40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregels openbaarmaking OPTA | BWBR0033270 | zbo | geldend | 2009-04-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0033270 | Beleidsregels openbaarmaking OPTA |
Beleidsregels openbaarmaking OPTA
1. Inleiding
-
- Het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (hierna: het college) heeft als bestuursorgaan de verantwoordelijkheid en de plicht om bestuurlijke informatie bekend en openbaar te maken. In deze beleidsregels wordt de werkwijze van het college inzake de openbaarmaking van besluiten en beleidsmatige documenten inzichtelijk gemaakt voor belanghebbenden. Vastgesteld wordt op welke wijze besluiten en documenten openbaar gemaakt worden, wat ter grondslag ligt aan publicatie in de Nederlandse Staatscourant en de website van OPTA. Uitgangspunten van openbaarmaking zijn enerzijds het voldoen aan de algemene wettelijke verplichtingen inzake bekendmaking en mededeling en anderzijds het beleid inzake afwegingen door het college van OPTA met betrekking tot (actieve) openbaarmaking.
-
- Deze beleidsregels worden extern bekend gemaakt door plaatsing ervan in de Staatscourant en op de website van OPTA1 Zie <www.opta.nl>..
2. Wettelijk kader
2.1. Algemeen
-
- Het juridisch kader voor het publicatiebeleid van het college wordt beheerst door de regels uit de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob), de Telecommunicatiewet (hierna: Tw) en de Postwet. Binnen dit juridisch kader voert het college enerzijds zijn algemene wettelijke verplichtingen aangaande bekendmaking en mededeling van besluiten uit, waarvan sommige volgens de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure tot stand komen (‘openbare kennisgeving’ en ‘persoonlijke kennisgeving aan belanghebbenden’) en anderzijds een beleid inzake afwegingen die het college maakt met betrekking tot actieve openbaarmaking. In paragraaf 2.2 wordt aangegeven op grond van welke wetsartikelen het college voldoet aan de wettelijke verplichtingen van bekendmaking, mededeling en kennisgeving.
2.2. Bekendmaking, mededeling en kennisgeving
Artikel 3:41 Awb luidt:
‘1.
De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.
2.
Indien de bekendmaking van het besluit niet kan geschieden op de wijze als voorzien in het eerste lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.’
‘1. ‘1. De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de aanvrager. 2. 2. Indien de bekendmaking van het besluit niet kan geschieden op de wijze als voorzien in het eerste lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.’ 5. 5.
Artikel 3:42, eerste lid, Awb luidt:
‘De bekendmaking van besluiten die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.’
Artikel 3:43, eerste lid, Awb luidt:
‘Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan degenen die bij de voorbereiding ervan hun zienswijze naar voren hebben gebracht. Aan een adviseur als bedoeld in artikel 3:5 wordt in ieder geval mededeling gedaan indien van het advies wordt afgeweken.’
Artikel 3:44, eerste lid, Awb luidt:
‘Indien bij de voorbereiding van het besluit toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, geschiedt de mededeling, bedoeld in artikel 3:43, eerste lid:
a.
met overeenkomstige toepassing van de artikelen 3:11 en 3:12, eerste of tweede lid, en derde lid, onderdeel a, met dien verstande dat de stukken ter inzage liggen totdat de beroepstermijn is verstreken, en
b.
door toezending van een exemplaar van het besluit aan degenen die over het ontwerp van het besluit zienswijzen naar voren hebben gebracht.’
a. a. met overeenkomstige toepassing van de artikelen 3:11 en 3:12, eerste of tweede lid, en derde lid, onderdeel a, met dien verstande dat de stukken ter inzage liggen totdat de beroepstermijn is verstreken, en b. b. door toezending van een exemplaar van het besluit aan degenen die over het ontwerp van het besluit zienswijzen naar voren hebben gebracht.’ 8. 8.
Artikel 3:12, eerste en tweede lid, Awb luidt:
‘1.
Voorafgaand aan het ter inzage leggen geeft het bestuursorgaan in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud.
2.
Indien het een besluit van een tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan betreft, wordt de kennisgeving in ieder geval in de Staatscourant geplaatst, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.’
‘1. ‘1. Voorafgaand aan het ter inzage leggen geeft het bestuursorgaan in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud. 2. 2. Indien het een besluit van een tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan betreft, wordt de kennisgeving in ieder geval in de Staatscourant geplaatst, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.’ 9. 9.
Artikel 6b.1, eerste lid, Tw luidt:
‘Op de voorbereiding van een besluit van het college als bedoeld in de artikelen 6.2, 6a.2, 6a.3, 6a.16 en 6a.18, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.’
2.3. Openbaarmaking
Artikel 3, eerste lid, Wob luidt:
‘Een ieder kan een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.’
Artikel 3, vijfde lid, Wob luidt:
‘Een verzoek om informatie ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11 van de Wob.’
Artikel 8, eerste lid, Wob luidt:
‘Het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat, verschaft uit eigen beweging informatie over het beleid, de voorbereiding en de uitvoering daaronder begrepen, zodra dat in het belang is van een goede en democratische bestuursvoering.’
Artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, Wob luidt:
‘Geen informatie wordt verstrekt voor zover dit bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld.’
-
Ingevolge artikel 10, tweede lid, Wob, voor zover hier van belang, blijft het niet verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.
d. d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; e. e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; g. g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden. 15. 15.
Artikel 18.7, vijfde lid, Tw luidt:
‘Met het oog op het bevorderen van een open en concurrerende markt in de elektronische communicatiesector maakt het college informatie met betrekking tot aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken, bijbehorende faciliteiten of openbare elektronische communicatiediensten op een door het college te bepalen wijze bekend voor zover die informatie verband houdt met bij of krachtens hoofdstukken 4 tot en met 9 en 11 van deze wet opgelegde verplichtingen. Van gegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Wet openbaarheid van bestuur wordt geen mededeling gedaan.’
3. Uitgangspunten van het publicatiebeleid van het college
3.1. Transparantie
3.2. Gelijkheidsbeginsel
3.3. Preventieve werking
4. Openbaarmaken van persoonsgegevens en bedrijfsgegevens
4.1. Algemeen
4.2. Belanghebbenden
5. Kennisgevingen en mededelingen van besluiten
6. Beleidsstukken en overige informatie
6.1. Overige documenten
-
Gelet op de uitgangspunten, genoemd onder paragraaf 3, voert OPTA een actief extern communicatiebeleid met persberichten, persconferenties, speeches, interviews, bijeenkomsten en deelname aan radio- en televisieprogramma’s, internetfora en overige media. Het openbaarmakingbeleid betreft dus ook beleidsstukken en andere documenten, zoals:
• Consultatiedocumenten • Corporate uitingen • Gerechtelijke uitspraken • Correspondentie • Onderzoeken • Pers- en nieuwsberichten • Presentaties
• • Consultatiedocumenten • • Corporate uitingen • • Gerechtelijke uitspraken • • Correspondentie • • Onderzoeken • • Pers- en nieuwsberichten • • Presentaties 25. 25. Daarnaast leidt institutionele samenwerking ook tot gezamenlijke publicaties met derden, zoals toezichthouders, ministeries, (inter)nationale samenwerkingsverbanden en overige organisaties.