vorm kan worden bepaald in overleg met verzoeker, maar hangt ook af van het stadium waarin de duurzaamheidsafspraak zich bevindt.
-
De informele beoordeling bevat in ieder geval de volgende elementen:
a. Een korte beschrijving van de feiten en omstandigheden die aan de informele beoordeling ten grondslag liggen; b. De belangrijkste juridische en economische overwegingen die ten grondslag liggen aan de opvatting van de ACM over de toepassing van artikel 6 Mw en/of artikel 101 VWEU aan de hand van het kader zoals uiteengezet in dit document.
a. a. Een korte beschrijving van de feiten en omstandigheden die aan de informele beoordeling ten grondslag liggen; b. b. De belangrijkste juridische en economische overwegingen die ten grondslag liggen aan de opvatting van de ACM over de toepassing van artikel 6 Mw en/of artikel 101 VWEU aan de hand van het kader zoals uiteengezet in dit document. 37. 37. In het geval van een beroep op de naleving van een wettelijke norm of een milieuschadeafspraak waarbij wordt voldaan aan de criteria (zie paragraaf 3) kan de informele beoordeling bestaan uit de voorlopige conclusie dat geen nader onderzoek wordt gedaan naar de duurzaamheidsafspraak. 38. 38. Met het oog op toekomstige zaken zal de ACM in beginsel alle informele beoordelingen die zij verstrekt aan ondernemingen op basis van dit document ook publiceren op haar website. Voordat de informele beoordeling wordt gepubliceerd, bereikt de ACM overeenstemming met de verzoeker over een publieke versie daarvan. Daarbij wordt rekening gehouden met het (vertrouwelijke) stadium waarin het initiatief zich bevindt en het vertrouwelijke karakter van persoons- en bedrijfsgegevens.