40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024 | BWBR0049184 | zbo | geldend | 2024-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0049184 | Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024 |
Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024
. Indicatiestelling Wet langdurige zorg (Wlz) 2024
Het CIZ,
gelet op artikel 4:81 lid 1 Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 3.2.3 en 7.1.2 lid 1 sub a Wet langdurige zorg,
besluit:
Artikel 1
Het CIZ hanteert beleidsregels bij het beoordelen of en in welke omvang de verzekerde in aanmerking komt voor één of meer van de in artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg aangewezen vormen van zorg. Deze beleidsregels zijn opgenomen in de hoofdstukken 1 tot en met 4 bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.
Artikel 3
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024.
Artikel 4
De Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024 vervangen de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2023. Aanvragen die worden ontvangen in 2024 worden afgehandeld conform de Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2024. De Beleidsregels indicatiestelling Wlz 2023 zijn vanaf 1 januari 2024 niet langer van kracht, met uitzondering van de volgende situaties:
• • Op aanvragen die in 2023 door verzekerden zijn ingediend en die worden afgehandeld in 2024 worden de voor de betreffende verzekerde meest voordelige beleidsregels (2023 of 2024) toegepast. • • Ook in bezwaar- en beroepsprocedures tegen indicatiebesluiten uit 2023 die worden afgehandeld in 2024 worden de voor de betreffende verzekerde meest voordelige beleidsregels (2023 of 2024) toegepast.
Artikel 5
Dit besluit wordt met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant geplaatst.
Bijlage
Bijlage 1. Registreren van stoornissen en beperkingen in het functioneren
Het CIZ legt vast welke geobjectiveerde stoornissen en beperkingen (voortkomend uit de vastgestelde ziekte, aandoening of handicap) de persoon heeft. Hierbij hanteren we de volgende definities uit de ICF.
Afwijkingen in of het verlies van (fysiologische en mentale) functies of anatomische eigenschappen.
Moeilijkheden die iemand heeft met het uitvoeren van activiteiten.
Problemen die iemand heeft met het deelnemen aan het maatschappelijk leven.
We leggen de stoornissen en beperkingen (en zo nodig de daaruit voortkomende participatieproblemen) vast op een vierpuntschaal, waar nodig met toelichting.
In onderstaande tabel wordt weergegeven hoe we stoornissen en beperkingen registreren.
Bijlage 2. Specifieke criteria voor het bepalen van het passende zorgprofiel
Deze bijlage bevat een verduidelijking van de indicatiecriteria voor een aantal zorgprofielen.
Bij een aanvraag voor zorgprofiel ‘beschermd wonen met zeer intensieve zorg, vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op begeleiding’ is inzicht nodig in het gevolgde behandelbeleid van de ernstige gedragsproblemen.
Het gaat om mensen met bijvoorbeeld een ernstige mate van dementie, syndroom van Korsakov, ernstig en blijvend niet aangeboren hersenletsel, ouderen met complexe lichamelijke problematiek in combinatie met actieve psychiatrie en ouderen met doofblindheid op latere leeftijd in combinatie met ernstige gedragsproblemen. Hierbij valt te denken aan o.a. agitatie, agressie, claimend gedrag, ontremming, zwerfgedrag, extreem teruggetrokken gedrag en apathie.
Bij personen met psychogeriatrische problematiek beoordelen we aan de hand van de actuele medische informatie en een behandelplan opgesteld door een ter zake kundige behandelaar38Specialist ouderengeneeskunde, GZ-psycholoog, orthopedagoog-generalist, geriater, psychiater.:
De richtlijn “Probleemgedrag bij mensen met dementie” van Verenso (2018)39Verenso, Richtlijn Probleemgedrag bij mensen met dementie (2018) of de “Richtlijn behandeling van neuropsychiatrische gevolgen bij niet-aangeboren hersenletsel”40Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen, Richtlijn behandeling van neuropsychiatrische gevolgen van niet-aangeboren hersenletsel 2007 kunnen hierbij een goed referentiekader zijn.
Pas daarna kunnen we beoordelen of dit het bij deze persoon best**passende zorgprofiel is.
Bij personen met *gerontopsychiatrische, neuropsychiatrische of aanverwante aandoeningen *kunnen de gedragsproblemen inherent zijn aan de onderliggende ziekte/aandoening41Voorbeelden (niet limitatief) syndroom van Korsakov, fronto-temporale dementie (FTD) of naast de psychogeriatrie psychiatrische ziektebeelden die gepaard gaan met gedragsproblemen zoals angststoornis of borderline persoonlijkheidsstoornis et cetera. en heeft gedragstherapie, medicamenteuze behandeling of beïnvloeding van de omgeving onvoldoende effect gehad. We beoordelen de situatie dan op grond van de actuele medische informatie en een zorgplan. De verantwoordelijke behandelaar geeft hierbij aan wat de achtergrond is van de gedragsproblemen en waarom in deze situatie behandeling van het probleemgedrag niet meer tot verbetering leidt.
Een indicatiebesluit voor dit zorgprofiel is onbepaalde tijd geldig. Soms blijkt echter uit de geobjectiveerde gegevens van de behandelaar dat de ernstige gedragsproblemen tijdelijk zijn. Dan kunnen we dit zorgprofiel voor beperkte tijd indiceren en aansluitend een indicatie geven voor het best passende zorgprofiel.
Dit zorgprofiel is bedoeld voor mensen:
Een indicatiebesluit voor het zorgprofiel VV herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging in een instelling heeft een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden.
Dit zorgprofiel is niet aan de orde voor mensen die geriatrische revalidatiezorg (GRZ) ontvangen. Indien het revalidatietraject is gestart binnen een GRZ-indicatie maakt de persoon zijn revalidatiebehandeling binnen deze GRZ-indicatie af. Dit geldt ook als tijdens de revalidatie blijkt dat de persoon na afronding van de revalidatie blijvend zal zijn aangewezen op zorg uit de Wlz. Tijdens de GRZ of aansluitend aan de GRZ is dus geen indicatie voor een zorgprofiel VV9B mogelijk.
Dit zorgprofiel kan wel worden afgegeven aan mensen die medisch-specialistische revalidatie (MSR) ontvangen. Als bij een cliënt tijdens de MSR blijkt dat dit niet meer geïndiceerd is, moet er een nieuwe triage plaatsvinden, zoals ook plaatsvindt bij uitplaatsing uit het ziekenhuis. Als er dan nog steeds behoefte is aan herstelgerichte behandeling en al duidelijk is dat de cliënt levenslang is aangewezen op de Wlz is het zorgprofiel VV9B ook mogelijk.
Dit zorgprofiel is bedoeld voor mensen die aan deze twee criteria voldoen:
Om dit vast te stellen, hebben we de volgende zorginhoudelijke informatie nodig: