rijk/zbo/bestuursreglement-college-voor-toetsen-en-examens/BWBR0045003
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Bestuursreglement College voor Toetsen en Examens BWBR0045003 zbo geldend 2021-04-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0045003 Bestuursreglement College voor Toetsen en Examens

Bestuursreglement College voor Toetsen en Examens

Hoofdstuk 1. Organisatie- en mandaatregeling

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • afdelingshoofd: degene onder wiens directe verantwoordelijkheid de afdeling Nt2, mbo en po (samen nmp), vo of staf valt;
  • college: het College voor Toetsen en Examens;
  • clustermanager: degene onder wiens directe verantwoordelijkheid een cluster valt;
  • DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs;
  • kaderwet: de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
  • lid: een lid van het College voor Toetsen en Examens, of waar van toepassing zijn plaatsvervanger;
  • secretaris-directeur: de directeur als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet en artikel 1, onderdeel h, van het Organisatie en mandaatbesluit OCW 2008;
  • teamleider: degene onder wiens directe verantwoordelijkheid een team valt;
  • vaststellingscommissie: een vaststellingscommissie van het College voor Toetsen en Examens als bedoeld in artikel 1 van de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores bij centrale examinering mbo (2015);
  • vakcommissie: een vakcommissie van het College voor Toetsen en Examens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO;
  • voorzitter: de voorzitter van het College voor Toetsen en Examens;
  • wet: de Wet College voor toetsen en examens.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van machtiging om in naam van het college handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 3

De organisatie van het bureau van het college wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage.

Artikel 4

1. De voorzitter heeft mandaat voor al hetgeen het college betreft.

2.

Aan de voorzitter is voorbehouden het namens het college ondertekenen van:

a. a. algemeen verbindende voorschriften; b. b. brieven gericht aan bewindslieden; c. c. stukken gericht aan de Nationale ombudsman en het College voor de rechten van de mens; d. d. beslissingen als bedoeld in artikel 12, en e. e. beslissingen op bezwaar of het indienen van beroepschriften.

3. Aan een lid, niet zijnde de voorzitter, is voorbehouden het namens het college afdoen en ondertekenen van stukken houdende beslissingen op bezwaar of het indienen van beroepschriften, voor zover het besluiten betreft die zijn getekend door de voorzitter.

4. Bij ontstentenis van de voorzitter oefent een van de overige leden diens taken uit. Hij handelt daarbij met het mandaat dat de voorzitter op grond van het eerste en tweede lid heeft.

Artikel 5

1. De secretaris-directeur heeft, onverminderd het mandaat aan de voorzitter van het college, mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden voortvloeiend uit zijn functie.

2.

Tot de taak van de secretaris-directeur behoort in elk geval:

a. a. het informeren en adviseren van het college; b. b. het zorgdragen voor de coördinatie van voorbereiding, ontwikkeling en uitvoering van de wettelijke taken van het college; c. c. het leiding geven aan medewerkers van het bureau van het college, en d. d. het namens het college afdoen en ondertekenen van stukken.

Artikel 6

1. Aan de secretaris-directeur is voorbehouden het namens het college afdoen en ondertekenen van stukken houdende de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om informatie ingevolge de Wet open overheid.

2. Een afdelingshoofd of teamleider kan de stukken bij afwezigheid van de secretaris-directeur afdoen en ondertekenen indien daarover afspraken zijn gemaakt tussen de secretaris-directeur en het betreffende afdelingshoofd of teamleider.

Artikel 7

De afdelingshoofden en clustermanagers hebben, onverminderd het mandaat aan de voorzitter en de secretaris-directeur, mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden voortvloeiend uit hun functie.

Artikel 8

1. Aan de directeur-generaal van DUO wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten op grond van artikel 2.82, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, de artikelen 4.1, 4.2 en 4.34 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, de artikelen 4, eerste lid, 9, eerste en tweede lid, en 20 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal, de artikelen 3, 8, tweede lid, en 19 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als vreemde taal BES en de Wet open overheid over informatie die verband houdt met de uitvoering van deze bevoegdheid.

2. Aan de directeur-generaal van DUO wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van alle benodigde handelingen die betrekking hebben op bezwaar-, en (hoger) beroepsprocedures en klachten, voor zover deze verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, met dien verstande dat hij geen besluit neemt op een bezwaarschrift tegen een besluit dat hij in mandaat heeft genomen.

3. De directeur-generaal van DUO kan zijn bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, in een door hem te bepalen omvang mandateren aan onder hem ressorterende functionarissen, met dien verstande dat hij geen mandaat verleent tot het nemen van besluiten op bezwaar aan dezelfde functionaris aan wie mandaat is verleend tot het nemen van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt.

4. Alvorens wordt beslist op een verzoek op grond van de Wet open overheid, dan wel op een bezwaarschrift, treedt de directeur-generaal van DUO in overleg met de secretaris-directeur.

Artikel 9

1. De vaststellingscommissie of de vakcommissie heeft mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden met betrekking tot haar taak.

2. Tot de taak van de vaststellingscommissie behoort in ieder geval het vaststellen van de opgaven en het vaststellen van de correctievoorschriften als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdeel b, vijfde lid, onderdeel b, zesde lid, onderdelen c en d, van de wet, en artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB.

3. Tot de taak van de vakcommissie behoort in ieder geval het vaststellen van de opgaven en het vaststellen van de correctievoorschriften als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Wet College voor toetsen en examens.

4. De voorzitter van het college kan, nadat hij de voorzitter van de betreffende vaststellingscommissie of vakcommissie heeft gehoord, beslissen dat een of meer opgaven worden geneutraliseerd.

Hoofdstuk 2. Werkwijze en procedures

Artikel 10

1. Het college vergadert ten minste vier maal per jaar en voorts wanneer een van de leden daarom verzoekt.

2. De secretaris-directeur draagt er zorg voor dat uitnodiging, agenda en stukken ten minste twee weken voor de vergadering worden verzonden aan de leden en de plaatsvervangende leden.

3. Een lid deelt tijdig mee aan de voorzitter of secretaris-directeur wanneer hij vervangen wordt door een plaatsvervangend lid.

4. Vergaderingen kunnen ook telefonisch of via het internet plaatsvinden.

5. De voorzitter kan degene die niet lid is van het college toelaten tot een vergadering of een gedeelte daarvan.

6. De secretaris-directeur draagt er zorg voor dat de leden uiterlijk een week na de vergadering het conceptverslag en de besluitenlijst ontvangen.

7. Vergaderingen zijn niet openbaar.

Artikel 11

1. Ieder lid heeft het recht een voorstel te doen om een beslissing te nemen.

2. Een voorstel om een beslissing te nemen wordt ten minste een week voordat het besproken wordt, schriftelijk aan de leden ter kennis gebracht.

3. Een voorstel voor een beslissing is aangenomen als meer dan de helft van de leden voor het besluit heeft gestemd.

4. Plaatsvervangende leden hebben stemrecht als het lid dat zij vervangen zijn afwezigheid aan de voorzitter heeft meegedeeld, dan wel als dat lid daartoe niet in staat is.

5. Voor de bepaling van het aantal leden geldt het aantal leden dat in functie is, verminderd met het aantal leden dat zijn functie niet kan uitoefenen, waarvan ook de plaatsvervanger hen niet kan vervangen.

6. Stemmen kan tijdens een bijeenkomst, telefonisch of via het internet.

7. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter besluiten van dit artikel af te wijken en bepalen op welke wijze een beslissing genomen wordt.

Artikel 12

1.

Het college stelt, zo mogelijk met algemeen goedvinden, de volgende stukken in een vergadering vast:

a. a. het werkprogramma, bedoeld in artikel 8 van de wet, b. b. het bestuursreglement, bedoeld in artikel 7 van de wet, c. c. het jaarverslag, bedoeld in artikel 18 van de kaderwet, en d. d. de klachtenprocedure, bedoeld in artikel 17.

2.

Het college neemt voorts de volgende beslissingen of verricht de volgende handelingen:

a. a. de instemming met mandaatverlening, bedoeld in artikel 8 van de kaderwet, b. b. de wijze van uitoefenen van andere door de minister opgedragen taken, bedoeld in artikel 2, zesde lid, onderdeel c, van de wet, c. c. het voeren van het overleg met de minister over zijn voornemen om op grond van artikel 22 van de kaderwet een besluit van het college te vernietigen, en d. d. het voeren van het overleg met de minister over een tijdelijke voorziening als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de kaderwet.

Hoofdstuk 3. Klachten

Artikel 13

De artikelen 14 tot en met 17 zijn van toepassing op de behandeling van de klachten, bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 14

1. De behandeling van de klacht geschiedt door een persoon die niet bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, betrokken is geweest.

2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de klacht betrekking heeft op een gedraging van het college zelf dan wel de voorzitter of een lid ervan.

Artikel 15

Een klacht wordt onverlet artikel 8, tweede lid, afgedaan door de secretaris-directeur, tenzij de klacht naar aard of inhoud een zodanig gewicht heeft dat de voorzitter deze behoort af te doen.

Artikel 16

De secretaris-directeur draagt zorg voor de registratie van de klachten. Een overzicht van de geregistreerde klachten wordt gepubliceerd in het jaarverslag.

Artikel 17

Het college stelt een procedure vast voor de behandeling en afdoening van klachten.

Hoofdstuk 4. Integriteit

Artikel 18

Met nevenfuncties van een lid die ongewenst zijn voor een goede vervulling van zijn taak, als bedoeld in artikel 13 van de kaderwet, worden in elk geval bedoeld:

a. a. bestuurlijke taken bij een organisatie die betrokken is bij de uitvoering van wettelijke taken van het college, en b. b. bestuurlijke verbondenheid aan een organisatie die betrokken is bij de uitvoering van wettelijke taken van het college.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 19

Het Bestuursreglement College voor Toetsen en Examens wordt ingetrokken.

Artikel 20

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 21

Dit besluit wordt aangehaald als: Bestuursreglement College voor Toetsen en Examens.

Bijlage . Organisatie van het College voor Toetsen en Examens als bedoeld in

[afbeelding]