40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging ACM 2013 | BWBR0033508 | zbo | geldend | 2022-12-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0033508 | Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging ACM 2013 |
Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging ACM 2013
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*de Minister:* de Minister van Economische Zaken en Klimaat;
b. b.
*ACM:* de Autoriteit Consument en Markt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
c. c.
*ACM-organisatie:* de organisatie van het personeel als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
d. d. de P&O-aangelegenheden: de aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget; e. e.
*verordening 1/2003:* Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEG 2003, L 1);
f. f.
*verordening 139/2004:*
Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEU L 24/14);
g. g.
*verordening 2019/942:* Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (PbEU, L158/22);
h. h.
*verordening 2019/943:* Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit (PbEU, L158/54);
i. i.
*verordening 715/2009:*
Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (PbEU L 211/36);
j. j.
*verordening 544/2009:*
Verordening (EG) nr. 544/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 717/2007 betreffende roaming op openbare mobiele telefoonnetwerken binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten (PbEU L 167/12);
k. k.
*verordening 2018/1971:* Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1211/2009 (PbEU, L321/1);
l. l.
*verordening 1227/2011:* Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PbEU L 326/1);
m. m.
*verordening 2017/1938:* Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstellen van gasleveringszekerheid en inhoudende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010 (PbEU, L280/1);
n. n.
*verordening 2015/2120:*
Verordening (EU) nr. 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 tot vaststelling van maatregelen betreffende open-internettoegang en tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten en Verordening (EU) nr. 531/2012 betreffende roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie (PbEU 2015, L 310);
o. o.
*verordening 2016/679:* Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PbEU 2016, L 119);
p. p.
*verordening 2018/302:* Verordening (EU) 2018/302 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2018 inzake de aanpak van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op grond van nationaliteit, verblijfplaats, of plaats van vestiging in de interne markt, en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2006/2004 en (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2018/L 60);
q. q.
*verordening 2017/1128:* Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2017 betreffende grensoverschrijdende portabiliteit van online-inhoudsdiensten in de interne markt (PbEU L168/1);
r. r.
*verordening 2019/941:* Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector en tot intrekking van Richtlijn 2005/89/EG (PbEU L158/1);
s. s.
*verordening 2018/644:* Verordening (EU) nr. 2018/644 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 betreffende grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten (PbEU 2018, L 112/19);
t. t.
*verordening 2017/352:* Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2017 tot vaststellen van een kader tot het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens (PbEU 2017, L 57);
u. u.
*Wet implementatie derde pakket:*
Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas), (*Stb. 2012, 334*);
v. v.
*Wet onafhankelijk netbeheer:*
Wet van 23 november 2006 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet in verband met nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer (Stb., nr. 614);
w. w.
*machtigingsbeheerder e-herkenningsmiddelen:* de functionaris belast met werkzaamheden die verband houden met het aanschaffen, uitgeven en beheren van e-herkenningsmiddelen, alsmede het autoriseren van medewerkers werkzaam bij de Autoriteit Consument en Markt tot het afnemen van digitale overheidsdiensten;
x. x.
*verordening 2019/1150:*
Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten (PbEU 2019, L 186/57);
y. y.
*verordening 2022/868:*
Verordening (EU) 2022/868 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende Europese datagovernance en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (PbEU 2022, L 152/1);
z. z.
*verordening 2022/2065:*
verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (PbEU 2022, L 277);
aa. aa.
verordening 2022/1925: verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (PbEU 2022, L 265);
ab. ab.
*verordening 2023/2854:*
verordening (EU) 2023/2854 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 betreffende geharmoniseerde regels inzake eerlijke toegang tot en eerlijk gebruik van data en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Dataverordening).
Hoofdstuk 2. Organisatie
Artikel 2
1. De ACM geeft leiding aan de ACM-organisatie.
2.
De ACM-organisatie is samengesteld uit:
a. a. de afdeling Bestuur, Beleid en Communicatie; b. b. de directie Consumenten; c. c. de directie Toezicht Energie; d. d. de directie Telecom, Vervoer en Post; e. e. de directie Mededinging; f. f. de directie Juridische Zaken; g. g. de directie Bedrijfsvoering; h. h. de directie Zorg; i. i. het Economisch Bureau; j. j. de directie i-Domein.
3. De organisatieonderdelen genoemd in het tweede lid, onderdelen a tot en met h, alsmede onderdeel j, staan onder leiding van een directeur.
4. Het organisatieonderdeel genoemd in het tweede lid, onderdeel i, staat onder leiding van de Chief Economist.
5. De organisatieonderdelen genoemd in het tweede lid bestaan uit teams die onder leiding staan van een teammanager.
6. De organisatieonderdelen genoemd in het tweede lid verrichten hun taken, met inachtneming van de daaraan bij of krachtens de wet gestelde grenzen, in onderlinge samenwerking en afstemming.
Hoofdstuk 3. Werkterrein
Artikel 3.1
Tot het werkterrein van de ACM behoren het algemeen mededingingstoezicht, sectorspecifieke markttoezicht en consumentenbescherming.
Artikel 3.2
Tot het werkterrein van de afdeling Bestuur, Beleid en Communicatie behoort het adviseren van de ACM bij de dagelijkse werkzaamheden en bij het initiëren en uitvoeren van de strategische koers van de ACM-organisatie. Hiervan maken internationale werkzaamheden en interne en externe communicatie deel uit.
Artikel 3.3
Tot het werkterrein van de directie Consumenten behoren, voor zover opgedragen aan de ACM:
-
-
de uitvoering van en het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a. de Dienstenwet; b. de Wet handhaving consumentenbescherming; c. de verordeningen 2018/302 en 2017/1128; d. artikel 53 van verordening 2022/2065.
-
a. a. de Dienstenwet; b. b. de Wet handhaving consumentenbescherming; c. c. de verordeningen 2018/302 en 2017/1128; d. d. artikel 53 van verordening 2022/2065. 2. 2. De uitvoering van en het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet voor zover deze overwegend op consumentenbelangen ziet.
Artikel 3.4
Tot het werkterrein van de directie Toezicht energie behoren, voor zover opgedragen aan de ACM:
-
-
de uitvoering van en het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a. de Drinkwaterwet; b. de Elektriciteitswet 1998; c. de Energiewet; d. de Gaswet; e. de verordeningen 715/2009, 2017/1938, 2019/941, 2019/942, 2019/943 en 1227/2011; f. de Warmtewet; g. de Wet Collectieve Warmte; h. de Wet elektriciteit en drinkwater BES; i. de Wet implementatie derde pakket; j. de Wet handhaving consumentenbescherming, voor zover dit bepaalde, overwegend op consumentenbelangen in de energiesector ziet; k. de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong; l. de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie; m. de Wet onafhankelijk netbeheer;
-
a. a. de Drinkwaterwet; b. b. de Elektriciteitswet 1998; c. c. de Energiewet; d. d. de Gaswet; e. e. de verordeningen 715/2009, 2017/1938, 2019/941, 2019/942, 2019/943 en 1227/2011; f. f. de Warmtewet; g. g. de Wet Collectieve Warmte; h. h. de Wet elektriciteit en drinkwater BES; i. i. de Wet implementatie derde pakket; j. j. de Wet handhaving consumentenbescherming, voor zover dit bepaalde, overwegend op consumentenbelangen in de energiesector ziet; k. k. de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong; l. l. de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie; m. m. de Wet onafhankelijk netbeheer; 2. 2. binnen het kader van de uitvoering van en het toezicht op de naleving van de Mededingingswet, de behandeling van aangelegenheden inzake het misbruik van economische machtsposities in de energie- en drinkwatersector.
Artikel 3.5
Tot het werkterrein van de directie Telecom, Vervoer en Post behoren, voor zover opgedragen aan de ACM:
-
-
de uitvoering van en het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens:
a. de Loodsenwet; b. de Postwet 2009; c. de Scheepvaartverkeerswet; d. de Spoorwegwet; e. de Telecommunicatiewet; voor zover dit bepaalde, overwegend niet op consumentenbelangen ziet, f. de verordeningen 544/2009, 2018/1971, 2015/2120, 2017/352, 2018/644, 2019/1150, 2022/868, 2022/2065; g. de Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening; h. de Wet luchtvaart; i. de Wet personenvervoer 2000; j. de Wet post BES; k. de Wet telecommunicatievoorziening BES; l. de Uitvoeringswet datagovernanceverordening, m. de Uitvoeringswet dataverordening; n. de Uitvoeringswet digitaledienstenverordening met uitzondering van artikel 53 van verordening 2022/2065; o. de Wet publiek toezicht en handhaving verordening bevordering billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten;
-
a. a. de Loodsenwet; b. b. de Postwet 2009; c. c. de Scheepvaartverkeerswet; d. d. de Spoorwegwet; e. e. de Telecommunicatiewet; voor zover dit bepaalde, overwegend niet op consumentenbelangen ziet, f. f. de verordeningen 544/2009, 2018/1971, 2015/2120, 2017/352, 2018/644, 2019/1150, 2022/868, 2022/2065; g. g. de Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening; h. h. de Wet luchtvaart; i. i. de Wet personenvervoer 2000; j. j. de Wet post BES; k. k. de Wet telecommunicatievoorziening BES; l. l. de Uitvoeringswet datagovernanceverordening, m. m. de Uitvoeringswet dataverordening; n. n. de Uitvoeringswet digitaledienstenverordening met uitzondering van artikel 53 van verordening 2022/2065; o. o. de Wet publiek toezicht en handhaving verordening bevordering billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten; 2. 2. binnen het kader van de uitvoering van en het toezicht op de naleving van de Mededingingswet, de behandeling van aangelegenheden inzake het misbruik van economische machtsposities in de telecom-, vervoer- en postsector; 3. 3. de behandeling van beslissingen op bezwaarschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover bezwaar wordt gemaakt tegen factuurbesluiten in het kader van uitvoering bedoeld in het eerste en tweede lid.
Artikel 3.6
Tot het werkterrein van de directie Mededinging behoren, voor zover opgedragen aan de ACM:
-
- de uitvoering van en het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Aanbestedingswet 2012, de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied, verordening 1/2003, verordening 139/2004, de Mededingingswet met uitzondering van de behandeling inzake het misbruik van economische machtsposities in de energie-, water-, telecom-, vervoer- en postsector, de Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen, de Uitvoeringswet digitalemarktenverordening, verordening 2022/1925 en de Wet op het financieel toezicht.
-
- het uitbrengen van rapportages op grond van de Mediawet 2008.
Artikel 3.7
1.
Tot het werkterrein van de directie Juridische Zaken behoort in het kader van de uitvoering van en het toezicht op de bij of krachtens de wet aan de ACM opgedragen taken:
a. a. het voorbereiden van beslissingen tot het opleggen van bestuurlijke sancties, voor zover hier een rapport als bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan ten grondslag ligt; b. b. de behandeling van beslissingen op bezwaarschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, met uitzondering van bezwaarschriften tegen factuurbesluiten genoemd in artikel 3.5, aanhef en onder 3; c. c. het behandelen van (hoger)beroepschriften, waaronder begrepen het instellen van (hoger) beroep, waarbij de ACM partij is; d. d. het optreden als amicus curiae.
2. De directie Juridische Zaken treedt op als juridisch adviseur en verricht uit dien hoofde juridische werkzaamheden van algemene aard ten behoeve van de ACM en de ACM-organisatie.
Artikel 3.8
Tot het werkterrein van de directie Bedrijfsvoering behoren taken van respectievelijk personele en organisatorische, financiële en facilitaire aard ten behoeve van het goed functioneren van de ACM-organisatie, alsmede het nemen van besluiten bij of krachtens verordening 2016/679.
Artikel 3.9
Tot het werkterrein van het Economisch Bureau behoren taken op het gebied van de economische expertisefunctie, de onderzoeksfunctie en de strategische functie. Hiertoe behoren zaaksgebonden en algemeen economisch onderzoek en het adviseren van de ACM.
Artikel 3.9a
Tot het werkterrein van de directie Zorg behoren, voor zover opgedragen aan de ACM, de uitvoering en toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens verordening 1/2003, verordening 139/2004 en de Mededingingswet, voor zover het in overwegende mate de zorgsector betreft.
Artikel 3.9b
Tot het werkterrein van de directie i-Domein behoren werkzaamheden op het gebied van ICT en informatievoorziening ten behoeve van het goed functioneren van de ACM-organisatie.
Artikel 3.10
Tot het werkterrein van elke directie behoort ook het behandelen van verzoeken om openbaarmaking van besluiten en andere documenten.
Artikel 3.11
Tot het werkterrein van de in de artikelen 3.3 tot en met 3.6 en 3.9a genoemde directies behoort ook het op verzoek verstrekken van informatie over de procedure bij een melding, de ontvangst van een melding, het onderzoek naar aanleiding van een melding en het onderhouden van contact met een melder zoals bedoeld in respectievelijk artikel 2g, eerste lid, onderdelen a, b, c en d, van de Wet bescherming klokkenluiders.
Hoofdstuk 4. Publiekrechtelijke rechtshandelingen
Artikel 4.1
Bij of krachtens dit besluit verleend mandaat, volmacht en machtiging heeft geen betrekking op:
a. a. het nemen van besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete; b. b. het nemen van en besluiten op grond van de artikelen 40, 41, 44, 45 en 46 van de Mededingingswet; c. c. het nemen van besluiten die voorbereid zijn met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht; d. d. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen het bindend verklaren van een toezegging; e. e. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen het opleggen van een herstelsanctie waaraan een rapport als bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten grondslag ligt; f. f. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen het opleggen van een zelfstandige last; g. g. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen het openbaar maken van een openbare waarschuwing als bedoeld in artikel 2.23 van de Wet handhaving consumentenbescherming; h. h. het vaststellen van regelgeving.
Artikel 4.2
Aan de leden van de ACM wordt in afwijking van artikel 4.1, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die tot het gehele werkterrein van de ACM-organisatie behoren, indien:
a. a. niet gewacht kan worden op een besluit van de ACM; b. b. het de schriftelijke afdoening betreft en de ondertekening van stukken die voortvloeien uit door de ACM genomen besluiten.
Artikel 4.3
Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met h, alsmede onderdeel j, genoemde organisatieonderdelen en aan de Chief Economist wordt, ieder voor zich, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.1, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die tot het werkterrein van hun organisatieonderdeel behoren.
Artikel 4.4
1. Aan de teammanagers werkzaam binnen de in artikel 2, tweede lid, genoemde organisatieonderdelen wordt, ieder voor zich, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.1, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die tot het werkterrein van hun organisatieonderdeel behoren.
2. Het mandaat, volmacht en de machtiging bedoeld in het eerste lid strekt zich niet uit tot het verrichten van marktonderzoeken, het opstellen van rapportages of tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften.
3. Aan de medewerkers verwerken en behandelen en de medewerkers toezicht bij de directie Telecom, Vervoer en Post wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de toekenning, reservering of intrekking van nummers uit de reeks 0800, 090x, 088, 097, geografische nummers, 085, internationale signaleringspuntcodes (ISPC) en transitnetwerksignaleringspuntcodes (TSPC), als bedoeld in het Nummerplan telefoon- en ISDN-diensten.
4. Aan de medewerkers verwerken en behandelen en de medewerkers toezicht bij de directie Telecom, Vervoer en Post wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de toekenning, reservering of intrekking van registraties op grond van artikel 2.1, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet, artikel 42, derde lid, van de Postwet 2009 en artikel 4 van verordening 2018/644.
Artikel 4.5
Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, genoemde organisatieonderdelen, de daarbij werkzame teammanagers en de Chief Economist wordt, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht en het openbaar maken van besluiten en andere documenten.
Artikel 4.6
Aan de voorzitter van de ACM wordt machtiging verleend tot het ondertekenen van de legitimatiebewijzen van respectievelijk de toezichthoudende ambtenaren, toezichthouders, personen en functionarissen als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 6 van het Besluit aanwijzing toezichthouders ACM 2022.
Artikel 4.7
Vervallen
Artikel 4.8
Aan de directeur van de directie Juridische Zaken wordt machtiging verleend om beslissingen te nemen inzake het optreden als amicus curiae.
Artikel 4.9
Aan de directeur van de directie Juridische Zaken en de onder hem ressorterende medewerkers, met uitzondering van secretariële en ondersteunende medewerkers, wordt, ieder voor zich, machtiging verleend de ACM te vertegenwoordigen bij gerechtelijke procedures. Tevens zijn zij gemachtigd om voor de behandeling van een geschil één of meerdere medewerkers werkzaam bij de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met h, genoemde organisatieonderdelen, met uitzondering van secretariële en ondersteunende medewerkers, als medegemachtigde te introduceren.
Artikel 4.10
Vervallen
Artikel 4.11
Vervallen
Artikel 4.12
Vervallen
Artikel 4.13
Vervallen
Artikel 4.14
Vervallen
Hoofdstuk 4a. Functionarissen
Artikel 4a.1
1. Er is tenminste één clementiefunctionaris die belast is met de toepassing van het Besluit clementie.
2. Aan de clementiefunctionaris wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het voorbereiden en het doen van (voorwaardelijke) clementietoezeggingen als bedoeld in artikel 16 van het Besluit clementie.
Artikel 4a.2
1. Er is een klachtenfunctionaris die klachten behandelt als bedoeld in artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Aan de klachtenfunctionaris wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor handelingen in het kader van het behandelen van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van het toepassen van artikel 9:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 4a.3
1. Er is tenminste één compliance officer als bedoeld in paragraaf 13.1 van het Personeelsreglement EZK.
2.
Aan de compliance officer wordt volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van handelingen en het nemen van besluiten en beslissingen in het kader van meldingen:
a. a. van nevenwerkzaamheden als bedoeld in paragraaf 13.1 van het Personeelsreglement EZK; b. b. van financiële belangen en effectenbezit als bedoeld in paragraaf 13.2 van het Personeelsreglement EZK; c. c. met betrekking tot gelieerde derden werkzaam in een ACM-gereguleerde sector, als bedoeld in paragraaf 13.2 van het Personeelsreglement EZK.
3. De compliance officer vervult de rol van onafhankelijk functionaris bij wie het vermoeden van een misstand kan worden gemeld, zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet bescherming klokkenluiders.
Artikel 4a.4
1. Er is tenminste één functionaris verschoningsrecht als bedoeld in artikel 2 van de ACM werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014.
2. De functionaris verschoningsrecht voert de aan hem toegekende taken op grond van de ACM werkwijze geheimhoudingsprivilege advocaat 2014 onafhankelijk uit en legt over zijn werkzaamheden, zonder in te gaan op inhoudelijke afwegingen, rechtstreeks verantwoording af aan de ACM.
Artikel 4a.5
1. Er is tenminste één machtigingsbeheerder e-Herkenningsmiddelen.
2. Aan de machtigingsbeheerder e-Herkenningsmiddelen wordt volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 5.000 per verplichting niet te boven gaat.
Artikel 4a.6
1. Er is een Chief Data Officer die verantwoordelijkheid draagt voor de budgetuitgaven en P&O-aangelegenheden van het tijdelijke programma Taskforce Data & Algoritmen.
2. Het tijdelijke programma Taskforce Data & Algoritmen valt onder rechtstreekse verantwoordelijkheid van de ACM.
Artikel 4a.7
Vervallen
Hoofdstuk 5. Privaatrechtelijke rechtshandelingen
Artikel 5.1
Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met e, en onderdeel g tot en met j, genoemde organisatieonderdelen, de daarbij werkzame teammanagers, de Chief Data Officer en de Chief Economist wordt, ieder voor zich, op hun werkterrein en binnen het door de ACM vastgestelde werkplan en het daartoe door de ACM vastgestelde budget, volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen met betrekking tot beleidsonderzoek en de inhuur van specialisten, voor zover deze het bedrag van € 134.000 exclusief BTW per verplichting niet te boven gaan.
Artikel 5.2
Aan de directeur van de directie Juridische Zaken en de onder hem ressorterende teammanagers wordt, ieder voor zich, op hun werkterrein en binnen het door de ACM vastgestelde werkplan en het daartoe door de ACM vastgestelde budget, volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen met betrekking tot juridisch advies en procesvertegenwoordiging, en de inhuur van specialisten, tolken en verslagleggers, voor zover deze het bedrag van € 134.000 exclusief BTW per verplichting niet te boven gaan.
Artikel 5.3
Aan de directeur van de directie Bedrijfsvoering en de onder hem ressorterende teammanagers wordt, ieder voor zich, binnen het door de ACM vastgestelde werkplan en het daartoe door de ACM vastgestelde budget, volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen met betrekking tot hun werkterrein, voor zover deze het bedrag van € 134.000 exclusief BTW per verplichting niet te boven gaan.
Artikel 5.4
Aan de directeur van de directie i-Domein en de onder hem ressorterende teammanagers wordt, ieder voor zich, binnen het door de ACM vastgestelde werkplan en het daartoe door de ACM vastgestelde budget, volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen met betrekking tot hun werkterrein, waaronder begrepen informatiebeheer en automatisering en de vergoeding van lidmaatschappen en telefoonkosten, voor zover deze het bedrag van € 134.000 exclusief BTW per verplichting niet te boven gaan.
Hoofdstuk 6. P&O aangelegenheden
Artikel 6.1
1.
Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met h alsmede onderdeel j, genoemde organisatieonderdelen, de Chief Data Officer en aan de Chief Economist wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beslissingen inhoudende:
a. a. het verlenen van verlof; b. b. het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof; c. c. het accorderen van binnen- en buitenlandse dienstreizen en reiskostendeclaraties.
2.
Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met h alsmede onderdeel j, genoemde organisatieonderdelen, de Chief Data Officer en aan de Chief Economist wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers voor wie salarisschaal 14 of lager van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beslissingen inhoudende:
a. a. het verlenen van verlof; b. b. het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof; c. c. het accorderen van binnen- en buitenlandse dienstreizen en reiskostendeclaraties; d. d. het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd; e. e. het bevorderen naar een hogere salarisschaal; f. f. het toekennen van beloningen.
3. De uit het eerste lid voor de directeuren en de Chief Economist voortvloeiende bevoegdheden voor het accorderen van buitenlandse dienstreizen gaan bij zijn afwezigheid over op een andere directeur of de Chief Economist.
Artikel 6.2
1.
Aan de teammanagers van de in artikel 2, tweede lid, genoemde organisatieonderdelen wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers voor wie salarisschaal 14 of lager van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk geldt, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beslissingen inhoudende:
a. a. het verlenen van verlof; b. b. het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof; c. c. het accorderen van binnen- en buitenlandse dienstreizen en reiskostendeclaraties.
2. De uit het eerste lid voor de teammanagers voortvloeiende bevoegdheden voor het accorderen van buitenlandse dienstreizen gaan bij zijn afwezigheid over op een andere teammanager in dezelfde directie.
Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 7.1
Het Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NMa 2009 (Stcrt., nr. 14819), het Mandaatregister OPTA 2013 (Stcrt., nr. 312) en het Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Consumentenautoriteit 2012 (Stcrt., nr. 76) worden ingetrokken.
Artikel 7.2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2013.
Artikel 7.3
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging ACM 2013.