40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beleidsregels reclame publieke media-instellingen 2019 | BWBR0042161 | zbo | geldend | 2019-05-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0042161 | Beleidsregels reclame publieke media-instellingen 2019 |
Beleidsregels reclame publieke media-instellingen 2019
Paragraaf . – strekking van de beleidsregels –
Artikel 1
Deze beleidsregels hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen in de bijlage.
Paragraaf . – definities –
Artikel 2
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a. a.
*wet:*
Mediawet 2008;
b. b.
*besluit:*
Mediabesluit 2008;
b. b.
*Commissariaat:* Commissariaat voor de Media;
c. c.
*publiek media-aanbod:* media-aanbod in de zin van artikel 1 van de wet dat wordt aangeboden door een publieke media-instelling;
d. d.
*pagina:* alle media-aanbod dat bij internet op één browserscherm wordt getoond, bij teletekst onder één paginanummer en bij andere typen elektronische distributievormen op één beeldscherm wordt vertoond;
e. e.
*video:* een elektronisch product met bewegende beeldinhoud dat een geheel vormt en als zodanig herkenbaar onder een afzonderlijke titel wordt verspreid;
f. f.
*audio:* een elektronisch product met geluidinhoud dat een geheel vormt en als zodanig herkenbaar onder een afzonderlijke titel wordt verspreid;
g. g.
*omlijsting:* kader waarbinnen reclame- en telewinkelboodschappen worden geplaatst, bij reclame- of telewinkelboodschappen in het video en/of audio gedeelte van het media-aanbod door middel van een aankondiging en afkondiging, bij reclame- of telewinkelboodschappen in het tekst en/of grafische gedeelte van het media-aanbod in de vorm van een zichtbare afbakening van het overige media-aanbod;
h. h.
*als zodanig herkenbaar:* de herkenbaarheid als bedoeld in artikel 2.88a, eerste lid, van de wet;
i. i.
*duidelijk onderscheiden:* de onderscheiding als bedoeld in artikel 2.94, eerste lid, van de wet;
j. j.
*aandeel:* het aandeel als bedoeld in artikel 2.95, eerste lid, van de wet.
Paragraaf . – Herkenbaar en duidelijk onderscheiden –
Artikel 3
1. Reclame- en telewinkelboodschappen zijn ‘als zodanig herkenbaar’ indien deze voor de gemiddelde oplettende consument door de vorm en inhoud duidelijk herkenbaar zijn als reclame- dan wel telewinkelboodschap.
2. Reclame- en telewinkelboodschappen zijn ‘duidelijk onderscheiden’ van het overige media-aanbod indien deze worden voorafgegaan door en afgesloten met een zichtbare en/of hoorbare omlijsting onder vermelding van ‘reclame’, ‘advertentie’, ‘telewinkelboodschap’, ‘Ster’, dan wel woorden van gelijke strekking.
3. Alleen binnen een mediadienst op aanvraag mogen reclame- en telewinkelboodschappen voorafgaand aan of na afloop van de opgevraagde video of audio worden geplaatst, onverminderd het bepaalde in artikel 2.97 van de wet.
4. Reclame- en telewinkelboodschappen die aan het begin of het einde van de video of audio in een mediadienst op aanvraag worden aangeboden behoeven niet te worden opgenomen in blokken als bedoeld in artikel 2.96, eerste lid, onder a, van de wet.
5. Reclame- en telewinkelboodschappen zijn ‘als zodanig herkenbaar’ indien deze voor de gemiddelde oplettende consument door de vorm en inhoud duidelijk herkenbaar zijn als reclame- dan wel telewinkelboodschap.
6. Reclame- en telewinkelboodschappen zijn ‘duidelijk onderscheiden’ van het media-aanbod indien deze worden geplaatst in een apart kader dat geen onderdeel uitmaakt van het overige media-aanbod en onder vermelding van ‘reclame’, ‘advertentie’, ‘telewinkelboodschap’, ‘Ster’, dan wel woorden van gelijke strekking.
Paragraaf . – Reclame voor behandelingen –
Artikel 4
Onder reclame voor medische behandelingen, als bedoeld in artikel 2.94, tweede lid, onder a, van de wet wordt verstaan reclame voor behandelingen die alleen op doktersvoorschrift verkrijgbaar zijn.
Paragraaf . – Aandeel –
Artikel 5
1. Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen binnen het video- en/of audiogedeelte van het media-aanbod is beperkt in hoeveelheid en duur, niet overheersend en in elk geval niet hoger dan de maxima genoemd in wet en besluit.
2. Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen binnen het tekst- en/of grafisch gedeelte van het media-aanbod is beperkt in hoeveelheid en duur, niet overheersend en in elk geval niet hoger dan de maxima genoemd in wet en besluit.
3. Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen in het online media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst is lager dan in vergelijkbaar media-aanbod van de commerciële mediadiensten.
Paragraaf . – inkomsten –
Artikel 6
1. Onder ‘inkomsten’, bedoeld in artikel 2.105, derde lid, van de wet, wordt verstaan het resultaat van de inkomsten.
2. Op het resultaat van de inkomsten worden de kosten die door de Ster, dan wel de regionale of lokale media-instelling, zijn gemaakt voor de verzorging van reclame- en telewinkelboodschappen in mindering gebracht
Paragraaf . – dienstbaarheidsverbod –
Artikel 7
Er is in ieder geval sprake van overtreding van het dienstbaarheidsverbod, bedoeld in artikel 2.141, eerste lid, van de wet, indien:
a. a. er in het kader van samenwerking met een private derde partij sprake is van een gezamenlijke website of dienst van een publieke media-instelling en een derde, waarbij reclame- en telewinkelboodschappen worden verzorgd door de Ster, dan wel de regionale of lokale media-instelling, en er op basis van inbreng en eigendom van die publieke media-instelling geen marktconforme afspraken over de verdeling van de opbrengsten van de reclame-inkomsten zijn gemaakt; b. b. de Ster, dan wel de regionale of lokale media-instelling afhankelijk is van een derde om reclame- en telewinkelboodschappen te kunnen en/of mogen plaatsen en hiervoor meer dan de marktconforme vergoeding betaalt; c. c. de Ster, dan wel de regionale of lokale media-instelling derde partijen inhuurt en hiervoor meer dan de marktconforme vergoeding betaalt.
Artikel 8
Er kan sprake zijn van overtreding van het dienstbaarheidsverbod, bedoeld in artikel 2.141, eerste lid, van de wet, indien in reclame- of telewinkelboodschappen inhoudelijk wordt aangesloten bij programma’s of ander media-aanbod van de publieke media-instellingen.
Paragraaf . – slotbepaling –
Artikel 9
1. Deze beleidsregels worden bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de internetsite van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl).
2. Deze beleidsregels treden in werking twee dagen na kennisgeving daarvan in de Staatscourant.
3. Deze beleidsregels zullen worden geëvalueerd binnen twee jaar na vaststelling.
4. Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels reclame publieke media-instellingen 2019.
5. De beleidsregels Regeling van het Commissariaat voor de Media houdende beleidsregels omtrent de toelaatbaarheid, herkenbaarheid en afbakening van reclame- en telewinkelboodschappen in het media-aanbod van publieke media-instellingen (Beleidsregels reclame publieke media-instellingen 2011) worden ingetrokken.