rijk/zbo/bestuursreglement-van-de-koninklijke-bibliotheek/BWBR0039442
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Bestuursreglement van de Koninklijke Bibliotheek BWBR0039442 zbo geldend 2009-05-07 https://wetten.overheid.nl/BWBR0039442 Bestuursreglement van de Koninklijke Bibliotheek

Bestuursreglement van de Koninklijke Bibliotheek

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1.1

In dit reglement wordt verstaan onder:

a. a.

    *Onze minister:* Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

b. b.

    *de wet:* de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

c. c.

    *het Algemeen Bestuurscollege:* het algemeen bestuur van de Koninklijke Bibliotheek zoals bedoeld in artikel 13.3 van de wet

d. d.

    *de directeur-bibliothecaris:* de bibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek zoals bedoeld in artikel 13.5 van de wet, in het organisatieschema aangeduid als algemeen directeur.

Hoofdstuk 2. Algemeen Bestuurscollege

Artikel 2.1

1. De bevoegdheid tot regeling en bestuur van de Koninklijke Bibliotheek berust bij het Algemeen Bestuurscollege voor zover die bevoegdheid niet bij of krachtens de wet aan de directeur-bibliothecaris is opgedragen. Het Algemeen Bestuurscollege oefent de taken en bevoegdheden uit die bij of krachtens de wet aan het instellingsbestuur zijn opgedragen, voor zover bij of krachtens hoofdstuk 13 van de wet niet anders is bepaald. (Ontleend aan art. 13.3, lid 1 van de wet).

2.

Het Algemeen Bestuurscollege laat zich bij de uitvoering van zijn taken leiden door de taakstelling van de Koninklijke Bibliotheek als de nationale bibliotheek, zoals omschreven in artikel 1.5, lid 2 van de wet.

De KB is als nationale bibliotheek werkzaam op het gebied van het bibliotheekwezen en heeft in ieder geval tot taak:

a. a. de informatievoorziening op het gebied van de Nederlandse geschiedenis, cultuur en samenleving, aan het hoger onderwijs, het wetenschappelijk onderzoek, het openbaar bestuur en de uitoefening van beroep of bedrijf, b. b. het zorg dragen voor de nationale bibliotheekverzameling van geschreven, gedrukte en elektronische publicaties, c. c. het bevorderen van de totstandkoming en instandhouding van nationale voorzieningen voor duurzaam behoud, beheer, ontsluiting en beschikbaarstelling van de nationale bibliotheekverzameling op haar werkterrein, d. d. het verrichten van onderzoek, gericht op de voorbereiding en uitvoering van het beleid op het in de wet genoemde terrein, e. e. het zorg dragen voor landelijke programmas voor conservering en digitalisering, f. f. het bijdragen aan de internationale infrastructuur voor de duurzame toegankelijkheid van elektronische wetenschappelijke publicaties, g. g. het bevorderen van de afstemming met overige wetenschappelijke bibliotheken in en buiten Nederland, h. h. het bevorderen van de samenwerking met archieven, musea en uitgeverijen op haar werkterrein, en i. i. het bevorderen van de internationale samenwerking op haar werkterrein.

Artikel 2.2

Het Algemeen Bestuurscollege bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten hoogste vier andere leden. Het aantal leden wordt door Onze minister bepaald. (Ontleend aan wet).

Artikel 2.3

1. De leden van het Algemeen Bestuurscollege worden door Onze minister benoemd, geschorst en ontslagen. De benoeming geschiedt voor een door Onze minister te bepalen termijn. (Ontleend aan art. 13.3, lid 3 van de wet).

2. De leden van het Algemeen Bestuurscollege kunnen door Onze minister, de overige leden van het Algemeen Bestuurscollege gehoord, worden geschorst en tussentijds ontslagen. (Ontleend aan art. 13.3, lid 4 van de wet).

Artikel 2.4

De voorzitter van het Algemeen Bestuurscollege vertegenwoordigt de Koninklijke Bibliotheek in en buiten rechte. (Ontleend aan art. 13.3, lid 6 van de wet).

Artikel 2.5

De voorzitter wordt bij afwezigheid of ontstentenis vervangen door het langst zittende bestuurslid, danwel bij eenzelfde aantal zittingsjaren van twee of meer langst zittende bestuursleden door de oudste van hen.

Artikel 2.6

1. Het Algemeen Bestuurscollege stelt jaarlijks, voorafgaand aan het desbetreffende begrotingsjaar, de begroting vast. Het Algemeen Bestuurscollege zendt de begroting, alsmede wijzigingen van de begroting binnen veertien dagen na de vaststelling ter kennis aan Onze minister. Het begrotingsjaar valt samen met het kalenderjaar. (Ontleend aan art. 2.8, lid 1 van de wet).

2. Het Algemeen Bestuurscollege draagt zorg voor wijziging van de begroting indien de vastgestelde rijksbijdrage afwijkt van de in de begroting opgenomen geraamde rijksbijdrage, alsmede in geval van een nader bepaalde rijksbijdrage. (Ontleend aan art. 2.8, lid 3 van de wet).

3. Het Algemeen Bestuurscollege doet de noodzakelijke uitgaven binnen de grenzen van de vastgestelde of gewijzigde begroting. (Ontleend aan art. 2.8, lid 4 van de wet).

4. Af- en overschrijving op de uitgaafposten van de begroting kunnen door het Algemeen Bestuurscollege geschieden in de gevallen, voorzien in de door het Algemeen Bestuurscollege ter zake vast te stellen regels. (Ontleend aan art. 2.8, lid 5 van de wet).

Artikel 2.7

Het Algemeen Bestuurscollege dient jaarlijks voor 1 juli bij Onze minister een verslag in. Het verslag bestaat uit de jaarrekening met bijbehorende begroting, het jaarverslag en overige financiële gegevens. Uit het verslag dient te blijken in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve waarvan de rijksbijdrage is verleend en van een doelmatige aanwending van de rijksbijdrage, mede in het licht van het instellingsplan. (Ontleend aan art. 2.9, lid 1 van de wet).

Artikel 2.8

Het Algemeen Bestuurscollege stelt een instellingsplan vast uiterlijk vier jaar na het tijdstip van vaststelling van het vorige plan en zendt dit na vaststelling onverwijld aan Onze minister. Het plan geeft een omschrijving van de inhoud en de specificatie van het voorgenomen beleid van de instelling voor die periode. Het Algemeen Bestuurscollege maakt het plan openbaar. (Ontleend aan art. 2.2 en 2.2a van de wet).

Artikel 2.9

1. Het Algemeen Bestuurscollege vergadert zo dikwijls de voorzitter of twee leden dit wenselijk achten, doch tenminste zes keer per jaar.

2. Het Algemeen Bestuurscollege kan slechts besluiten nemen wanneer tenminste de helft van het aantal leden aanwezig is. Wanneer het vereiste aantal leden niet aanwezig is, wordt een nieuwe vergadering uitgeschreven waarin ongeacht het aantal aanwezige leden besluiten kunnen worden genomen.

3. Onverminderd het bepaalde in zijn taakomschrijving heeft de directeur-bibliothecaris de zorg voor de voorbereiding van de vergaderingen waaronder begrepen het verzenden van een oproepingsbrief, de concept-agenda en de bijbehorende vergaderstukken de verslaglegging, alsmede de uitvoering van de besluiten, voorzover het Algemeen Bestuurscollege een en ander zichzelf niet heeft voorbehouden. Hij woont de vergaderingen met raadgevende stem bij.

4. De termijn van oproeping bedraagt, tenzij de voorzitter om spoedeisende redenen anders beslist, tenminste zes dagen, de dag van oproeping en van vergadering niet meegerekend.

5. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter met inachtneming van eventuele voorwaarden van het Algemeen Bestuurscollege, buiten de vergadering besluiten nemen namens het Algemeen Bestuurscollege. Dergelijke besluiten worden zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van het Algemeen Bestuurscollege.

Hoofdstuk 3. Directeur-bibliothecaris

Artikel 3.1

1. Binnen het kader van het door het Algemeen Bestuurscollege vastgestelde beleid berust de leiding van de Koninklijke Bibliotheek bij de directeur-bibliothecaris. (Ontleend aan art. 13.5, lid 1 van de wet).

2. De directeur-bibliothecaris heeft tot taak het beleid van het Algemeen Bestuurscollege voor te bereiden en ten uitvoer te leggen. (Ontleend aan art. 13.5, lid 2 van de wet).

3. De directeur-bibliothecaris is bevoegd om uitgaven te doen en verplichtingen aan te gaan binnen het kader van de door het Algemeen Bestuurscollege vastgestelde begroting.

4. Het Algemeen Bestuurscollege stelt een regeling op voor mandatering van bevoegdheden aan de directeur-bibliothecaris inzake personeelsbeleid en -beheer. De mandateringsregeling is opgenomen in een bijlage bij dit reglement.

Hoofdstuk 4. De organisatie

Artikel 4.1

Het Algemeen Bestuurscollege kan bijzondere regelingen vaststellen inzake onderdelen of aspecten van de organisatie.

Hoofdstuk 5. Openbaarheid

Artikel 5.1

1. Het Algemeen Bestuurscollege verschaft desgevraagd alsmede uit eigen beweging informatie over de instelling aan belanghebbenden en belangstellenden. In de wet Openbaarheid van Bestuur is geregeld in welke gevallen het verschaffen van informatie achterwege blijft. (Ontleend aan art. 13.8, lid 1 van de wet).

2. Het Algemeen Bestuurscollege stelt regels vast voor het berekenen van tarieven bij het op verzoek verschaffen van informatie. (Ontleend aan art. 13.8, lid 2 van de wet).

Hoofdstuk 6. Rechtsbescherming

Artikel 6.1

1. Van toepassing zijn de bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht over besluiten, c.q. beschikkingen, alsmede die over bezwaar en beroep.

2. Ten behoeve van een beslissing op een bezwaar kan het Algemeen Bestuurscollege zich laten adviseren door een adviescommissie.

3. Voor de behandeling van bezwaar en beroep kan het Algemeen Bestuurscollege bijzondere regelingen vaststellen.

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 7.1

Dit reglement vervangt het reglement van 11 november 1994.

Artikel 7.2

Het reglement treedt in werking 1 dag na bekendmaking van de vaststelling ervan in de Staatscourant.

Bijlage . Mandateringsregeling personeelsbeleid/personeelsbeheer

Het Algemeen Bestuurscollege van de Koninklijke Bibliotheek,

Gelet op artikel 3.1 lid 4 van het Reglement van de Koninklijke Bibliotheek;

Besluit:

De Algemeen Directeur van de Koninklijke Bibliotheek het navolgende mandaat inzake personeelsbeleid/personeelsbeheer te verlenen.

Namens het Algemeen Bestuurscollege:

  • Voorzitter,*

  • H.J.L. Vonhoff.*